Naks Logo

Het verhaal van goud - deel 1

Het verhaal van goud - deel 1

Christine in koto, met om de hals  sieraden gemaakt van goud en kralen. Erfstukken van haar moeder en groot moeder. [Foto: Martine Klein]
Published by: on June 02, 2022

Gowtu’e bari, pengelenge, pangalanga (2x) Gowtu man kmop’ a busi tidé Gowtu’e bari, pengelenge, pangalanga. De bovenstaande tekst verwijst naar een bekend Surinaams lied dat vertelt over goudzoekers in Suriname in de periode na de afschaffing van de slavernij. Mannen die het woeste, vaak on doordringbare Surinaamse oerwoud trotseer den, op zoek naar goud. Goud dat hen geluk moest brengen en rijk zou maken. Genoeg goud vinden, veel geld verdienen en nooit meer hard werken. Dat is wat de goudkoorts dreef.

\

Creoolse sieraden

Een interview met Christine van Russel-Henar

Goud in Suriname

Goud is meer dan Eldorado en kwik. Goud is de personificatie van status. Het is ook het verhaal hoe goud door de artistieke handen van de goudsmid verandert in prachtige sieraden.

In dit artikel ga ik op zoek naar het verhaal van gouden sieraden, die populair zijn bij de creoolse vrouw. De nazaat van trotse kotomisi die vanaf 1880 het straatbeeld van Paramaribo opfleurde met haar kleurige koto en overvloedige gouden, zilveren en kralen sieraden. Het boek ‘Ma Kankantri’ van Henri François Rikken geeft een zeer gedetailleerde beschrijving van sommige van deze sieraden.

In een luchtig en openhartig gesprek vertelt Christine van Russel-Henar, eigenares en curator van het enige Kotomuseum in Paramaribo, mij meer over deze sieraden.

In gesprek met Christine van Russel-Henar

Christine: Bij een du in 1845 zien we al dat de slavinnen met kettingen werden behangen. Die konden zijn gemaakt van pitten, van geslepen schelpen of van kralen. In de periode tot zeker na de afschaffing van de slavernij zien we veel kettingen, armbanden en voetbanden, vooral gemaakt van touw of draad met daaraan geregen pitten, schelpen, steentjes, papa moni-schelpen (cauris schelpen). De papa moni-schelpen werden in Dahomey, een streek in West-Afrika, als betaalmiddel gebruikt. We zien kroren (kornalijnen), granaki (granaten), bloedkoralen (brudukrara) en kleine platte stukjes geslepen schelpen (arwepi). Die waren de favoriete sieraden. Tot heden zijn sommige van deze sieraden nog steeds erg geliefd bij de creoolse vrouw.

Ik vertel Christine over het gedeelte in het boek ‘Ma Kankantri’ waarbij wordt beschreven hoe de misi haar mooiste slavinnen behing met de kostbaarste sieraden en vraag haar wat zij zelf hiervan vindt.

Christine: “Ik hou ervan als het gaat over de geschiedenis van de creoolse vrouw, de kotomisi en haar vertellingen. Het is heel belangrijk om het boek te beoordelen vanuit die tijdgeest. Het behangen door de meesteressen moeten we plaatsen tegen de achtergrond van bijzondere feestelijkheden waarbij de tot slaaf gemaakte vrouwen de gelegenheid hadden om te pronken met hun eigen creaties.

In het verhaal van ‘Ma Kankantri’ worden deze zelfgemaakte sieraden ook tot in detail beschreven. Ze bedachten hun eigen prodo en daar ben ik trots op. De Europese vrouw droeg geen buikkettingen of voetbanden, althans niet zoals de kotomisi die droeg. Verder is het bekend dat de kotomisi voor sommige gelegenheden ook kettingen van de misi droeg. Zo werd de weelde van de misi tentoongesteld.”

Op mijn vraag waar haar liefde voor sieraden vandaan komt, vertelt ze mij het volgende.

Christine: “Mijn moeder is mijn voorbeeldfiguur. Bewust of onbewust heb ik heel veel van haar overgenomen. Haar liefde zat vooral in kettingen gemaakt van kralen, zoals een snoer van ogri-ay krara (zwarte granaki). Ik denk bijvoorbeeld aan haar tap’ tapu die nog van haar grootmoeder was en die ik nu ook heb. Zo ook haar ogri-ay keti.

De ogri-ay krara-ketting draag ik vooral als ik in koto gekleed ga. Het beschermt tegen ogri-ay (het boze oog).

De armbanden en oorringen van mijn moeder waren veelal van goud. Mijn materiaalkeuze voor mijn sieraden is ook vooral goud en het liefst zoveel mogelijk de oude modellen waarin de gowtu peri (abiya peri; spanspeki) terug te vinden is. Zo ook komkomro siri of de pipit.

De mattenklopper ring is een typisch creools sieraad met de mattenklopper als symbool voor vriendschap en liefde. Het is een oud-West-Afrikaans symbool en staat bekend als de Dagi-knoop. Het symboliseert de directe verbinding met God. Je ziet de mattenklopper ook als één van de eerste ringen die werden gemaakt van goud of zilver. Je zag het teken toen ook verwerkt in een ketting gemaakt van draad of touw. Tegenwoordig is de mattenklopper ook verwerkt in onder meer oorbellen en in de alakondre-ketting.

De pipit is ook zo typisch creools. Het is een zeer belangrijk symbool dat in veel sieraden wordt verwerkt. Het symboliseert het stukje geboortegrond. Het komt uit de aarde en het is een stukje aarde dat je met je meedraagt.

En dan heb je nog de kettingen en oorbellen van de peri (kraal) in goud, onder meer de abiya peri en spanspeki. De armbanden in zilver en goud zijn alom bekend. Deze zijn geïnspireerd door de Hindostaanse contractarbeiders. De alakondre-ketting is ook een duidelijk voorbeeld van een samensmelting van de overige culturen in Suriname.

De betekenis van de symbolen is spiritueel-religieus (wintireligie) en geïnspireerd door een andere cultuur. Bijvoorbeeld de hoofdtooi van een inheemse, de dri futu patu, de draytiki in de ketting, de owru en zo kun je nog een heleboel noemen. Ik vind het mooi om in de betekenis van de sieraden een eenwording van ons als Surinamers te zien.

En natuurlijk mogen we de powisi-oorbellen niet vergeten. Ook deze symboliseren status en hebben een verband met goud. Namelijk, de powisi die bekend staat om het pikken van alles dat blinkt. Dus ook goud. Het was daarom de favoriete vogel die door menig goudzoeker werd gebruikt om goud te smokkelen.”

Ik vroeg mij af of het wel terecht is om te spreken van typische creoolse sieraden.

Christine: “De creoolse vrouwen ontwikkelden hun eigen stijl. Het begon vooral bij de kotodragers rond eind negentiende eeuw. Zoals ze heel creatief waren in het ontwerpen van hun koto, zo creatief waren ze ook met hun sieraden.

De lengte van de ketting bij de kotodragers was toen zeker twee meter lang. En dat niet alleen in kralen maar ook in goud. Ze plaatsten symbolen in hun kettingen met figuurtjes als komkomro siri, pipit. Tegenwoordig noemt men zo een ketting een alakondre keti. En dit zag je nergens anders dan bij de creolen.

Ze waren steengoede ontwerpers. Van de goudsmid werd verwacht dat die de ontwerpen volgens de nauwkeurige instructies van de vrouwen tot leven bracht.

Ik denk dat veel van de sieraden vooral ook zijn ontstaan vanuit hun religieus-spirituele belevingen. De verschillende modellen werden onder meer gedroomd. Vooral sieraden die moesten worden gemaakt voor de kra (de ziel) of de yeye (spirituele gidsen) die de kra ondersteunen.”

Christine vertelt mij ook een zeer animerend verhaal over sieraden gemaakt van kralen, zaden en steentjes. Deze schijnen verband te hebben met odo. Dit verhaal heeft u als lezer nog tegoed bij mij.

En dan sluiten wij het gesprek af met de vraag:

“Hoe belangrijk was goud voor de creoolse vrouw en hoe belangrijk is het nu nog?”

Christine: “Vandaag de dag zijn goud en zilver zeer belangrijk geworden. In bepaalde delen van Afrika was goud het symbool van rijkdom. Ik denk dat het ook van kracht is binnen onze cultuur. Goud straalt kracht uit. Het is ook sterk verbonden met de winticultuur. Het komt uit de aarde en het laat je rijkdom zien. Een rijkdom die niet op je bankrekening zichtbaar is, maar wel vanuit je “kra” het bezit van welgesteld zijn bekrachtigt.

De gouden sieraden worden ook als investering gebruikt. In moeilijke tijden worden ze naar het pandhuis gebracht voor belening. Naderhand worden deze weer keurig afbetaald. Het bezitten van gouden sieraden wordt dus gezien als een soort van zekerheid voor de toekomst in geval van financiële nood.”

Voor meer informatie bezoekt u het Koto-museum, maar neemt u ook een duik in het EU-FRIE Naks Documentatiecentrum voor de Afro-Surinaamse cultuur. Beide plekken zijn alleszins een bezoek waard.

De du was in de slaventijd een bijzondere zang-, dans- en toneelopvoering. Maar ook de organisaties, de gezelschappen die de culturele activiteiten uitvoerden, werden du genoemd.

NAKS Suriname 2026

Design and Development by Namidi NV