Theater Dansshow Fo Pasi Fu Miti Anana

Fo pasi fu miti Anana is een theater stuk dat eerst onderdeel was van een groter geheel. Het was onderdeel van de dansshow Siri Fu Afrikiti, waarbij het werd vertoond door de dans trainers van Naks Wan Rutu.  Nadat het publiek positief heeft gereageerd op deze show heeft NAKS Wan Rutu het initiatief genomen om het stuk Fo Pasi fu miti Anana (Fo Pasi) uit te breiden.

Fo pasi fu miti Anana, speelt zich af in een tijd waar de Winti religie steeds meer uit de taboe sfeer raakt en zijn plek opeist in de maatschappij; in Suriname en Nederland. Fo Pasi levert een bijdrage aan de verdere scholing van de hedendaagse Wintigelovige, maar ook mensen die graag informatie willen hebben over de Winti religie algemeen. Het is zorgt dus voor kennisoverdracht en cultuur behoudt op een ontspannen manier.

Naks Kaseko Loco bestaat 22 jaar!

Op 9 oktober 2017 bestond Naks Kaseko Loco 22 jaar. De organisatie heeft het gevierd, en kregen bezoek van Nick & Simon uit Nederland. U kunt hier een aantal leuke filmpjes terug zien:

Like ook de Facebook-pagina van Naks Kaseko Loco

Onze nieuwe stagiaire

STAGEPROJECT TOERISME NAKS 2017
INTRODUCTIE JULIETTE, SHERIDA EN JOËLLE
EVEN VOORSTELLEN

JULIETTE COBUSSEN, Stagiaire NAKS
Mijn naam is Juliette Cobussen, ik ben geboren op 13 augustus 1993 in Wageningen (Nederland). Ik zit nu in mijn laatste studiejaar van HRM (personeel & organisatie) aan de Hogeschool Utrecht. In Nederland laat ik op dit moment achter, mijn lieve vriend waarmee ik samenwoon en mijn vrienden & familie. Mijn hobby’s zijn onder andere hardlopen, een goed boek lezen en in Holland, als de zon eventjes schijnt, met mijn vrienden op het terras zitten met een lekker hapje en een drankje. Verder heb ik vorig jaar stage gelopen bij de HR- afdeling van IKEA, IKEA is een groot woonwarenhuis dat wereldwijd vestigingen heeft en van oorsprong uit Zweden komt.
Via mijn studie kreeg ik dit jaar de mogelijkheid om een paar maanden naar een ander land te gaan om daar binnen een organisatie onderzoek te doen naar een vraagstuk waar behoefte aan is. Zo ben ik via mijn studiebegeleider uit Nederland bij NAKS terecht gekomen, zij vertelde mij vol enthousiasme over jullie, de organisatie en waar NAKS voor staat. Ik hoefde er vervolgens niet lang over na te denken en mijn koffer was al snel ingepakt om het avontuur aan te gaan bij zowel NAKS als Suriname in het algemeen. Ik kijk er onder andere naar uit om mij te verdiepen in de Afro-Surinaamse cultuur en al het ander moois wat Suriname te bieden heeft.

Wat ik de komende periode ga doen binnen NAKS.

Project NAKS toekomst perspectief

Ik zal aan de hand van een zelf opgesteld onderzoek nagaan: of het mogelijk is om door middel van commerciële culturele activiteiten de positie van NAKS en haar leden te versterken op zowel sociaal als economisch vlak. Hiermee bedoel ik concreet dat ik mij ga focussen op een aantal afdelingen en ga bestuderen hoe die commerciële activiteiten met betrekking tot publiek/toerisme verbeterd kunnen worden. Daarbij wordt zowel binnen als buiten de organisatie onderzoek gedaan. Op economisch vlak wordt er onder andere bestudeerd op welke wijze ingespeeld kan worden op de mogelijkheden die het toerisme van Suriname biedt. En op sociaal vlak wordt vooral gekeken hoe de capaciteiten van de leden van NAKS gebruikt/ontwikkeld moeten worden om de commerciële activiteiten op een effectieve manier uit te voeren. Omdat er verschillende aspecten komen kijken bij dit project leek het mevrouw Staphorst verstandig om krachten te bundelen en samen te werken met Sherida Mormon & Joëlle Conrad. Zij zijn beiden werkzaam bij ABIC Consultency. Zij zullen ondersteuning bieden bij mijn onderzoek om uiteindelijk samen tot een mooi advies te komen. Hieronder leest u meer over wie zij zijn, en wat zij doen.

JOELLE CONRAD, Medewerker ABIC consultancy
Mijn naam is Joëlle Conrad, geboren op 31 december 1992 in Paramaribo. Ik ben thuis oudste kind van Maureen Biffé en Richenel Conrad. Lezen is 1 van mijn hobby’s. Daarnaast vind ik niet geplande tripjes naar het binnenland van ons mooi en gezegend Suriname, fantastisch.

Ik heb pedagogiek gestudeerd aan de Anton de Kom universiteit van Suriname. Ik heb gewerkt als vrijwilliger bij de Kinder en Jongere telefoon, aquisitie officer in het Peperpot Natuur Park en Marketing coördinator voor de Paramaribo Zoo. Thans ben ik werkzaam als junior consultant, marketing en onderzoek  bij ABIC consultancy. Verder doe ik backoffice werkzaamheden voor de stichting United Tour Guides Suriname.. ik ben dus best een bezige bij.

Als medewerker van ABIC consultancy ben ik betrokken bij NAKS als project medewerker. NAKS is voor mij ‘de’ culturele organisatie voor Afro- Surinamers bij uitstek. Ik voel mij daarom heel erg vereerd als Afro-Surinamer om deel te zijn van dit project.

SHERIDA MORMON, medewerker ABIS consultancy
Mijn naam is Sherida Mormon, mijn passie gaat uit naar gemeenschaps- ontwikkelingen op alle niveaus. Ik ben goed in product ontwikkeling en vooral product- en dienst innovatie. Van huis uit ben ik ook ontwikkelingseconoom ik heb mijn studie gedaan op de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Ik heb 2 kids, een jongen en een meidje van 12 en 15 jaar die me ook in balans brengen.

Met Naks ben ik in contact  gekomen via  jaarlijks terugkerende  events die  ik organiseerde: Suriname Heritage Festival. En Naks was er elk jaar.  Ik kende de huidige voorzitter, Siegmien Staphorst,  eerst  bij  de Nationale  Vrouwen Beweging.   Ze is voor mij een  rolmodel en heb  veel  van haar  geleerd, volgens mij weet ze het zelf niet eens.  Zo nu en dan  doet ze een beroep op me, dan ben ik er zodra ik kan.

Dragemandey 2017

‘Ik ben er klaar mee’, had ik op diverse podia gezegd toen ik mijn verhalenbundel ‘De laatste parade’ schreef. Klaar met het onderwerp de ‘dood’. Niet dus. Zondag zat ik in het kapelletje waar de ‘Dragemandey’ dit jaar bij de RK begraafplaats aan de Schietbaanweg werd gehouden.

‘Het gaat niet alleen om de prisiri, maar vooral om de troost die jullie familieleden geven wanneer de begrafenis er is. ‘
Bisschop Choennie die in zijn met rood gevoerd bisschopsgewaad in het Sranantongo dit festijn inluidde had de dienst. Het zaaltje was in eerste instantie niet stampvol maar naarmate het uur vorderde wel. De drageman kwamen in tenue een voor een in de banken zitten. Vrouwen zaten in traditionele rouwkleding van mooie wit en blue-black motieven eerbiedig naar de bisschop te luisteren. Hij bedankte al de drageman voor het liefdewerk dat ze deden en vroeg hen om zich niet alleen bij het vele geld uit te sloven met de dans, maar voor iedereen mooi te dansen. De onderhuidse boodschappen dat de economische situatie het niet toelaat om drageman als fulltimejob te hebben en te laten waarderen bleven niet uit. Hij bad vooral dat God hen samen met de mensen die de doden bewerken, de kracht geeft om het werk naar eer te blijven doen. Het was leuk dat de bisschop zijn uiterste best deed om het Sranan zo goed mogelijk uit te spreken. Hier en daar slopen wat Nederlandse termen tussen, maar eerlijk gezegd: ik had het niet kunnen nadoen. Dus complimenten.  De dienst werd afgesloten met het ‘Onze Vader’. Ai Bisschop, het Surinaamse ‘Wi Tata’ was zeker een knaller geweest. Wat ik ook nog mooi vond om te zien was het wederzijdse respect van de Katholieke kerk en de Drageman. Wij zijn geen vreemden in Jeruzalem: er zijn heel wat mythen rond het werk van drageman en lijkbewassers die andere christelijke stromingen verwerpen en waar menig katholiek een beetje huiverig om is. Daarom vond ik het een groot gebaar van zowel de Katholieke kerk als deze verenigingen van Drageman om op deze manier bij elkaar te komen.

Monica Drenthe had gelijk toen ze de competitie inleidde dat men vroeger met grootse bochten om dragemans heen liep en als de dood was om hen in de ogen aan te kijken. Want dan was je bijna gegarandeerd dat je in de nabije toekomst in een kist stijf zou liggen. Het publiek dat daar was, en het waren er veel, volwassenen en kinderen, grinnikte bij die opmerking. Gelukkig vroeg ze ook aan het publiek om rustig op hun plek te zitten en niet te gaan staan met mobieltjes om foto’s te gaan schieten. Je zou degene die achter je zit kunnen hinderen bij het zien van de dans met de kist. Hier en daar smokkelde bij enthousiasme een kijker, die na de tyuri-salvo’s die meteen volgde weer braaf ging zitten met de hand in de lucht om toch nog wat filmpjes te schieten. Gelukkig zat ik toevallig achter meneer Hennep, de bekendste begrafenisondernemer die Suriname kent. Laten we hopen dat zijn aardige glimlach naar mij geen voorteken is.

Zeven groepen lieten hun dansjes of kunsten met de kist zien die ongetwijfeld verzwaard was. De kist zou anders van de baar af vliegen.   Het zou uiteraard een morbide grap zijn om met een echt lijk het contest te houden. Het tragische van de zaak was dat een van de bekendste dragers met de bijnaam “Biga” het leven had gelaten de vorige week dinsdag. De heer Hennep kondigde dat aan bij de dienst. Maar, laat mij die gedachte loslaten: de kist was zeker niet licht. Het zweet gutste er dan ook uit bij al die draaibewegingen van voeten en schouders in de polyester pakken en een jury die alles in de gaten hield.
De groep uit Coronie maakte indruk op mij omdat ze een vrouw in hun midden hadden.  Andere vielen op door kleine detaildingen: een op kauwgum kauwende drager. Een drager liet zich tijdens de dans afleiden door iemand uit het publiek die overduidelijk tot de groep behoorde. Verkeerde refreinen zingen enz. De groep die meteen indruk op mij maakte was Marius Rust. Voordat ik de winnaar had gehoord, had ik dit filmpje geschoten. Ze begonnen heel eerbiedig, de handen ineen en gebogen in gebed boven de kist. ’Mag ik de familie vragen op te staan ..open groeve te brengen.’ Ja, detaildingen die inderdaad gebeuren bij de echte begrafenis. Een live-muziekband met blazer leidden met de Bigi Tu/Bastuba de eerste pasjes van de drageman. Het gezellige Surinaamse muziekritme lieten de benen vooral hun eigen ding doen. Echt schitterend om te zien en vooral knap. Het gejuich gefluit en geklap van het publiek was overweldigend. Synchroniciteit, plezier en kracht van de dragemans. Genoeg moymoy en prodo met de dode.

Het is waar; de enorme troost en kracht die zo een dans met de lijkkist geeft bij de begrafenis. Het geeft een afgerond gevoel, het afsluiten van een mensenleven, een liefde, een gevoel voor de nabestaanden dat zij hun dierbare op een waardige manier naar ‘huis’ hebben gebracht. Wij zouden de drageman veel meer grani moeten geven, en niet alleen in geldswaarde maar meer over hen praten. Ik denk dat de manier waarop wij naar de dood kijken misschien anders zal zijn. Laten wij deze traditie een maken die in zijn zuiverste vorm blijft: Lobiwroko.

Bron: Ruth San A Jong

Activiteiten op komst – data vastleggen!! SAVE THE DATES!!!

Hierbij een overzicht van activiteiten die op korte termijn uitgevoerd zullen worden. Nadere bijzonderheden volgen, maar noteer alvast de data!!

  • 23 – 26 oktober: Music workshops with India Carney, Nationale Volksmuziekschool Suriname, 17.30 – 20.30 uur dagelijks
  • 29 oktober: Lezing Levenslang leren, opvoeding, educatie- Fiti Fu Wini, Poelepantje, 11:00 uur
  • 1 november: Start nieuwe cursusjaar Mi Agida Muziekschool NAKS/NAKS centrum
  • 10 november: Launch Sranantongo Kalender en Expositie 12 Voorbeeldpersonen (NAKS Centrum); aanvang 19 uur
  • 12 november: Sranantongo Neti NAKS bij de Wetenschapsbeurs van de Universiteit (Presentaties, demonstraties, zang, dans, puwema…- alles in Sranantongo)
  • 26 november: Kotodansi NAKS bij Loge Victory – kaarten @ 35 SRD
  • 8 december: Maranatha Kerstconcert Grote Stadskerk – kaarten @ 60 SRD
  • 16 december: Fo Pasi Fu Miti Anana – NAKS Wan Rutu/Ala Firi  in CCS-  kaarten ad 50 SRD

Svp doorsturen naar uw netwerken en plaatsen op facebook pagina’s

Workshop Suri Jazz 2017 @ NVMS, 23-26 oktober 2017

Uitnodiging Suriname Jazz Festival
De workshops zijn voor zangers en muzikanten. Geen deelname fee! Neem uw stem en/of instrument mee (drumstel en elektrische piano aanwezig).

India Carney is a singer, songwriter, actress, arranger, voice teacher and director from Brooklyn, New York, who got placed in the Top 5 of Season 8’s The Voice. Bring your voice, music instruments and be ready to Jammm!

Register now for Music Workshops with India Carney!
Locatie: Stichting de Nationale Volksmuziekschool Suriname (Henk Arronstraat 21)
Time: 17.30 – 20.30
Dates: 23, 24, 25 and 26 October 2017
There will be a Students Workshop Presentation on the 27th of October at the Suriname Jazz Festival

U kunt zich registreren via:

Registration link: http://bit.ly/SJFWorkshops

Also check out our other Social Media Channels:
Instagram: https://www.instagram.com/surinamejazz/
Twitter: https://twitter.com/SurinameJazz
Snapchat: https://www.snapchat.com/add/surinamejazz
Youtube: https://www.youtube.com/user/SurinameJazz

Drageman Danscontest 2017

De winnaar van de Drageman Danscontest 2017 is Marius Rust. Deze groep lijkkistdragers ‘mek na moro moi futu’ van al de zeven deelnemende groepen dit jaar. Het evenement zal nu om de twee jaren worden georganiseerd. Een samenvatting van de prestaties van de winnaar:

De Brooskampers

Een stukje historie van Suriname: strijd en bevrijding
De Feydrasi fu Afrikan Srananman heeft zich mede tot doel gesteld om delen van de Surinaamse historie te ontsluieren en daar bekendheid aan te geven om het bewustwordingsproces van de Afro Srananman te bevorderen, te prikkelen en te stimuleren.

Dank aan de Voorzitter van de Feydrasi die het organisatorisch werk op zich heeft genomen om u vandaag hier uit te nodigen om de strijd en bevrijding van deze groep Surinamers te bespreken.

Een stukje geschiedenis van de Brooskampers
Toen in 1863 de slavernij werd afgeschaft bestond er in het zwampgebied tussen de Surinamerivier en de Commewijnerivier een groep van ongeveer 200 Marrons, onder leiding van de gebroeders Broos en Kaliko. Na de afschaffing van de slavernij ging de groep in het plaatsje Rorac wonen aan de Surinamerivier. Het gebied bleek laten rijk te zijn aan bauxiet. Deze geschiedenis met de Suralco en de grondrechten van de bewoners moet nog nader onderzocht en beschreven worden.

De bewoners waren Marrons, dat wil zeggen slaafgemaakten die de plantage waren ontvlucht op zoek naar een beter leven, een beter bestaan: vrijheid. Het gehele proces van marronage is nog niet zo helder beschreven. Velen denken dat de slaafgemaakten gewoon het bos in renden, weg van de plantage en dan marrons werden. Zo eenvoudig liggen de zaken evenwel niet. Het geheel proces van marronage is een langdurig en moeilijk proces dat vaak in etappes verliep, met stappen voorwaarts en stappen terug naar de – hoe dan ook vertrouwde plantage. Eerst de stap: mi musu gowe: niet zo gemakkelijk, het betekent achterlaten van familie, soms geliefden, vrouw en kinderen, een vertrouwde omgeving. Vervolgens de volgende stap: wie moeten hiervan weten? wie is te vertrouwen? In dit proces speelde de basja van de plantage een belangrijke rol. Hij moet de afwezigheid van de slaafgemaakte(n) kunnen rechtvaardigen: ziekte, gebrek, problemen etc. In sommige gevallen was het de basja zelf die de “wegloopactiviteiten” organiseerde. De slaafgemaakte hield zich enige dagen schuil achter de plantage in de bir-biri waar hij ’s nachts voedsel kreeg en drinkwater. Soms ook gereedschappen en kledingstukken. Dan kon besloten worden om verder te trekken of terug te keren als het avontuur toch te groot bleek te zijn. Als men verder trok probeerde men zich te verenigen in groepen, om een aantal risico’s te verminderen. Verder trekkend ( jagend, stelend) probeerde men een verzamelpunt van marrons te vinden. Vandaar trok men verder het bos in. Er waren natuurlijk veel risico’s verbonden aan marronage: onderschept worden door troepen militairen, slaveneigenaars en hun manschappen, dieren in het bos, honger, ziekte, ongeluk etc. Als ze een bestaande groep hadden gevonden moeste ze nog een proces van ballotage ondergaan: zaten er geen spionnen/verraders bij?

De marrons hadden hun kampen zo strategisch mogelijk gebouwd: in/op moeilijk bereikbaar terrein: zwampgebieden met verborgen ingangen uitvalswegen.

De tactiek van de militaire troepen was die van de verschroeide aarde: kostgronden en huizen /hutten in brand steken. Voedselvoorraden vernietigen, gereedschappen onklaar maken met als gevolg: hongersnoden, ziekten en ontberingen van de marrons.

Een korte intermezzo
Wat is geschiedenis? Vroeger dacht men dat geschiedenis niets anders is dan het beschrijven hoe het vroeger was. Nu weten de historici beter: we kunnen nooit precies weten hoe het vroeger was. We kunnen gebeurtenissen van vroeger proberen te reconstrueren, te ordenen en te herordenen en te interpreteren: feiten blijken geen feiten te zijn, waarheden blijken mythen te zijn. Maar dit alles heeft een functie: men schrijft of vertelt verhalen niet zomaar. Ze passen in een bepaald beeld, een bepaalde periode, ze geven uitdrukking aan bepaalde behoeften en wensen.

Historici willen zich graag beroepen op archieven: geschreven stukken, die ze kunnen citeren. Maar die stukken zijn geschreven door een bepaalde partij, ( meestal de overheersers) met een bepaalde intentie, met bepaalde bedoelingen. De andere partij wordt niet gehoord. Die heeft geen archiefstukken geproduceerd. Er zijn wel verhalen: die verhalen worden orale bronnen genoemd. Vooral de hedendaagse historici hebben veel belangstelling voor orale bronnen, omdat die een ander perspectief kunnen geven op de geschiedenis. Dit wordt ook wel de ‘mixed-method’ procedure van geschiedschrijving genoemd.

De Broosmarrons woonden al vanaf 1740 in het zwampgebied rond de Surnaukreek, ook genoemd Kaaimangrasi. Een deel van deze groep verenigde zich met de Boni-negers in 1772. Het zwamp Kaaimangrasi was verraderlijk. Het zag eruit als je er gewoon op kon lopen, maar je zakte er direct doorheen. De eerst gevluchte slaafgemaakten werden door een grote kaaiman gedragen naar de overkant van het de zwamp, vandaar de naam Kaimangrasi. Dit is een stukje orale geschiedenis, die wil aangegeven hoe gunstig de natuur de marrons was om hun te beschermen om hun bestemming ] en doelen te bereiken.

De laatste bospatrouille tegen de Boomkampers
Op 22 mei 182, dus toen de afschaffing van de slavernij reeds in zicht was en de besprekingen hierover gaande of reeds beëindigd, stuurde gouverneur Reinhart van Lansberghe ( gouverneur van Suriname van 1859-1867) een brief naar de Nederlandse Minister van Koloniën. Hij was bevreesd voor wanordelijkheden tijdens en na de afschaffing van de slavernij. De slavernijperiode werd gevolgd door de periode van het staatstoezicht: verplichte arbeid op de plantages voor de periode va 10 jaar. De gouverneur wilde het weglopen ( marronage), vooral in het gebied van Kaaimangrasi indammen door een grote weg aan te leggen tussen de Surinamerivier en de Commewijne zodat er gemakkelijk gepatrouilleerd kon worden door de soldaten. De gouverneur schreef ook, dat de marrons die vrijwillig terugkeerden naar de plantage amnestie zou moeten worden verleend. Deze amnestie had tot doel om de slaveneigenaren in aanmerking te doen komen voor de vergoeding voor elke slaaf die ze hadden. Dit was dus in het voordeel van de slaveneigenaren.

Na veel heen en weer gepraat in Nederland tussen de Minister, de Raad van State en de Koning kreeg de gouverneur toestemming om een amnestie af te kondigen en kreeg hij de beschikking over geld om te weg aan te leggen.

De expeditie/patrouille van militairen en ondersteunende troepen die onder leiding van kapitein Steenberghe bestond uit 70 militairen, 40 lastdragers en 40 kappers. Kapitein Steenberghe moest vanuit Rac a Rac vertrekken in de richting van het kamp van de Marrons aan de Suraukreek. Het doel was om de kampen van Broos en Kaliko te vernietigen. De gouverneur had wel de opdracht aan Steenberghe gegeven om zoveel mogelijk bloedvergieten te voorkomen. Hij had nog steeds de amnestieregeling in zijn hoofd, om te proberen zoveel mogelijk Marrons vrijwillig te doen terugkeren naar de plantages. De tegenstijdige orders aan kapitein Steenberghe maakte het moeilijk die uit te voeren. Hij gaf zijn manschappen daarom ongeladen geweren. De Boomkampers waren echter hiervan niet op de hoogte en voerden een gewone oorlog uit. Ze schoten met scherp op de troepen en er vielen enkele doden. De patrouille-leden raakten in paniek en de hulptroepen weigerden verder te trekken en vluchtten naar Rac a Rac. Nadat er versterking was gevraagd en ook was gekomen besloot kapitein Steenberghe de wapens te voorzien van kogels. Hij gaf het bevel op met scherp op de marrons te schieten en de kanonnen in stelling te brengen.

Na vele uren moeizaam zwoegen in het bos kwamen ze aan bij het moeras, Kaaimangrasi. Met geen moeite lukte het de mannen dit moeras over te steken.

De expeditie werd hier afgebroken. De patrouille keerde huiswaarts, gedesillusioneerd en vernederd. Hiermee, met deze laatste slag, eindigde in feite de gewapende strijd tegen te marrons. De laatste poging van de overheid om de marrons door geweld te dwingen om terug te keren naar de plantages.

Voor de Brooskapers hebben zij deze strijd gewonnen door de hulp van hun Goden en de middelen die ze ter beschikking gesteld kregen van de natuur. De buien die ze om hun armen droegen en die de kogels kon weerhouden. Ze konden zich onzichtbaar maken voor de vijand.

Uit het doopregister van de R.K kerk en andere bronnen blijkt dat in de periode 1897-1914 de volgende families stonden ingeschreven:

  • Babel
  • Landveld
  • Letterboom
  • Melands
  • Kallendorf
  • Grootfaam
  • Maarburg
  • Pleet
  • Duiker
  • Plens
  • Akkerland

Wat is de betekenis van deze strijd van deze (laatste groep) marrons voor ons, nu heden ten dage:

  • Op de eerste plaats respect en bewondering voor hun strijd voor vrijheid en hun eigen ontwikkeling als leefgemeenschap
  • De onderlinge solidariteit en samenhorigheid om gemeenschappelijke doelen te kunnen bereiken
  • Het gebruik kunnen en mogen maken van de middelen en mogelijkheden die de natuur hen bood.
  • Eerbied en respect voor de natuur om ons te behouden te voeden en te versterken.

Lezing van 2 september 2017 van de Feydrasi fu Afrikan Srananman

Door: dr. mr. Edwin Marshall, M.A

Zwarte uitvinders

Interessante informatie over zwarte uitvinders. Met dank aan Lydia Burleson. Het wordt opgeslagen in het Documentatiecentrum EUFRIE.