Artistieke leider van NAKS: viering 1 juli niet alleen voor stadscreolen

De artistieke leider van de culturele organisatie NAKS, Darell Geldorp, zegt in gesprek met Suriname Herald dat zijn organisatie voor een gezamenlijke viering van 1 juli gaat. “1 juli is niet alleen iets voor de stadscreolen, maar voor eenieder. We hebben ook de marrons erbij betrokken. De activiteiten zijn daarom ook verspreid,” merkt hij op.

Het is vandaag precies 156 jaar geleden dat de slavernij in Suriname is afgeschaft. Om deze dag te vieren, is er een aantal activiteiten gepland. Geldorp: “1 juli moet groot gevierd worden. We hebben daarom de hele week activiteiten en dat is de ‘Kriyori Wiki’.”

Tijdens de Kriyoro Wiki maken zowel de gemeenschap als de toeristen kennis met het cultuurerfgoed van de nazaten van de Afrikanen. In het kader hiervan zijn er educatieve activiteiten gepland.

Andere organisaties doen ook mee zoals de stichting Fiti Fu Wini en Koto Museum.

De activiteiten van gisteren te Moengo in het district Marowijne waren: een poolo waka en prisiri banja en vandaag is er een taki tangi neti te Fort Zeelandia.

Simone Awanna

Bron: Suriname Herald d.d. 03 juli 2019

NAKS koppelt educatie aan prisiri

Naks blikt tevreden terug op haar activiteiten in de Kriyoro Wiki’19 over de maand juni. “Onze theatervoorstellingen en lezingen zijn goed ontvangen door het publiek. De Fosten Kawina Neti heeft veel complimenten geoogst. Zelfs de deelnemers zijn enthousiast en kijken uit naar een volgend optreden”, zegt Darell Geldorp, NAKS artistiek leider, tevens initiatiefnemer van de Kriyoro Wiki.
 
Afgelopen zaterdag hield de organisatie de zesde editie van de Prodo Banya. Het thema dit jaar was Ingi Banya. “Het is een bekend begrip. Veel mensen hebben er weleens van gehoord, maar weten niet precies wat je allemaal tijdens de Ingi Banya kunt meemaken”, licht Geldorp het thema toe. Het geheel heeft te maken met de Afro-Surinamers die Inheemse voorouders hebben. “Op deze manier eren zij hun voorouders.”
Naks timmert al enkele jaren aan de weg om de Afro-Surinaamse cultuur te ontwikkelen en meer bekendheid te geven. Bijvoorbeeld door een educatief aspect te koppelen, een prisiri. Zo begon de Ingi Banya met een demonstratie van een pur’blaka ceremonie bij de Inheemsen. “Bij elke activiteit van ons is het belangrijk om ook aan cultuuroverdracht te doen. Momenten van leren”, legt Geldorp dit programmaonderdeel uit. “Mensen willen dingen zien en ervaren.”
Voorgaande jaren heette deze activiteit de Prisiri Banya. Cultuurkenner Irwin Goedhart wees hen erop dat het meer gaat om prodo-maken, pronken. De omgeving is stijlvol en sierlijk aangekleed en de bezoekers komen in hun mooiste kleren. “De prisiri is vanzelfsprekend, het gaat om de prodo erom heen”, geeft Geldorp aan. Banya valt onder de voorouderherdenking. Vroeger was het een amusementsdans tijdens hoogtijvieringen – banya muziek was toen in. Door de jaren heen maakte die plaats voor de hedendaagse populaire kawina en/of kaseko, legt hij uit. Wie nu zijn voorouders op de traditionele manier wil herdenken, kiest voor wat de overledenen vroeger kenden en deden: vereren met banya muziek en dans.
“En wie Inheemse voorouders heeft, doet de pur’blaka op zijn Inheems, die verschilt met die bij de Creolen”, vertelt Geldorp. Er zijn ook overeenkomsten, zoals de aitidey (rouwfeest na acht dagen), kleren van de overledene verbranden, kleuren voor de rouw (wit, donker) en prisiri (felle). “In de danswijze verschillen wij hemelsbreed van elkaar. Wij dansen banya – met de benen naar achteren schuivend en zij dansen sambura.”
In twee uren toonde de Inheemse groep Shirityo Yana bijgestaan door NAKS-leden de gebruiken, handelingen en processen rond het heengaan van een dierbare. Dit is zoals de Inheemsen uit West-Suriname die houden, benadrukte groepsleider Mireille Draaibas. “Het gaat om het rouwproces vanaf het moment van overlijden: in blaka gaan tot pur na blaka”, geeft zij aan. Centraal is om de dierbare te eren, het verdriet ondergaan, de geest los te laten en de draad in het leven weer op te pakken.
Een nabestaande kan kiezen voor drie maanden, een jaar tot drie jaar rouwen. Het proces is zwaar en de persoon wordt vooraf op verschillende momenten gevraagd of die echt bereid is om in blakate gaan. Er gelden verschillende regels, zoals geen make-up, spiegel afdekken, geen haren knippen, niet feesten, geen fleurige kleding, etc. Draaibas: “Wie zich niet strikt hieraan houdt of onderbreekt, zal ook instaan voor de consequenties. Misschien wordt je ziek, maar dat is dan aan jezelf te wijten.”
Het rouwproces is gebonden aan tal van rituelen, zoals lichaamsbeschildering die vaste dagen en tijden kennen. Er horen ook zangnummers en dansen bij waarin de overledene, die persoon die het rouwproces ondergaat en overige nabestaanden worden bezongen. Draaibas legt de handelingen haarfijn uit en vertelt over het hoe en waarom ervan.
Het einde van het rouwproces pur’blaka is feestelijk en kleurrijk: de sambura klinkt dan weer. De nabestaande wordt ‘mooi’ gemaakt, in het rood gekleed, gereed om het leven vreugdevol weer op te pakken. Het publiek reageert met een goed applaus op de demonstratie en de toonde de waardering door mee te dansen op de sambura. De avond werd vervolgd door de Ingi Banya en Kriyoro Banya zoals Creolen die kennen.
“De Banya blijft iets unieks. Mensen buiten denken vaak dat het gaat om enge rituelen, yorka’s, geesten”, zegt Geldorp. Maar een prodo banya is een publiekelijke activiteit die openstaat voor iedereen. “We komen echt prodo fasi naar buiten, met cadeautjes voor de gasten. Dit in tegenstelling tot de nowtu-banya, die in familieverband wordt gehouden. De focus is dan op de geesten van de voorouders om hen op te roepen.”
De Banya-man of uma danst heel ritmisch met het lichaam naar achteren in plaats van naar voren. Zij slepen met de voeten in het zand en bewegen zich al slingerend rugwaarts. Hierdoor ontstaan allerlei strepen in het zand en laten zij geen voetsporen achter. “De tot slaaf gemaakte persoon danste slepend naar achteren om zo tijdens het vluchten van de plantage geen voetsporen achter te laten.” Bij Laku schopt de danser lichtjes met de voeten naar voren, terwijl, die ook naar achteren danst.
De Kriyoro Wiki’19 met Afro-Surinaamse evenementen in het kader van herdenking afschaffing van de Slavernij, duurt tot eind juli. Binnenkort wordt de agenda bekendgemaakt van de overige activiteiten. Gisteren was de eerste, de traditionele NAKS Gran Taki Tangi viering in het Fort Zeelandia. Het thema was Na Krakti Fu Wi Kulturu.

NAKS theaterstuk d.d. 15 juni te CCS

Recensie door Yvonne Wong A Soy, Eerstejaarsstudent Schrijversvakschool

Daar zat ik dan, op zaterdag 15 juni bij het NAKS theaterweekend in CCS. Uit mezelf zou ik nooit ervoor kiezen om een opvoering van NAKS te bezoeken, maar in dit geval ontving ik een poster via Whatsapp. Ik moest voor de Schrijversvakschool dit toneelstuk bekijken en erover schrijven. Ik ben met de lessen Toneelschrijven bezig. Samen met mevrouw San A Jong en een medestudent zaten we in de tjokvolle zaal. We keken naar het stuk “Na Famirman Du”, A kibri-tori fu na famiri, opgevoerd door de jongeren van NAKS.

Na famir’man du

Bij mijn aankomst was het aan de verschillende pangi’s en Afrikaanse tay’ede te zien dat het om een activiteit van NAKS ging.  Daar had ik totaal niet aan gedacht, dat ik mijn kleding zou kunnen aanpassen en mijn hoofd eventueel had kunnen binden. Iets over zeven werden we begroet door de MC tevens scriptschrijver Giovanni Robinson. Hij kondigde op een hele rustige manier de groep Bugubugu aan die merkwaardig uit vier vrouwen en drie mannen bestond. De groep bracht ons als publiek in de stemming door vier leuke ritmes te slaan op de voor mij herkenbare apintiedrums. “Pam tadam pam tadam, tam tam tam,” klonk het luid door de zaal. Je zag de hoofden bewegen van links naar rechts en net als bij mij benen die mee gingen op het ritme.

Een in wit geklede cast, beschilderd op armen en gezicht met pimbadoti of ander schmink, kwam vanaf de achterkant van de zaal het podium op. Met fantastische zangstemmen werd het verhaal van het stuk aan elkaar gezongen. Ik wist niets, dus ik had eigenlijk uitleg nodig.  Het gordijn ging open: het waren een broer en vier zussen die niet zo goed met elkaar leefden. Ze hadden problemen op problemen en kwamen er maar niet uit. Ze vonden een brief tien jaar na hun moeders overlijden waarin de bron van  al hun problemen was opgeschreven.

Het was een familie van de plantage De Vrede. Baas Gustaaf had voldaan aan de wens van zijn vrouw, Sisi, die op achtentwintigjarige leeftijd heel graag een kind wou krijgen. Hij besprak het met een bigisma van de plantage en deze op haar beurt hulp inriep van de Fodu. De wens om zwanger te raken raakte in vervulling. Er werd een meisje geboren.

De doodgeslagen Fodu

De harde slagen van de trommen drongen door tot het lichaam, tot het verstand. Ik hield even mijn hart vast toen er plotseling weer vanuit de achterkant van de zaal, een in rood inheems geklede acteur dansend ook op het toneel verscheen. Een vrouw die twee stoelen voor mij zat begon wild te schudden met haar schouders. Door de slagen van de drums kom je tot de geest, misschien zou ze ook  ineens Lé, lé, lé beginnen te schreeuwen. Gelukkig niet, want een vriendin omhelsde haar hard en bleef haar vasthouden. De muziek stopte ook kort daarop.

Los van alles wat er op het podium gebeurde met kalebassen enzovoort, was de rol van Gustaaf, de slavenmeester, mij onduidelijk. Sisi vertrok na de geboorte met haar dochter. Toen Magdalena  vijf jaar was ging ze terug naar de plantage. Daar werd ze lastig gevallen door de fodu, dus maakte Sisi de slang dood tot grote schrik van Gustaaf. Het doden van de slang was iets dat nooit had mogen gebeuren, want dat was de Fodu! Ik vroeg me af of de blanke slavenmeesters van toen wisten wat deze winti’s waren en hoe met ze om te gaan.

Het stuk werd begrijpelijker voor mij naarmate het stuk vorderde.   De ‘psychologische stilte’ van de overleden “Ma Lientje” werd slechts eenmaal onderbroken toen zij tot haar kinderen sprak en zei dat a de na dede kondre, maar en ati e krey. (dyeme) Dat en esari.  “Un go na Gladys na oso, dan un o feni san un e suku.”Op instructies  van de du-man kwamen ze bij mekaar. De verschillende winti’s werden opgeroepen met de grote agida-dron, want men wilde de vrede terug. “Teri den kabra, na doti, na busi, na watra nanga tapu”. Zoals ik zelf ben en geen geloof in deze materie wil hechten, was de broer ook een die geen geloof had in culturele dingen. Ondanks zijn ongeloof had hij geen keus aanwezig te zijn bij de bijeenkomst dat gehouden moest worden om de Fodu op te roepen en vergiffenis te vragen. Het was een serieus onderwerp, maar gelukkig kwam er humor voor in het stuk. Ik zat stil en luisterde goed, en schoot wel in de lach om de reacties bij het zien van iemand die in trance raakte.

                           Agida

Het publiek was heel tevreden wat je kon merken aan het daverend applaus dat de spelers ontvingen aan het eind.  Ik liep weg  uit CCS maar het lied “Sani de, ma sani no de. Te sani miti yu, sani de. Te san no e miti yu, sani no de, sani de, sani no de ” bleef in mijn hoofd na galmen. Moeten we echt bij het niet kunnen krijgen van kinderen nagaan wat onze voorouders hebben gedaan? Want fu san ede we kari den libiwan, fu san ede un no e kari den dede wan? Dedewan de na Sabana, na den e hori baka gi wi. Dat heeft het stuk mij uiteindelijk geleerd.

Lezing maakt invloed van kolonialisme en de kerk op het Afrikaan-zijn zichtbaar

‘Fosten Kawina Neti’ in de smaak gevallen

PARAMARIBO – Kawinaliefhebbers zijn zondag flink aan hun trekken gekomen bij de ‘Fosten Kawina Neti’ in Naks. Aan het begin van ‘het feestje’ schuifelden slechts enkele aanwezigen aarzelend op de dansvloer. Maar bij het verschijnen van de vrolijke kotomisi van Naks sloeg de sfeer over naar een andere versnelling. Zwaaiend met hun armen en luid roepend ‘hiep piep piep’ kregen ze meer aanwezigen op de dansvloer.

De plastiek stoelen die netjes in rijen voor het podium waren opgesteld, verdwenen langzaamaan naar achteren, waardoor de dansvloer verruimd werd. Het stralende weer, gezellige mensen en de geweldige muzikale presentaties van de top tien kawina vocalisten, geselecteerd door Naks, zorgden voor een geslaagd evenement. Met het evenement brengt Naks ode aan de kawinalegendes uit de jaren zeventig en tachtig die zijn overleden. Het overdekte Naks-terrein was behalve met fleurige pangi ook met de hoezen van de oude elpees versierd.

Als eerste trad Iwan Esseboom op, die het nummer ‘You na wan moi uma’ van de Fun Masters (1982) en ‘Die mi doro nomo’ van zanger G. Bendo uit het album ‘Grontapu na asi tere’ van Naks zang en dansjunior kawinaband uit 1978, vertolkte. Liederen van icoon Johan Zebeda en anderen als N. Pocorni, S. Wekker, G. Mijnals werden vertolkt door de vocalisten Jeff Pocorni, Merelin Goring, Brayen Kratja, Arthur ‘Sjeetje’ Mijnals, Judith Willems, Rodney Frederik, Wendel Zebeda, Carlos Aaron en Ruben ‘Stoffy’ Muringen. De vocalisten werden begeleid door de muzikale band Naks Kaseko Loko.

Musicus Eldridge Zaandam, die de quatro bespeelt, is speciaal voor de ‘Fosten Kawina’ erbij gehaald. De quatro is naast de kwakwa bangihar kawna, kot kawnatimba en sek seki één van de instrumenten die onmisbaar is bij kawinamuziek. Enver Panka, die samen met Latoya Boetius als master of ceremonies optrad, gaf op ludieke wijze uitleg over wat kawinamuziek precies is. “Kawna is Commewijne en kawina is de muziekstijl, waarbij de muzikanten gebruik maken van de traditionele instrumenten”, zegt Panka. Het verschil met de kaseko is dat de snaar en skratjidrum erbij komen.

Bij de hedendaagse kawina wordt ook gebruik gemaakt van de skratji dron. Het mixen met kaseko-instrumenten als de keyboard, bass gitaar, sologitaar en de blaasinstrumenten maakt dat er een nieuwe muziekstijl is ontstaan die kaskawi wordt genoemd. Na een korte pauze liet Panka de muzikanten één voor een de kawina instrumenten bespelen, waar hij ook korte uitleg over gaf. De meeste bezoekers hadden zich uitgedost in prachtige kleding. Op het terrein was er een photobooth ingericht waar men selfies kon maken. Voorafgaand aan de show is er middels zang stilgestaan bij de overleden kawinalegendes.

Of het evenement een vervolg krijgt, kan Darell Geldorp van Naks, nog niet precies zeggen. “Donderdag gaan we met alle vocalisten vergaderen en dan horen we ook van hen, hoe zij het zelf ervaren hebben”, zegt Geldorp. De ‘Fosten Kawina Neti’ is een van de vele activiteiten van Naks in het kader van de ‘Kriyoro Wiki’, waarbij de hele maand juni het cultureel erfgoed van de Afro-Surinamers centraal staat. Een lezing, theaterweekend, ‘Saamaka Gaangasa’, ‘Night of a Free Spirit’, ‘Prodo Banya’, de traditionele ‘Tak’tangi’ zijn enkele van de activiteiten die nog georganiseerd worden.

Bron: De Ware Tijd d.d. 04.06.2019

Naks Wan Rutu zet ingi banya in schijnwerpers

PARAMARIBO – Elementen van de inheemse cultuur zijn opgenomen in de Afro-Surinaamse cultuur. Tijdens de slavernij werden de tot slaaf gemaakte Afrikanen door inheemsen begeleid bij hun zoektocht naar vrijheid. De Afro-Surinaamse cultuur kent veel variëteiten van muziek, zang- en dansstijlen.

Een van de dansstijlen die vroeger als sociale en ontspanningsdans vaak werd beoefend is de banya. Voor de zesde editie Prodo Banya (voorheen Prisiri Banya) plaatst Naks Wan Rutu de minder bekende ingi banya op 29 juni in de schijnwerpers. Als voorloper van deze Prodo Banya zijn er op 12 en 19 mei workshops in banya– en kanga-dans in Naks.

De jongerenafdeling van Naks is nu ruim zeven jaar bezig de gemeenschap kennis te laten maken met de banya als sociale dans en ontspanningsdans, zoals die vroeger op de plantages werden beoefend. “We hebben gemerkt dat mensen nog steeds vasthouden dat de banya een religieuze oorsprong heeft, omdat het tegenwoordig als onderdeel van de voorouderherdenking wordt gedanst”, vertelt Darrel Geldorp, artistiek leider van Naks Wan Rutu.

“Veel mensen hebben over de ingi banya gehoord, maar weten niet precies wat het allemaal inhoudt, vandaar dat we na de dansworkshops ook een info bijeenkomst zullen houden over wat deze ingi banyaallemaal inhoudt”, zegt hij. In de dansworkshops worden de basisstappen van de dansstijlen gegeven, maar ook de liederen.

De banya-dans is een zijdelingse beweging, waarbij de voeten een slepende beweging naar achteren maken. Onder meer voor de Du was de banya-dans belangrijk. De Du is een Afro-Surinaamse musical die werd geleid door de ‘Sisi’ (concubine van de masra, meestal een mulat) en werd opgevoerd tijdens feestdagen.

Tegenwoordig wordt de banya gespeeld en gedanst tijdens rituelen behorende bij de voorouderverering. Ook de kanga is ooit met een religieuze inslag begonnen: het waren spelletjes om de kinderen spelenderwijs voor te bereiden op hun verdere leven. Zo leerden ze niet alleen de levenslessen maar werden op deze manier ook lichaam en geest gezond gehouden.

In de afgelopen zeven jaar heeft de artistiek leider een toenemende belangstelling gemerkt voor de dansworkshops. Voor hem is dit een indicatie dat Naks hiermee door moet gaan, vooral omdat dans onderdeel is van het Afro-Surinaams cultureel erfgoed. Omdat ze kennis van beide activiteiten hebben opgedaan, zijn de deelnemers uitgenodigd om mee te doen aan de culturele festiviteit op 29 juni in Naks.

Bron

Kwaliteit van singineti als rouwtraditie onder de loep

Klik hierop om het artikel te lezen:Kwaliteit van singineti als rouwtraditie onder de loep

Bron: De Ware Tijd d.d. 20 mei 2019

Verslag lezing Johan Zebeda

Klik hierop om het artikel te lezen

 

Bron: De Ware Tijd 15 april 2019