Naks Logo

Cynthia Mc Leod 90 jaar

Cynthia Mc Leod 90 jaar

Cynthia Mc Cleod
Published by: on October 09, 2026

CULTUUR & LITERATUUR

Cynthia Mc Leod 90 jaar Cynthia Mc Leod viert haar bigi yari; ze is negentig jaar geworden. Naast dat ze lichamelijk in goede gezondheid verkeert, is ze nog erg bijdetijds. Het zou me niet verbazen als ze – stiekempjes – nog aan een boek aan het werken is. Vorige maand mocht ze al enkele topmomenten beleven, zoals de waardering van de staat Suriname, toen ze tijdens de conferentie over Surinaams erfgoed en cultuur een waarderingsplaquette uit handen van president Jennifer Geerlings-Simons mocht ontvangen.

En als kers op de taart van haar lange loopbaan, de oplevering en opening van het Elisabeth Samsonhuis aan de Wagenwegstraat. Om nog wat inkomsten te vergaren voor inrichting en onderhoud werden er enkele vertelavonden georganiseerd, waar het goed opgekomen publiek zijn ondersteuning voor dit project en waardering voor de auteur kon tonen. Mc Leod werd geboren als Cynthia Ferrier (4 oktober 1936) en is een dochter van Johan Ferrier, de eerste president van Suriname. Ze volgde de middelbare school in Suriname en studeerde verder in Nederland als lerares Kinderverzorging en opvoeding.

In Nederland leerde ze Donald Mc Leod kennen, met wie ze trouwde. In 1962 retourneerden ze naar Suriname, waar Cynthia vervolgens mo-Nederlands studeerde. Van 1969 tot 1978 was zij lerares Nederlands op het VWO in Paramaribo.

Het feit dat haar echtgenoot vanaf 1978 ambassadeur is geweest in verschillende landen (vooral in België), stelde haar in staat veel archiefonderzoek te doen en haar romans te schrijven. Met haar enthousiaste verhalen en een enorme flair weet ze de geschiedenis dichter bij het Surinaamse publiek te brengen. (Hilde Neus doceert Literatuur en Vrouwengeschiedenis aan de Universiteit van Suriname)

Reflecties en bijdragen van auteurs en academici Mijn belangstelling voor het werk van Cynthia Mc Leod komt voort uit mijn brede interesse in de Surinaamse geschiedenis, cultuur en literatuur. Toen ik haar romans en andere publicaties begon te lezen vanaf 1987 ('Hoe duur was de suiker'), ontdekte ik als examenkandidaat op het VWO hoe zij historische gebeurtenissen toegankelijk maakte voor een groot publiek. Haar boeken laten zien dat geschiedenis niet alleen bestaat uit feiten en data, maar ook uit menselijke verhalen, ervaringen en emoties.

Zo is een van de meest opvallende emoties in de roman 'Hoe duur was de suiker' jaloezie. In het verhaal staat de rivaliteit tussen de halfzussen Sarith en Elza centraal. Sarith is mooi, zelfverzekerd en gewend haar zin te krijgen, terwijl Elza bescheidener en terughoudender is. Hun onderlinge verhouding wordt gekenmerkt door afgunst, competitie en gekwetste gevoelens. Deze jaloezie is meer dan een persoonlijke emotie. Zij beïnvloedt de keuzes die de personages maken en heeft gevolgen voor hun relaties. Daardoor ervaart de lezer niet alleen de historische werkelijkheid van het achttiende-eeuwse Suriname, maar ook herkenbare menselijke gevoelens zoals onzekerheid, verlangen en rivaliteit. In mijn persoonlijke reflectie op haar werk merk ik vooral dat wat mij aanspreekt in dit voorbeeld is, dat Mc Leod laat zien dat achter grote historische gebeurtenissen gewone mensen schuilgaan met emoties en conflicten. De rivaliteit tussen Sarith en Elza maakt het verhaal niet alleen historisch interessant, maar ook emotioneel overtuigend.

Door haar historische romans krijgen haar lezers, zoals ik, niet alleen inzicht in het verleden, maar ook in de doorwerking daarvan in het heden. Daardoor lees ik haar werk graag, niet alleen als literatuur, maar ook als een waardevolle bron van historische en culturele kennis over Suriname. Haar werk betekent voor mij een mogelijkheid om mij te verdiepen in de kennis van de Surinaamse geschiedenis, het biedt voorbeelden die bruikbaar zijn in onderwijs en academische contexten, het stimuleert mij om kritisch na te denken over kolonialisme, identiteit en culturele herinnering, het laat zien hoe literatuur kan bijdragen aan historisch bewustzijn, het inspireert mij om Caribische en Surinaamse verhalen onder de aandacht te brengen.

Mijn band met het werk van Cynthia Mc Leod is dus daarom in de eerste plaats inhoudelijk en persoonlijk-intellectueel. Ik waardeer haar als auteur, omdat zij geschiedenis toegankelijk maakt en omdat haar werk een brug slaat tussen literatuur, erfgoed en onderwijs. [Jerry Dewnarain doceert Taal en Literatuur aan de Universiteit van Curaçao]

Met haar historische romans verbindt Cynthia Mc Leod, één van de belangrijkste Surinaamse schrijfsters, literatuur en geschiedenis met elkaar. Haar werk heeft voor mij als jonge Surinamer en geschiedenisstudent een bijzondere betekenis. Echter, het werk moet kritisch worden gelezen, omdat een roman geen volledig historisch bewijs is, maar een literaire interpretatie van het verleden. Toch voelt het verleden minder ver weg wanneer ik haar boeken lees. Het gaat dan niet meer alleen om jaartallen, plantages of slavernij, maar om mensen met gevoelens, dromen en angsten.

Wat mij vooral persoonlijk raakt, is dat zij niet alleen de mooie kanten van de geschiedenis laat zien. Ze schrijft ook over pijnlijke onderwerpen, zoals slavernij, uitbuiting, geweld en ongelijkheid. Soms word ik geconfronteerd met gebeurtenissen waar ik liever niet te lang bij stilsta, maar Mc Leod drukt me in haar werk dan juist met de neus op de feiten. Na een aangrijpende passage vraag ik mij soms af hoe het voor de mensen zelf moet zijn geweest: voor een moeder die haar kind verloor, een kind dat bang was of een familie die de vrijheid kwijtraakte.

Door haar manier van schrijven wordt geschiedenis voor mij niet alleen iets om te leren, maar ook iets om te voelen. Dat vind ik belangrijk, omdat ik als jonge Surinamer niet los sta van deze geschiedenis. Het verleden van Suriname is onderdeel van mijn identiteit, ook wanneer het pijnlijk is om erover na te denken.

\

Dit komt sterk naar voren in Tutuba, het meisje van het slavenschip Leusden (2013). Doordat het verhaal draait om Tutuba, een jong meisje dat slachtoffer wordt van de trans-Atlantische slavenhandel, krijgt een groot historisch systeem een persoonlijk gezicht. Tutuba en haar tante Sanu raakten mij vooral door hun kracht en liefde voor elkaar. Ondanks alles wat hen wordt afgenomen, proberen zij elkaar vast te houden en hun menselijkheid te bewaren. Daar ligt dan ook de grote betekenis van haar werk voor mij. Als geschiedenisstudent vind ik het belangrijk dat zo'n groot systeem als slavernij een persoonlijk gezicht krijgt. Vrouwen kwamen wel voor in de geschiedschrijving, maar hun eigen ervaringen stonden niet altijd centraal. Haar werk laat mij nadenken over wiens verhaal wij vertellen wanneer wij geschiedenis schrijven.

Cynthia Mc Leod betekent voor mij dus veel meer dan alleen een voorbeeldschrijfster. Haar werk helpt mij het Surinaamse verleden levend te houden en bespreekbaar te maken. Als geschiedenisstudent leert zij mij kritisch te kijken en als schrijver inspireert zij mij om de menselijke verhalen niet te vergeten. Dat is haar grootste kracht: ze vertelt niet alleen over onze geschiedenis, maar zorgt ervoor dat ik mij er persoonlijk mee verbonden voel. (Symphony Sabajo studeert geschiedenis aan de Anton de Kom Universiteit en schreef het winnende verhaal 'Nana Aisa' van de Clark Accord-schrijfwedstrijd 2025)

Tessa Leuwsha [...] bedoelde ze dat ze een schrijver voor het volk wilde zijn, niet elitair. Treffend, vond ik, al deed ze zichzelf met die uitspraak ook te kort. Voor vrijwel ieder boek pleegde ze uitgebreid historisch onderzoek. Met eerder onopgemerkte feiten wist ze haar verhalen vanuit een Surinaams perspectief te vertellen, belangrijk voor het door het kolonialisme gedeukte zelfbeeld van Surinamers. Maar als dochter van Johan Ferrier, de laatste gouverneur en eerste president van Suriname, zal zelfvertrouwen Cynthia Mc Leod met de paplepel zijn ingegoten.

De laatste jaren publiceert ze nog maar weinig, maar stilzitten doet ze zeker niet. Ze zet zich in voor liefdadigheidsprojecten, geeft lezingen, verschijnt op tv en in literaire programma's. \

We traden een paar keer samen op voor publiek. Iedere keer verraste haar enorme kennis van ons land mij. Ze sprak graag en veel en pas als ze naar adem hapte, lukte het me om het woord te nemen. Het grote sluitstuk van haar werk is ongetwijfeld de ingrijpende renovatie en museale inrichting van het Elisabeth Samsonhuis. Over Elisabeth Samson, een achttiende-eeuwse zwarte schatrijke vrouw die ook zelf slavernij bepaald niet schuwde, schreef ze eerder een omvangrijke studie. Het in oude glorie herstelde woonhuis is in mijn ogen dan ook evengoed een monument voor Cynthia Mc Leod zelf, die Elisabeth Samson van de vergetelheid wist te redden. Sandra Smit

Tante Cynthia is negentig jaar. Tante voor mij, want wij waren zo goed op de Ferriers dat de vrouwelijke Ferriers tante werden genoemd en de mannelijke oom. Haar vader, Johan Ferrier (1910-2010), kwam geregeld bij onze buren met de halfzusjes van tante Cynthia, Joan en Kathleen; die waren geen 'tantes', want het leeftijdsverschil met mij was te verwaarlozen.

Anyway, tijdens die bezoekjes aan onze buren vertelde oom Johan vaak verhalen en ook vertelde hij hoe verhalen, boeken en kennisvergaring door boeken te lezen, een belangrijke plek innamen in zijn gezin. Tijdens de maaltijden werden de kinderen aangemoedigd verhaaltjes te vertellen, waargebeurd of verzonnen, dat maakte hem niet uit.

Het effect bleef niet uit. Al zijn kinderen brachten het ver in de maatschappij en Leo, Deryck en Cynthia werden schrijvers. Leo (1940-2006) heb ik niet persoonlijk gekend, maar oom Deryck (1933-2022) en tante Cynthia wel en ik vond ze geweldige vertellers, uren kon ik naar ze luisteren als ze een verhaal vertelden over hun eigen leven of over een stuk Surinaamse geschiedenis. Leo werd beroemd door het boek 'Atman' (1968) en Deryck liet in 2020 zijn boek 'In de ban van de bosgeest, Ontmoetingen met Panaike' uitbrengen. Met moeite, want hij stelde aan het uitgeven van zijn werken hoge eisen. Dat is ook de reden dat vele andere verhalen van hem het grote publiek niet zullen bereiken.

Tante Cynthia was minder veeleisend, zij vond juist dat haar verhalen door een zo groot mogelijk publiek gelezen moesten worden. Echter, het gevolg daarvan is dat sommige van haar boeken geen literaire hoogstandjes zijn. Maar zelfs ik – een fervente literatuurlezer – neem dat voor lief en lees al haar boeken. Omdat ze interessant zijn en ons veel leren over onze geschiedenis. 'Tweemaal Marienburg' (1997), 'Ma Rochelle Passée. Welkom El Dorado' (1996), 'Elizabeth Samson' (1993), 'Vaarwel Merodia' (1993), om een paar boeken van Cynthia Mc Leod over onze geschiedenis te noemen, allemaal interessant en leerrijk.

Ik was bij elk boek weer blij dat zij zo'n moeite had gedaan om ons deze geschiedenissen – in fictieve vorm – te kunnen vertellen. Mijn favoriet is 'Vaarwel Merodia', zonder dat ik precies kan aangeven waarom. Misschien door het moment in tijd waarin ik gelezen heb.

Tante Cynthia heeft kortgeleden nog een (kinder)boek uitgegeven. En vertellen doet ze ook nog steeds, bij rondleidingen (bijvoorbeeld in het net geopende Elizabeth Samsonhuis), bij boekpresentaties of op open-monumentendagen. Nog steeds krachtig, nog steeds boeiend. Hopelijk nog heel lang. Christine Henar

Hiep hiep hoeree. Mijn vriendschap met mevrouw Mc Leod dateert uit een jarenlange vriendschap van mijn moeder. Door het Koto Museum ontstond er een andere band.

In het Koto Museum kwam mevrouw McLeod langs met gasten, vaak Amerikanen. Ook hier ontbrak het haar niet aan het vertellen van de mooie verhalen. Bij de opening van het Koto Museum in 2009 waren haar woorden: "Christine heeft het museum opgezet, maar het is niet van haar, het is van de gemeenschap" en zo is het ook.

Tante Cynthia, zoals we haar riepen in het museum, verzorgde niet alleen lezingen, maar was ook vaak te gast bij onze evenementen. Wij willen u op een dag als vandaag dankzeggen voor de grote liefde die u steeds toont voor ons geliefd Suriname en zijn geschiedenis. Deze wordt door u voor ons levend gehouden. Grantangi, Bigi Misi Cynthia Mc Leod. Wij feliciteren u met uw negentigste verjaardag. Moge Gods genade en zijn zegen op u blijven rusten. Namens ons allen. (Naamloos / Anoniem in artikel)

Mijn eerste herinnering aan Cynthia Mc Leod is van ruim dertig jaar geleden. Ik woonde toen nog in Amsterdam en bezocht een lezing die ze verzorgde. De lezing vond plaats in een buurtbibliotheek, de bezoekers zaten in een ruime kring om haar heen.

Met haar krachtige stem vertelde Cynthia over haar werk en de Surinaamse geschiedenis. Ik luisterde aandachtig. Op school in Nederland had ik vrijwel niets over Suriname gehoord; de koloniale geschiedenis was toen nog een blinde vlek.

In die bibliotheek vertelde ze over het land waar mijn vader was geboren en getogen. Interessant! Of die ene bijeenkomst mijn interesse in Suriname had aangewakkerd, kan ik achteraf niet meer met zekerheid zeggen, wel dat Cynthia Mc Leod daaraan heeft bijgedragen.

Een andere herinnering is van een radio-interview met haar. Ik was inmiddels naar Suriname verhuisd en had mijn eerste boek gepubliceerd. Het gesprek ging over kritiek van een Nederlandse recensent op één van haar boeken en er was ophef over ontstaan met voor- en tegenstanders in Suriname en Nederland. Gevraagd naar haar mening, zei Cynthia toen iets als: "Ze doen alsof ik pom wil maken, maar ik maak bruine bonen".

Verschenen werk: romans en kinderboeken • 1987: "Hoe duur was de suiker?"
• 1992: Lafu. Het hondje van Sita
• 1993: Elisabeth Samson (studie)
• 1993: 'Vaarwel Merodia'
• 1996: "Ma Rochelle passée, welkom El Dorado"
• 1997: Tweemaal Marienburg
• 1997: "De kinderen van de Burenstraat"
• 1998: "Herinneringen aan Marienburg"
• 1999: Toen het vakantie was
• 2000: De vrije negerin Elisabeth (vertaald)
• 2002: Slavernij en de Memorie / Slaaf en Meester (met C. de Haseth)
• 2003: Kriskras door Frimangron
• 2003: Het Grote Regenwoud
• 2004: 'Het boek van Sam en Kim'
• 2005: die revolutie niet begrepen t
• 2007: Paramaribo. Stad van harmonische tegenstellingen (met Hennah Draaibaar)
• 2009: Peter Pan Suriname
• 2010: Logeren in Coronie
• 2013: Tutuba. Het meisje van het slavenschip Leusden
• 2015: Brian eet smakelijk
• 2015: Geld moet rollen. Het verhaal van de Surinaamsche bank
• 2015: Zenobia – Slavin op het paleis
• 2017: "No kwik in ons bos"
• 2026: Toen het vakantie was


Literair, mss. 1702, jrg. 38
Redactie: Jerry Dewnarain, Hilde Neus
Eindredactie: Letitia Geymonson
Bijdrage deze week: Hilde Neus, Jerry Dewnarain, Symphony Sabajo, Christine Henar, Tessa Leuwsha, Sandra Smit

NAKS Suriname 2026

Design and Development by Namidi NV