DE POSITIE VAN AFRO-SURINAAMSE MANNEN – LEZING MEI 2018 CLARK ACCORD FOUNDATION

De inleiding is opgebouwd aan de hand van drie opvattingen die m.b.t. de positie van Afro-Surinaamse mannen leven in de samenleving, als volgt:

Opvatting 1.
Men At Risk: De Positie va Afro-Surinaamse mannen is in gevaar vanwege de opmars van de Vrouwen:

Opvatting 2
Het lukt Afro-Surinaamse mannen niet om stabiele partnerrelaties te onderhouden

Opvatting 3:
Afro-Surinamers laten het afweten als vader

OPVATTING: MEN AT RISK: DE POSITIE VAN AFROSUR. MANNEN IS IN GEVAAR VANWEGE DE OPMARS VAN DE VROUWEN:

De opvatting dat AfroSur mannen gemarginaliseerd zijn door de opmars van vrouwen is voor het eerst in 1991 neergezet door prof. Errol Miller van de UWI (Jamaica) en is sinds toen door mannen en vrouwen omhelst als een grote waarheid.

De opvatting m.b.t. marginalisatie van de mannen in zijn boek getiteld ‘Men at Risk’ en wordt als volgt onderbouwd:

  • Mannen van de lagere sociale klassen hebben een marginale positie in de gezinnen;
  • Jongens nemen steeds minder deel aan het onderwijs en zij die wel deelnemen, leveren slechte prestaties;
  • Mannen worden door vrouwen ingehaald bij goedbetaalde en prestigieuze jobs
  • De verdiencapaciteit van mannen ten opzichte van vrouwen gaat achteruit bij de zgn. witte boorden jobs.

De marginale positie van de mannen leidt tot een identiteitscrisis bij mannen, waaronder toenemende homoseksualiteit en de zwakke rol van jongens en mannen in het onderwijssysteem. Er is vrees voor de vervrouwelijking van het intellect in de samenleving, een scheefgroei. De vrouwenbeweging, genderbeweging krijgt de schuld hiervan.

In de perceptie van Miller en zijn aanhangers is er sprake van een gender identiteitscrisis en ligt de oplossing van dit vraagstuk bij het onderwijssysteem, dat zorg moet dragen voor het herstel van de sociologische constructie van de mannelijkheid.

Tot zover de opvatting over de positie van mannen en jongens die in gevaar zou zijn vanwege de oprukkende vrouwenbeweging zoals vertolkt door E. Miller in 1991.

Sinds toen hebben diversen deze opvatting omarmd en zelfs vertegenwoordigers van vrouwenorganisaties zijn van mening dat de vrouwenorganisaties een stap terug zouden moeten doen omdat het zo zielig is wat mannen overkomt. Door de acties van de vrouwenbeweging zou een situatie ontstaan zijn waarbij opgeleide vrouwen geen geschoolde man als partner zouden kunnen hebben.

Hoe zouden we deze opvatting over Men At Risk moeten beoordelen? Moeten we inderdaad stoppen met het streven naar gendergelijkheid en gendergelijkwaardigheid omdat vrouwen het beter doen binnen de onderwijssector, beter participeren in het onderwijs en binnen het arbeidsproces?

 Inderdaad, vrouwen zijn mannen voorbijgestreefd in het voortgezet en hoger onderwijs. Toen de mannen actief deelnamen aan het onderwijs, carrière maakten en zo hun positie in de samenleving verstevigden was het okee. Nu vrouwen dit domein betreden is het niet meer okee. Dus lijkt het erop alsof bepaalde sectoren geclaimd kunnen/mogen worden door mannen, maar dat het niet meer okee als deze zelfde sector door vrouwen wordt betreden.

De vraag is of de mannen in de samenleving werkelijk gemarginaliseerd vanwege het feit dat ze niet meer in een zo hoge mate als voorheen participeren aan het onderwijs.

Is het juist dat vrouwen in staat zijn mannen te marginaliseren vanwege het simpele feit dat ze een hogere educatie, een beter beroep en een hoger inkomen hebben? Dat zou betekenen dat binnen de samenleving de inkomens en beroepen de enige basis zijn die de achtergestelde positie van vrouwen bepalen.

Goed beschouwd is het nog steeds zo dat:

  • Het merendeel van de glamour jobs die veel inkomsten en aanzien opleveren, in handen is van mannen;
  • De economische en politieke macht in de samenleving in handen zijn van mannen;

Het vorig jaar nog is via de studie: “The State of the World’s Fathers: Latin America and the Caribbean” uitgegeven in 2017 aangetoond dat gender gelijkheid nog steeds een grote uitdaging is op de arbeidsmarkt, met name als het gaat om de opvang van kinderen, de gezinstaken en de sociale zorg voor huisgenoten en familieleden. Dat er nog een grote kloof bestaat tussen mannen en vrouwen, hoewel vrouwen nu massaal deelnemen aan de loonarbeid 68% (van de vrouwen werkt t.o.v. 95% van de mannen). Het zijn mannen die de hogere salarissen verdienen en de betere posities hebben in deze regio. Waaronder ook Suriname.

Dezelfde studie toont aan dat de cultuur van het machismo nog steeds sterk aanwezig is in de Latijns Amerikaanse en Caribische regio. Dat vrouwen nog steeds gezien worden als huisvrouw, verzorger van kinderen en van gezins- en familieleden, terwijl mannen gezien worden als de belangrijkste kostwinner, de leider van het gezin, de ‘provider’.

Als we terugkeren naar de vraag: zijn mannen gemarginaliseerd? Is de positie van mannen in gevaar? Dan moet het antwoord luiden: als we uitgaan van de macht die mannen aan hun positie ontlenen ten opzichte van vrouwen, dan is hun positie niet in gevaar.

Maar er is wel degelijk sprake van een crisis: een mannelijke identiteitscrisis m.b.t. de opvattingen over wat mannelijkheid hoort in te houden en uit te stralen. Deze opvatting over de mannelijkheid is aan het wankelen gebracht vanwege de massale deelname van vrouwen in het onderwijs. Mannen moesten daarom op zoek naar andere sectoren om invulling te geven aan de rollen die de samenleving van hen verwacht. De rollen waarin ze gekneed zijn via socialisatie: via de opvoeding van hun moeder, hun ouders, hun familieleden, de school, de kerk, de buurt, de media, enz. Mannen moeten in de ogen van de samenleving de kostwinner zijn van hun gezin. Mannen moeten stoer zijn, macho zijn, de leiding hebben van het gezin, de toon aangeven in het gezin, de toon aangeven binnen hun partnerrelatie.

  • Vroeger werd mannelijkheid geassocieerd met onder andere de onderwijssector. In de onderwijssector kon je goed verdienen. Door een diploma te halen kon je carrière maken, stijgen op de maatschappelijke ladder. Dat sprak mannen aan, dat droeg bij aan de versterking van de mannelijkheid. Nu vrouwen massaal deelnemen aan het onderwijs en eigenlijk hetzelfde nastreven, heeft het onderwijs zijn ‘glamour’ voor mannen verloren. Dus wordt mannelijkheid steeds minder geassocieerd met onderwijs, want het onderwijs, de onderwijssector is vervrouwelijkt. Studeren is (nu) iets voor meisjes geworden, niet meer voor mannen zoals voorheen.
  • Mannelijkheid in de samenleving wordt geassocieerd met tofheid, onkwetsbaarheid en steeds minder met onderwijs, waardoor jongens en mannen hun mannelijkheid steeds meer bewijzen via geldbezit, uiterlijk vertoon, hosselen, geweld, relationeel en seksueel onverantwoord gedrag en criminaliteit.
  • Zolang de mannen die op zoek gaan naar sectoren die hen financiële middelen en aanzien kunnen bieden waarbij ze geen schooldiploma nodig hebben in de legale sfeer opereren is er geen probleem. Maar het risico is dat het streven naar stoerheid en geldbezit kan leiden tot een blijvende associatie met de criminele wereld en criminele netwerken.

Het feit dat vrouwen door hun deelname aan het onderwijs hun economische positie kunnen versterken en meer gaan verdienen – soms meer dan hun partner – versterkt ook de identiteitscrisis. De man kan zich niet of niet langer langer waarmaken als de ‘provider’ van het gezin, van de familie. Hij kan zijn rol als leider van het gezin niet meer waarmaken. Hij kan er moeilijk mee omgaan maar ook hun partners en anderen in zijn sociale omgeving vinden dat een probleem. Ook omdat zij hebben geleerd bepaalde verwachtingen te hebben van de man. De crisis is dan volledig.

 

ACTIE, BELEID NODIG OM DE CRISIS OM TE BUIGEN

Indien deze crisis niet goed gemanaged wordt kunnen er problemen ontstaan: bij de man zelf, in de relatie met zijn partner; in de relatie met zijn kinderen; in zijn relatie met de wijdere omgeving. Met vele gevolgen van dien.

Het is daarom noodzakelijk om in te grijpen. Niet door de opmars van de vrouwenbeweging te stoppen of te vertragen. Integendeel, door in te zien dat de crisis juist is ontstaan door de bestaande gender opvattingen (over de rol die mannen en vrouwen moeten vervullen). Er moet dus gewerkt worden aan het creëren van een andere invullen van de percepties van mannelijkheid en vrouwelijkheid in de samenleving.

Het is dringend nodig om een ander rolmodel voor mannen/jongens te ontwikkelen. Een rolmodel dat gebaseerd is op:

  • Zelfrespect, zelfbevestiging; zelfcontrole: jezelf zijn, emoties uiten, emoties in balans brengen en in balans houden;
  • Respect en ruimte voor de partner die ook een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de gezinsinkomsten;
  • Gendergelijkheid: met jouw partner een gezamenlijke rol vervullen bij de economische versterking van het gezin en bij de uitvoering van gezins- en huishoudelijke taken
  • Respectvol, warm en opbouwend vaderschap.

Onderwijs en opvoeding op meerdere fronten zullen moeten helpen met het leggen van deze basis, bij het begeleiden van jonge mannen tot volwassenheid.

Omdat het om een zeer ingrijpende zaak gaat, namelijk de ombuiging van rolopvattingen over mannen, moet er beleid ontwikkeld worden. Dit lost zich niet automatisch op. Er is moed en daadkracht nodig om de cirkel te doorbreken.

 

OPVATTING:

HET LUKT AFRO-SURINAAMSE MANNEN NIET OM STABIELE PARTNERRELATIES TE ONDERHOUDEN

Historische verklaring voor instabiele relaties van Afro Surinaamse mannen

Veel tot slaaf gemaakte Surinaamse vaders werden in de slavernijperiode gescheiden van hun gezin en apart verkocht. Dat is een belangrijke reden dat een groot deel van de Afro-Surinaamse mannen tot nog toe instabiele relaties onderhouden en weinig gericht zijn op de zorg en opvoeding van hun kinderen.

Dit is een veelgehoorde historische verklaring voor instabiele relaties die we nog heden ten dage aantreffen bij Afro-Surinamers, met name maar niet uitsluitend van de lagere sociale klassen.

In de eerste plaats is het de vraag of deze verklaring betrekking had op alle tot slaaf gemaakten. In het proefschrift van H. Everaert van 1999 m.b.t. een onderzoek op de suikerplantages Fairfield, Breukelerwaard, Cannewapibo en La Jalousie in de periode voorafgaande aan de emancipatie staat te lezen dat het effect op de stabiliteit van relaties te verwaarlozen valt als het gaat om de gescheiden verkoop van mannen en vrouwen, de moreel failliete blanken en de gedwongen verhuizingen.

In de tweede plaats hebben diverse studies aangewezen dat het wat man-vrouw relaties tijdens en na de slavernijperiode niet alleen kommer en kwel was.

Hoewel net als in de Verenigde Staten en het Caribisch gebied de relaties van Surinaamse slaven door blanke tijdgenoten als onzedelijk, instabiel en vrijblijvend werden gekenschetst, zijn er ook studies die laten zien dat gangbare opvattingen over het toenmalige gezin aanzienlijk dienen te worden bijgesteld (Higman, Engerman, Lamur in de 70er jaren)

In 1985 verschijnt van de hand van H. Lamur het boek “De kerstening van de slaven van de Surinaamse plantage Vossenburg”. Hierin wordt voor het eerst gebruik gemaakt van de Specialien (aantekenboeken) van de Evangelische Broeder Gemeente bij het in kaart brengen van het gezinsleven. Hij weet een aantal aspecten van (seksuele) relaties van individuele slaven naar voren te brengen en meent dat die voldoende aanleiding geven om het heersende beeld van het Surinaamse gezin in positieve zin bij te stellen.

De kern van zijn verhaal is de constatering dat slaven en slavinnen wel degelijk noties omtrent echtelijke verplichtingen en trouw zouden kennen en naleven (H. Lamur 1993 The Slave Family in Colonial 19th Century Suriname). Dat het met de promiscuïteit van de man ook wel mee viel.

Lamur vestigt de aandacht op een groot manco in de bronnen van de Evangelische Broeder Gemeente. Van echtelijke twisten, overspel en polygamie worden doorlopend aantekeningen gemaakt. Maar aan echtelieden die niet veel ruzie maken of keurig samenwonen worden niet veel woorden vuil gemaakt.

In de derde plaats bestonden er zowel tijdens als na de slavernij diverse gezinstypen en partnerrelaties naast elkaar.

H. Lamur toonde aan (1985) dat polygamie, monogamie, twee-oudergezinnen en eenoudergezinnen naast elkaar bestonden.

Ook J. Terborg stelt in haar proefschrift: “Liefde en Conflict. Seksualiteit en Gender in de Afro-Surinaamse familie (2002)”, dat de Surinaamse samenleving vanaf haar vestiging als plantagesamenleving een grote variatie aan partnerrelaties kende. De ontwikkeling van deze gevarieerde (hiërarchische) relatiestructuur is parallel verlopen met de ontwikkeling van een structuur van sociale, ras- en genderhiërarchie.

Volgens Terborg waren er twee hoofd samenlevingsvormen: het huwelijk en het concubinaat met daarnaast het matrifocale gezin en de bij-gezinnen en daaraan gerelateerde bezoekersrelaties van mannen.

Het huwelijk was uitsluitend toegankelijk voor blanken, en derhalve bekleed met hoge sociale status. Het concubinaat of Surinaams huwelijk, primair gecreëerd om relaties tussen blanke mannen en zwarte vrouwen te accommoderen, kreeg een tweederangspositie.

Parallel aan deze gezinsvormen bestond de zgn. bezoeksrelatie en nauw daaraan gelieerd het verschijnsel van hoge frequenties matrifocale huishoudens. Bij-gezinnen en buitenvrouw relaties hadden in de koloniale context een lage sociale status. Zij waren een direct gevolg van een overschot van vrouwen in een lagere klassenpositie. Deze vrouwen waren in potentie beschikbaar als bij-vrouwen voor mannen uit de hogere klasse.

Als je het zo bekijkt hadden blanke mannen de keus om verkapte vormen van polygamie in de praktijk toe te passen, nl. de constructie van een hoofdvrouw met meerdere vrouwen en hun gezin. Het verschil met bijvoorbeeld het polygame systeem dat later door de weggelopen slaven als officiële samenlevingsvorm gold was, dat in die samenlevingen aan de hoofdvrouw toestemming gevraagd moet worden om een tweede of meerdere bij-gezinnen erop na te houden.

Een verschil in positie met de mannen van de lagere sociale klassen die ook bijvrouwen hadden was dat de blanken economisch gezien in staat waren om meerdere gezinnen tegelijk te onderhouden.

In de vierde plaats: bekijken we de positie van vrouwen en de gender verhoudingen in de setting van de slavernij periode dan valt volgens Terborg te constateren dat de genderverhoudingen in zowel de blanke als zwarte gemeenschap werden gedomineerd door een patriarchale ideologie. Dat wil zeggen een ideologie waarbij in de man-vrouw relatie de macht bij de mannen ligt en vrouwen volgzaam zijn.

Volgens Terborg waren blanke vrouwen onderworpen aan een strikt hiërarchisch regiem, gekenmerkt door onderworpenheid en volgzaamheid op zowel economisch als seksueel terrein. Niet-blanke vrouwen werden, mede vanwege de belangrijke rol die ze al hadden in de voedselproductie een pijler in de productiesector van de plantage-economie. Deze relatief gunstige economische positie van de niet-blanke vrouwen stimuleerde een zekere economische onafhankelijkheid, welke ook doorwerkte op de machtsverhouding in de relatie met zwarte mannen. Ze konden zich daarom in vergelijking met blanke vrouwen meer verzetten tegen de dominantie van de man en zich op economisch gebied te ontplooien, terwijl ze op seksueel gebied meer vrijheid hadden: ze konden meerdere relaties tegelijk onderhouden of relaties beëindigen als ze dat wensten. Het fenomeen van de matrifocale gezinnen, geleid door een sterke alleenstaande vrouw is hieruit te herleiden.

TOT ZOVER ENKELE KENMERKEN VAN MAN-VROUW RELATIES IN DE SLAVERNIJ EN POST- SLAVERNIJ PERIODE. Kort samengevat:

  • het effect op de stabiliteit van relaties van de gescheiden verkoop van mannen en vrouwen en gedwongen verhuizingen is te verwaarlozen;
  • Slaven en slavinnen kenden wel degelijk noties omtrent echtelijke verplichtingen en trouw en leefden deze na. Met de promiscuïteit (veelwijverij) van de man viel het mee.
  • Zowel tijdens als na de slavernij bestonden diverse gezinsvormen naast elkaar: polygamie, monogamie, twee-oudergezinnen en een-oudergezinnen; huwelijk, concubinaat, matrifocale gezinnen, bezoekersrelaties;
  • Binnen het merendeel van de beschreven samenlevingsvormen heerste de patriarchale ideologie waarbij de macht bij de man is en de vrouw wordt beschouwd als volgzaam op economisch en seksueel gebied: De man is de kostwinner, de economische factor. De man vult het seksuele leven, is de ‘macho’ en de vrouw heeft geringe speelruimte in dit opzicht. Bij het matrifocale gezinstype wordt geconstateerd dat vrouwen meer bewegingsvrijheid hebben omdat ze ten opzichte van de andere gezinsvormen meer onafhankelijkheid kunnen tonen door te onderhandelen over hun positie of een einde te maken aan de relatie.
  • De oorspronkelijke stelling dat de verkoop en het wegrukken van de slavenmannen van hun gezin oorzaak is van het onvermogen van de afro. Surinaamse man om een volwaardige vaderrol te vervullen is gelogenstraft door het onderzoek van Terborg die stelt dat eeuwenlang de slavenman slechts de expliciete bijrol had als verwekker van slaven bij meerdere slavinnen. Hij mocht geen Vader zijn! Daartegenover was de voornaamste bijrol van de slavinnen om zoveel mogelijk slavenkinderen te baren. Dan was ze een goede slavin.

Nu leven we anno 2018 en constateren dat er ontevredenheid heerst over de stabiliteit van man-vrouw relaties:

  • Niet alleen in de lagere sociaal-economische klassen.
  • Met negatieve gevolgen voor zowel het economische, sociale en emotionele leven van zowel mannen als vrouwen
  • Met negatieve gevolgen voor kinderen die uit de relaties voorkomen.

Want de vraag is natuurlijk:

  • Zijn mannen tevreden met de hen toegeschreven rol als kostwinner; als macho, seksuele krachtpatser, als vrouwenverslinder;
  • Zijn mannen die bij-gezinnen hebben in staat om deze te onderhouden
  • Zijn alleenstaande moeders wel zo onafhankelijk als lijkt in sociaal, economisch en emotioneel opzicht?
  • What about de positie van de kinderen die uit instabiele relaties voortkomen?

Kennelijk hebben zowel mannen als vrouwen last van de relaties die historisch gegroeid gecreëerd zijn en van de hen opgedrongen gender rollen en wordt tijd dat we ons serieus de vraag gaan stellen

Hoe doorbreken wij de tot cultuur verworden tradities die wel geleid hebben tot instabiele relaties?

  • Hoe kunnen we putten uit het verleden van de positieve, stabiele emotionele en economische verbintenissen;
  • Moeten we steeds de historische ontwikkelingen blijven aanhalen en ons daarachter te verschuilen als het gaat om minder positieve gedragingen?
  • Is het geen tijd om op zoek te gaan naar een positieve ombuiging; het doorbreken van een cirkel; kiezen voor het loslaten van het negatieve en zwakke en versterken van het positieve en sterke uit de historie van onze voorouders?
  • Hoe kunnen we de vicieuze cirkel doorbreken, want het is duidelijk dat er actie ondernomen moet worden om het roer om te gooien om daadwerkelijk te streven naar stabiliteit van de relaties in emotioneel en economisch opzicht; stabiliteit van de positie van mannen en vrouwen; stabiliteit van de kinderen; stabiliteit van netwerken?

 

OPVATTING: AFRO SURINAMERS LATEN HET AFWETEN ALS VADER

Zoals eerder door mij aangegeven kennen we diverse gezinsvormen bij de Afro-Surinamer die naast elkaar bestaan: het huwelijk, het concubinaat, de moederkind gezinnen met daaraan gekoppeld de bezoekersrelatie. Deze gezinnen hebben unieke en gevestigde opvoedings-patronen. Een aanzienlijk deel daarvan omvat afwezige vaders en moeder- of grootmoeder gedomineerde huishoudens. Vaak wonen meerdere huishoudens in 1 woning die geleid wordt door de grootmoeder. In deze gezinnen groeit het kind op met vele ooms, tantes, neven en nichten die allen een rol vervullen bij de opvoeding en verzorging. Bij lagere inkomensgroepen komt het vaker voor dat kinderen tijdelijk of permanent worden afgestaan aan of geplaatst in andere gezinnen dan die van de ouders/moeder (child shifting). In het Caribisch gebied is middels onderzoek aangetoond dat het om 15 – 30% van de kinderen gaat (Evans and Davies).

In een groot deel van deze gezinstypen is de vader afwezig vanwege het feit dat hij in een ander gezin woont en een bezoekersrelatie onderhoudt met de moeder of omdat hij bij zijn eigen moeder woont.

De opvatting dat Afro-Surinaamse vaders het laten afweten als vader wordt als volgt onderbouwd:

  • De opvatting leeft dat de slavernij ervoor gezorgd heeft dat vele mannen van meerdere sociale klassen worstelen met hun pogingen om goede vaders te zijn. In de slaventijd waren mannen namelijk slechts bedoeld om slavenkinderen te leveren voor de productie van de slavenmeester en niet om vaders te zijn. De mannelijke slaven werden op die wijze beroofd van hun recht om goede vaders te zijn in de zin van economische of emotionele of sociale relaties met hun kinderen. Dit is eeuwenlang blijven voortleven waardoor er geen overdracht van vaderschapstradities van vader op zoon ontstonden en een cultureel patroon is ontstaan van vaders die niet veel betekenen in het gezin.
  • Hoewel het probleem het meest voorkomt in de lagere sociale klassen van de Afro-Surinamers, is het ook terug te vinden bij Afro-Surinamers van de midden- en hogere sociale klassen. In de midden- en hogere klassen is het vaker zo dat de mannen wel instaan voor de financiele en materiele zorg van hun kinderen maar hen emotioneel verwaarlozen.
  • Ook in gezinnen met zowel een vader als een moeder blijkt de vader vanwege gender opvattingen ook te vaak afwezig bij het proces van opvoeding van de kinderen.

In een recente studie getiteld “The State of the World’s Fathers: Latin America and the Caribbean” uitgegeven in 2017 blijkt dat er nog steeds sprake is van het creëren van een typisch beeld van mannen als een ‘macho. Gender rollen zijn nog steeds gebaseerd op het ideaal van een vader-moeder gezinsmodel waarbij de man wordt gezien als de kostwinner en provider en de vrouw als huisvrouw en verzorgers. ’

Deze opvattingen weerhouden mannen ervan om binnenshuis een actieve rol te vervullen en een betekenisvolle rol als vader ontwikkelen.

Het gaat dus niet om een individueel standpunt of de individuele wil van de mannen, maar om de opvattingen die in de samenleving leven. Om de wijze waarop jongens en mannen worden voorbereid op hun rol in het gezin. Om de wijze waarop mannen door hun vrouw, moeder of tante teruggefloten kunnen worden wanneer ze wel een rol binnen de huishouding willen vervullen. Om de wijze waarop mannen die hun partner willen ondersteunen en niet per se ‘de baas’ willen spelen thuis, door hun vrienden of familie of schoonfamilie worden geprikkeld om een andere houding aan te nemen tegenover zijn partner. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Gevolgen die van de fysiek afwezige vader maar ook van de fysiek aanwezige vader die geen rol vervult als opvoeder:

  • Kinderen die fysiek niet bij hun vader wonen, lopen groter risico om arm te zijn/worden, om te vervallen in drugsmisbruik, om problemen te hebben binnen het onderwijs, met hun gezondheid, met hun gedrag, om slachtoffer te zijn van seksueel misbruik en betrokken te raken bij criminaliteit.
  • Boze, gewelddadige kinderen, vooral jongens, met afwijkend gedrag; ouders met stress; dronkenschap van ouders, vaders, huiselijk geweld. Kinderen die alleen en zonder begeleiding leven, bang en onzeker zijn, in een emotioneel vacuüm leven en moeten worstelen om boven al deze problemen te kunnen staan.
  • De patronen van buitenechtelijke en bezoeksrelaties, de slechte vader-kind relaties, de fysieke en emotionele afwezigheid van vaders in het gezin nemen de jongens aan als een norm die ze voortzetten als ze volwassenen worden (Sharpe 1996).
  • Mannen die wel aandacht aan hun kinderen besteden leggen de nadruk op de materiele aspecten van het vaderschap, maar hun emotionele beschikbaarheid en sociale bindingen met het kind zijn jammer genoeg slecht ontwikkeld. Ook dit gegeven wordt meegenomen als een patroon in het toekomstige leven van de zonen en dochters.

Mannen willen best wel goede vaders zijn

Als er gesprekken gevoerd worden met mannen, individueel of in groeps- en organisatie verband blijkt dat:

  • Mannen over het algemeen wel graag beschermer en provider van hun gezin willen zijn en liefdevolle vaders die bijdragen aan een goede opvoeding van hun kinderen.
  • Mannen geestelijk eronder lijden als ze niet in staat zijn om goed invulling te geven aan hun rol als partner en als vader, wat ertoe kan leiden dat ze vluchten in andere partnerrelaties waar minder van ze verwacht wordt, of ze vervallen in huiselijk geweld of ander negatief gedrag.

Welk verschil maken aanwezige vaders naar hun kinderen/gezinnen toe?

Studies hebben aangetoond dat de aanwezigheid van een verantwoordelijke vader kan bijdragen tot:

  • Het stimuleren van zijn kinderen om tot volle bloei te komen: het verbeteren van hun cognitieve ontwikkeling, academische performance, verbeterde geestelijke gezondheid, ontwikkelde sociale vaardigheden en lagere criminaliteit;
  • Mogelijkheden hun dochters en partners om hun volle potentie te ontwikkelen, op de arbeidsmarkt, in de samenleving, Ze geven hiermee een belangrijk signaal af voor de wijze waarop de volgende generatie jongens met hun vrouw en dochter omgaan;
  • Groter geluk van henzelf: ze hebben minder psychische en emotionele problemen, leven langer en leveren een goede bijdrage
  • Respectvol ouderschap: verantwoord vaderschap is een beginpunt voor het voorkomen van het misbruik van kinderen en geweld tegen vrouwen. Als de ouders respectvol met elkaar omgaan, geven ze een goede norm door aan zowel hun zonen als dochters

WAT TE DOEN?

  • Zelfbewustzijn ontwikkelen bij de mannen. Inzicht krijgen in historische factoren, in traditionele patronen, in cirkels die doorbroken dienen te worden
  • Het bevorderen van gezonde partnerrelaties
  • Ouderschaps- en vaderschapsondersteuning middels gerichte trainingen en begeleiding
  • Relevante mannen ondersteunen om financiele stabiliteit te bereiken en te behouden
  • Het stimuleren van genderopvattingen die niet gericht zijn op het creëren van een macho mannelijkheid maar een meer evenredige taakverdeling in gezin, huishoudelijke taken en taken buitenshuis.
  • Het betrekken van mannen bij seksuele voorlichting gericht op het nemen van gezamenlijke besluiten door man en vrouw bij zaken die te maken hebben met reproductieve gezondheid zoals gezinsplanning, tienerzwangerschappen, het gebruikt van voorbehoedsmiddelen, e.d.

Wat is de grootste belemmering voor het bereiken van goed en verantwoord vaderschap?

De grootste belemmering is de constructie van mannelijkheid in de socialisatie van jongens en mannen. Zolang mannen en jongens de opvattingen hebben dat ze stoer moeten zijn, dat zij de macht hebben om te bepalen ten opzichte van hun partner, hun gezin. Zolang de opvattingen in de samenleving blijven bestaan dat vrouwen de zorg hebben voor de huishouding en opvoeding en mannen moeten zorgen voor het inkomen en materiele aspecten van het gezin.

Net zolang zullen mannen niet de kans krijgen om de belemmeringen van zich af te schudden en een ander soort partner naar vrouwen toe en een ander soort vader naar hun kinderen toe, te worden.

We zijn er met zijn allen verantwoordelijk voor om deze opvattingen m.b.t. de rollen van jongens, mannen, meisjes en vrouwen te veranderen. Wij moeten de cirkel doorbreken: in de opvoeding thuis, op school, via de media, in buurtorganisaties, kerken, maatschappelijke organisaties.

 

Inleider: Siegmien Staphorst (mei 2012)

 

Referenties Inleiding Positie Afro-Surinamers, S.Staphorst mei 2018, Clark Accord Foundation

1. MARGINALISATIE MANNEN

De innige relatie tussen dandyisme en zwarte mannelijkheid
Felix Petty (2018) – m.b.t. schrijver en cultuurcriticus Ekow Eshun New York

Closing the Education Achievement Gaps for African American Males
Theodore S. Ransaw, and Richard Majors (2017) Michigan State University Press, abstract

Is learning becoming taboo for Caribbean boys?
David Plummer (2010) Commonwealth/UNESCO Regional Professor of Education (HIV Health Promotion) School of Education University of the West Indies St Augustine, Trinidad

Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen; mens-en-samenleving.infonu.nl
Mens en Samenleving (2010), ontleend aan Randy 1997

Coming to terms with boys at risk in Jamaica and the rest of the Caribbean
Mark Figuero (2010)

Young Men at Risk: an intervention to improve reproductive health knowledge, attitudes and behaviours of young men using a peer-to-peer approach. Final report. Author: Weir B; Gibbs L Russell-Brown P (2004). Source: [Kingston], Jamaica, Women’s Centre of Jamaica Foundation, 2004

Re-examining issues of ‘male marginalization’ and masculinity in the Caribbean: The Need for a New Policy approach”.
Barriteau E (2000) Centre for gender and development studies, University of the West Indies

Caribbean Male Marginalization
Barry Chevannes, Eduine Barriteau, Errol Miller, Keisha Lindsay (1999)

What You Sow Is What You Reap: Violence and the Construction of Male Identity in Jamaica
Barry Chevannes (1999)

Liefde en conflict: seksualiteit en gender in de Afro-Surinaamse familie
Julia Terborg (2002), proefschrift Universiteit van Amsterdam

Men at Risk.
Miller, E (1991), Jamaica Publishing house Ltd. Kingston, Jamaica.

 

  1. MAN-VROUW RELATIES

Zwarte vrouwen zijn Boze alleenstaande moeders en zwarte mannen zijn vreemdgangers. Hierdoor heb je veel gebroken gezinnen in de Afro-Caribische cultuur.”
Discussie op Macblogster (2017)

Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen; mens-en-samenleving.infonu.nl
Mens en Samenleving (2010), ontleend aan Randy, 1991

Child rearing in the Caribbean: Emergent issues a summary report of the first learning community researchers meeting
Caribbean Child Support Initiative (CCSI), Roseau, Dominica, 2006

Liefde en conflict: seksualiteit en gender in de Afro-Surinaamse familie
Julia Terborg (2002) proefschrift Universiteit van Amsterdam

Een zoektocht naar de aard van man-vrouw relaties onder Surinaamse slaven; De suikerplantages Fairfield, Breukelerwaard, Cannewapibo en La Jalousie in de periode voorafgaande aan de emancipatie,
H.A.M. Everaert (1999) proefschrift Universiteit van Amsterdam

Caribbean Male: An Endangered Species?
Lindsay, K (1997) in Gendered realities: Essays in Feminist Thought

 

  1. VADERSCHAP

State of the World’s Fathers: Latin America and the Caribbean; Summary research about men’s engagement in issues directly related to fatherhood
International Planned Parenthood Foundation, IPPF & Partners (2017)

Jamaican Males’ Readings of Masculinities and the Relationship to Violence/Abstract
Carl E. James & Andrea Davis (2014)

Betekenis van vaderschap
Glenn Helberg (2014) Conferentie Vader-empowerment, Amsterdam, ontleend aan onderzoek Prof. Dr. L. Tacecchio, Universiteit van Amsterdam

Zijn vaders meer dan een kostwinnaar, boeman of regelaar?
Irma Accord (2012) Inleiding Amsterdam

Een vader is meer dan 100 meesters; Versterken van vaderschap in Amsterdam
Trees Pels, Susan Ketner Pauline Naber (2012)

Vaderschap is geen playstation
Marjolijn Distelbrink (2011)

Vaderschap versterken bij Afro-Caribische mannen
Marjolijn Distelbrink en Susan Ketner (2011)

Child rearing in the Caribbean: Emergent issues a summary report of the first learning community researchers meeting
Caribbean Child Support Initiative (CCSI), Roseau, Dominica, 2006

Afwezige vaders, verloren zonen
Ton van der Kroon, Samenvatting, ontleend aan boek Guy Cornaux, Utrecht (2002)

Theoretische beschouwingen, gezinsvormen in het Caribisch gebied
Hoetink, H (1961), Universiteit van Groningen, Samenvatting

Overview Issues in Child Socialization in the Caribbean. In: Caribbean Families: Diversity among Ethnic Groups, Evans, H., and Davies, R. (1996), ed. J. L. Roopnarine and J. Brown. Greenwich, CT: Ablex

Mental Health Issues and Family Socialization in the Caribbean.
Sharpe (1966) In: Caribbean Families: Diversity among Ethnic Groups, ed. J. L. Roopnarine and J. Brown. Greenwich, CT: Ablex

 

 

 

Clifton Braam naar grotere hoogten in Nederland

“Ik was deze keer wat rustiger en minder zenuwachtig. Ik heb mijn ‘eerste keer’-ervaring gehad. Maar ik was toch wel nerveus bij de gedachte aan hoe het publiek deze nieuwe show zou vinden”, vertelt komiek Clifton Braam.

‘Twee landen, één liefde’ vertelt het verhaal over de verschillen en vooral de overeenkomsten tussen Surinamers en Nederlanders. “De eerste show was gewoon mijn verhaal, maar nu bespreek ik de maatschappij. Ik durf dingen te zeggen over mensen en de politiek. Het moest geen cliché worden van Surinamers zijn lui en Nederlanders zijn gierig. Dati un sabi k’ba“, lacht Braam.

Het moest dus diepgaander en dat schijnt hem aardig gelukt te zijn. Hij bleef ruim drie maanden in Nederland en als alles naar wens verloopt, zal hij volgend jaar waarschijnlijk acht maanden daar verblijven. Braam voelt zich gesteund doordat collega’s die hij kent, zijn show hebben bezocht. Een andere mooie ervaring is zijn ontmoeting met André van Duin, één van de grootste Nederlandse komieken van de oude stempel.

Het komend jaar ziet er bijzonder uit voor Braam. Hij gaat vier shows doen: ‘Kaseko in Concert deel 3’ en voor de tweede keer ‘Twee landen, één liefde’. Over de andere twee shows wil Braam nog niets kwijt, maar het lijkt erop dat hij in 2019 volledig professioneel gaat. “Dat betekent seizoenen spelen, wel tachtig tot negentig keer één stuk spelen door het hele land.” Braam glundert. Hij is er helemaal klaar voor.

Bron: dwtonline

Start project Javaans cultureel erfgoed in Suriname

Javanen in Suriname zijn gestart met het op papier zetten van hun cultureel erfgoed. Trekker van het project is de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI). Zondag hield de organisatie de eerste informatiesessie met Javaanse culturele en religieuze vertegenwoordigers. “Zij hebben allen hun medewerking toegezegd voor de vastlegging en kennisoverdracht van hun specifieke kunde”, zegt Cherryl Moentari voorzitter van de VHJI-werkgroep Immaterieel Cultureel Erfgoed. 

Het directoraat Cultuur heeft de VHJI gevraagd om een lijst samen te stellen van het immateriële culturele erfgoed van de Javaans Surinaamse gemeenschap. Na verschillende trainingen te hebben gevolgd, was de werkgroep zondag zover om de eerste consultatie te houden. Het was een verrassende opkomst van personen uit Paramaribo, Wanica en Saramacca. “De opkomst was heel goed. We hebben mensen en organisaties gezien waarmee wij niet eerder bekend mee waren.”

Verschillende sprekers gaven eerst het belang aan van vastlegging, overdracht en behoud van je eigen cultuur, religie, waarden en normen in het dagelijks leven. Er volgde ook een uitgebreide uitleg over wat Immaterieel Cultureel Erfgoed is. Ook wat eventueel onder die van de Javaans Surinaamse gemeenschap kan worden ondergebracht. Hierna kwamen de aanwezigen met hun suggesties. Er volgde een scala aan voorstellingen van diverse podiumkunsten, culinaire kunsten, ceremoniën bij huwelijk en zwangerschap tot aan spirituele en religieuze elementen.
Meerdere personen haalden de gesproken Javaanse taal in Suriname aan, vertelt Moentari. “Zij vonden dat het belangrijk is om je taal te kennen, wil je je cultuur begrijpen.” Zij legt uit: als je de taal niet machtig bent, weet je niet wat op het podium gebeurt, bijvoorbeeld bij een Wayang-kullit show. “Dus kennisoverdracht van alle Javaanse kunst, cultuur, leefgewoontes en religie zal met de taal beginnen, stelden enkele aanwezigen.”

Om een zoveel mogelijk uitgebreide (brede) basislijst te maken, zal de werkgroep de komende maanden de districten in trekken. Na alle gespreksronden volgt die met onder andere Javaanse cultuurkenners om de basislijst door te nemen en te komen tot een definitieve lijst. De werkgroep heeft verschillende trainingen vanuit Cultuur en de Unesco gevolgd om het project uit te voeren en hoe te werk te gaan.

Veel zaken zoals batik, gamelanmuziek, djaran kepang of bami zijn misschien al vastgelegd door Indonesië zelf. Maar bijvoorbeeld de omgeving, speciale ingrediënten, gebruiken, voorwerpen, instrumenten gelinkt aan Suriname, maken dat ons erfgoed behoort tot het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Javaans Surinaamse gemeenschap. “Onze taal, het Surinaams Javaans, is daar een van.”
Moentari zegt dat er nog veel werk te verzetten is. “Dit is echt het prille begin. Wij hopen dat wij aan het eind kunnen bijdragen aan de nationale lijst van Suriname, gevolgd door plaatsing op de internationale lijst.” De werkgroep heeft zichzelf geen deadline opgelegd om het project af te ronden. “Het zou natuurlijk mooi zijn als we deze lijst volgend jaar bij de herdenking van 128 jaar Javaanse Immigratie kunnen presenteren.”

Afgelopen februari heeft het parlement de goedkeuring gegeven voor Surinames toetreding tot de Unesco Conventie ter bescherming van immaterieel erfgoed. Vanuit het directoraat Cultuur zijn verschillende cultuurorganisaties benaderd om hun specifieke deel in kaart te brengen.

De VHJI regio Dijkveld voerde in augustus de Kawinan, Mitoni en Sunatan op. Typisch Javaanse gewoonten en gebruiken, die aan het vervagen zijn en/of niet algemeen bekend zijn onder de Surinamers. Deze traditionele ceremoniën bij huwelijken, zwangerschap/geboorte en besnijdenis werden authentiek uitgebeeld in het teken van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Javanen in Suriname.

Bron: Starnieuws 

Expo ‘Angisa Tori’ beeldt 42 jaar Srefidensi uit

In de Surinaamse cultuur staat de angisa bekend als de traditionele Afro-Surinaamse hoofddoek met een verhaal. Behalve dat deze hoofdtooi door de verschillende vouwwijzen geheime boodschappen verbergt en de gemoedstoestand van de draagster weergeeft, werd die ook uitgegeven tijdens speciale gelegenheden.

In een serie van vijf brengt het Koto Museum ‘A Gudu Oso’ de verschillende gelegenheidsdoeken uit met de Angisa Tori-expo. De eerste tentoonstelling vindt zaterdag plaats en heeft als thema ‘Srefidensi doeken’. Tijdens het evenement zullen ruim 42 doeken die vanaf 1975 werden uitgegeven, getoond worden. De doeken zijn door de jaren heen verzameld door museumcurator Christine van Russel-Henar. Zij heeft ook de betekenissen van de verschillende angisa vastgelegd.

Bij de onafhankelijkheid in 1975 werden vijf doeken uitgegeven, waarvan een door beeldend kunstenaar Stuart Robles de Medina is ontworpen. “Ik ben benieuwd of hij dat als kunstenaar heeft gedaan of in opdracht van de overheid”, zegt de curator. De collectie van 1975 bevat verder een doek uitgegeven door handelsfirma Abbout. Op die doek zijn alle bevolkingsgroepen van Suriname uitgebeeld met een rand van palulu. Een jaar later werd een soortgelijke hoofddoek uitgebracht, maar dan met een rand van fayalobi.

Bij twintig jaar Srefidensi is er een angisa uitgebracht met de tekst van het volkslied erop. Zelf heeft de curator bij veertig jaar onafhankelijkheid ook een doek uitgegeven, waarop de presidenten van de afgelopen veertig jaar zijn uitgebeeld. “Met het uitgeven van een angisa wordt een stukje geschiedenis op een doek uitgegeven.”

De eendaagse tentoonstelling vindt vanaf twaalf uur ’s middags plaats in de tuin van het museum. Speciale attractie op die dag is het beschilderen van een mini-kotomisi, die het museum als aandenken aan 42 jaar Srefidensi heeft laten maken. De reeks angisa-exposities wordt in juni 2018 beëindigd met de ‘Odo angisa’-expo die zal gaan over de odo die horen bij de verschillende hoofddoeken.

Bron: dwtonline

Harriette Bholasingh-Helstone nieuwe OD op cultuur

Harriette Bholasingh-Helstone is sinds 10 november de nieuwe onderdirecteur (od) van het directoraat Cultuur, afdeling Kunst en Creatieve Vorming. Op het directoraat is er plaats voor drie onderdirecteuren en een directeur. 

Er zijn veranderingen nodig om uiteindelijk de gewenste doelen te bereiken, zei minister Robert Peneux van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur bij de installatie van de functionaris. De onderdirecteur valt direct onder de directeur van Cultuur, Elviera Sandie en krijgt de verantwoordelijkheid over een aantal werknemers.

Cultuur staat voor tal van uitdagingen. Daarbij wordt ook gedacht aan de vele dimensies die in relatie kunnen worden gebracht met educatie. De nieuwe onderdirecteur heeft opgeroepen tot verdieping in de verschillende culturen die Suriname rijk is. “De diverse vormen van cultuuruitingen mogen absoluut geen verbazing meer onder ons wekken,” sprak Bholasingh-Helstone. Ze vindt culturele vorming op scholen, culturele organisaties en buurten van eminent belang, meldt het Nationaal Informatie Instituut.

De nieuwe od wil als eerst de Palmentuin maken tot een multicultureel, educatief uitwisselingspark, waarbij het aspect van toerisme nooit en te nimmer uit het oog verloren mag worden. Directeur Sandie heeft gezegd dat er veel uitdagingen liggen op het directoraat en dat er daarom een sterke organisatie nodig is. Behalve nationaal zal er internationaal ook hard aan de weg getimmerd moeten worden, aldus Sandie.

Bron: Starnieuws