‘Winti en christendom moeten elkaar aanvullen’

Uit: De Ware Tijd 11/04/2021 10:10 – Audry Wajwakana  

PARAMARIBO – Het christendom en winti hoeven niet met elkaar in strijd te zijn. Christenen moeten volgens andragoloog Urmie Macnack, die zich bezighoudt met transcultureel systeem-psychotherapie, accepteren dat winti een geloofssysteem is, dat op zichzelf staat. Aan de hand van eigen ervaring vertelt ze in de zesde webinar van de ‘Beweging Zwarte Vooruitgang’ met als thema ‘Religie/ Spiritualiteit: Versterking of Onderdrukking’ dat winti en christendom juist aanvullend naar elkaar toe zijn. 

Macnack komt uit het district Para, waar het christelijk geloof (EBG) en winti in het leefsysteem van de bewoners in de Para plantages verenigd waren en er geen sprake was van onderlinge strijd. Echter, buiten de plantages werd het wintigeloof door christenen, wel als voorouderverering en demonisch gekwalificeerd. Het gevolg hiervan is volgens de systeemtherapeut dat het effect heeft op de menselijke psyché en ertoe leidt dat sommige mensen zich in het geheim met winti gingen bezighouden. “Nu doet men dat niet meer, maar wat ik in mijn spreekkamer meemaak is dat mensen komen met worstelingen binnen de familie.”

Binnen systeemtherapie ziet Macnack dat de winti heel veel raakvlakken heeft met wat in de psychologie gebruikelijk is. Ook in de psychologie gaat men uit van oude trauma’s die doorwerken. Omdat net als in de psychologie winti ook behandelingsmethoden kent, roept ze op tot herwaardering van de winti. Dit is volgens haar een sjamanistisch geloof dat de mens in de wereld in allerlei vormen aantreft. “Men gelooft in een oppergod waar alles in de natuur begeesterd is. Het heeft dus niks te doen met bijgeloof of heidens”, zegt ze. Volgens haar denken veel witte mensen er niet negatief over. Maar zwarte mensen schamen zich voor de negatieve boodschappen die ze eeuwenlang van generatie op generatie mee hebben gekregen. De herwaardering begint bij het individu. “Ga zelf op onderzoek uit en neem niet aan wat anderen ons zeggen”, zegt ze. Omdat er vanuit de winti wel tolerantie is naar het christendom zou dit ook omgekeerd moeten zijn om conflicten binnen families omtrent het geloof op te lossen. “De kerk als instituut kan iets hierin betekenen”, zegt ze.

Ervan uitgaande dat de kerk een sociaalmaatschappelijke instelling is die functioneert in een sociaalmaatschappelijk bestel dat zowel christelijke als niet christelijke organisaties ontmoet, zou het volgens dominee Edgar Loswijk te kortzichtig zijn om niet met de mensen van het wintigeloof in gesprek te gaan. “Het mooie hiervan is dat we elkaar respecteren. En dat betekent dat je het niet met alles eens hoeft te zijn. Het gaat om de samenleving.” Hij stelt dat de kerk wel midden in de samenleving is en haar identiteit niet zal prijsgeven, maar wel verantwoording schuldig is aan die samenleving. Hij, Macnack en historica Judy Samson waren de inleiders van de webinar. In zijn presentatie wees Loswijk op de aspecten waar de EBGS als deel van de maatschappij een rol heeft gespeeld in de slavernij periode en daarna. Samson ging in op de geschiedenis van het ontstaan van de wintireligie. Tijdens de vragenronde gaf de dominee toe dat de presentaties van de twee vrouwen eyeopeners waren.

De serie webinars is een initiatief van Eline Graanoogst, Astrid Runs en Vanessa Limon die op 13 juli 2020 de ‘Beweging Zwarte Vooruitgang’ hebben opgericht. Aanleiding was volgens Runs ‘The Black Lives Matter protesten’, over de brute politiemoord op George Floyd. Als een rimpeling in zee, in steeds grotere golven verplaatsten de protesten zich naar Brazilië, Frankrijk, Engeland, Nederland, Barbados, inheemsen in Nieuw-Zeeland en Australië. De protesten worden wereldwijd geleid door mensen van kleur, maar de beweging zag steeds meer participatie van de witte bevolking die deelneemt aan de strijd tegen sociale ongelijkheid en systematisch racisme. Om de problemen waarmee de afro-Surinamer te kampen heeft, bespreekbaar te maken, is gestart met het organiseren van webinars. De eerste was op 8 november vorig jaar. De initiatiefnemers kiezen voor thema’s die in eerste oogopslag een beetje ongemakkelijk aanvoelen binnen de gemeenschap. “Wat we willen bereiken is dat mensen bereid zijn hun visie op een bepaald thema te delen en om met elkaar in dialoog te gaan”, zegt Runs. Om een breder publiek te bereiken hebben de initiatiefnemers ook een Youtubekanaal aangemaakt waarin alle webinars terug te bekijken

 

 

 

 

Actrice Cicely Tyson (96) overleden, geroemd als krachtige, zwarte vrouw

De Amerikaanse actrice Cicely Tyson is op 96-jarige leeftijd overleden. In haar carrière die 60 jaar duurde, onderscheidde ze zich in films, tv-series en toneelstukken met rollen van krachtige zwarte vrouwen, die worstelden met problemen als achterstand en discriminatie.

Watch: “Actrice Cicely Tyson (96) overleden, geroemd als krachtige, zwarte vrouw” – https://nos.nl/l/2366440

Watch: “Hollywood legend Cicely Tyson recounts life, career in new memoir” on YouTube: https://youtu.be/f6US9geaSmA

Watch “Cicely Tyson’s Last Interview” on YouTube: https://youtu.be/WI_EehTLynU

Watch: “Cicely Tyson Death, Age, Children, Husband, Movies and Net Worth” on YouTube: https://youtu.be/SbUyV4PlAgk

Watch: “2020 Hall of Fame: Cicely Tyson” on YouTube: https://youtu.be/BEd1Wnssmbo

Watch “Cicely Tyson Emotional Speech That Left Everyone Crying” on YouTube: https://youtu.be/H1QuAcM_q_0

Watch “RIP Tyler Perry Shares Heartbreaking Final Goodbye To  Cicely Tyson Passing.” : https://youtu.be/0jwfwzchBMY

Watch “Cicely Tyson Remembered by Gayle King, Debbie Allen and More (Exclusive)”: https://youtu.be/0j-9bMYSXwo

Watch “Celebrating the life of Hollywood icon Cicely Tyson l GMA” on YouTube: https://youtu.be/cNGmiGvbtDI

Relegie of Spiritualiteit webinar

Sori yu talenti Schrijfwedstrijd

Jan Pronk: ‘We hebben Suriname gigantisch geplunderd,

Oud-minister Jan Pronk (80) legt in zijn boek Suriname, van wingewest tot natiestaat verantwoording af over zijn Surinamebeleid als minister in drie kabinetten. Voormalig Kamerlid Harry van Bommel en beleidsadviseur Sara Murawski blikken met Jan Pronk terug op 45 jaar Surinaamse onafhankelijkheid.

Was de onafhankelijkheid van Suriname onvermijdelijk? De Antillen zijn altijd Nederlands gebleven en buurland Frans-Guyana is nog altijd Frans.

“Op dat moment was de onafhankelijkheid onafwendbaar; men wilde het in Suriname en het was het tijdsgewricht van dekolonisatie. Ik geloofde daar volmondig in, zoals iedereen binnen links. Suriname was een van de latere landen. Nederland werd aangesproken hierop, ook in de VN. Alle landen zouden onafhankelijk worden. Als je nu terugkijkt, kun je wellicht vaststellen dat in de huidige geglobaliseerde wereldeconomie er ook andere relaties mogelijk zijn; wederzijdse Gemenebestrelaties misschien, of associaties. Daarom ben ik ook voor het handhaven van de relatie met de Antillen. De Antillen wilden ook geen onafhankelijkheid in de jaren 70 en dat werd door de Nederlandse regering volmondig geaccepteerd. De onafhankelijkheid van Suriname zou nu niet meer zo onafwendbaar zijn als toen.”

Er waren ook kritiek en weerstand in Suriname jegens onafhankelijkheid. Vindt u dat er voldoende is geluisterd naar die stemmen?

“We hebben risico’s genomen, maar er is wel geluisterd. Het luisteren naar de numerieke minderheid op dat moment kon niet leiden tot een andere beslissing dan de toekenning van onafhankelijkheid. Als we andere voorwaarden zouden stellen dan twintig jaar eerder overeengekomen was tijdens de onderhandelingen over het Statuut, zouden we als een neokoloniale staat worden gebrandmerkt. We hebben wel zoveel mogelijk zekerheden gecreëerd, zodat de tegenstellingen niet zouden escaleren in gewelddadige conflicten. Het waren er drie. Ten eerste kwam er een grondwet. Ten tweede konden we de mogelijkheid bieden dat iedereen die de Nederlandse nationaliteit niet wilde opgeven, naar Nederland kon gaan. De derde zekerheid lag besloten in de voorwaarde dat de Nederlandse hulp na onafhankelijkheid gericht zou worden op alle bevolkingsgroepen, zonder uitzondering.”

De wens om tempo te maken met de onafhankelijkheid heeft mogelijk de onderhandelingen beïnvloed. Heeft dat de Nederlandse toegeeflijkheid vergroot?

“Het tempo werd bepaald door de datum die eenzijdig door Suriname was gekozen. De onderhandelingen gingen dus niet over de vraag óf Suriname onafhankelijk zou worden, of wanneer, maar hoe. Er was al heel veel tot stand gekomen. Het land was een democratie, er was een rechtsstaat, onafhankelijke rechtspraak, vakbond, vrije pers, er was geen politiegeweld. Suriname was gereed om onafhankelijk te worden. Dus eigenlijk hoefde je alleen maar te onderhandelen over burgerschap en emigratie en over financiële steun gericht op economische verzelfstandiging na de verwezenlijking van staatkundige autonomie. Over defensie werd niet onderhandeld. Men zei gewoon ‘wij willen een leger’. Dat was hun eigen beslissing. Defensie in Nederland hielp om de vorming van een Surinaams leger in goede banen te leiden met technische bijstand, materieel en een militaire missie. Dat beetje geld en technische bijstand heeft niet slecht uitgewerkt, de missie wel. We hebben de leiding van die missie toevertrouwd aan een Nederlandse kolonel met een eigen agenda.”

COLUMN: MI NA TONGO!

COLUMN: MI NA TONGO!

12/11/2020 14:00 – Pokay Tongo

Bijna iedereen had er een mening over. Eerder ongevraagd omdat ik mij niet kan voorstellen dat Abop-DNA-lid Fogatie Aserie (mooie naam trouwens) na zijn beroemde pleidooi op zijn toehoorders afstapte met de vraag: da fa unu ben feni mi Nederlands? Aserie pleitte voor betere en professionelere onderwijsbegeleiding van kinderen in het binnenland. Ik denk eerder dat hij zich afvroeg of en hoe zijn noodkreet was overgekomen. De Nationale Assemblee is namelijk niet de plek waar jouw Nederlandse spreekvaardigheid door een examencommissie van vijftig man wordt beoordeeld.

Reacties van struikelaars over het door Aserie gebezigde Nederlands zeggen meer over hun persoon dan over de inhoud van zijn boodschap. Zij die driedubbel in een deuk lagen, daar durf ik van te zeggen dat zij zich niet veel beter kunnen uiten in het Nederlands. Want, kan je het beter, dan was jouw focus niet op zijn taalgebruik maar op de inhoud. De ontwikkeling van kinderen in het binnenland ligt Aserie nauw aan het hart. De abrupte overgang van de moedertaal naar het Nederlands (Nederlands is de voertaal in Suriname) zorgt voor de nodige bruya bij Surinaamse kinderen in het algemeen. Het gevolg is voortijdige schoolverlaters of te weinig toekomstperspectieven op een reguliere opleiding die aansluiten bij hun ambities.

Lees meer: COLUMN: Mi na tongo! – DWTonline.com http://www.dwtonline.com/de-ware-tijd-online/laatste-nieuws/2020/11/12/column-mi-na-tongo/#ixzz6euHGyrJB

Afro-Nederlandse studies op de HvA: ‘Eindelijk mogen we leren over onze geschiedenis’

Dit schooljaar biedt de HvA als eerste hogeschool van Nederland het keuzevak Afro-Nederlandse studies aan. Een prijswinnend vak, ontwikkeld door docent Zawdie Sandvliet. Dinsdag presenteerden studenten het voorstel voor hun eindonderzoek. ‘Dit vak leert je wie je bent.’

De zenuwen zijn niet helemaal te verbergen. In verschillende klaslokalen staan studenten Social Work die het vak Afro-Nederlandse studies volgen. Ze schrapen hun keel, leunen van het ene been op het andere. Het publiek voor hun presentatie bestaat namelijk niet zoals gebruikelijk uit de bekende gezichten van medestudenten.

Beeld: Kyrie Stuij | Student Jadzia Vrij

In de klaslokalen zitten ouders, oud-studenten en docenten van andere faculteiten. Afro-Nederlandse studies is het eerste vak in Nederland dat ons koloniale verleden behandelt, en ingaat op de geschiedenis, plus hedendaagse realiteit van Afro-Nederlanders. Dat trekt belangstelling. 

Het is misschien wel het meest persoonlijke vak op de HvA. Voor een deel van de studenten is het ook een zoektocht naar hun eigen identiteit. Zij leren bijvoorbeeld over de geschiedenis van hun voorouders, die in schoolboeken meestal niet, of nauwelijks werd besproken.

U KUNT MEER LEZEN OP HUN WEBSITE : Afro-Nederlandse studies op de HvA

Ontwikkeling en potentie alekemuziek in mini-docu vastgelegd

Uit De Ware Tijd: 01/11/2020 08:08 – Audry Wajwakana

PARAMARIBO – Suriname kent diverse muziekstijlen. Eén van de bekende en meest populaire stijlen onder de Aucaners is de aleke, een muziekstijl die op basis van experimenten in het Cotticagebied is ontstaan en veel aan de kaseko doet denken.

Hoewel de ontstaansgeschiedenis van deze stijl moeilijk te achterhalen is, is er momenteel een zeer populaire aleke-artiest die met zijn muziek de wereld wil veroveren. Regisseur Tolin Alexander heeft in opdracht van Stichting Kibii een minidocu gemaakt over de aleke, waarin hij de artiest Brayen Doekoe meer bekend als Autar, heeft gevolgd.

Bij de versoepeling van de Covid-19-veiligheidsmaatregelen heeft de film/theaterregisseur zich samen met de lokale filmmaker ‘Basta’ in de Tembe Art Studio (TAS) teruggetrokken om de documentaire in elkaar te zetten. De docu, ‘Kotika liba fika a membee’ (‘Cotticarivier is als slechts een herinnering’), is afgeleid van een lied. “Door een filmpje over deze muziekstijl te maken, werken we aan conservering van een stukje cultuur”, zegt Alexander.

De artiest is niet alleen in Moengo, maar overal waar er aleke-muziek wordt afgedraaid of bespeeld, bekend. “In de docu vertelt hij dat hij met deze muzieksoort de wereld heeft bereikt, net zoals Bob Marley dat deed met zijn reggaemuziek. Reggae wordt nu overal in de wereld bespeeld of afgedraaid, maar er wordt nog altijd een link gelegd met Jamaica. Dat wil deze artiest ook”, legt Alexander uit.

De regisseur vertoefde zes dagen in Moengo. Het meest interessante van dit project vond hij de opnames en de editing in TAS. “De grote uitdaging was om de filmmaker vrij te krijgen en mij te oriënteren over het aanwezige materiaal voor de opnames.” Hij heeft ook archiefmateriaal van de Moengofestivals gebruikt en lokale bewoners geïnterviewd. In het filmpje wordt gesproken in het Aucaans en er is een Engelse ondertiteling aangebracht.

De mini-docu is dertien minuten lang en ter beschikking gesteld van het Researchcentrum van Stichting Kibii. De mini-docu is de eerste productie sinds stichting Kibii een samenwerking is aangegaan met de Nederlandse organisatie Le Guess Who. Jaarlijks wordt er in Utrecht een muziekfestival georganiseerd, waarbij dans-, theater- en muziektalenten, die de mainstream missen, een platform krijgen. “Twee jaar geleden werden we door de organisatoren benaderd, die hetgeen we in Moengo doen heel interessant vinden. Zij wilden de jazzbands of alekemuziek een podium bieden via hun platform”, vertelt Marcel Pinas van Stichting Kibii.

Vorig jaar zou een Moengo Jazzband naar Utrecht afreizen om deel te nemen aan het festival, maar vanwege de economische situatie in Suriname lukte het niet om de financiële middelen voor elkaar te krijgen. Dit jaar lukt ook niet vanwege de Covid-19-pandemie. “Als optie wil de organisatie toch nieuwe producties digitaal tonen. Vandaar dat we hebben besloten om deze mini-docu alvast te maken”, zegt Pinas. Het filmpje zal ook via Le Guess Who aan een breder publiek vertoond worden.

Op kleine schaal probeert de stichting diverse projecten uit te voeren. “Vanwege de Covid-19-pandemie waren we even gestopt, maar nu zijn we aan het bekijken hoe we verder kunnen gaan. We kunnen niet stil blijven zitten als we kijken naar de talenten van de jongeren. Dat zou pas zonde zijn”, aldus Pinas.

Rond deze periode zou een Trinidadaanse architect de nieuwe Artist-inResidence zijn in Moengo. Hij heeft grote interesse in de traditionele marronbouwstijl. Pinas is samen met de architect bezig voorbereidingen te treffen via Zoom-meetings, om dit project voort te zetten zodra de pandemie voorbij is.