Berichten

Een Creoolse vrouw met een Chinees en een Hindostaans kind in Suriname, tussen 1880 en 1900.

Interview ‘Daderschap was niet voorbehouden aan witte mensen’

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/07/23/daderschap-was-niet-voorbehouden-aan-witte-mensen-a4006833

Tessa Leuwsha | Surinaams-Nederlandse schrijver

Nederland heeft een vertekend beeld van de landen waar slavernij en kolonialisme plaatsvonden, zegt schrijver Tessa Leuwsha.

Nina Jurna, 23 juli 2020

De Surinaams-Nederlandse schrijver Tessa Leuwsha (52) juicht het toe dat het slavernijverleden eindelijk op de agenda staat. Maar, zegt de schrijfster die al 25 jaar in Suriname woont, de discussie in Nederland dreigt te verzanden in een narratief van ‘slachtoffer en dader’, met de nadruk op het leed dat is aangedaan.

In haar nieuwste roman Plantage Wildlust schrijft Leuwsha dat de koloniale geschiedenis in Suriname niet alleen zwart-wit is, maar juist ook vele grijstinten kent. „Ik wilde laten zien dat binnen het koloniale systeem van onderdrukking, zoiets als daderschap en macht, niet slechts was voorbehouden aan witte mensen. Er bestond namelijk niet één werkelijkheid.”

Foto by Sirano Zalman

 

CV TESSA LEUWSHA

Tessa Leuwsha (Amsterdam, 1967) is schrijver en documentairemaker. Ook werkt ze bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo als cultureel attaché. Haar debuutroman de Parbo-blues (2005) is een gefictionaliseerde biografie van haar Surinaamse vader die als immigrant naar Nederland kwam.

Ze woont en werkt sinds 1995 in Suriname, is getrouwd en heeft twee kinderen.

Leuwsha spreekt via Zoom in een voor Suriname historische week. Een nazaat van Indiase contractarbeiders, Chan Santokhi, en een nazaat van gevluchte plantageslaven, Ronnie Brunswijk, zijn tot president en vicepresident benoemd. De nieuwste roman van Tessa Leuwsha speelt zich af in de tijd van contractarbeid, toen de voorouders van Santokhi, geronselde Indiase contractarbeiders, na de slavernij op de plantages terechtkwamen. „Die groep werd ook uitgebuit en mishandeld op de plantages. Ze moesten werken voor een hongerloon. En de marrons [nakomelingen van gevluchte slaven], de groep waartoe Brunswijk behoort, was lange tijd een van de meest gediscrimineerde en achtergestelde groepen in Suriname, terwijl ze eigenlijk de helden van de geschiedenis zijn omdat ze de plantages ontvluchtten”, vertelt Leuwsha.

Opo yu kloru is voorbij

Ze ging in 1995 in Suriname wonen en zag hoe het land de afgelopen jaren veranderde. „Toen ik er net woonde, gold nog de slogan opo yu kloru: verhoog je kleur. Oftewel, hoe lichter je was, hoe beter, én hoe meer kansen je had. Maar het land heeft grote sprongen in zelfbewustzijn gemaakt. Dat er nu een coalitie is gevormd uit nazaten van slaven, marrons en contractarbeiders, met als doel Suriname vooruit te brengen, is uniek. Dit was in de tijd rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 ondenkbaar.”

In Plantage Wildlust vertrekt begin twintigste eeuw een jong Nederlands echtpaar uit Zeeland naar Suriname om het beheer over een plantage over te nemen. De slavernij is voorbij, maar de naweeën zijn nog voelbaar. De zwarte, op macht beluste plantageopzichter Creebsburg is een nazaat van tot slaaf gemaakten. Hij onderdrukt de Indiase contractarbeiders die nu in de slavenbarakken wonen en werken op de plantage. Het Nederlandse stel raakt verstrikt in een moeras van strikte machtsverhoudingen, waaraan ze uiteindelijk zelf ten onder gaan. Gelijkwaardige vriendschappen, zoals de Nederlandse directeursvrouw Janna die probeert aan te knopen met haar dienstmeisje Alma, zijn onmogelijk.

„Ik wilde laten zien dat zowel wit, zwart en alles wat ertussenin zat, slachtoffer kon worden van zo’n systeem. En wie dader en wie slachtoffer was, niet zo eenduidig is als vaak gedacht wordt.” Het boek is gebaseerd op een archief van de Nederlandse familie Janssen, die meerdere generaties het beheer voerde over plantage Peperpot.

Compleet gemengde samenleving

Suriname heeft zich na drie eeuwen van slavernij en kolonialisme geëvolueerd wat het thema van slavernij betreft, vertelt de schrijfster. Dat in tegenstelling tot Nederland, zegt ze, waar slavernij tot voor kort verdoezeld werd en nauwelijks in het onderwijs behandeld wordt. „Ik merk dat de blik in Suriname veel meer vooruit gericht is, waarbij de nadruk ook ligt op het zoeken naar verbinding met elkaar. We hebben hier geen debatten over kleur of identiteit. De tegenstellingen in Suriname bestaan nauwelijks meer, dit is een multi-etnisch en multireligieus land.”

Verschillende bevolkingsgroepen knopen al lang relaties aan met elkaar. „Deze samenleving is compleet gemengd. De zoektocht naar het eigene van Surinamers heeft al lang plaatsgevonden, met name voorafgaand en rondom de onafhankelijkheid.”

Daar komt bij, zegt ze, dat in Suriname veel andere – urgente – problemen aandacht vragen, zoals de gezondheidszorg en de economische crisis.

Speelt in Suriname de discussie over racisme of de Black Lives Matter-protesten dan helemaal niet?

„Kijk, Suriname is geen witte dominante samenleving zoals de Nederlandse, waar institutioneel racisme bestaat. Ik woon in een land waar vrijwel iedereen zwart of gekleurd is. Natuurlijk zijn hier ook vormen van uitsluiting. Iedere samenleving voert uiteindelijk een eigen klassenstrijd. Maar in Nederland wordt vaak teruggekeken naar de slavernijgeschiedenis waarbij je een witte en zwarte kant hebt, die in hun eigen loopgraven vastzitten. Terwijl de werkelijkheid is dat iedereen in dat onderdrukkende systeem ook probeerde een eigen voordeel te halen.

„Ik wil niet ontkennen dat de grote pijnlijke waarheid tussen wit en zwart bestaat, maar ik wil de aandacht vestigen op de waarheden die er ook zijn. In Suriname waren plantages die opgekocht werden door nazaten van slaven.

Er waren zwarte slavenhouders zoals Elisabeth Samson, en zwarte vrijheidsstrijders die in verzet kwamen tegen de slavernij zoals Boni. Witte planters verwekten kinderen bij slavinnen, er waren heel veel kleurlingen. Je kunt elkaar moeilijk dingen blijven verwijten als je grotendeels zelf het bloed hebt van degene die je iets kwalijk neemt.”

Tessa Leuwsha schrijft al vijftien jaar romans over thema’s als slavernij, kolonialisme, identiteit en zwart-witverhoudingen. In 2005 debuteerde ze met de Parbo-Blues, een roman gebaseerd op het verhaal van haar Surinaamse vader. In het boek Fansi’s stilte onderzocht ze de geschiedenis van haar Surinaamse oma en haar roots. „Ik ben al heel lang met dit thema bezig en denk dat ik daardoor ook een stuk verder ben in het analyseren en nadenken hierover. Ik ben nu veel meer geïnteresseerd in de krachtige zwarte personages, want verzet en veerkracht zijn er altijd geweest.”

Dat ziet ze ook terug bij mensen in Suriname, zegt Leuwsha. „Ik herken hen vaak niet in het beeld dat in Nederland wordt geschetst van Surinamers als pure slachtoffers van slavernij en kolonialisme. Ondanks de heftige geschiedenis en de vele economische en politieke crises waar Suriname doorheen is gegaan, is het geen terneergeslagen land of volk.”

Er heerst een vertekend beeld in Nederland?

„Ik denk dat meer gekeken moet worden naar de herkomstlanden, waar de slavernij en kolonialisme daadwerkelijk plaatsvonden. Hoe gaan die landen nu om met hun geschiedenis? Kijk naar Indonesië. Ik was daar in 2015. Er is nog weinig dat aan Nederland doet denken, het land bestond al voordat de Nederlanders kwamen en heeft zich geëvolueerd in een nieuwe identiteit, los van het leed. Dat koning Willem-Alexander dan komt om excuses te maken, is mooi, maar dat is niet waar de meeste Indonesiërs op zitten te wachten: ze zijn met hun toekomst bezig.

Zelf kijkt ze ook vooruit. Producent Emjay Rechsteiner van Staccato Films kocht de filmrechten van Plantage Wildlust. „Ik vind dat een kroon op mijn werk. Maar ook extra bijzonder, omdat Emjay afstamt van Nederlandse plantagehouders die hier in Suriname plantages en slaven hadden, en ik een nazaat ben van tot slaaf gemaakten. We maken gezamenlijk een verbinding van dit verhaal. Ik hoop dat Nederland uiteindelijk ook de sprong vooruit maakt. Nu is vastgesteld dat er slavernij was en er niets meer te verdoezelen is, kan een heldere blik op de herkomstlanden misschien helpen bij het verruimen van het beeld dat in Nederland heerst.”

 

‘Plantage Wildlust’ wordt verfilmd

PARAMARIBO – De filmrechten van het boek ‘Plantage Wildlust’ van schrijfster Tessa Leuwsha zijn opgekocht door het Nederlands filmproductiebedrijf Staccato Films. Het boek, dat op 5 juni uitkwam, maakte een dusdanige indruk op filmproducent Emjay Rechsteiner, dat hij er een speelfilm van wil maken. 

Voor Leuwsha is het een ware bekroning, dat een filmproducent belangstelling heeft om het verhaal te verfilmen, zo kort na het uitgeven van haar boek. “Een bloedmooi verhaal dat alle dramatische elementen bevat. Het verhaal behandelt een periode; van de contractarbeid na de afschaffing van de slavernij, die nog niet of nauwelijks op film is vastgelegd”, deelt Rechsteiner de Ware Tijd mee.

De filmproducent leerde de auteur kennen tijdens het maken van haar korte documentaire ‘Frits de Gids’ tijdens een filmworkshop van The Backlot. Door The Backlot werd hij als uitvoerend producent aangetrokken om de verschillende documentaires te begeleiden. De auteur en de filmproducent leerden elkaar beter kennen en zij merkte zijn passie voor Suriname op. “Hij vertelde, dat hij een nazaat is van plantagehouders in Suriname”, zegt Leuwsha.

Zijn familie kwam uit Veenland, die onder meer aandelen had in plantage Timotibo, waar de bekende achttiende-eeuwse kruidenkenner en natuurgenezer Kwasi, een zoutwaterslaaf, vandaan kwam. “De voormoeder van Emjay woonde op Timotibo in dezelfde tijd toen Kwasie daar nog een slaaf was”, vervolgt Leuwsha.

Rechsteiner is naast filmproducent historicus en het is meer om zijn laatste functie dat Leuwsha hem in de laatste fase van haar boek benaderde, om met “zijn frisse blik” de tekst te lezen.”Hij raakte meteen geboeid door het verhaal, want toen het boek uitkwam, schafte hij er direct één aan. Vervolgens stuurde hij mij een mail, waarin hij aangaf, dat hij wil proberen om de verhaallijn te verfilmen. Het feit dat een ervaren producent ermee aan de slag gaat, is fantastisch”, zegt de enthousiaste auteur.

Het boek gaat over een stel, met grote dromen en idealen, dat naar Suriname afreist. Oscar wil graag een leidinggevende positie op een plantage en zijn vrouw wil een school beginnen voor de kinderen van de contractarbeiders. Leuwsha: “Mijn boek gaat over het feit dat je niet altijd krijgt wat je wil en dat je met die realiteit zal moeten leren omgaan.”

Oscar is een zachtaardige directeur, maar door het koloniale systeem moeten zij hun weg zien te vinden. Het blijkt al gauw dat ze toch niet zo nobel zijn. “Met inlevingsgevoel wilde ik schetsen dat mensen niet altijd met wrede gedachten in zo’n systeem terechtkomen, maar dat ze meegesleurd worden”, zegt de auteur.

Ze volgt verschillende personages voor het verhaal in het boek, zoals de huishoudster en de zwarte opzichter. Leuwsha zal niet de scenarioschrijver zijn voor de film. “Ik heb het zelf al druk met andere projecten en vind het beter dat iemand, die een frisse kijk op zaken heeft het verhaal voor de film schrijft”, zegt ze.

Rechsteiner is vaker naar Suriname gekomen voor onder meer de lancering van de gerestaureerde versie van de film ‘Wan Pipel’ en is internationaal bekend. Hij produceerde of coproduceerde zestien bekroonde speelfilms, acht bioscoopdocumentaires, twee prijswinnende educatieve films, talloze commercials en een recordalbum. Eén van de bekendste films is ‘The Devil’s Double’,waaraan hij samen met ‘James Bond’-regisseur Lee Tamahori, heeft gewerkt. Daarvoor was er een budget van zestien miljoen euro, het internationaal verkooprecord voor een Benelux-productie, beschikbaar gesteld.

De filmmaker prijst Leuwsha om haar empathisch vermogen. “Ze leeft mee met haar karakters; zowel in een documentaire als in fictie, die op feiten gebaseerd is”, zegt hij. Met het opkopen van de filmrechten gaat de filmproducent op zoek naar financiën om de film te kunnen maken.

Uit : De Ware Tijd, 19 juli 2020

Tessa Leuwsha beschrijft beslommeringen op plantage Wildlust

 

DWT Online 21/05/2020 Audry Wajwakana

PARAMARIBO – Mensen gaan vaak met de beste bedoelingen een nieuwe uitdaging aan, maar als de realiteit anders is, moeten ze ook daarmee dealen. Dit overkomt de Nederlander Oscar Brouwer die in het begin van de twintigste eeuw een nieuwe start als plantagedirecteur wilde maken op plantage Wildlust.
De slavernij is voorbij en er zijn contractarbeiders aangetrokken voor het plukken van de koffiebessen. De zachtaardige man en zijn vrouw moeten hun weg zien te vinden in het (wrede) koloniale systeem. Met inlevingsgevoel schetst auteur Tessa Leuwsha in haar nieuwste pennenvrucht ‘Plantage Wildlust’ dat mensen zonder het te willen kunnen worden meegesleurd in een systeem, waar ze eigenlijk tegen zijn. ‘Plantage Wildlust’ is het vierde literaire werk van de auteur en wordt officieel op 5 juni uitgebracht.

De inspiratie voor dit verhaal vond ze in het archief van de familie Janssen, die voor ongeveer 75 jaar plantage Peperpot beheerde. “Van deze familie mocht ik talloze brieven en foto’s vanaf negentienhonderd tot ver in de twintigste eeuw doornemen, die mij een familie lieten zien die heeft geploeterd. Maar ik kreeg een eenzijdig beeld geschetst. Ik realiseerde mij dat de geschiedenis veel nuances en facetten kent en besloot een verhaal te vertellen waaruit blijkt hoe mensen op een plantage tot elkaar veroordeeld waren. Ze zaten letterlijk vast op die plantage, als in een kookoven en konden er niet uit. Dit gold voor de contractarbeiders, de huishoudsters, de opzichter en ook de plantagedirecteur met zijn gezin”, zegt Leuwsha.

In het boek heeft ze elk personage beschreven, dat een rol op de plantage speelde, om zo een breder beeld te creëren over het leven in een koloniaal systeem. “Het verhaal gaat niet over de familie Janssen uit Peperpot”, benadrukt de auteur. Met dit boek wil ze een inkijk geven in de persoonlijke verhalen van alle individuen op de plantage. Toen ze
bezig was met het archiefonderzoek wist ze eerst niet wat ze met de gegevens moest. Pas later besloot ze er een roman van te maken, gebaseerd op feiten. “Een roman geeft mij als schrijver de vrijheid om verhalen van personages op een plantage te vertellen.”

‘Plantage Wildlust’ gaat ook over de schoonheid van de prachtige natuur, de rivier en de woeste kust en de schoonheid van ontluikende vriendschappen tussen mensen aan beide kanten van het systeem. “De geschiedenis was niet alleen wit-zwart; haat en liefde lagen soms dichtbij elkaar. Met dat gegeven heb ik een spannend en aangrijpend verhaal willen maken”, zegt Leuwsha. Het verbaasde de auteur hoe gemakkelijk mensen in de negentiende en twintigste eeuw grote besluiten namen om naar Suriname of Nederlands-Indië te emigreren vanuit persoonlijke overwegingen, zonder dat zij een idee hadden wat hen daar te wachten stond.

“Vrijwel niemand vroeg zich af: wat hebben we daar te zoeken? Hoe verhoudt mijn aanwezigheid zich tot de mensen die er al wonen? Ben ik geschikt om mensen onder de duim te houden? Kan ik er aarden? Dit verklaart misschien ook de extreme wreedheid bij Nederlandse slavenhouders die je nu nog uit vonnissen van die tijd kunt lezen, maar ook later ten tijde van contractarbeid. Ik zie er frustratie in over de eigen teleurstellingen en beperkingen. Je zat daar, je kon niet terug. Er was alleen maar die oogst en die handel; weinig wat de ziel streelde”, zegt de auteur.
De schrijfster heeft een foto uit het familiearchief als voorkaft gebruikt, die ze koos om de verschillende contrasten te kunnen laten zien. Een zwarte huishoudster zonder schoeisel, die blanke kinderen met schoeisel liefdevol vasthoudt en een Hindostaanse man ernaast, die in het verhaal een bijzondere rol vervult. Leuwsha: “Die foto laat de verschillende etniciteiten zien en het verschil in status. Een huishoudster had een betere status dan een arbeider die in het veld werkte. De witte kinderen hadden het veel beter, maar zaten ook op die plantage, waar ze dagelijks met elkaar te maken hadden op een plek waar voortdurend opstanden dreigden.”

De auteur presenteert het boek na afloop van de tweejaarlijkse Cola Debrot-lezing die zij dit jaar verzorgt. De lezing wordt georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren in samenwerking met de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA). Doordat er vanwege de Covid-19-pandemie geen fysieke aanwezigheid zal zijn, is er een onlineversie gemaakt. Aansluitend op de lezing vindt de boekpresentatie plaats, waarbij Leuwsha geïnterviewd zal worden.