Naks Logo

'Het Winti-lied': onuitwisbare sporen uit West-Afrika

'Het Winti-lied': onuitwisbare sporen uit West-Afrika

Het Winti lied
Published by: on October 07, 2026

'Het Winti-lied': onuitwisbare sporen uit West-Afrika":

woensdag 7 oktober / donderdag 8 oktober 2026 DWT A7
Een historische en etymologische verkenning van de sacrale gezangen van de winti bij de stedeling (Paramaribo en omgeving) en het district Para Herman Snijders (1953) overleed in 2021, maar liet ons een onnavolgbare studie na die van grote waarde is voor Suriname en de wetenschap. Snijders was vooral bekend en werd gewaardeerd als musicus, componist, arrangeur en dirigent, waarvoor hij tijdens de door Naks gehouden presentatie van dit boek op 18 december 2025 ook werd gememoreerd. Daarvoor werd hij in 2023 postuum tot Naks Sranan Icoon benoemd.

TEKST: HARROLD SULBING Het boek van Snijders, 'Het Winti-lied', uitgegeven door LM Publishers in 2025. Onder begeleiding van Peter Sanches en met intensieve ondersteuning van Naks, dat zich in toenemende mate ten doel stelt onderzoek naar immaterieel erfgoed te stimuleren, is een bijzondere nalatenschap. Het demonstreert de veelzijdigheid en passie van de schrijver. Hij nam geen genoegen met oppervlakkige taalkundige gelijkenissen, die hij onder de noemer "raadseltjeswetenschap" afdeed, maar zocht steeds naar diepgang in etymologisch onderzoek.

Een etymologische schatkist voor Suriname Snijders' nalatenschap is uitzonderlijk, essentieel en volledig in lijn met wat Rachel Gefferie verwoordde als de sleutel tot erfgoedbehoud. Het levenswerk van Snijders richt zich niet op westerse muziek, waarvoor hij grote bekendheid verwierf, maar op een grondige analyse van West-Afrikaanse begrippen die kenmerkend zijn voor de rijkdom van de creoolse talen in Suriname: Sranan, Ndyuka en Saamaka.


Hij geeft nadrukkelijk aan met deze publicatie een breder spectrum te willen bestrijken dan alleen de historische en etymologische verkenning van enkele sacrale gezangen uit de winti. Inderdaad besteedt Herman aandacht aan allerhande onderwerpen die raakvlakken hebben met de Afro-Surinaamse culturen. Terecht noemt Peter Sanches dit werk een etymologische schatkist, een monument van kennis en een parel binnen het culturele erfgoed van Suriname.


De indeling van het boek Het uitvoerige werk (960 pagina's), dat tot stand kwam na meer dan 25 jaar onderzoek, verraadt de degelijkheid en tomeloze bezieling waarvan de auteur was vervuld. In de ruime inleiding en de zeven hoofdstukken, gevolgd door een epiloog en diverse bijlagen, waaronder een glossarium (woordenlijst), een lijst van 189 winti-liederen en -spelen die ter sprake komen en een uitgebreide bibliografie met 43 relevante woordenboeken, wordt de lezer meegenomen in een indrukwekkende studie.


Een bijzondere bijlage bij hoofdstuk 4 over de banya vormt een overzicht van de aanvragen voor vergunningen voor baljaarpartijen en andere muziekuitvoeringen door vrije bewoners van Suriname tussen 1825 en 1850. De omslag wordt aan de voorzijde gesierd door twee afgebeelde banjo's, waaronder een door John Gabriel Stedman verzameld instrument dat omstreeks 1770 door een slaaf werd gemaakt. Op de achterkaft zijn een kwakwa-bangi en een portretfoto van de auteur afgebeeld.


Onderzoeksmethode, bronnen en inhoudelijke reikwijdte De doelen van het boek worden in de inleiding uitgebreid verwoord, maar Snijders geeft ook de beperkingen en uitdagingen aan. Hij verklaart waarom uitsluitend gekozen is voor het winti-liedrepertoire van de stedeling en de Paranen. De beperkte toegankelijkheid tot bronnen en informanten uit marrongemeenschappen is een belangrijk facet.


Hij duidt aan hoe tijd, plaats en omstandigheden de diversiteit aan Afro-Amerikaanse goden vereringen hebben doen ontstaan, maar dat West-Afrika (Senegola) onbetwistbaar het herkomstgebied is.

Nadat in hoofdstuk 1 een historische verkenning is gepresenteerd, waarin de invloed van de plantage-economie en de demografie op de ontstane verscheidenheid in de ontwikkeling en beleving van de winti aan bod komt, geeft de auteur in hoofdstuk 2 een overzicht van de winti pantheons. Hij concludeert dat de culturele dominantie van de Kromanti-slaven, boven de Luagu- en Papa-slaven die de Afro-Surinaamse cultuur domineren, waarschijnlijk ook is gevoed door hun natuurlijke onverschrokkenheid en assertiviteit.


In hoofdstuk 3 worden de winti-liederen van stedelingen en Paranen behorend bij de vier pantheons taalkundig geanalyseerd. Herman geeft daarbij aan dat naast de liedteksten, kennis van het drummen, speelcodes en kleding belangrijke aspecten zijn.

Hoofdstuk 4 focust op liederen en spelen die horen bij de voorouderverering: banya, kanga, susa, sokopsalm, anansitori, kriorodronen laku. Ook de Duen lobisingi komen aan de orde, maar ruime aandacht wordt ook besteed – hoe kan het anders – aan het instrumentarium dat in de diverse ensembles wordt gebruikt. Hij schenkt tevens aandacht aan yorka en kabraprey en fyofyo.


De rituele trommen agida, apinti en watra agida worden in hoofdstuk 5 uitvoerig besproken, terwijl hoofdstuk 6 zich richt op kawinamuziek als winti-poku. Het laatste hoofdstuk 7 wijdt hij aan "inlandse" muziek, waarbij winti-poku wordt gespeeld met westerse instrumenten.

De auteur beschrijft het ontstaan van de diverse muziekkorpsen van de gewapende machten en van de muziekensembles in de leprozerieën. De academische waarde van dit werk wordt significant vergroot vanwege het groot aantal primaire en secundaire bronnen die zijn gebruikt.

In de hele studie worden zowel historische eurocentrische visies als standpunten van Surinaamse schrijvers over winti, zoals Charles Wooding, Henri Stephen, Aleks de Drie, Louis Blaaspijp, Julien Zaalman en anderen besproken en tegen elkaar afgezet.


Het is jammer dat de auteur het werk van Harold Jap-A-Joe, 'Kruis en Kalebas', niet heeft gekend. Ook vergelijkt de auteur Afro-Amerikaanse liederen en gebruiken, zoals Santeria, Vodoo, Candoble en uitingen in Guyana, Curaçao, de Verenigde Staten van Amerika, Trinidad en Tobago en Colombia met winti en hij concludeert dat we niet moeten denken dat Suriname uniek is.


Het glossarium als hart van het boek Het glossarium bewijst de West-Afrikaanse bronnen. Het is een alfabetische woordenlijst met ruim zeventienhonderd trefwoorden. Deze woordenlijst vormt eigenlijk de ziel van het boek.


Bovendien is de lijst van onschatbare waarde, omdat die een synthese is van studies en waarnemingen uit diverse bronnen, waaronder woordenlijsten en woordenboeken van talen zoals Hausa, Laadi, Yombe, Twi, Yoruba, Fante, Fon, Edo, Bobangi, Bembe, Yaka, Efik, Kikongo, Mandinka et cetera. De West-Afrikaanse herkomst van heel veel woorden in het Sranan, Ndyuka en Saamaka wordt vaak onderschat.


Snijders toont aan dat het geheugen aan West-Afrika, het gebied tussen Senegal in het noorden en Angola in het zuiden (zie bijgevoegde kaart van Afrika), ondubbelzinnig is terug te vinden in de Afro-Surinaamse talen. Ondanks systematische onderdrukking, ontmenselijking, discriminatie en vernederingen ten tijde van de slavernij en daarna, werden vele begrippen bewaard, gekoesterd en actief toegepast.


Vele bekende woorden, die overigens niet per se winti-geassocieerd zijn, komen in zijn woordenlijst voor. Enkele voorbeelden zijn: • kula (Saamaka en Ndyuka) uit het Kikongo, kula (vooruit duwen); • kumba (in Sranan) uit Bembe, Fiote en Yaka, nkumba en mukumba (navel of navelbreuk); • koo (schildpad in Ndyuka) uit Ewe: klo (schildpad); • abani (schurk in Sranan) uit Ewe en Ga: agbali en agbani (hoofddier); • anda (Sranan), uit Fiote, anda (afmeting); • angisa (Sranan), uit Twi ahin-asa (driehoek) en uit Efik ankisi (hoofddoek); • anu (Sranan) uit Hausa, hannu (hand); • dodo (Sranan), uit Ewe en Fon, do (slapen); • dosu (Sranan) uit Ewe, Fon en Mina (kind of jongen geboren na een tweeling).




West-Afrikaanse wortels met Afro-Surinaamse talen Snijders toont met deze studie aan dat vele begrippen hun herkomst niet uitsluitend hebben in de talen die in het gebied van het huidige Ghana worden gesproken, maar verspreid over geheel West-Afrika, van Senegal tot Angola. Een mooi voorbeeld is het woord malembelembe, dat zowel in het Saamaka als in het Ndyuka wordt gebruikt voor uma aneysi wiri (Sranan). Precies dezelfde benaming wordt gebruikt in de talen Babongo, Kikongo en Vili, die worden gesproken in Kongo, Gabon en Angola.


Een afrekening met het Ghana-centrisme De auteur veegt met dit boek diverse mythen van tafel, waaronder het vermeende Ghana-centrisme. Voor de auteur is dit een uitgesproken misvatting die hij zelfs als een fundamenteel misverstand bestempelt. Met behulp van diverse voorbeelden en analyses wijst hij erop dat Ghana ten onrechte vaak als het belangrijkste herkomstland wordt aangeduid. Hij noemt verschillende factoren die aan dit misverstand hebben bijgedragen. Zo verwijst hij onder meer naar het bezoek in 1970 van de vier granmans – de marronopperhoofden Agbago Abioikoni (Saramakaners), Gazon Matodja (Akaners), Alfred Johannes Aboné (Matawai en Cornelis Zacharias Forster (Paramakaners)) – aan Ghana, Togo, Benin en Nigeria. Echter, in de volksmond spreekt men volgens Herman vooral over het bezoek van de granmans aan Ghana.


Daarnaast verwijst hij naar het bezoek van toenmalig legerleider Desi Bouterse aan Ghana in 1990 en naar de documentaire 'Katibo Yeye' van Frank Zichem uit 2003. Daarin volgt Clarence Breeveld op indrukwekkende wijze de slavenroute vanaf Fort Elmina naar Suriname, met als hoogtepunt de ontmoeting tussen de meegereisde Ghanees Stephen Korsah en een bewoner van Adawai aan de Boven-Suriname, die hem in het Kromanti welkom heet. Snijders wijst tevens op de bijzondere aandacht die in het Nederlandse cultuurbeleid aan Ghana als herkomstland wordt besteed, mede vanwege de meer dan driehonderd jaar bestaande handelsbetrekkingen.


Waarom Ghana zo'n prominente plaats inneemt Naks heeft aan dit onderwerp een discussieavond op 25 februari 2026 gewijd, waarbij panelleden en deelnemers zich hebben gebogen over de historische en culturele betekenis van Ghana. Uit deze interessante discussie bleek inderdaad een sterke verbondenheid met Ghana. Daarnaast werd opgemerkt dat Ghana zich sinds zijn onafhankelijkheid in 1957, als eerste West-Afrikaanse land, sterk heeft ingezet voor het panafrikanisme. Het land werd sindsdien, vooral door Afro-Amerikanen, gezien als het centrum van de 'terug-naar-Afrika'-beweging. Mogelijk speelde ook de Engelse taal hierbij een rol, in vergelijking met de voornamelijk Franstalige West-Afrikaanse landen.


Echter, een wezenlijk aspect is het consistente beleid van Ghana om Afrikanen in de diaspora aan te trekken via veelal emotioneel geladen diaspora-toerisme, zoals rond de bekende 'Door of No Return'. Ook op het gebied van hoger onderwijs heeft Ghana steeds gestreefd naar hechte samenwerking met onderwijsinstellingen in de Verenigde Staten en het Caribisch Gebied. Op 13 mei 2026 heeft de Anton de Kom Universiteit van Suriname nog een intentieverklaring ondertekend met de University of Ghana, gericht op het beschikbaar stellen van studiebeurzen.


Inter-Afrikaans syncretisme en de vorming van winti Het inter-Afrikaanse syncretisme waarop Snijders met nadruk wijst, is van groot belang voor het begrip van de herkomstgebieden. Het historische en etymologische onderzoek toont aan dat wat in Suriname bekendstaat als winti, het resultaat is van een versmelting van diverse West-Afrikaanse religieuze praktijken. Het gaat daarbij niet om het syncretisme dat bekend is uit Brazilië en Cuba, waar Afrikaanse religieuze tradities zich vermengden met het rooms-katholicisme, maar om een ontwikkeling binnen de West-Afrikaanse culturele milieus op de plantages en in het binnenland bij de marrons.


Afhankelijk van tijd, plaats en omstandigheden kreeg de nieuwe Afro-Surinaamse wintireligie haar vorm. Deze ontwikkeling voltrok zich uiteraard niet van de ene op de andere dag, maar was het resultaat van een langdurige machtsstrijd en culturele dominantie. Daarbij vervulden de Kromanti-mensen uit Ghana een leidinggevende en dominante rol naast de Luango- en Papa-slaven uit Kongo en Angola.


Opvallend is dat er relatief weinig elementen zijn terug te vinden uit het bovenwindse deel van West-Afrika, zoals Senegal, Sierra Leone en Ivoorkust.


Etymologie van het woord 'bakra' Het begrip 'bakra', dat sinds enkele jaren door grote delen van de Afro-Surinaamse gemeenschap, vooral in de diaspora, wordt vermeden, wordt door Herman nadrukkelijk verdedigd. Met diverse voorbeelden weerlegt hij de opvatting dat bakra iets te maken zou hebben met 'de baas van de kra'. Hij wijst erop dat in het Efik, een taal die wordt gesproken in delen van Nigeria en Kameroen, het begrip mbakara voorkomt, dat Europeaan of blanke betekent. Herman levert meerdere historische bewijzen waaruit blijkt dat het een misvatting is om het woord te interpreteren als een verwijzing naar de superioriteit van de blanke meester van je kra.


Verder onderzoek Tot slot is het noodzakelijk op te merken dat dit boek tal van nieuwe elementen aandraagt die door jonge onderzoekers en academici nader kunnen en zouden moeten worden onderzocht en uitgediept. Snijders biedt een scala aan fundamentele informatie, waarvan hij zelf in zijn epiloog aangeeft dat deze moet worden gedeeld, besproken, betwist en aangevuld.

De rubriek 'Cultureel Erfgoed van Naks' verschijnt op elke eerste woensdag van de maand.
Redactie: Jerry Dewnarain
Vaste medewerkers: Rachel Gefferie, Peter Sanches, Corine Spoor, Siegmien Staphorst
Layout: DWT
NAKS – ORGANISATIE VOOR GEMEENSCHAPSWERK

NAKS Suriname 2026

Design and Development by Namidi NV