Roseline Daan nieuwe directeur Cultuur

Uit: Suriname Herald van 23 september 2020

Roseline Daan is de nieuwe directeur van het directoraat Cultuur, dat valt onder het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Daan zwaait per vandaag de scepter op dit directoraat. Zij neemt het roer over van Elvira Sandie.

Roseline Daan, de nieuwe directeur van het directoraat Cultuur. Foto: CDS

Bij dit moment werd het personeel toegesproken door zowel minister Marie Levens als de nieuwbakken directeur. Met de aanstelling van Daan gaat het directoraat Cultuur een andere fase in. Het personeel is lange tijd in staking geweest vanwege een conflict met de vorige leiding.

In haar toespraak benadrukte minister Levens het belang van cultuur. “In tijden van verdriet helpt cultuur”, zei de bewindsvrouw. “Ik vergeet nooit dat tijdens een paar donkere dagen in de jaren tachtig, het cultuur was die ons op de been heeft geholpen. Het was het gezang, het gebed, de koren en de kunst die ons gedwongen hebben om tot een natie te komen.” Minister Levens heeft een goed gesprek gehad met de scheidende directeur Sandie, die zij bedankte voor het geleverde werk.

“Er wordt gezegd dat dit directoraat een moeilijk directoraat is. Ik geloof dat niet. Er is voor alles een oplossing als we naar elkaar luisteren en met elkaar afstemmen”, hield nieuwbakken directeur Daan het personeel voor. De nieuwe leidinggevende heeft laten weten dat zij altijd een luisterend oor heeft voor het personeel. “Als jullie iets met mij willen bespreken, loop mij tegemoet en wij praten erover. Wij gaan dit beleid uitvoeren in overleg met elkaar. Niemand is elkaars meerdere. Gelijkwaardigheid en respect zijn twee belangrijke zaken. Wil je gerespecteerd worden, dan moet je dat ook eerst hebben voor een ander.”

De boodschap van Daan naar haar personeel toe was duidelijk: “Kom niet aan het werk om die stoel warm te houden, kom aan het werk om te werken. Ga er niet vanuit dat jouw bijdrage te klein is. Elke bijdrage is van belang en wordt van harte verwelkomd.”

Het directoraat beschikt over personeel dat veel weet over cultuur en genoeg ervaring heeft. Met de nieuwe directeur heeft de minister afgesproken dat er naar hen geluisterd moet worden. “Zij kunnen ons helpen richting geven welke kant de cultuur op moet gaan.”

 

Geen sinterklaasviering meer op Curaçao

Uit: Suriname Herald van 20 september 2020

Mensen demonstreren tijdens de sinterklaasintocht op Curaçao. Foto: Dick Drayer

Het doek lijkt nu definitief gevallen voor de nationale sinterklaasviering op Curaçao. De overheid in Willemstad heeft besloten niet langer subsidie te verstrekken aan eventueel nieuwe organisatoren van het kinderfeest. In april had de vaste organisator al laten weten geen intocht meer te organiseren.

In ieder geval kan de Curaçaose overheid het sinterklaasfeest in de huidige vorm niet steunen, “omdat mensen van kleur en Afrikaanse afkomst zich gediscrimineerd voelen”, zo staat te lezen in een persverklaring.

Nationaal kinderfeest
In overleg met verschillende organisaties wordt nu gewerkt aan een nieuw concept voor een nationaal kinderfeest dat bij voorkeur rond de internationale Dag van het Kind, op 20 november, georganiseerd wordt. Aan het alternatief voor Sinterklaas moeten volgens de persverklaring in ieder geval alle kinderen kunnen deelnemen, onafhankelijk van hun ras, geloof of afkomst.

Sinds eind jaren 60 is er zo af en toe protest geweest tegen het ‘koloniale feest’ op Curaçao. Vorig jaar werd dat nieuw leven ingeblazen door de in Nederland opgerichte actiegroep Kick Out Zwarte Piet. De demonstranten eisten toen niet alleen de afschaffing van Zwarte Piet, maar ook van Sinterklaas.

Sociologisch onderzoek invloed kaseko- en kabulamuziek op seksualiteit

Uit De Ware Tijd van 20/09/2020 12:06 – Tascha Aveloo

PARAMARIBO – ‘De invloed van kaseko- en kabulamuziek met betrekking tot seksuele perecepties en gedragingen van Afro-Surinaamse en marronjongeren’ is de titel van het ruim zeventig pagina’s tellende onderzoeksrapport dat Mariëlle Te Vrede succesvol verdedigde. Ze is afgestudeerd aan de bacheloropleiding sociologie van de Anton de Kom Universiteit van Suriname. 

Te Vrede was eerst twee jaar rechtenstudent voordat ze overstapte naar sociologie. Haar keus viel op sociologie omdat zij dat vak op de middelbare school al leuk vond. “Ik wilde er meer over weten. Carla Bakboord, die mijn thesis medebeoordeelde, heeft mij ook gemotiveerd om voor de studie te kiezen. Wij musiceerden enkele jaren terug samen in een orkest. Zij gaf aan dat muziek een deel is van cultuur en dat ik die twee – muziek en onderzoek – kon samenvoegen tijdens mijn studie. Het was echt een leerrijke ervaring.”

Te Vrede is blij met haar keuze omdat de opleiding haar veel inzichten heeft gegeven in mens en maatschappij. “Ik kon bepaalde patronen uit mijn opvoeding thuis en uit mijn persoonlijke situatie herkennen en veel beter begrijpen. Ik heb geleerd hoe verschillende omgevingen invloed kunnen hebben op de mens, hoe mensen samenleven, hoe normen en waarden ontstaan en nog zoveel meer.”

Haar eerste onderzoeksidee was om na te gaan in hoeverre Surinaamse muzikanten vreemdgaan. Tijdens het brainstromen met haar docent tevens thesisbegeleider Helmut Gezius, maakte dit idee plaats voor het onderzoek naar handelingen binnen de kaseko- en kabulamuziekwereld. “Ik kon mij herinneren dat ik als jong meisje toen niet begreep waarover het lied ‘Boeke’ van Aptijt ging. Uit persoonlijke observatie blijkt dat jongeren vaker middels de media worden blootgesteld aan seksualiteit. Wat gaat er om in de jongeren als ze de seksueel getinte kaseko- en kabulaliederen beluisteren en de video’s bekijken? Luisteren zij eerder naar de tekst of audio? Zijn zij zich bewust van de seksuele inhoud? Zo ja, wat is de reden dat zij blijven luisteren naar en dansen op de muziek?”

Er zijn ook veel meningen over kinderen en jongeren die dansen op en luisteren naar seksueel getinte kaseko- en kabulamuziek. Er is weinig over dit onderwerp geschreven en ook weinig onderzoek verricht in Suriname. Met haar onderzoek wilde zij meer duidelijke informatie over dit thema. Het idee werd direct goedgekeurd waarna zij aan de slag ging. Het veldonderzoek heeft drie maanden geduurd met gebruik van de kwalitatieve onderzoeksmethode. Dat houdt in dat zij de meningen, ervaringen, belevingen en percepties van haar onderzoeksdeelnemers wilde achterhalen over kaseko- en kabulamuziek. Naast het stellen van vragen heeft zij vier liederen met haar onderzoeksdeelnemers beluisterd en een video met ze bekeken. “Daarover mochten zij hun mening geven en ze vertelden ook over hun interpretatie van de teksten.”

Te Vrede interviewde tien Afro-Surinaamse en marronjongeren tussen zestien en 24 jaar. Daarnaast sprak zij met Rudy Spa van muziekformatie Orchestra Alafa, Joey Lansdorf van Stichting Lobi, Siegmien Staphorst en Clifton Braam van Naks en de radio-omroepers Carlos Pinas van SRS en Quincy Bigiman van Radio Boskopu. “De boodschappen die de jongeren haalden uit de vier liederen waren: seksuele omgang, uitloperij, geslachtsdelen, relaties, orale seks, ‘vulgaire’ dansbewegingen (billen schudden, vooroverbukken waarbij een man achter de vrouw gaat staan) en vrouwen die seks hebben met mannen om geld te verdienen. Hieruit kunnen de jongeren geen positieve boodschappen halen.”

Volgens de jongeren waren er toch wel enkele positieve boodschappen in de kaseko- en kabulaliederen die zij beluisteren via de radio, televisie of sociale media. “Ze konden uit de liederen halen dat ze hun best moeten doen op school en in de maatschappij, dat het vooral volwassenen zijn die in odo praten, hoe een vrouw op een romantische manier te behandelen en dat zij moeten waken voor verkeerde vrienden.” De jongeren gaven aan deze positieve boodschappen mee te nemen en toe te passen in hun leven. “Zij zijn van mening dat veel kaseko- en kabulaliederen seksueel getint zijn en dat ze daarom eerder luisteren naar het ritme en niet zozeer naar de teksten. De muziek heeft een leuk en pakkend ritme waar zij gezellig op kunnen dansen. De jongeren bekijken de video’s nauwelijks, omdat er vaak alleen dames te zien zijn die dansend hun billen schudden. Zij vinden dat zij daaruit niets kunnen leren”, licht Te Vrede de antwoorden toe.

In de vier liederen wordt orale seks volgens de jongeren aangeduid als het zuigen van een lollipop en het eten van een boyo. Het geslachtsdeel van de man wordt in de vier liederen aangeduid als ‘Johannes de doper’ en ‘lollipop’. Het geslachtsdeel van de vrouw wordt aangeduid als ‘boyo, bolu, fowru, zoete poete’. Het woord ‘fowru’ kan ook ‘vrouw’ betekenen. Uit het onderzoek werd duidelijk dat er wel degelijk een mate van invloed is die voorkomt uit het luisteren naar deze muziek. “Een deelnemer neemt het ritme van de muziek mee tijdens de seksuele omgang in de slaapkamer. Dit doet hij om de relatie met zijn partner spannend te houden. Twee deelnemers gaven aan dat zij de woorden die in de teksten voorkomen soms gebruiken om met vrienden onderling grappen te maken. Een deelnemer geeft aan dat zij voor de gezelligheid meedoet met de handelingen die de zanger opdraagt aan het publiek tijdens een dansi. Deze handelingen doen de jongeren binnen hun persoonlijk gestelde grenzen. Bijvoorbeeld, het moet voor de deelnemer geen overdreven dans zijn zoals ‘het hoofd op de vloer en een voet in de lucht’. Daar zal zij niet aan meedoen.”

De jongeren gaven aan niet seksueel opgewonden te raken van de kaseko- en kabulaliederen. Zij geven aan dat zij hun eigen gedrag bepalen, niet de liederen. “Ze zijn wel van mening dat jongeren beneden achttien jaar die in de experimentele fase van seks zijn door onverantwoordelijkheid of door peer pressure de handelingen kunnen uitvoeren die zij in de liederen horen zoals orale seks of vreemdgaan.” Ondanks dat de jongeren zich bewust zijn van de seksualiteit die voorkomt in kaseko- en kabulaliederen, zullen zij blijven luisteren naar deze muziek. Het gaat echt om het leuke en pakkende ritme waar zij op kunnen dansen en van genieten. De liederen hebben geen invloed op de perceptie van de jongeren over seksualiteit, omdat seks heel ruw, grof, niet netjes en niet romantisch overgebracht wordt door de zangers in de liederen. “Volgens de jongeren is seks zielcontact en een liefdesuiting tussen twee mensen die in een relatie zijn en van elkaar houden. Seks betekent ook plezier en het verwerken van stress. De jongeren kunnen zich niet terugvinden in de teksten. Zij vinden de teksten vies en smerig.”

Scholarship voor Surinaamse studenten

Muziekschool Naks Mi Agida start instrumentenfonds

Uit De Ware Tijd van 30/08/2020 12:04 – Tascha Aveloo
Enkele leerlingen van Naks Mi Agida-muziekschool laten horen wat ze allemaal leren.

Enkele leerlingen van Naks Mi Agida-muziekschool laten horen wat ze allemaal leren. Foto: Tascha Aveloo

PARAMARIBO – Gekleed in een witte trui, jeans en een pangi om de schouders laten enkele kinderen horen wat zij leren bij de Mi Agida-muziekschool van Naks. Het was vrijdag een heugelijke dag waarbij middels een korte presentatie en het tekenen van drie contracten het project ‘Aanschaf muziekinstrumentenfonds’ werd gelanceerd.

Het fonds is gesponsord door Jack Tours & Travel Service. Gersom en Cindy Uden, die nu de directie uitmaken, hadden vorig jaar een wandelloop georganiseerd toen het bedrijf dertig jaar bestond. “Toen hebben we al aangegeven dat we al de baten zullen schenken aan een goed doel. En wij, net als onze vader Jack, dragen het werk van Naks een warm hart toe. Daarom hebben we besloten dit project te ondersteunen”, doet Gersom uit de doeken tegenover de Ware Tijd.

De Naks Mi Agida-muziekschool is opgezet om kinderen uit lagere sociaal-economische klassen de gelegenheid te bieden muziekonderwijs te volgen. De maandelijkse bijdrage aan lesgeld per kind wordt relatief laag gehouden. Om goede prestaties te leveren is het aan te raden dat de leerlingen op regelmatige basis thuis oefenen. Echter, het aanschaffen van een instrument is voor vele leerlingen niet haalbaar. Dit project maakt het mogelijk dat ouders in het revolverende fonds, middels afbetaling een instrument voor hun kind kunnen kopen.

“Mijn zoon speelt dron. En nu volgt hij les via internet. Hij heeft een drum in bruikleen gekregen, maar nu kunnen we één kopen voor hem”, vertelt moeder Bijlhout. Breedlachend zegt ze dat ze blij is dat hij niet langer haar potten en emmers als instrument gebruikt. “Ik denk dat muzieklessen heel positieve invloed hebben op het kind. Daarom is dit een hele positieve ontwikkeling”, aldus Bijlhout.

NAKS KWANZAA BRENGT LAATSTE GROET AAN ‘MISI URMIA’

Bron: De Ware Tijd 21/08/2020 23:39 – Audry Wajwakana

Met haar sopraanstem en lichte huidskleur viel Urmia Darcheville-Berkleef vaak op bij sokopsalm-, kawina- en wintipokuoptredens.

Met haar sopraanstem en lichte huidskleur viel Urmia Darcheville-Berkleef vaak op bij sokopsalm-, kawina- en wintipokuoptredens. Foto: Sabrina Esajas

 

PARAMARIBO – ‘Misi Urmia’, ‘Urtje’, ‘rode Urmia’ werd het rustigste en hulpvaardige lid van Naks Kwanzaa vaak liefkozend geroepen. Met haar sopraanstem en lichte huidskleur viel Urmia Darcheville-Berkleef (52) vaak op bij sokopsalm-, kawina- en wintipokuoptredens. De zangeres overleed op 14 augustus. In het centrum van Naks nam Naks Kwanzaa donderdagmiddag met sokopsalmliederen afscheid van haar collega.

Bij het zingen van de sokopsalmliederen lieten enkele Kwanzaa-leden hun tranen de vrije loop. “Na arbeid komt sport was vaak haar statement en bij Kwanzaa voelde ze zich helemaal thuis. We hadden niet alleen het stukje optredens bij activiteiten, maar ook dat stukje waar we met elkaar konden socialiseren”, zegt Marjorie Peer, voorzitter van Kwanzaa tegen de Ware Tijd. Daarin blonk Darcheville-Berkleef uit. Voor de groep van 23 leden, onder wie negen mannen, is het overlijden van haar lid een groot verlies. “Omdat ze ziek was, was ze niet zo erg actief op de app, maar de laatste keer toen ze er weer was zei ze dat we haar heel gauw zouden zien. We waren blij met een teken van leven, maar jammer genoeg God heeft anders beslist”, zegt Peer. Darcheville-Berkleef is vrijdag in de RK-begraafplaats begraven.

De 52-jarige was een cultuurmens en het was logisch dat ze haar weg in 1997 vond naar de Organisatie voor Gemeenschapswerk Naks. In de eerste jaren als Nakser was ze actief in de afdeling Kawina en Dron, die erop is gericht om de Afro-Surinaamse traditionele muziek hoog te houden en de kennis over te dragen aan jongeren. Haar zangstem was sopraan. Samen met Ingrid Madari en Jacintha Wolf-Liauw A Joe heeft ze het lied ‘Nyan Faro Maisa’ gezongen die op de eerste cd van Naks Kawaina en Dron getiteld ‘Grantangi mi bigi sma’ is opgenomen. Samen met deze groep heeft ze diverse optredens in stad, districten en het Caribisch Gebied gehad. Terwijl zij in de Kawina en Dron-groep zat, werd ze vanwege haar sopraanstem vaak door de toenmalige leider van de Naks zang- en dansafdeling, ma Es – Esselien Fabies – gevraagd om te ondersteunen bij optredens. Hierdoor kon ze na enkele jaren zich makkelijk aansluiten bij deze afdeling, die meer bestond uit oudere vrouwen en mannen.

De zang- en dansafdeling is op het gebied van theater en folklore de oudste binnen Naks, die als doel heeft om de Afro-Surinaamse cultuur te behouden en over te dragen. De afdeling onderging een naamsverandering, tegenwoordig Naks Kwanzaa, en wordt veel gevraagd voor sokopsalm, kawina en winti poku. Van beroep was Darcheville-Berkleef gecertificeerde busbegeleider bij het transporteren van kinderen en volwassenen met een beperking. Behalve zang en dans was mode ook haar hobby. Vandaar dat ze de verschillende modecursussen van Naks zoals draperen, modeaccessoires en sabi tay yu-angisa heeft gevolgd. Ze was degene die ook met het idee kwam om de eerste kimonaparty van Naks te laten organiseren.

 

NAKS Iconenkalender 2020 Online bestellen

WILT U EEN ICONENKALENDER 2021 BESTELLEN?

De Covid-19-pandemie en de economische crisis hebben de activiteiten van NAKS grotendeels stil gezet. Maar achter de schermen wordt hard gewerkt aan een van de meest succesvolle projecten van de afgelopen jaren: de NAKS Iconenkalender. 

De afgelopen drie jaar werden 36 bijzondere Surinamers uit heden en verleden geportretteerd en met een videoproductie en tentoonstelling onder de aandacht gebracht van een breed publiek. Een cultuur-educatief project dat vooral aanslaat bij de jongere generatie die op deze manier nieuwe rolmodellen ontdekt.

De Iconenkalender is in korte tijd zo populair geworden dat de status van ‘collectors-item’ is bereikt. Omdat de interesse met het jaar groeit, stelt NAKS belangstellenden in de gelegenheid in te tekenen op de Iconenkalender 2021 en een of meer exemplaren te reserveren. 

Twaalf nieuwe Iconen op de NAKS-kalender 2021

  • Sisa Agi, populaire Aukaanse zangeres             
  • Mildred Caprino, historicus en docent 
  • Elfriede Cederboom, voorvechter tegen huiselijk geweld
  • Trudi Guda, cultureel antropoloog en dichter
  • Emma Mais, hogepriesteres van Maisa-liederen
  • Letitia Vriesde, topatleet en sportpromotor
  • Otmar Buyne, transcultureel psychiater en culinair ontwerper
  • Johannes N. Helstone, componist en musicus
  • Papa Koenders, onderwijzer en cultuuractivist Sranantongo
  • Edwin Schal, nationaal topvoetballer en sportcommentator
  • Dorus Vrede, dichter en verteller
  • Carlho Wijdh, oprichter Godo Spaar- en kredietcoöperatie

Klik op de link om te registreren en voor verdere informatie:
Registratie NAKS Iconenkalender 2020

 

Een Creoolse vrouw met een Chinees en een Hindostaans kind in Suriname, tussen 1880 en 1900.

Interview ‘Daderschap was niet voorbehouden aan witte mensen’

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/07/23/daderschap-was-niet-voorbehouden-aan-witte-mensen-a4006833

Tessa Leuwsha | Surinaams-Nederlandse schrijver

Nederland heeft een vertekend beeld van de landen waar slavernij en kolonialisme plaatsvonden, zegt schrijver Tessa Leuwsha.

Nina Jurna, 23 juli 2020

De Surinaams-Nederlandse schrijver Tessa Leuwsha (52) juicht het toe dat het slavernijverleden eindelijk op de agenda staat. Maar, zegt de schrijfster die al 25 jaar in Suriname woont, de discussie in Nederland dreigt te verzanden in een narratief van ‘slachtoffer en dader’, met de nadruk op het leed dat is aangedaan.

In haar nieuwste roman Plantage Wildlust schrijft Leuwsha dat de koloniale geschiedenis in Suriname niet alleen zwart-wit is, maar juist ook vele grijstinten kent. „Ik wilde laten zien dat binnen het koloniale systeem van onderdrukking, zoiets als daderschap en macht, niet slechts was voorbehouden aan witte mensen. Er bestond namelijk niet één werkelijkheid.”

Foto by Sirano Zalman

 

CV TESSA LEUWSHA

Tessa Leuwsha (Amsterdam, 1967) is schrijver en documentairemaker. Ook werkt ze bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo als cultureel attaché. Haar debuutroman de Parbo-blues (2005) is een gefictionaliseerde biografie van haar Surinaamse vader die als immigrant naar Nederland kwam.

Ze woont en werkt sinds 1995 in Suriname, is getrouwd en heeft twee kinderen.

Leuwsha spreekt via Zoom in een voor Suriname historische week. Een nazaat van Indiase contractarbeiders, Chan Santokhi, en een nazaat van gevluchte plantageslaven, Ronnie Brunswijk, zijn tot president en vicepresident benoemd. De nieuwste roman van Tessa Leuwsha speelt zich af in de tijd van contractarbeid, toen de voorouders van Santokhi, geronselde Indiase contractarbeiders, na de slavernij op de plantages terechtkwamen. „Die groep werd ook uitgebuit en mishandeld op de plantages. Ze moesten werken voor een hongerloon. En de marrons [nakomelingen van gevluchte slaven], de groep waartoe Brunswijk behoort, was lange tijd een van de meest gediscrimineerde en achtergestelde groepen in Suriname, terwijl ze eigenlijk de helden van de geschiedenis zijn omdat ze de plantages ontvluchtten”, vertelt Leuwsha.

Opo yu kloru is voorbij

Ze ging in 1995 in Suriname wonen en zag hoe het land de afgelopen jaren veranderde. „Toen ik er net woonde, gold nog de slogan opo yu kloru: verhoog je kleur. Oftewel, hoe lichter je was, hoe beter, én hoe meer kansen je had. Maar het land heeft grote sprongen in zelfbewustzijn gemaakt. Dat er nu een coalitie is gevormd uit nazaten van slaven, marrons en contractarbeiders, met als doel Suriname vooruit te brengen, is uniek. Dit was in de tijd rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 ondenkbaar.”

In Plantage Wildlust vertrekt begin twintigste eeuw een jong Nederlands echtpaar uit Zeeland naar Suriname om het beheer over een plantage over te nemen. De slavernij is voorbij, maar de naweeën zijn nog voelbaar. De zwarte, op macht beluste plantageopzichter Creebsburg is een nazaat van tot slaaf gemaakten. Hij onderdrukt de Indiase contractarbeiders die nu in de slavenbarakken wonen en werken op de plantage. Het Nederlandse stel raakt verstrikt in een moeras van strikte machtsverhoudingen, waaraan ze uiteindelijk zelf ten onder gaan. Gelijkwaardige vriendschappen, zoals de Nederlandse directeursvrouw Janna die probeert aan te knopen met haar dienstmeisje Alma, zijn onmogelijk.

„Ik wilde laten zien dat zowel wit, zwart en alles wat ertussenin zat, slachtoffer kon worden van zo’n systeem. En wie dader en wie slachtoffer was, niet zo eenduidig is als vaak gedacht wordt.” Het boek is gebaseerd op een archief van de Nederlandse familie Janssen, die meerdere generaties het beheer voerde over plantage Peperpot.

Compleet gemengde samenleving

Suriname heeft zich na drie eeuwen van slavernij en kolonialisme geëvolueerd wat het thema van slavernij betreft, vertelt de schrijfster. Dat in tegenstelling tot Nederland, zegt ze, waar slavernij tot voor kort verdoezeld werd en nauwelijks in het onderwijs behandeld wordt. „Ik merk dat de blik in Suriname veel meer vooruit gericht is, waarbij de nadruk ook ligt op het zoeken naar verbinding met elkaar. We hebben hier geen debatten over kleur of identiteit. De tegenstellingen in Suriname bestaan nauwelijks meer, dit is een multi-etnisch en multireligieus land.”

Verschillende bevolkingsgroepen knopen al lang relaties aan met elkaar. „Deze samenleving is compleet gemengd. De zoektocht naar het eigene van Surinamers heeft al lang plaatsgevonden, met name voorafgaand en rondom de onafhankelijkheid.”

Daar komt bij, zegt ze, dat in Suriname veel andere – urgente – problemen aandacht vragen, zoals de gezondheidszorg en de economische crisis.

Speelt in Suriname de discussie over racisme of de Black Lives Matter-protesten dan helemaal niet?

„Kijk, Suriname is geen witte dominante samenleving zoals de Nederlandse, waar institutioneel racisme bestaat. Ik woon in een land waar vrijwel iedereen zwart of gekleurd is. Natuurlijk zijn hier ook vormen van uitsluiting. Iedere samenleving voert uiteindelijk een eigen klassenstrijd. Maar in Nederland wordt vaak teruggekeken naar de slavernijgeschiedenis waarbij je een witte en zwarte kant hebt, die in hun eigen loopgraven vastzitten. Terwijl de werkelijkheid is dat iedereen in dat onderdrukkende systeem ook probeerde een eigen voordeel te halen.

„Ik wil niet ontkennen dat de grote pijnlijke waarheid tussen wit en zwart bestaat, maar ik wil de aandacht vestigen op de waarheden die er ook zijn. In Suriname waren plantages die opgekocht werden door nazaten van slaven.

Er waren zwarte slavenhouders zoals Elisabeth Samson, en zwarte vrijheidsstrijders die in verzet kwamen tegen de slavernij zoals Boni. Witte planters verwekten kinderen bij slavinnen, er waren heel veel kleurlingen. Je kunt elkaar moeilijk dingen blijven verwijten als je grotendeels zelf het bloed hebt van degene die je iets kwalijk neemt.”

Tessa Leuwsha schrijft al vijftien jaar romans over thema’s als slavernij, kolonialisme, identiteit en zwart-witverhoudingen. In 2005 debuteerde ze met de Parbo-Blues, een roman gebaseerd op het verhaal van haar Surinaamse vader. In het boek Fansi’s stilte onderzocht ze de geschiedenis van haar Surinaamse oma en haar roots. „Ik ben al heel lang met dit thema bezig en denk dat ik daardoor ook een stuk verder ben in het analyseren en nadenken hierover. Ik ben nu veel meer geïnteresseerd in de krachtige zwarte personages, want verzet en veerkracht zijn er altijd geweest.”

Dat ziet ze ook terug bij mensen in Suriname, zegt Leuwsha. „Ik herken hen vaak niet in het beeld dat in Nederland wordt geschetst van Surinamers als pure slachtoffers van slavernij en kolonialisme. Ondanks de heftige geschiedenis en de vele economische en politieke crises waar Suriname doorheen is gegaan, is het geen terneergeslagen land of volk.”

Er heerst een vertekend beeld in Nederland?

„Ik denk dat meer gekeken moet worden naar de herkomstlanden, waar de slavernij en kolonialisme daadwerkelijk plaatsvonden. Hoe gaan die landen nu om met hun geschiedenis? Kijk naar Indonesië. Ik was daar in 2015. Er is nog weinig dat aan Nederland doet denken, het land bestond al voordat de Nederlanders kwamen en heeft zich geëvolueerd in een nieuwe identiteit, los van het leed. Dat koning Willem-Alexander dan komt om excuses te maken, is mooi, maar dat is niet waar de meeste Indonesiërs op zitten te wachten: ze zijn met hun toekomst bezig.

Zelf kijkt ze ook vooruit. Producent Emjay Rechsteiner van Staccato Films kocht de filmrechten van Plantage Wildlust. „Ik vind dat een kroon op mijn werk. Maar ook extra bijzonder, omdat Emjay afstamt van Nederlandse plantagehouders die hier in Suriname plantages en slaven hadden, en ik een nazaat ben van tot slaaf gemaakten. We maken gezamenlijk een verbinding van dit verhaal. Ik hoop dat Nederland uiteindelijk ook de sprong vooruit maakt. Nu is vastgesteld dat er slavernij was en er niets meer te verdoezelen is, kan een heldere blik op de herkomstlanden misschien helpen bij het verruimen van het beeld dat in Nederland heerst.”