Op 27 september kwamen bezoekers, onderzoekers, kunstenaars en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties samen in het Lalla Rookh Museum voor een herdenking van het verzet op plantage Zorg en Hoop in 1884. De bijeenkomst, georganiseerd op initiatief van de Culturele Unie Suriname, stond in het teken van Tetary, de Hindostaanse contractarbeider die uitgroeide tot één van de bekendste vrouwelijke verzetsfiguren uit de Surinaamse geschiedenis. De herdenking was meer dan een terugblik op één historische gebeurtenis. Zij vormde ook een moment van bezinning op de plaats van vrouwen in de geschiedenis van verzet, emancipatie en gemeenschapsvorming.
TEKST: FAZLE SHAIRMAHOMED
BEELD: HANS ERREN
In 2017 werd een belangrijk symbolisch gebaar gemaakt in Suriname toen haar standbeeld de plaats innam van Barnet Lyon, de voormalige agent-generaal voor de Immigratie. Daarmee werd niet alleen aandacht gevraagd voor het verzet van contractarbeiders, maar ook voor de vraag wie in de publieke ruimte wordt herdacht en waarom. De verschuiving van aandacht van koloniale bestuurders naar mensen die onder koloniale systemen hebben geleden en zich daartegen hebben verzet, weerspiegelt een bredere ontwikkeling binnen Suriname. Ook internationaal, zowel in Nederland als voor nazaten van contractarbeiders elders in de wereld, krijgt Tetary steeds meer bekendheid als een prominent symbool van verzet. Immers, de contractarbeiders in Suriname die uit India kwamen, waren onderdeel van meer dan 1,2 miljoen contractarbeiders uit Britse en Franse koloniale regimes die op verschillende plekken in de wereld terechtkwamen. Dit laat zien hoe lokale ervaringen een universele betekenis kunnen krijgen.
Geschiedenis van georganiseerd verzet
Hindostaanse contractarbeiders kwamen meer dan veertig keer in opstand op plantages in Suriname. Deze acties ontstonden vaak als reactie op lage lonen, zware arbeid, lijfstraffen, gebrek aan bewegingsvrijheid en andere vormen van onderdrukking. Meerdere van die opstanden gingen samen met Javaanse contractarbeiders, zoals die op plantage Mariënburg in 1902 met verzetsstrijders als Samrad en Sadikoen. Ook Chinese contractarbeiders toonden al eerder verzet op plantages Drie Gebroeders in 1858 en Lustrijk in 1859, onder anderen door verzetsstrijders A-San en Chang Po.
Deze vormen van verzet staan direct in verbinding met een nog veel langere geschiedenis van georganiseerd verzet: in het bijzonder de tot slaafgemaakten, de marron- en inheemse gemeenschappen. Telkens keerden dezelfde thema's terug, namelijk vrijheid, zelfbeschikking en verzet tegen uitbuiting. Hoewel de historische omstandigheden verschilden, waren deze bewegingen verbonden door een verlangen naar rechtvaardigheid.
``
Van Patna naar Suriname
Tetary werd rond 1856 geboren in het gebied van Patna in Brits-Indië. Na contact met een werver besloot zij te migreren, zonder te kunnen overzien welke gevolgen die keuze zou hebben. In 1880 arriveerde zij met het schip Aisla II in Suriname. Zij was toen ongeveer 24 jaar oud en reisde met haar vijfjarige dochter Boodhoo. Tetary was één van de meer dan 34.000 contractarbeiders uit Brits-Indië, die terechtkwam in een onbekende samenleving, ver van haar geboortegrond en afhankelijk van de voorwaarden van een arbeidssysteem dat weinig ruimte bood voor eigen keuzes.
``
Dagelijks verzet
Op Zorg en Hoop werd Tetary bekend als iemand die opkwam voor anderen. Ze verzette zich tegen de behandeling van vrouwelijke arbeiders, luisterde naar hun problemen en bood hulp en bescherming. Ze nam zelfs een baby van zes weken, Soomaria, in huis nadat de moeder was overleden.
Haar verzet begon dus niet pas op het moment dat zij een wapen of een stok in handen nam, maar het begon zich al af te tekenen in allerlei vormen van dagelijks verzet, zoals Tanya Sitaram (Surinaamse historica) ook benadrukt in de documentaire over Tetary. Verzet begint ook met voor elkaar zorgen, met het weigeren om vernedering normaal te vinden, het beschermen van elkaar en cultiveren van het land.
``
De opstand van 1884 en Tetary's dood In september 1884 bereikte de spanning op Zorg en Hoop een hoogtepunt. Arbeiders protesteerden tegen slechte arbeidsomstandigheden en onrechtvaardige behandeling, zoals lijfstraffen. De opstand werd geleid door Challoo Ramjanee, terwijl Tetary de vrouwen organiseerde. Toen de koloniale autoriteiten onder leiding van Barnet Lyon, militairen stuurden om het protest neer te slaan, escaleerde het conflict. Op 26 september 1884 werd Tetary dodelijk getroffen door een kogel. Haar dood maakte haar tot een symbool van verzet tegen onrecht en koloniale onderdrukking.<br>
Zeven arbeiders kwamen om bij het neerslaan van de opstand. Hun namen verdienen eveneens een plaats in het collectieve geheugen: Algoo, Bholaie, Budla, Debideen, Mughoo en Ungana. Immers, herdenken betekent niet alleen aandacht schenken aan bekende figuren, maar ook ruimte maken voor degenen die in historische bronnen minder zichtbaar zijn gebleven.
Vrouwen krijgen meer zichtbaarheid
Een belangrijk onderdeel van de herdenking was de aandacht voor vrouwelijke verzetsfiguren. Tussen 1853 en 1939 ontving Suriname ongeveer zeventigduizend contractarbeiders vanuit Brits-Indië, Nederlands-Indië en China, waarvan naar schatting 21.000 vrouwen. Deze verhalen zijn veelal onderbelicht: de strijd van vrouwen, kinderen, moeders en dochters die onder moeilijke omstandigheden nieuwe levens en gemeenschappen moesten bouwen.
In veel geschiedschrijving stonden mannen lange tijd centraal, terwijl vrouwen vaak slechts zijdelings werden genoemd. De afgelopen jaren is daarin verandering gekomen. Onderzoekers, kunstenaars en maatschappelijke organisaties besteden steeds meer aandacht aan de rol van vrouwen als leiders, verzorgers, organisatoren en vernieuwers. Het verhaal van Tetary sluit aan bij die ontwikkeling.
Andere vrouwen in de schijnwerpers
Naast Tetary werden tijdens de bijeenkomst verschillende andere vrouwen herdacht. Vrouwen die zich verzetten tegen seksueel geweld zoals op plantage Vlucht en Trouw in 1750, wat leidde tot een opstand.
In 1778 dienden zeventig vrijgemaakte vrouwen gezamenlijk een klacht in tegen een belasting die zij onrechtvaardig vonden. Genoemd werden onder meer Jaja Dandé en Seei, stammoeders van marrongemeenschappen. Zij smokkelden rijstzaden mee bij hun vlucht naar het binnenland; naar haar is Alisi Seei vernoemd.
De Afro-inheemse vroedvrouw Louisa Denswil was de drijvende kracht achter de formele opleiding voor vroedvrouwen in Suriname. Ook Sophie Redmond, de eerste vrouwelijke Afro-Surinaamse arts, die zich inzette voor sociale rechtvaardigheid en volksvoorlichting.
De Surinaams-Hindostaanse verzetsstrijder Mata Gauri, die met al haar spaargeld een groot stuk grond kocht aan de Kwattaweg waar zij een zelfvoorzienend landbouwbedrijf had en zich inzette voor behoud van de Hindostaanse cultuur, taal en tradities.
Ook werd stilgestaan bij Somai Harpal, die voor de rechten van landbouwers rond de onafhankelijkheid van Suriname streed. Elisabeth Bergen, een Surinaamse verpleegkundige en verzetsstrijder, die een heldenrol speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Ook de vrouwen van Kalina en Lokoño werden herdacht vanwege hun deelname aan de protestmars van 150 kilometer in 1976, toen zij vier dagen lang te voet liepen naar Paramaribo om de grondenrechten van de inheemsen op de kaart te zetten vlak na de onafhankelijkheid.
Herdenken via kunst en symboliek
De symboliek van herdenken kreeg eveneens aandacht. Monumenten, rituelen, muziek, dans en kunst kunnen bijdragen aan een sterkere verbinding met het verleden. Zij maken geschiedenis zichtbaar en voelbaar voor nieuwe generaties.
Een voorbeeld daarvan is het kunstproject 'Guess Who is Coming to Dinner Too?' (2017) van kunstenares Patricia Kaersenhout. In dat project werden zestig vrouwelijke historische figuren geëerd, onder wie Tetary. Door dergelijke initiatieven krijgen vergeten verhalen opnieuw een plaats binnen het publieke debat.
Nieuwe vormen van herinneren
De bijeenkomst van september liet zien dat de manier van herdenken voortdurend van vorm verandert. Nieuwe generaties zoeken naar eigentijdse vormen om geschiedenis over te dragen.
Tijdens de ceremonie werd een dans opgevoerd door Shanita Bhagwandin en haar goeroe Ambili Chidangil uit Kerala. De uitvoering was geïnspireerd op Theyyam, een traditionele rituele kunstvorm uit Zuid-India. Door deze culturele verbinding werd het verhaal van Tetary niet alleen gekoppeld aan Suriname, maar ook aan bredere transnationale geschiedenissen van migratie en herinnering.
Ook waren er bijzondere symbolen aanwezig die een nieuwe betekenis kregen bij de herdenkingsmars in Den Haag rond 150 jaar immigratie. In samenwerking met de Trinidadiaans-Amerikaanse kunstenares Renluka Maharaj werden vlaggen ingezet met namen van verzetsstrijders op de plantages.
Henna als symbool van verbinding en de orhni-stof als symbool van solidariteit werden eveneens gebruikt onder leiding van Anima Jhagroe-Ruissen in nieuwe hedendaagse rituelen. Dit laat ook zien dat symboliek volop in ontwikkeling is en dat onze verhalen leven in allerlei vormen die de grenzen van natiestaten overstijgen.
Vooruitblik op nieuwe herdenkingen
De cultuur van herdenken is internationaal volop in beweging, zo ook in Suriname. De organisatoren wezen erop dat het tiende jaar van het Tetary-monument in 2017 op bijzondere wijze zal worden herdacht.
Er bestaan plannen voor een grotere herdenkingsmars en aanvullende culturele activiteiten. Daarmee willen betrokken organisaties niet alleen stilstaan bij het verleden, maar ook jongeren betrekken bij gesprekken over historische rechtvaardigheid en collectief geheugen. De verwachting is dat deze activiteiten opnieuw zullen bijdragen aan een bredere publieke discussie over erfgoed en identiteit.
De actualiteit van Tetary's boodschap
De vrouwen van toen waren niet alleen slachtoffers van het plantagesysteem. Zij werkten op de velden, droegen zorg voor kinderen en hun gemeenschappen, hielden religieuze en culturele praktijken in stand, onderhandelden, klaagden aan, weigerden, vluchtten en kwamen in opstand. Verzet kent vele vormen en het verzet van vrouwen uit onze gemeenschappen gaat nog altijd door.
De herdenking riep ook actuele vragen op. Welke vormen van ongelijkheid bestaan vandaag nog? Hoe kunnen gemeenschappen elkaar ondersteunen in hun streven naar rechtvaardigheid? Hoe zorgen we ervoor dat verhalen van vrouwen niet opnieuw naar de achtergrond verdwijnen?
Ten slotte: hoe kunnen wij hedendaagse vrouwen blijven ondersteunen in hun strijd? Voorbeelden hiervan zijn vrouwen als Tanya Sitaram (Suriname), Pravini Baboeram (Nederland), Angelique Palmtak (Suriname), Jupta Itoewaki (Suriname) en Sharmaine Morina (Suriname).
Waarom haar verhaal blijft voortleven
De bijeenkomst in het Lalla Rookh Museum maakte duidelijk dat herdenken meer is dan het vastleggen van feiten. Het is ook een proces waarin gemeenschappen betekenis geven aan hun verleden en bepalen welke waarden zij willen doorgeven.
Door Tetary te herinneren, worden niet alleen de gebeurtenissen van 1884 herdacht, maar ook de idealen waarvoor zij stond: menselijke waardigheid, wederzijdse zorg en verzet tegen onrecht. Juist daarom blijft haar naam resoneren binnen het Surinaamse maatschappelijke en culturele leven.
Met de groeiende aandacht voor vrouwelijke verzetsstrijders krijgt de nationale geschiedenis een rijker en inclusiever karakter. De verhalen van Tetary en vele anderen maken zichtbaar dat maatschappelijke verandering vaak tot stand kwam dankzij mensen die lange tijd buiten de schijnwerpers bleven.
Hun ervaringen verrijken het begrip van het verleden en bieden inspiratie voor de toekomst. De herdenking van 2026 benadrukte dat deze verhalen niet alleen behouden moeten blijven, maar ook actief moeten worden doorgegeven aan volgende generaties.
De rubriek 'Cultureel Erfgoed van Naks' verschijnt op elke eerste woensdag van de maand.
Redactie: Jerry Dewnarain
Vaste medewerkers: Rachel Gefferie, Peter Sanches, Corine Spoor, Siegmien Staphorst
Layout: DWT