De Surinaamse samenleving wordt getekend door een slavernijverleden, maar de nalatenschap van contractarbeiders is ongetwijfeld ook van grote invloed op de vorming van ons land geweest. Dit artikel zal inzoomen op de bijdrage van Chinees-creoolse families die een actieve rol hebben gespeeld binnen de vakgroep van goudsmeden in Suriname.
De komst van de eerste, voornamelijk vrijgezelle, Chinese contractarbeiders rond 1850 leidde tot een toename van Chinees-creoolse gezinnen. De Chinese contractarbeiders maakten zich verdienstelijk niet alleen op de plantage, maar vooral ook in de handel. Met het toenemen van de goudkoorts in 1876 zagen zij de mogelijkheid om de kunst van het goudsmeden (die deel was van hun culturele kennis) ook actief te beoefenen.
Het verhaal van Chinees-creoolse goudsmeden is er één dat onlosmakelijk is verbonden met het beeld van Chinees-creoolse gezinnen in vooral Paramaribo. Geschreven bronnen bieden weinig inzicht in het reilen en zeilen binnen deze gezinnen. Juist omdat hun bijdrage in de creoolse cultuur vaak wordt onderschat, vond ik het nodig om meer inzicht te krijgen in hun verhaal. Een Chinees-creoolse goudsmid familie is de familie Uiterloo, eigenaren van het welbekende Atelier Doré. Ik had het genoegen een aangenaam en vooral open gesprek te hebben met Henk Uiterloo, zoon van één van de bekendste Chinees-creoolse goudsmeden van zijn tijd, Doremus Hendrik Uiterloo.
In mijn gesprek met Henk kwamen de namen van welbekende Chinees-creoolse goudsmeden voorbij, zoals Chin A Sen, Lie Fo Sjoe en Horb. Met een vleugje humor en een ondeugende grijns vertelt Henk dat de vrijgezelle Chinese contractarbeiders vooral vanuit het plantageleven in contact kwamen met de Creoolse vrouwen. Bij gebrek aan een Chinese gezellin kozen sommigen voor een Creoolse vrouw met wie zij een gezin stichtten.
De Chinese man die de fijne kunst van het goudsmeden beheerste, zorgde er met strakke hand voor dat zijn zonen, vaak geboren uit een Creoolse moeder, ook werden opgeleid in dit vak. So ontstond dus het verschijnsel van Chinees-creoolse families van goudsmeden. Het verhaal van goudsmid Doremus biedt u als lezer een korte glimp in het leven van zo een Chinees-creoolse 'goudsmid' gezin.
Hij was een man met passie en visie voor zijn vak Bij zijn klanten stond hij bekend als meneer Doré. De meest vertrouwde klanten zeiden liefkozend 'oom Doré'. Het verhaal begint met tragedie, maar gelukkig, het eindigt met een voorspoedige toekomst. Als negenjarig jongetje raakte hij eerst zijn broer en daarna zijn moeder kwijt. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Die keerde terug naar China toen Doremus slechts twee jaar oud was.
Op tienjarige leeftijd kwam hij, vanwege zijn voorrecht als half-Chinees, terecht in huis bij een Chinese goudsmid. Die leerde hem het vak van goud smeden. Op dertienjarige leeftijd was hij al volwas goudsmid en in 1955 zette hij zijn eigen goud- en zilversmederij Doré op aan de Zwartenhovenbrugstraat nummer 100, dichtbij Kwakoe.
Henk vertelt dat hij niet slechts het goudsmeden aanleerde, maar vooral ook de culinaire geheimen van de Chinese keuken. Koken en leren smeden gingen hand in hand. Doremus nam zijn vak als goudsmid heel serieus. Elke dag fietste hij vanaf de Prinsessestraat richting Zwartenhovenbrugstraat naar zijn werkplaats.
Zijn werkdag begon klokslag acht uur 's morgens. Aangekomen in de werkplaats ging zijn keurig gesteven en gestreken overhemd van zijn lijf en positioneerde hij zich in zijn onderhemd aan zijn unieke vierdelige werktafel.
De werkplaats was een sociale hub voor klanten en vrienden Terwijl Henk heel geestig vertelt over het dagelijkse reilen en zeilen in de werkplaats, vormt zich voor mijn ogen het beeld van een gezellige, ongedwongen en amicale sfeer. De grote vierkante werktafel bestaande uit vier zit- en werkplekken domineerde de ruimte. Doremus had die speciaal laten halen uit het buitenland. De werktafel moest de saamhorigheid tussen hem, zijn klanten en regelmatige stukwerkers bevorderen. Niet alleen saamhorigheid voerde de boventoon, ook de compassie voor klanten met een minder diepe beurs (mofinawan) was onderdeel van de klantenservice.
Doremus had klanten van verschillende stand. Moesje van onder de markt die voor haar pasgeboren kleinzoon een sieraad liet maken tot de premier die hem als zijn vaste juwelier beschouwde. Hele generaties hadden hem als hun vaste goudsmid met als gevolg dat hij bij het ontwerpen van een sieraad betrokken werd bij het verhaal, behorende bij dat betreffende sieraad.
Familieproblemen, vieringen, behoeften voor spirituele versterking van het eigen ik, hoogtepunten, alles werd in vertrouwen verteld aan goudsmid Doré. De werkplaats diende daarom ook als een plek voor advies en emotionele therapie voor de klant. Het medeleven van Doré reikte zover dat hij weleens een klant kwijtschelding gaf van de betalingsplicht.
In termijnen afbetalen van een sieraad was een privilege voor zijn vaste klanten. En dat deze soms eigendunkelijk de wijze bepaalden waarop ze hun schuld inlosten blijkt uit het verhaal van Henk over één van de trouwe mofinaklanten die haar schuld bij oom Doré vereffende met een zak vol met manja's. Niet vreemd dus dat hij ook wel de mofina gowtusmeti werd genoemd. Wat mij vooral amuseerde was het verhaal over de vrienden van Doremus. Elke dag vergezelde een vaste groep vrienden Doremus in zijn werkplaats. Henk noemt namen zoals Freddie Stadwijk en Ewald de Vries. Die verhoogden de werksfeer met zeer geanimeerde tori's.
Henk vertelt van de kropatu (koolpot) in de werkplaats aan de Zwartenhovenbrugstraat. Samen met zijn vrienden werden de meest verrukkelijke gerechten bereid. Chinese gerechten waren zijn specialiteit. Doremus verhuist van werkplek en moet uiteindelijk overdragen In 1981 verhuisde Doremus zijn werkplek naar de Prinsessestraat 35. Dit is waar het huidige Atelier Doré is gevestigd. Nieuwsgierig vroeg ik aan Henk of zijn vader de wens had dat zijn zonen—hij had er vier—eens de smederij zouden overnemen. Het antwoord was een ferme "neen".
Henk legt uit dat het de nadrukkelijke wens van zijn vader was dat zijn zonen zouden studeren in plaats van goudsmid te worden. Dat zijn opgroeiende jongens wel de kneepjes van het goudsmeden moesten kennen, bleef een vereiste. Dus werden Henk en zijn broers elke zaterdag verplicht om, beurtelings, papa Doré te assisteren in de werkplaats. Hun taken: schoonvegen van de werkplaats, leren solderen, polijsten, vijlen, enzovoorts. Doremus was een steengoede tekenaar, één van de onmisbare kwaliteiten van een klasse goudsmid. Het beheersen van belangrijke vaardigheden zoals nauwkeurig kunnen construeren, uitgebreide materiaalkennis hebben, integer zijn en een vaste technische hand hebben plaatste hem in de kleine elite groep van befaamde creoolse goudsmeden.
Actieve participatie binnen de ordening van de goudsector De jaren zestig van de vorige eeuw stonden in het teken van een verontrustende toename van onethische handelingen met het goud. Enkele goudsmeden schroomden niet om hun gouden sieraden aan te prijzen voor een hogere karatage dan die in werkelijkheid waren. De aanwezigheid van kwik in het goudverwerkingsproces was zorgwekkend en de criminaliteit rondom goud was schrikbarend.
De roep voor wet- en regelgeving werd luider en op initiatief van enkele goudsmeden werd toen de Sebo (Surinaamse Edelmetaal Bewerkingsorganisatie) in 1958 opgericht. De voornaamste taak van deze organisatie: de ordening van de sector. Doremus was één van de medeoprichters.
Er werd een zeer nauwkeurige administratie op na gehouden met als gevolg een schat aan documenten over onder meer prijsontwikkelingen en distributie van goud, verkoopbonnen, lijsten van goudsmeden en opkoop van goud tot en met de periode 1980.
De revolutionaire intrede van zilver en internationale bekendheid Vanwege gezondheidsredenen was Doremus genoodzaakt zijn werk als goudsmid te minderen. Met het overnemen door zijn schoondochter Judith, samen met haar echtgenoot Henk, werd de smederij behoed voor verval. De gerenommeerde en bevriende goudsmeden van Doremus werden haar leermeesters.
Echter, Judith en Henk hadden weinig interesse in het monotoon ontwerpen van traditionele en alledaagse sieraden. Judith's achtergrond als onderwijzeres bracht een verrassende, maar zeer welkome verandering in de zaak. Ze introduceerden zeer gedurfde nieuwe ontwerpen en vervingen het gebruik van goud als het meest geliefde materiaal met zilver. Mensen fronsten de wenkbrauwen. Immers, zilver was voor kulturu nanga yeye fanowdu.
De nieuwe ontwerpen waren niet gepolijst, ruw aan de randen en vreemd genoeg toch elegant. Hun motto was "imperfectie is perfectie". De goudsmid-vrienden van Doremus hadden er geen waardering voor. Gelukkig, zag hij wel de potentie in de vernieuwing en na deelname in 2004 aan een fashionshow van wereldformaat op Jamaica, werden de ondergewaardeerde zilveren ontwerpen plotseling gezien als hoogwaardige kunst.
De gedurfde sieraden werden deel van een levensstijl, een onmisbaar deel voor het complementeren van eigenzinnige modeontwerpen. Goudsmid Doré werd Atelier Doré en geniet sindsdien ongekende internationale bekendheid wereldwijd.
Overname door de jongere generatie blijft een uitdaging En terwijl Henk vol enthousiasme vertelt over de geboekte successen, leg ik onbewust een domper daarop. Mijn vraag "Zal één van jouw kinderen binnenkort de zaak overnemen?" brengt een schaduw van bezorgdheid over zijn gelaat. Even is hij stil. Dan, met een zucht: "Overdragen is de grootste moeilijkheid voor de creoolse goudsmid. De kinderen zijn vaak niet geïnteresseerd in het vak, waardoor de vader ook niet kan overdragen. Hetzelfde geldt ook bij ons. Onze kinderen hebben totaal andere interesses."
Maar dan klaart zijn gezicht op. Gelukkig! Met hernieuwd enthousiasme kondigt hij aan: "Daarom het idee van het goudmuseum!" Sinds kort hebben Judith en Henk in nauwe samenwerking met deskundigen en historici de Stichting Surinaams Goudmuseum El Dorado opgericht. Het doel: het verhaal van het goud van Suriname en de Surinaamse goudsmeden documenteren, conserveren en delen met het publiek. Trainingen, rondleidingen, permanente exposities moeten bijdragen aan het behouden, overdragen en verder ontwikkelen van het vak van de traditionele goudsmid.
Ik raak enthousiast van dit plan en kijk reikhalzend uit naar de opening van dit museum. Het doet mij goed om te weten dat de verhalen van met name de Chinees-creoolse goudsmeden niet verloren zullen gaan.