Kansen en bedreigingen Paraplantages

20/09/2020 17:08 – Euritha Tjan A Way 

PARAMARIBO – Paraplantages waren tijdens de slavenperiode vaak houtplantages waar slaven een relatieve grote vrijheid hadden. Zo besloten vele families te bundelen en de plantages te kopen voor kindskinderen. ‘Wi bay, wi pay’ is daarom een trotse kreet binnen de families die recht hebben op grond in het district Para, dus ook in Overtoom. Maar wie is wel en wie is geen nazaat en wordt de traditie van onverdeelbaarheid werkelijk hoog gehouden?

Wie Overtoom intoetst bij Google vindt vooral beelden van Nederland. Niet vreemd, want plantage Overtoom is genoemd naar een plek in Nederland. Of dat gelijk affiliaties oproept met pijn en strijd in slavernij, omdat er slaven hebben gewerkt op deze plantages, is nou maar net de vraag. Het kan ook gevoelens van kracht oproepen en saamhorigheid. Zeker in het district Para hebben families gebundeld, keihard gewerkt, gespaard en plantages opgekocht. Voor hen een zekerheid dat hun kindskinderen nooit meer in de positie zouden komen om hun hand op te hoeven houden voor een toevallige meester. Immers, ze hadden grond; een kapitaalgoed.

Nu meer dan een eeuw verder, spelen in veel van de plantages conflicten die geenszins in het voordeel zijn van de nazaten, die het volgens de theorie van de voorouders nu dus goed zouden moeten hebben. In plantage Overtoom lijkt het zelfs uit te lopen op een ware strijd tussen het plantagebestuur van Plantage Overtoom met als voorzitter Henry Bel en stichting Lilaf met als voorzitter Jolanda Purperhart. Beide partijen beschuldigen elkaar van kwade bedoelingen binnen de plantage Overtoom. Zo heeft Bel na een vergadering met het plantagebestuur van Overtoom en namens de nazaten, Purperhart die ook nazaat is, verboden handelingen te plegen die in strijd zijn met de statuten en de grondbeginselen van de plantage Overtoom. Echter, Purperhart daarentegen bestrijdt de wetmatigheid van het plantagebestuur van Bel. “Met mijn stichting Lilaf en vereniging Sjulang Kondre ben ik bezig nazaten te bundelen om juist ontwikkeling te brengen in de plantage. We hebben nu zeker zeshonderd nazaten geregistreerd in Suriname en Nederland”, houdt ze de Ware Tijd voor.

Grondrechterlijk onderzoek

Purperhart geeft aan dat ze bezig is met een grondrechtelijk onderzoek en daarbij is gestuit op enkele opmerkelijke zaken plantage Overtoom aangaande. “Gedurende het onderzoek mag meneer Bel geen beheersdaden uitvoeren op de plantage. Ik wil hem die mededeling laten toekomen via de deurwaarder, maar de organisatie van hem heeft zelfs geen postadres”, schetst Purperhart de aard van de organisatie van Bel. De kern van het dispuut ligt erin dat de plantage Overtoom net als veel andere Paraplantages boedel is, dat volgens de nazaten niet verkocht mag worden, maar als collectief behouden moet blijven. Echter, de beheersstructuur – plantagebestuur – die wordt gehanteerd is vaak niet wettelijk vastgelegd maar gebeurt volgens gewoonte. Veel nazaten willen de boedelstatus niet wijzigen, omdat ze de wensen van de voorouders respecteren en omdat ze daardoor niet van de grond verwijderd kunnen worden.

Volgens Purperhart heeft het plantagebestuur van Bel geen recht van bestaan, omdat het eenmansbestuur onder leiding van Walter Herkul die in januari is overleden nooit heeft overgedragen. Bel beaamt dat, maar geeft aan dat zijn bestuur in 2012 al is opgericht omdat Herkul maar niet wilde wijken. “Het is niet wenselijk om twee plantagebesturen te hebben, maar de besturen onder leiding van Herkul en die andere onder leiding van mij gingen op cruciale momenten wel door een deur.” Naast voorzitter van het plantagebestuur is Bel ook oprichter van de Vereniging Plantage Overtoom (VPO) die hij ongeveer zeven jaar terug oprichtte met als doel ontwikkeling te brengen in de plantage. Bel geeft wel toe dat de officiële (koop) papieren van de plantage Overtoom bij de familie van Herkul zijn. “Ik ben in dialoog met de familie om de papieren te krijgen, maar het is nog niet zover.”

Geen nazaat

Purperhart bestrijdt trouwens dat Bel überhaupt een bestuur de plantage aangaande mag voorzitten. “Dat mogen alleen nazaten en de familietak Gron/Bel heeft het stuk dat aan hen toebehoort in 1947 verkocht aan andere nazaten, dat is gebleken uit mijn onderzoek”, geeft Purperhart aan. Bel zegt dat hij dat wel heeft vernomen van Purperhart, maar dat ze zoveel roept en hij het bewijs daarvan nog niet heeft gezien. Purperhart zegt dat ze vaker heeft geprobeerd Bel zover te krijgen om met haar aan tafel te zitten en dat ze zijn VPO ook heeft gevraagd met haar stichting Lilaf samen te werken zodat er werkelijk ontwikkeling komt in Overtoom. “Maar hij heeft het geweigerd. Nu maakt hij de nazaten bang door ze te zeggen dat ik hun grond wil afpakken. Mensen worden bedreigd om niet met mij te praten. Dit omdat meneer Bel onrechtmatig bezig is en het ook weet.”

Die onrechtmatigheid heeft volgens Purperhart te maken met het uitgeven en verkavelen van gronden van de plantage. De grond wordt geen eigendom van degene die het krijgen, maar ze betalen wel geld aan het bestuur en volgens Purperhart weet niemand wat met dat geld gebeurt. Bel: “We geven alleen grond uit aan mensen die kunnen bewijzen een nazaat van de plantage te zijn. Ze moeten daar inderdaad wat voor betalen. Hoeveel dat is wordt bepaald aan de hand van de bestemming die de grond zal hebben. Wie gaat wonen betaalt niet zoveel als wie bijvoorbeeld aan landbouw gaat doen”, legt Bel uit. Het geld dat het bestuur ontvangt wordt volgens hem gestopt in het onderhoud van de plantage, “maar het is nooit voldoende, er is zoveel te doen”.

Overtoom verkocht?

Volgens Bel willen hij en de nazaten niets te maken hebben met Purperhart omdat ze niet volgens de traditie wil werken. “Ze wil de boedel verdelen en dat willen we niet.” Purperhart zegt dat de traditie al heel lang te grabbel is gegooid want er hebben andere families – en ook die van Bel – al verkocht aan anderen.” Bovendien heeft zijn recent ontdekt dat NV Frema in 1987 ‘een vierentwintigste gedeelte onverdeeld in de houtgronden Overtoom en Vreeland met de bij deze gronden behorende grond Mon Gangna Pain’ heeft opgekocht bij een erfgenaam. In de koopovereenkomst staat tweeduizend tweehonderdvijftig hectare (2.250). De plantage Overtoom was volgens bronnen op internet 5.250 akkers groot in 1819 wat neerkomt op 2.257,5 hectare. “Ik wil dus weten wat er aan de hand is en of de plantage überhaupt nog bestaat door deze overeenkomst. Ik wil alle nazaten bundelen om deze koop ongedaan te maken.” Bel zegt wel op de hoogte te zijn van de koop, maar “na wan owru tori“.

Elviera Sandie, die voorzitter is van de Federatie van Paraplantages, zegt Purperhart opgeroepen te hebben het bestuur van Bel te erkennen en met hem samen te werken. “We hebben rust en eenheid nodig in de plantage en dat wordt nu te grabbel gegooid.” Ze zegt de koopovereenkomst waarnaar Purperhart verwijst te kennen. “Maar het is nietig, het is boedelgrond, dat kan je niet verkopen”, meent Sandie.

 

Groei en strijd

Zonder op deze specifieke zaak in te willen gaan zegt Helmut Gezius, die community development specialist is, dat groei en conflict in zowel urbane als traditionele gemeenschappen voorkomen. “In traditioneel of wel familiare gemeenschappen zoals plantages komen die conflicten of niet snel naar buiten of ze snijden diep als ze eenmaal naar buiten komen en dan kunnen dingen snel uit de hand lopen.” Gezius, die naast nazaat ook lid is van het wetenschappelijk bureau van de Federatie van Paraplantages, zegt dat juist omdat die organisatie weet dat groei en conflict altijd spelen zij na enkele officiële momenten enkele kernwaarden heeft bepaald voor binnen de plantages. “Wij hebben gekozen voor goed rentmeesterschap, onverdeelbaarheid en ook zorg voor kindskinderen. En verder dat de federatie alle gerechtvaardigde middelen zal gebruiken om de integriteit en de mogelijkheden van haar culturele erfgoed, waaronder ook de gronden, zal aanwenden om die te bewaren, beheren en te ontwikkelen.”

 

Model Waaldijk

Binnen dat proces hebben alle plantages die lid zijn van de Federatie van Paraplantages ook een handleiding gehad naar het format dat wijlen professor Ludwig Waaldijk had samengesteld om het besturen van de plantage op een democratische wijze en niet als alleenheerser ter hand te nemen met als belangrijk oogpunt economische ontwikkeling. Daarbij hoorde ook de ontwikkelingen en opzet van een stichting voor vermogensbeheer die een soort werkarm van de individuele plantagebesturen zou zijn. “En binnen die handleidingen zijn er voldoende handvatten om conflicten en groei aan te pakken. De federatie heeft in deze een sturende rol en is wel voorstander van goed bestuur met transparantie naar de nazaten toe.”

Chiquita Akkal-Ramautar, meester in de rechten en docent aan de Anton de Kom universiteit van Suriname, heeft onderzoek gedaan naar de boedelkwesties in Suriname. Zij zegt dat bij wet niemand verplicht is in een onverdeelde boedel te leven. “Indien een nazaat dat wil veranderen kan die een verzoek doen bij de rechter en de rechter zal zo een zaak meestal verwijzen naar een notaris die dat uit moet zoeken.” Akkal-Ramautar meldt dat in het geval van de Paraplantages het maken van stambomen waar alle informatie voorkomt van de nazaten van de plantages problematisch is. “Het Centraal Bureau voor Burgerzaken heeft de tools wel dat te doen, maar zal het alleen doen als de staat dat gebiedt.” Zij meldt wel dat met het openbaar en digitaal toegankelijk worden van vele archieven in de wereld het steeds makkelijk wordt om nazaten te traceren.

Purperhart zegt dat verdelen van de boedel niet iets is dat bij haar organisatie prioriteit geniet. “Het is een proces dat heel lang duurt en het moet een gezamenlijk besluit zijn. Het zou wel handig zijn om samen als iedereen dat wil wel de boedelstatus te veranderen en te gaan voor collectief erfrecht bijvoorbeeld. Dan kunnen we meer doen met de grond.” Echter, ze meldt dat ze niets zal doen zonder dat de nazaten dat zelf willen. “We willen iedereen betrekken bij de ontwikkeling van de plantage.”

Volgens Gezius is onverdeelbaarheid van de boedel geen issue en is communaal grondbezit niet iets dat alleen in Suriname gebeurt. “Ook Guyana heeft het. Wat je vaak ziet is dat niet de grond het probleem is, vaak is de familierelatie een probleem. Harten en neuzen wijzen niet in één richting, waardoor conflict ontstaat.” Gezius benadrukt dat de Paraplantages heel veel hebben geofferd voor de Surinaamse samenleving. “Kijk naar de plekken waar mensen gaan zwemmen, de wegen in Para, de recente highway, allemaal in Para.”

 

Standbeeld van Columbus weggehaald uit Mexico-Stad

Bron: Suriname Herald van 11 oktober 2020 

In de hoofdstad van Mexico is een prominent geplaatst standbeeld van ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus verwijderd door de lokale overheid. Activisten hadden gedreigd het beeld maandag tijdens een demonstratie van zijn sokkel te trekken.

Officieel is het monument weggehaald voor onderzoek en een mogelijke restauratie. Maar de burgemeester van Mexico-Stad suggereerde op een persconferentie dat het standbeeld mogelijk niet wordt teruggeplaatst in de hoofdstraat, waar het in 1877 is neergezet.

“Het is misschien de moeite waard samen na te denken over waar Columbus voor staat, vooral voor volgend jaar”, zei burgemeester Scheinbaum. In 2021 viert Mexico de 200ste verjaardag van de onafhankelijkheid. Het is dan ook 500 jaar geleden dat de Spanjaarden de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan verwoestten, waar uiteindelijk Mexico-Stad op is gebouwd.

Twee gezichten
Colombus staat in de geschiedenisboeken als ‘ontdekker’ van Amerika, maar hij wordt ook geassocieerd met wreedheden tegen de inheemse bevolking tijdens de Europese kolonisatie van het werelddeel. In de Verenigde Staten zijn om deze reden meerdere Columbusstandbeelden neergehaald of beschadigd bij de protesten en rellen tegen racisme en discriminatie eerder dit jaar.

Maandag is het precies 528 jaar geleden dat Columbus aankwam in Amerika. Activisten in Mexico-Stad hadden online opgeroepen tot een demonstratie met de slogan “we gaan het neerhalen”, verwijzend naar het standbeeld.

NOS

‘Waar het om gaat is schoon schip te maken met het verleden’

Bron: ncr.nl van 07 oktober 2020 door Arjen Ribbens

Vier vragen aan Lilian Gonçalves-Ho Kang You was voorzitter van de adviescommissie teruggavebeleid van koloniaal roofgoed.

Juriste Lilian Gonçalves-Ho Kang You (1946) was de voorzitter van de adviescommissie die minister Van Engelshoven woensdag adviseerde over teruggavebeleid van koloniaal roofgoed. Vier vragen.

Waarom heeft het zo lang geduurd voordat een restitutiebeleid bespreekbaar werd?

„Geen idee, dat moet u de minister vragen. Ja, het verbaast me dat de tijd er nu pas rijp voor is. De koloniale tijd heeft vier eeuwen geduurd.”

Het voorgestelde teruggavebeleid voor rijksbezit kan volgens uw rapport richtinggevend zijn voor erfgoed in particulier bezit. Heeft u een advies voor handelaren en verzamelaars die zich ongemakkelijk beginnen te voelen met hun bezittingen?

„Daar ben ik erg voorzichtig in. Het rapport concentreert zich op rijksbezit. Als ik zelf objecten uit de koloniale tijd had, zou ik langzamerhand wel willen weten of deze al dan niet geroofd zijn. Je hoeft je overigens niet bij voorbaat schuldig te voelen als je zelf nooit op expeditie bent geweest. Waar het om gaat is schoon schip te maken met het verleden.”

Toen museum Nusantara in Delft de deuren sloot en 14.000 cultuurgoederen cadeau wilde doen, toonde geen enkel Indonesisch museum belangstelling. Het Nationaal Museum van Wereldculturen deed anderhalf jaar geleden een internationale oproep om goederen bij hen te claimen. Het resultaat: nul teruggaveverzoeken. Zijn we niet druk met het sussen van ons geweten?

„Misschien wel. Maar daar is niks tegen, er zijn ergere dingen dan het sussen van ons geweten. Als de minister dit beleidskader accepteert biedt het helderheid, voor alle betrokken partijen. De drempel om te claimen wordt dan lager.”

U bent in Suriname geboren. Is er een voorwerp in Nederlandse musea waarvan u zelf hoopt dat het snel naar Paramaribo verkast?

„Nee. Maar ik weet dat er in Suriname heel weinig is. En in de depots hier heb ik veel gezien wat kan helpen om de Surinamers kennis te laten nemen van hun eigen cultuur en de gedeelde geschiedenis.”

Romeo Kotzebue legt stukje muziekgeschiedenis vast

Uit De Ware Tijd van 27/09/2020 10:01 – Audry Wajwakana

Romeo Kotzebue met zijn opnameapparaat waarmee hij artiesten interviewt. Foto: Audry Wajwakana

PARAMARIBO – Vaak is Romeo Kotzebue (66) te zien met zijn gitaar op de rug. Overal waar hij komt en er wordt gezongen, zorgt hij met zijn gitaar of trompet, waar hij soms ook overal mee sjouwt, voor de muzikale omlijsting. Maar Kotzebue is meer dan een muzikant. Naast zijn passie voor muziek heeft de gitarist een eigen muzikaal archief opgebouwd, waarvan hij vindt dat de tijd nu rijp is om daar ruchtbaarheid aan te geven. Hiermee hoopt hij een bijdrage te leveren aan het vastleggen van een stukje muziekgeschiedenis.

Na de Algemene Middelbare School (AMS) wilde Kotzebue muziek studeren. “In die tijd vond men het raar als je muziek ging studeren, dus koos ik voor de studie rechten die ik na een jaar stopte.” Kotzebue is opgegroeid in een gezin dat altijd met muziek bezig was. Zijn vader Emile was lid van het Mannenkoor Maranatha, ook zijn moeder zong in koren.

Vanaf de jaren zeventig heeft hij Surinaamse artiesten op de audioband vastgelegd. Artiesten als Harold Schet, Big Jones, Boerie Gaddum, Wilgo Kembel die de huidige generatie mogelijk niet kent. De kennis van het interviewen deed hij op bij het Instituut van de Overheidsdienst (IVO), waar hij werkte. “Dat was een instituut dat de posities van ambtenaren moest beoordelen. Als medewerker van het IVO ging ik dan de ambtenaren interviewen over hun werkzaamheden.”

Naast zijn overheidsbaan heeft hij zich altijd ingezet voor kunst en cultuur. Zo raakte hij in 1984 vanwege zijn muzikale achtergrond betrokken bij de Theatergroep Eenheid Mofo, een militaire groep met onder anderen Ruben Silvin en Humphrey van Hetten, die aan toneel en muziek deed. Hij was tot en met 1994 hoofd van deze theatergroep, maar vertrok in datzelfde jaar vanwege familieomstandigheden naar Nederland. Ook in het voormalig moederland bleef hij betrokken in de kunst- en cultuurwereld en was hij vooral onder jongeren bezig. In 2017 remigreerde hij naar Suriname.

Samen met enkele personen is Kotzebue bezig de opnames te transcriberen en digitaal vast te leggen. “De interviews op de band moeten beter gemonteerd worden, want die kunnen altijd weer gebruikt worden. Behalve materiaal uit Suriname heb ik ook materiaal uit Nederland”, vertelt de artiest. Beeldmateriaal heeft hij niet, maar hij weet dat anderen dat wel hebben. “Als we alles bij elkaar zetten, wordt het een vloeiend geheel.”

Echter, de grote vraag waarmee hij worstelt is waar hij zijn archief kan onderbrengen. Het directoraat Cultuur voldoet op dit moment niet, vanwege mismanagement van het cultuurerfgoed de afgelopen jaren op het directoraat. “Ik ben niet van de afdeling Cultuurstudies, maar artiesten die we kennen zijn weggegaan met audiobandjes, die back-up zijn voor het archief.”

Hoewel Naks een documentatiecentrum heeft en die volgens Kotzebue een optie is, denkt hij dat er eerst een goed veld moet worden gecreëerd om die goudmijn van Surinaamse cultuur kenbaar te maken en te leren kennen. “Want het lijkt alsof we geen levensfilosofie hebben. We zijn vanaf 1975 onafhankelijk, hoe komt het dat er tot nu toe geen cultuurbeleid is? Ga op de website van het Nederlands Planbureau, dan zie je dat ze een cultuurbeleid hebben. En het is geen kunstbeleid, want kunst is onderdeel van cultuur. Wat hebben wij? Cultuur is de gedachte, waar gaan we naar toe, waar willen we zijn?” zegt Kotzebue stellig.

 

Afleggen gaat altijd gepaard met strenge regels van veiligheid

Uit De Ware Tijd van 27/09/2020 08:08 – Tascha Aveloo  

Granbrada Irwin Goedhart.

PARAMARIBO – De komst van het zeer besmettelijke coronavirus heeft veel veranderd in de wereld. Het heeft niet alleen effect op de manier hoe er wordt geleefd, maar ook op bijvoorbeeld culturele gebruiken.

In Suriname is het afleggen bij overlijden met tal van ceremonieën en vooral veel gezang omkleed. Maar volgens granbrada Irwin Goedhart is er toch wel degelijk een verandering te bespeuren. “De eerste is dat iemand die overlijdt aan Covid-19 niet door een reguliere afleggersvereniging mag worden behandeld. Efu dati ben de a sma en wens, als hij of zij bepaalde wensen kenbaar had gemaakt over de uitvaart, gaan die haast allemaal niet door. In sommige gevallen is zelfs afscheid nemen door familie en naasten niet mogelijk”, vertelt Goedhart aan de Ware Tijd.

Het afleggen van iemand die aan Covid-19 is overleden wordt gedaan door twee mensen van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Goedhart heeft er begrip voor dat men super voorzichtig wil zijn en besmetting tot een minimum wil beperken. “Maar voor ons gaat afleggen altijd al gepaard met strenge veiligheidsregels. A no ala sma san dede fu Covid, dede na atoso yere. Niemand weet of we iemand al hebben afgelegd die thuis aan corona is overleden. Je weet maar nooit.”

Goedhart heeft niet echt nagedacht over mentale of spirituele problemen die kunnen ontstaan als mensen niet goed afscheid hebben kunnen nemen van een overledene. “Kijk, als je het leven kent dan weet je dat ik je nu kan groeten en een paar uur later hoor je ‘a sma no de moro‘. Het gebeurt vaak. Men is dan geschokt. Daarom moet je ervan uit gaan dat wanneer je iemand groet, dat je onbewust ook afscheid neemt totdat je de persoon weer ziet of hoort.”

De granbrada stelt daarom dat het van essentieel belang is voor mensen om in vrede, harmonie en liefde met elkaar te leven. “Natuurlijk, trobi trobi, mandi mandi kan de, maar het moet het leven niet te lang ophouden. Vergeef elkaar en ga door in de liefde, zeker als het gaat om familie.”

Hij vindt zelfs dat er met gebruik van beschermingsmiddelen toch geprobeerd moet worden dat mensen afscheid kunnen nemen als het gaat om een Covid-19-dode. “Door de Covid-19-situatie kunnen nu al een halfjaar mensen niet uit het buitenland komen om hun geliefden te begraven en de anderen te troosten. Winsi yu yere na yu ma of pa, je kan niet komen.” Zij die geestelijk last ervaren van het geen afscheid kunnen nemen, moeten niet schromen om hulp te zoeken bij een geestelijke, een spiritueel heler of een psycholoog.

Goedhart, die ook ondervoorzitter is van de Federatie van Afleggersverenigingen in Suriname, vertelt dat er intern trainingen zijn verzorgd aan de afleggers. “Ik kwam lang vóór corona met een spuitfles in plaats van een kalebas met alcohol. Men keek me vreemd aan toen, maar kijk nu. Want normaliter dippen we allemaal onze handen in de kalebas en zetten een beetje achter onze nek. Dat is nu niet mogelijk.”

Hij vertelt dat niet eenieder zo gemakkelijk de extra maatregelen direct begreep. Vooral de wat ouderen die al tientallen jaren afleggen. “Yu sabi fa den de. Omen tin tin yari noiti mi no siki, zeggen ze. Maar we hebben hen moeten uitleggen dat het niet alleen om hun gaat maar ook om de nabestaanden. Dit virus is een klein ding dat je zo in die kist kan zetten.”

De ceremoniën zijn ook enigszins ingekort. Er wordt niet veel en lang gezongen. Nabestaanden mogen twee aan twee naar binnen om afscheid te nemen zodat er niet meer dan vijf personen tegelijk in de kamer zijn en dat het allemaal niet lang duurt. “En door die lockdown hebben we geen singi neti meer, maar singi bakana. Daarna snel naar huis meki skowtu no hori yu“, lacht Goedhart.

Bij de begrafenis van een Covid-19-dode gaat de kist ook niet meer open of er is in het deksel een glazen doorkijk. Maar het hele proces eromheen, de troostdienst en het zingen en bij elkaar zijn om elkaar te trootsen vallen weg wat de pijn en het verdriet wellicht kan verzwaren. “Wat zullen we doen? We moeten ons aanpassen en proberen het beste ervan te maken om de culturele elementen van ons beroep op de één of andere manier in stand te houden.” Hij vindt het jammer dat de geplande dinari dey dit jaar geen doorgang zal hebben. “Tra yari zullen we zien hoe het loopt, hopelijk zonder corona baya.”

Onthulling Sophie Redmond paneel door stichting Between the Lines

 

Op vrijdag 18 september wordt op het Sophie Redmondplein in Amsterdam Zuidoost het paneel voor Sophie Redmond onthult door de stadsdeelvoorzitter van Zuid Oost, mevrouw Tanja Jadnanansing. Stichting Between the Lines, organisator van de jaarlijkse Sophie Redmondlezing, wilt samen met vrienden van de Sophie Redmondlezing en buurtbewoners stil staan bij het leven van deze bijzonder markante vrouw.

 

Op 18 september dit jaar is het de 65ste sterfdag van dokter Sophie Redmond.

Sophie Redmond studeerde in 1935 af als één van de eerste vrouwelijke artsen in Suriname. Als arts kwam ze vooral op voor de minder draagkrachtigen in de samenleving. In haar radioprogramma ‘Datra mi wan aksi wan sani’, gaf ze voorlichting over gezondheid, opvoeding en onderwijs. Sophie had een uitgesproken mening over vrouwenstemrecht en gelijke kansen voor vrouwen. In 1950 stelde zij zich als onafhankelijke kandidaat verkiesbaar tijdens de tussentijdse Statenverkiezingen in Paramaribo. Ze schreef toneelstukken, acteerde en speelde viool. Sophie Redmond was een vrouw die haar tijd ver vooruitliep.

Vanwege de covid-maatregelen kunnen bij de onthulling maar een beperkt aantal personen aanwezig zijn.   

De onthulling van het paneel voor Sophie Redmond vindt plaats op vrijdag 18 september van 13.00 tot 14.00 uur op het Sophie Redmondplein in de G-buurt, Amsterdam Zuid Oost  

Organisatie: Stichting Between the Lines

Met dank aan: Geef Straten een Gezicht | Stichting Een beter leven voor iedereen | Vereniging Ons Suriname | Bewoners van het Sophie Redmondplein

Voor meer informatie: Anita Plowell 0641559112 / Cheryl Vliet 0617042905 of info@double7fm.nl | www.sophieredmond.nl

Roseline Daan nieuwe directeur Cultuur

Uit: Suriname Herald van 23 september 2020

Roseline Daan is de nieuwe directeur van het directoraat Cultuur, dat valt onder het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Daan zwaait per vandaag de scepter op dit directoraat. Zij neemt het roer over van Elvira Sandie.

Roseline Daan, de nieuwe directeur van het directoraat Cultuur. Foto: CDS

Bij dit moment werd het personeel toegesproken door zowel minister Marie Levens als de nieuwbakken directeur. Met de aanstelling van Daan gaat het directoraat Cultuur een andere fase in. Het personeel is lange tijd in staking geweest vanwege een conflict met de vorige leiding.

In haar toespraak benadrukte minister Levens het belang van cultuur. “In tijden van verdriet helpt cultuur”, zei de bewindsvrouw. “Ik vergeet nooit dat tijdens een paar donkere dagen in de jaren tachtig, het cultuur was die ons op de been heeft geholpen. Het was het gezang, het gebed, de koren en de kunst die ons gedwongen hebben om tot een natie te komen.” Minister Levens heeft een goed gesprek gehad met de scheidende directeur Sandie, die zij bedankte voor het geleverde werk.

“Er wordt gezegd dat dit directoraat een moeilijk directoraat is. Ik geloof dat niet. Er is voor alles een oplossing als we naar elkaar luisteren en met elkaar afstemmen”, hield nieuwbakken directeur Daan het personeel voor. De nieuwe leidinggevende heeft laten weten dat zij altijd een luisterend oor heeft voor het personeel. “Als jullie iets met mij willen bespreken, loop mij tegemoet en wij praten erover. Wij gaan dit beleid uitvoeren in overleg met elkaar. Niemand is elkaars meerdere. Gelijkwaardigheid en respect zijn twee belangrijke zaken. Wil je gerespecteerd worden, dan moet je dat ook eerst hebben voor een ander.”

De boodschap van Daan naar haar personeel toe was duidelijk: “Kom niet aan het werk om die stoel warm te houden, kom aan het werk om te werken. Ga er niet vanuit dat jouw bijdrage te klein is. Elke bijdrage is van belang en wordt van harte verwelkomd.”

Het directoraat beschikt over personeel dat veel weet over cultuur en genoeg ervaring heeft. Met de nieuwe directeur heeft de minister afgesproken dat er naar hen geluisterd moet worden. “Zij kunnen ons helpen richting geven welke kant de cultuur op moet gaan.”

 

Geen sinterklaasviering meer op Curaçao

Uit: Suriname Herald van 20 september 2020

Mensen demonstreren tijdens de sinterklaasintocht op Curaçao. Foto: Dick Drayer

Het doek lijkt nu definitief gevallen voor de nationale sinterklaasviering op Curaçao. De overheid in Willemstad heeft besloten niet langer subsidie te verstrekken aan eventueel nieuwe organisatoren van het kinderfeest. In april had de vaste organisator al laten weten geen intocht meer te organiseren.

In ieder geval kan de Curaçaose overheid het sinterklaasfeest in de huidige vorm niet steunen, “omdat mensen van kleur en Afrikaanse afkomst zich gediscrimineerd voelen”, zo staat te lezen in een persverklaring.

Nationaal kinderfeest
In overleg met verschillende organisaties wordt nu gewerkt aan een nieuw concept voor een nationaal kinderfeest dat bij voorkeur rond de internationale Dag van het Kind, op 20 november, georganiseerd wordt. Aan het alternatief voor Sinterklaas moeten volgens de persverklaring in ieder geval alle kinderen kunnen deelnemen, onafhankelijk van hun ras, geloof of afkomst.

Sinds eind jaren 60 is er zo af en toe protest geweest tegen het ‘koloniale feest’ op Curaçao. Vorig jaar werd dat nieuw leven ingeblazen door de in Nederland opgerichte actiegroep Kick Out Zwarte Piet. De demonstranten eisten toen niet alleen de afschaffing van Zwarte Piet, maar ook van Sinterklaas.

Sociologisch onderzoek invloed kaseko- en kabulamuziek op seksualiteit

Uit De Ware Tijd van 20/09/2020 12:06 – Tascha Aveloo

PARAMARIBO – ‘De invloed van kaseko- en kabulamuziek met betrekking tot seksuele perecepties en gedragingen van Afro-Surinaamse en marronjongeren’ is de titel van het ruim zeventig pagina’s tellende onderzoeksrapport dat Mariëlle Te Vrede succesvol verdedigde. Ze is afgestudeerd aan de bacheloropleiding sociologie van de Anton de Kom Universiteit van Suriname. 

Te Vrede was eerst twee jaar rechtenstudent voordat ze overstapte naar sociologie. Haar keus viel op sociologie omdat zij dat vak op de middelbare school al leuk vond. “Ik wilde er meer over weten. Carla Bakboord, die mijn thesis medebeoordeelde, heeft mij ook gemotiveerd om voor de studie te kiezen. Wij musiceerden enkele jaren terug samen in een orkest. Zij gaf aan dat muziek een deel is van cultuur en dat ik die twee – muziek en onderzoek – kon samenvoegen tijdens mijn studie. Het was echt een leerrijke ervaring.”

Te Vrede is blij met haar keuze omdat de opleiding haar veel inzichten heeft gegeven in mens en maatschappij. “Ik kon bepaalde patronen uit mijn opvoeding thuis en uit mijn persoonlijke situatie herkennen en veel beter begrijpen. Ik heb geleerd hoe verschillende omgevingen invloed kunnen hebben op de mens, hoe mensen samenleven, hoe normen en waarden ontstaan en nog zoveel meer.”

Haar eerste onderzoeksidee was om na te gaan in hoeverre Surinaamse muzikanten vreemdgaan. Tijdens het brainstromen met haar docent tevens thesisbegeleider Helmut Gezius, maakte dit idee plaats voor het onderzoek naar handelingen binnen de kaseko- en kabulamuziekwereld. “Ik kon mij herinneren dat ik als jong meisje toen niet begreep waarover het lied ‘Boeke’ van Aptijt ging. Uit persoonlijke observatie blijkt dat jongeren vaker middels de media worden blootgesteld aan seksualiteit. Wat gaat er om in de jongeren als ze de seksueel getinte kaseko- en kabulaliederen beluisteren en de video’s bekijken? Luisteren zij eerder naar de tekst of audio? Zijn zij zich bewust van de seksuele inhoud? Zo ja, wat is de reden dat zij blijven luisteren naar en dansen op de muziek?”

Er zijn ook veel meningen over kinderen en jongeren die dansen op en luisteren naar seksueel getinte kaseko- en kabulamuziek. Er is weinig over dit onderwerp geschreven en ook weinig onderzoek verricht in Suriname. Met haar onderzoek wilde zij meer duidelijke informatie over dit thema. Het idee werd direct goedgekeurd waarna zij aan de slag ging. Het veldonderzoek heeft drie maanden geduurd met gebruik van de kwalitatieve onderzoeksmethode. Dat houdt in dat zij de meningen, ervaringen, belevingen en percepties van haar onderzoeksdeelnemers wilde achterhalen over kaseko- en kabulamuziek. Naast het stellen van vragen heeft zij vier liederen met haar onderzoeksdeelnemers beluisterd en een video met ze bekeken. “Daarover mochten zij hun mening geven en ze vertelden ook over hun interpretatie van de teksten.”

Te Vrede interviewde tien Afro-Surinaamse en marronjongeren tussen zestien en 24 jaar. Daarnaast sprak zij met Rudy Spa van muziekformatie Orchestra Alafa, Joey Lansdorf van Stichting Lobi, Siegmien Staphorst en Clifton Braam van Naks en de radio-omroepers Carlos Pinas van SRS en Quincy Bigiman van Radio Boskopu. “De boodschappen die de jongeren haalden uit de vier liederen waren: seksuele omgang, uitloperij, geslachtsdelen, relaties, orale seks, ‘vulgaire’ dansbewegingen (billen schudden, vooroverbukken waarbij een man achter de vrouw gaat staan) en vrouwen die seks hebben met mannen om geld te verdienen. Hieruit kunnen de jongeren geen positieve boodschappen halen.”

Volgens de jongeren waren er toch wel enkele positieve boodschappen in de kaseko- en kabulaliederen die zij beluisteren via de radio, televisie of sociale media. “Ze konden uit de liederen halen dat ze hun best moeten doen op school en in de maatschappij, dat het vooral volwassenen zijn die in odo praten, hoe een vrouw op een romantische manier te behandelen en dat zij moeten waken voor verkeerde vrienden.” De jongeren gaven aan deze positieve boodschappen mee te nemen en toe te passen in hun leven. “Zij zijn van mening dat veel kaseko- en kabulaliederen seksueel getint zijn en dat ze daarom eerder luisteren naar het ritme en niet zozeer naar de teksten. De muziek heeft een leuk en pakkend ritme waar zij gezellig op kunnen dansen. De jongeren bekijken de video’s nauwelijks, omdat er vaak alleen dames te zien zijn die dansend hun billen schudden. Zij vinden dat zij daaruit niets kunnen leren”, licht Te Vrede de antwoorden toe.

In de vier liederen wordt orale seks volgens de jongeren aangeduid als het zuigen van een lollipop en het eten van een boyo. Het geslachtsdeel van de man wordt in de vier liederen aangeduid als ‘Johannes de doper’ en ‘lollipop’. Het geslachtsdeel van de vrouw wordt aangeduid als ‘boyo, bolu, fowru, zoete poete’. Het woord ‘fowru’ kan ook ‘vrouw’ betekenen. Uit het onderzoek werd duidelijk dat er wel degelijk een mate van invloed is die voorkomt uit het luisteren naar deze muziek. “Een deelnemer neemt het ritme van de muziek mee tijdens de seksuele omgang in de slaapkamer. Dit doet hij om de relatie met zijn partner spannend te houden. Twee deelnemers gaven aan dat zij de woorden die in de teksten voorkomen soms gebruiken om met vrienden onderling grappen te maken. Een deelnemer geeft aan dat zij voor de gezelligheid meedoet met de handelingen die de zanger opdraagt aan het publiek tijdens een dansi. Deze handelingen doen de jongeren binnen hun persoonlijk gestelde grenzen. Bijvoorbeeld, het moet voor de deelnemer geen overdreven dans zijn zoals ‘het hoofd op de vloer en een voet in de lucht’. Daar zal zij niet aan meedoen.”

De jongeren gaven aan niet seksueel opgewonden te raken van de kaseko- en kabulaliederen. Zij geven aan dat zij hun eigen gedrag bepalen, niet de liederen. “Ze zijn wel van mening dat jongeren beneden achttien jaar die in de experimentele fase van seks zijn door onverantwoordelijkheid of door peer pressure de handelingen kunnen uitvoeren die zij in de liederen horen zoals orale seks of vreemdgaan.” Ondanks dat de jongeren zich bewust zijn van de seksualiteit die voorkomt in kaseko- en kabulaliederen, zullen zij blijven luisteren naar deze muziek. Het gaat echt om het leuke en pakkende ritme waar zij op kunnen dansen en van genieten. De liederen hebben geen invloed op de perceptie van de jongeren over seksualiteit, omdat seks heel ruw, grof, niet netjes en niet romantisch overgebracht wordt door de zangers in de liederen. “Volgens de jongeren is seks zielcontact en een liefdesuiting tussen twee mensen die in een relatie zijn en van elkaar houden. Seks betekent ook plezier en het verwerken van stress. De jongeren kunnen zich niet terugvinden in de teksten. Zij vinden de teksten vies en smerig.”

Scholarship voor Surinaamse studenten