Jan Pronk: ‘We hebben Suriname gigantisch geplunderd,

Oud-minister Jan Pronk (80) legt in zijn boek Suriname, van wingewest tot natiestaat verantwoording af over zijn Surinamebeleid als minister in drie kabinetten. Voormalig Kamerlid Harry van Bommel en beleidsadviseur Sara Murawski blikken met Jan Pronk terug op 45 jaar Surinaamse onafhankelijkheid.

Was de onafhankelijkheid van Suriname onvermijdelijk? De Antillen zijn altijd Nederlands gebleven en buurland Frans-Guyana is nog altijd Frans.

“Op dat moment was de onafhankelijkheid onafwendbaar; men wilde het in Suriname en het was het tijdsgewricht van dekolonisatie. Ik geloofde daar volmondig in, zoals iedereen binnen links. Suriname was een van de latere landen. Nederland werd aangesproken hierop, ook in de VN. Alle landen zouden onafhankelijk worden. Als je nu terugkijkt, kun je wellicht vaststellen dat in de huidige geglobaliseerde wereldeconomie er ook andere relaties mogelijk zijn; wederzijdse Gemenebestrelaties misschien, of associaties. Daarom ben ik ook voor het handhaven van de relatie met de Antillen. De Antillen wilden ook geen onafhankelijkheid in de jaren 70 en dat werd door de Nederlandse regering volmondig geaccepteerd. De onafhankelijkheid van Suriname zou nu niet meer zo onafwendbaar zijn als toen.”

Er waren ook kritiek en weerstand in Suriname jegens onafhankelijkheid. Vindt u dat er voldoende is geluisterd naar die stemmen?

“We hebben risico’s genomen, maar er is wel geluisterd. Het luisteren naar de numerieke minderheid op dat moment kon niet leiden tot een andere beslissing dan de toekenning van onafhankelijkheid. Als we andere voorwaarden zouden stellen dan twintig jaar eerder overeengekomen was tijdens de onderhandelingen over het Statuut, zouden we als een neokoloniale staat worden gebrandmerkt. We hebben wel zoveel mogelijk zekerheden gecreëerd, zodat de tegenstellingen niet zouden escaleren in gewelddadige conflicten. Het waren er drie. Ten eerste kwam er een grondwet. Ten tweede konden we de mogelijkheid bieden dat iedereen die de Nederlandse nationaliteit niet wilde opgeven, naar Nederland kon gaan. De derde zekerheid lag besloten in de voorwaarde dat de Nederlandse hulp na onafhankelijkheid gericht zou worden op alle bevolkingsgroepen, zonder uitzondering.”

De wens om tempo te maken met de onafhankelijkheid heeft mogelijk de onderhandelingen beïnvloed. Heeft dat de Nederlandse toegeeflijkheid vergroot?

“Het tempo werd bepaald door de datum die eenzijdig door Suriname was gekozen. De onderhandelingen gingen dus niet over de vraag óf Suriname onafhankelijk zou worden, of wanneer, maar hoe. Er was al heel veel tot stand gekomen. Het land was een democratie, er was een rechtsstaat, onafhankelijke rechtspraak, vakbond, vrije pers, er was geen politiegeweld. Suriname was gereed om onafhankelijk te worden. Dus eigenlijk hoefde je alleen maar te onderhandelen over burgerschap en emigratie en over financiële steun gericht op economische verzelfstandiging na de verwezenlijking van staatkundige autonomie. Over defensie werd niet onderhandeld. Men zei gewoon ‘wij willen een leger’. Dat was hun eigen beslissing. Defensie in Nederland hielp om de vorming van een Surinaams leger in goede banen te leiden met technische bijstand, materieel en een militaire missie. Dat beetje geld en technische bijstand heeft niet slecht uitgewerkt, de missie wel. We hebben de leiding van die missie toevertrouwd aan een Nederlandse kolonel met een eigen agenda.”

COLUMN: MI NA TONGO!

COLUMN: MI NA TONGO!

12/11/2020 14:00 – Pokay Tongo

Bijna iedereen had er een mening over. Eerder ongevraagd omdat ik mij niet kan voorstellen dat Abop-DNA-lid Fogatie Aserie (mooie naam trouwens) na zijn beroemde pleidooi op zijn toehoorders afstapte met de vraag: da fa unu ben feni mi Nederlands? Aserie pleitte voor betere en professionelere onderwijsbegeleiding van kinderen in het binnenland. Ik denk eerder dat hij zich afvroeg of en hoe zijn noodkreet was overgekomen. De Nationale Assemblee is namelijk niet de plek waar jouw Nederlandse spreekvaardigheid door een examencommissie van vijftig man wordt beoordeeld.

Reacties van struikelaars over het door Aserie gebezigde Nederlands zeggen meer over hun persoon dan over de inhoud van zijn boodschap. Zij die driedubbel in een deuk lagen, daar durf ik van te zeggen dat zij zich niet veel beter kunnen uiten in het Nederlands. Want, kan je het beter, dan was jouw focus niet op zijn taalgebruik maar op de inhoud. De ontwikkeling van kinderen in het binnenland ligt Aserie nauw aan het hart. De abrupte overgang van de moedertaal naar het Nederlands (Nederlands is de voertaal in Suriname) zorgt voor de nodige bruya bij Surinaamse kinderen in het algemeen. Het gevolg is voortijdige schoolverlaters of te weinig toekomstperspectieven op een reguliere opleiding die aansluiten bij hun ambities.

Lees meer: COLUMN: Mi na tongo! – DWTonline.com http://www.dwtonline.com/de-ware-tijd-online/laatste-nieuws/2020/11/12/column-mi-na-tongo/#ixzz6euHGyrJB

Afro-Nederlandse studies op de HvA: ‘Eindelijk mogen we leren over onze geschiedenis’

Dit schooljaar biedt de HvA als eerste hogeschool van Nederland het keuzevak Afro-Nederlandse studies aan. Een prijswinnend vak, ontwikkeld door docent Zawdie Sandvliet. Dinsdag presenteerden studenten het voorstel voor hun eindonderzoek. ‘Dit vak leert je wie je bent.’

De zenuwen zijn niet helemaal te verbergen. In verschillende klaslokalen staan studenten Social Work die het vak Afro-Nederlandse studies volgen. Ze schrapen hun keel, leunen van het ene been op het andere. Het publiek voor hun presentatie bestaat namelijk niet zoals gebruikelijk uit de bekende gezichten van medestudenten.

Beeld: Kyrie Stuij | Student Jadzia Vrij

In de klaslokalen zitten ouders, oud-studenten en docenten van andere faculteiten. Afro-Nederlandse studies is het eerste vak in Nederland dat ons koloniale verleden behandelt, en ingaat op de geschiedenis, plus hedendaagse realiteit van Afro-Nederlanders. Dat trekt belangstelling. 

Het is misschien wel het meest persoonlijke vak op de HvA. Voor een deel van de studenten is het ook een zoektocht naar hun eigen identiteit. Zij leren bijvoorbeeld over de geschiedenis van hun voorouders, die in schoolboeken meestal niet, of nauwelijks werd besproken.

U KUNT MEER LEZEN OP HUN WEBSITE : Afro-Nederlandse studies op de HvA

NAKS bij In The Spotlight i.v.m. Launch Iconen Kalender 2020

Zaterdag 14 november 20.15 uur was in het programma “In the Spotlight” via de STVS het volgende onderwerp belicht:
NAKS iconenkalender 2021 en expositie.
Gasten: Siegmien Staphorst, voorzitter,en Sieglien Spier, coördinator NAKS documentatie centrum.

Ontwikkeling en potentie alekemuziek in mini-docu vastgelegd

Uit De Ware Tijd: 01/11/2020 08:08 – Audry Wajwakana

PARAMARIBO – Suriname kent diverse muziekstijlen. Eén van de bekende en meest populaire stijlen onder de Aucaners is de aleke, een muziekstijl die op basis van experimenten in het Cotticagebied is ontstaan en veel aan de kaseko doet denken.

Hoewel de ontstaansgeschiedenis van deze stijl moeilijk te achterhalen is, is er momenteel een zeer populaire aleke-artiest die met zijn muziek de wereld wil veroveren. Regisseur Tolin Alexander heeft in opdracht van Stichting Kibii een minidocu gemaakt over de aleke, waarin hij de artiest Brayen Doekoe meer bekend als Autar, heeft gevolgd.

Bij de versoepeling van de Covid-19-veiligheidsmaatregelen heeft de film/theaterregisseur zich samen met de lokale filmmaker ‘Basta’ in de Tembe Art Studio (TAS) teruggetrokken om de documentaire in elkaar te zetten. De docu, ‘Kotika liba fika a membee’ (‘Cotticarivier is als slechts een herinnering’), is afgeleid van een lied. “Door een filmpje over deze muziekstijl te maken, werken we aan conservering van een stukje cultuur”, zegt Alexander.

De artiest is niet alleen in Moengo, maar overal waar er aleke-muziek wordt afgedraaid of bespeeld, bekend. “In de docu vertelt hij dat hij met deze muzieksoort de wereld heeft bereikt, net zoals Bob Marley dat deed met zijn reggaemuziek. Reggae wordt nu overal in de wereld bespeeld of afgedraaid, maar er wordt nog altijd een link gelegd met Jamaica. Dat wil deze artiest ook”, legt Alexander uit.

De regisseur vertoefde zes dagen in Moengo. Het meest interessante van dit project vond hij de opnames en de editing in TAS. “De grote uitdaging was om de filmmaker vrij te krijgen en mij te oriënteren over het aanwezige materiaal voor de opnames.” Hij heeft ook archiefmateriaal van de Moengofestivals gebruikt en lokale bewoners geïnterviewd. In het filmpje wordt gesproken in het Aucaans en er is een Engelse ondertiteling aangebracht.

De mini-docu is dertien minuten lang en ter beschikking gesteld van het Researchcentrum van Stichting Kibii. De mini-docu is de eerste productie sinds stichting Kibii een samenwerking is aangegaan met de Nederlandse organisatie Le Guess Who. Jaarlijks wordt er in Utrecht een muziekfestival georganiseerd, waarbij dans-, theater- en muziektalenten, die de mainstream missen, een platform krijgen. “Twee jaar geleden werden we door de organisatoren benaderd, die hetgeen we in Moengo doen heel interessant vinden. Zij wilden de jazzbands of alekemuziek een podium bieden via hun platform”, vertelt Marcel Pinas van Stichting Kibii.

Vorig jaar zou een Moengo Jazzband naar Utrecht afreizen om deel te nemen aan het festival, maar vanwege de economische situatie in Suriname lukte het niet om de financiële middelen voor elkaar te krijgen. Dit jaar lukt ook niet vanwege de Covid-19-pandemie. “Als optie wil de organisatie toch nieuwe producties digitaal tonen. Vandaar dat we hebben besloten om deze mini-docu alvast te maken”, zegt Pinas. Het filmpje zal ook via Le Guess Who aan een breder publiek vertoond worden.

Op kleine schaal probeert de stichting diverse projecten uit te voeren. “Vanwege de Covid-19-pandemie waren we even gestopt, maar nu zijn we aan het bekijken hoe we verder kunnen gaan. We kunnen niet stil blijven zitten als we kijken naar de talenten van de jongeren. Dat zou pas zonde zijn”, aldus Pinas.

Rond deze periode zou een Trinidadaanse architect de nieuwe Artist-inResidence zijn in Moengo. Hij heeft grote interesse in de traditionele marronbouwstijl. Pinas is samen met de architect bezig voorbereidingen te treffen via Zoom-meetings, om dit project voort te zetten zodra de pandemie voorbij is.

 

Geschiedenis Ma Seri draagt bij aan identiteitsvorming

Uit De Ware Tijd van 23/10/2020 22:49 – Tascha Aveloo

SINABO – De Feydrasie fu Afrikan Srananman heeft vrijdag voor de dertiende keer stilgestaan bij de wrede dood van de tot slaaf gemaakte Ma Seri. Volgens districtscommissaris Mohammedsafiek Radjab van Commewijne zouden jongeren zich op deze memorabele dag meer dan ooit bewust moeten zijn van de Surinaamse geschiedenis en haar helden. “Als de minister van Onderwijs aanwezig was, zou ik haar vragen om deze gebeurtenis op te nemen in het huidige curriculum. We leren zoveel over de geschiedenis van andere landen. De jongeren moeten weten hoe hun voorouders hebben gestreden met bloed, zweet en tranen, zodat zij nu in vrijheid kunnen leven.”

De burgervader stelde zelfs dat “wie zijn geschiedenis niet kent, praktisch geen burger kan zijn van een land”. “Ik stel dit scherp, omdat ik geloof dat de jongeren blij moeten zijn met hun cultuur en afkomst. Ze moeten erover leren om die door te kunnen geven aan de volgende generaties. Alleen door elkaars cultuur te kennen, zullen we met meer waardering en respect voor elkaar het land kunnen opbouwen.”

Dat niet eenieder bekend is met deze geschiedenis is duidelijk. De bekende apintispeler Frans Malonti geeft aan dat hij helemaal niet bekend was met dit verhaal. “Mi no ben sabi. Ma mi taki den grantangi dat mi kan leri fu so wan bigi uma.Taki a ben libi en a gi en libi gi wi.” Het is ruim 277 jaar geleden dat Ma Seri weigerde te liegen over de doodsoorzaak van slaven op plantage Sinabo in Commewijne. Het was toen verboden om slaven zomaar te doden. Zij werd door haar slavenmeester, Benjamin Posset, gegeseld, doodgeschoten en onthoofd.

Foto: Tascha Aveloo

Iwan Wijngaarde, voorzitter van de Feydrasi fu Afrikan Srananman, stond ook stil bij de onthoofding van twee loweman, namelijk een andere Seri en Flora. Deze twee vrouwen hebben het leven moeten bekopen, omdat zij niet wilden vertellen waar de tot slaafgemaakten naartoe waren gevlucht. “Ze hebben Seri eerst de tong afgehakt en later hebben ze beide vrouwen onthoofd. Hun hoofden werden naar de stad gebracht om er wat geld voor te krijgen.”

Deze viering met veel minder mensen dan voorheen, vanwege de heersende coronacrisis werd luister bijgezet door het bezoek van vicepresident Ronnie Brunswijk. Hij stond in zijn speech stil bij de geschiedkundige feiten en wees er ook op dat vrouwen uit de geschiedenis meer waardering moeten krijgen, maar ook die in de huidige maatschappij. “Behalve dat ze ons hebben gebaard, zijn zij het die ervoor moeten zorgen dat iedereen eet en dat we er verzorgd bij lopen. Zij waren heldhaftige, moedige vrouwen. Laten we vrouwen daarom eren en hen de plaats geven, die ze waard zijn.”

Wijngaarde beschouwde het bezoek van de vicepresident als een goed voorteken voor een progressievere samenwerking om zodoende de doelen van de organisatie te behalen. “Ik heb in het verleden met meerdere regeringsleiders gesproken, maar ik heb vaak het gevoel gehad dat ze niet helemaal begrijpen hoe diep het probleem zit. Gedurende honderden jaren zijn onze identiteit en cultuur ons systematisch ontnomen. En daarom zeg ik ook niet dat het de schuld is van nazaten, omdat ze het ‘nog niet’ helemaal begrijpen”, stelde Wijngaarde die volgend jaar al 25 jaar aan de weg timmert. “Alles wat zich in het duister ontwikkelt, is vaak negatief. Er zijn heel wat negatieve elementen die zich binnen onze cultuur hebben ontwikkeld, waardoor we in feite nu pas aan het begin van het bewustwordingsproces zijn. Zo’n volk beseft niet dat ze wat mist. Het zijn leiders die moeten opstaan om hen de weg te wijzen en dat heb ik in het verleden gemist.”

Hij stelde dat Brunswijk wellicht als nakomeling van de marrons, de doelstellingen van de organisatie beter begrijpt. “Na zo lang geen eigen cultuur te hebben gekend, gaat men nu ook nog studeren in het buitenland. Ook onze leiders zijn nog zwaar gekoloniseerd en kennen de waarde niet van het hebben van een eigen culturele identiteit. Daarom is die ombuiging, die bewustwording een proces. Het gebeurt dus ook niet in deze korte tijd.”

In het verleden zijn er weleens ministers of directeuren van Onderwijs geweest, maar het bezoek van de vicepresident ervaart hij als een bekroning op het werk van de organisatie. Wijngaarde hoopt dat deze regering erkent dat er bewuster gewerkt moet worden aan het wegwerken van de achterstand, die deze groep heeft in de maatschappij vanwege het verleden. Na een plengoffer door Malonti, werd de kranslegging gedaan, waarbij de vicepresident ook een dankwoord deed aan de voorouders voor de strijd die zij hebben gevoerd.

Kansen en bedreigingen Paraplantages

20/09/2020 17:08 – Euritha Tjan A Way 

PARAMARIBO – Paraplantages waren tijdens de slavenperiode vaak houtplantages waar slaven een relatieve grote vrijheid hadden. Zo besloten vele families te bundelen en de plantages te kopen voor kindskinderen. ‘Wi bay, wi pay’ is daarom een trotse kreet binnen de families die recht hebben op grond in het district Para, dus ook in Overtoom. Maar wie is wel en wie is geen nazaat en wordt de traditie van onverdeelbaarheid werkelijk hoog gehouden?

Wie Overtoom intoetst bij Google vindt vooral beelden van Nederland. Niet vreemd, want plantage Overtoom is genoemd naar een plek in Nederland. Of dat gelijk affiliaties oproept met pijn en strijd in slavernij, omdat er slaven hebben gewerkt op deze plantages, is nou maar net de vraag. Het kan ook gevoelens van kracht oproepen en saamhorigheid. Zeker in het district Para hebben families gebundeld, keihard gewerkt, gespaard en plantages opgekocht. Voor hen een zekerheid dat hun kindskinderen nooit meer in de positie zouden komen om hun hand op te hoeven houden voor een toevallige meester. Immers, ze hadden grond; een kapitaalgoed.

Nu meer dan een eeuw verder, spelen in veel van de plantages conflicten die geenszins in het voordeel zijn van de nazaten, die het volgens de theorie van de voorouders nu dus goed zouden moeten hebben. In plantage Overtoom lijkt het zelfs uit te lopen op een ware strijd tussen het plantagebestuur van Plantage Overtoom met als voorzitter Henry Bel en stichting Lilaf met als voorzitter Jolanda Purperhart. Beide partijen beschuldigen elkaar van kwade bedoelingen binnen de plantage Overtoom. Zo heeft Bel na een vergadering met het plantagebestuur van Overtoom en namens de nazaten, Purperhart die ook nazaat is, verboden handelingen te plegen die in strijd zijn met de statuten en de grondbeginselen van de plantage Overtoom. Echter, Purperhart daarentegen bestrijdt de wetmatigheid van het plantagebestuur van Bel. “Met mijn stichting Lilaf en vereniging Sjulang Kondre ben ik bezig nazaten te bundelen om juist ontwikkeling te brengen in de plantage. We hebben nu zeker zeshonderd nazaten geregistreerd in Suriname en Nederland”, houdt ze de Ware Tijd voor.

Grondrechterlijk onderzoek

Purperhart geeft aan dat ze bezig is met een grondrechtelijk onderzoek en daarbij is gestuit op enkele opmerkelijke zaken plantage Overtoom aangaande. “Gedurende het onderzoek mag meneer Bel geen beheersdaden uitvoeren op de plantage. Ik wil hem die mededeling laten toekomen via de deurwaarder, maar de organisatie van hem heeft zelfs geen postadres”, schetst Purperhart de aard van de organisatie van Bel. De kern van het dispuut ligt erin dat de plantage Overtoom net als veel andere Paraplantages boedel is, dat volgens de nazaten niet verkocht mag worden, maar als collectief behouden moet blijven. Echter, de beheersstructuur – plantagebestuur – die wordt gehanteerd is vaak niet wettelijk vastgelegd maar gebeurt volgens gewoonte. Veel nazaten willen de boedelstatus niet wijzigen, omdat ze de wensen van de voorouders respecteren en omdat ze daardoor niet van de grond verwijderd kunnen worden.

Volgens Purperhart heeft het plantagebestuur van Bel geen recht van bestaan, omdat het eenmansbestuur onder leiding van Walter Herkul die in januari is overleden nooit heeft overgedragen. Bel beaamt dat, maar geeft aan dat zijn bestuur in 2012 al is opgericht omdat Herkul maar niet wilde wijken. “Het is niet wenselijk om twee plantagebesturen te hebben, maar de besturen onder leiding van Herkul en die andere onder leiding van mij gingen op cruciale momenten wel door een deur.” Naast voorzitter van het plantagebestuur is Bel ook oprichter van de Vereniging Plantage Overtoom (VPO) die hij ongeveer zeven jaar terug oprichtte met als doel ontwikkeling te brengen in de plantage. Bel geeft wel toe dat de officiële (koop) papieren van de plantage Overtoom bij de familie van Herkul zijn. “Ik ben in dialoog met de familie om de papieren te krijgen, maar het is nog niet zover.”

Geen nazaat

Purperhart bestrijdt trouwens dat Bel überhaupt een bestuur de plantage aangaande mag voorzitten. “Dat mogen alleen nazaten en de familietak Gron/Bel heeft het stuk dat aan hen toebehoort in 1947 verkocht aan andere nazaten, dat is gebleken uit mijn onderzoek”, geeft Purperhart aan. Bel zegt dat hij dat wel heeft vernomen van Purperhart, maar dat ze zoveel roept en hij het bewijs daarvan nog niet heeft gezien. Purperhart zegt dat ze vaker heeft geprobeerd Bel zover te krijgen om met haar aan tafel te zitten en dat ze zijn VPO ook heeft gevraagd met haar stichting Lilaf samen te werken zodat er werkelijk ontwikkeling komt in Overtoom. “Maar hij heeft het geweigerd. Nu maakt hij de nazaten bang door ze te zeggen dat ik hun grond wil afpakken. Mensen worden bedreigd om niet met mij te praten. Dit omdat meneer Bel onrechtmatig bezig is en het ook weet.”

Die onrechtmatigheid heeft volgens Purperhart te maken met het uitgeven en verkavelen van gronden van de plantage. De grond wordt geen eigendom van degene die het krijgen, maar ze betalen wel geld aan het bestuur en volgens Purperhart weet niemand wat met dat geld gebeurt. Bel: “We geven alleen grond uit aan mensen die kunnen bewijzen een nazaat van de plantage te zijn. Ze moeten daar inderdaad wat voor betalen. Hoeveel dat is wordt bepaald aan de hand van de bestemming die de grond zal hebben. Wie gaat wonen betaalt niet zoveel als wie bijvoorbeeld aan landbouw gaat doen”, legt Bel uit. Het geld dat het bestuur ontvangt wordt volgens hem gestopt in het onderhoud van de plantage, “maar het is nooit voldoende, er is zoveel te doen”.

Overtoom verkocht?

Volgens Bel willen hij en de nazaten niets te maken hebben met Purperhart omdat ze niet volgens de traditie wil werken. “Ze wil de boedel verdelen en dat willen we niet.” Purperhart zegt dat de traditie al heel lang te grabbel is gegooid want er hebben andere families – en ook die van Bel – al verkocht aan anderen.” Bovendien heeft zijn recent ontdekt dat NV Frema in 1987 ‘een vierentwintigste gedeelte onverdeeld in de houtgronden Overtoom en Vreeland met de bij deze gronden behorende grond Mon Gangna Pain’ heeft opgekocht bij een erfgenaam. In de koopovereenkomst staat tweeduizend tweehonderdvijftig hectare (2.250). De plantage Overtoom was volgens bronnen op internet 5.250 akkers groot in 1819 wat neerkomt op 2.257,5 hectare. “Ik wil dus weten wat er aan de hand is en of de plantage überhaupt nog bestaat door deze overeenkomst. Ik wil alle nazaten bundelen om deze koop ongedaan te maken.” Bel zegt wel op de hoogte te zijn van de koop, maar “na wan owru tori“.

Elviera Sandie, die voorzitter is van de Federatie van Paraplantages, zegt Purperhart opgeroepen te hebben het bestuur van Bel te erkennen en met hem samen te werken. “We hebben rust en eenheid nodig in de plantage en dat wordt nu te grabbel gegooid.” Ze zegt de koopovereenkomst waarnaar Purperhart verwijst te kennen. “Maar het is nietig, het is boedelgrond, dat kan je niet verkopen”, meent Sandie.

 

Groei en strijd

Zonder op deze specifieke zaak in te willen gaan zegt Helmut Gezius, die community development specialist is, dat groei en conflict in zowel urbane als traditionele gemeenschappen voorkomen. “In traditioneel of wel familiare gemeenschappen zoals plantages komen die conflicten of niet snel naar buiten of ze snijden diep als ze eenmaal naar buiten komen en dan kunnen dingen snel uit de hand lopen.” Gezius, die naast nazaat ook lid is van het wetenschappelijk bureau van de Federatie van Paraplantages, zegt dat juist omdat die organisatie weet dat groei en conflict altijd spelen zij na enkele officiële momenten enkele kernwaarden heeft bepaald voor binnen de plantages. “Wij hebben gekozen voor goed rentmeesterschap, onverdeelbaarheid en ook zorg voor kindskinderen. En verder dat de federatie alle gerechtvaardigde middelen zal gebruiken om de integriteit en de mogelijkheden van haar culturele erfgoed, waaronder ook de gronden, zal aanwenden om die te bewaren, beheren en te ontwikkelen.”

 

Model Waaldijk

Binnen dat proces hebben alle plantages die lid zijn van de Federatie van Paraplantages ook een handleiding gehad naar het format dat wijlen professor Ludwig Waaldijk had samengesteld om het besturen van de plantage op een democratische wijze en niet als alleenheerser ter hand te nemen met als belangrijk oogpunt economische ontwikkeling. Daarbij hoorde ook de ontwikkelingen en opzet van een stichting voor vermogensbeheer die een soort werkarm van de individuele plantagebesturen zou zijn. “En binnen die handleidingen zijn er voldoende handvatten om conflicten en groei aan te pakken. De federatie heeft in deze een sturende rol en is wel voorstander van goed bestuur met transparantie naar de nazaten toe.”

Chiquita Akkal-Ramautar, meester in de rechten en docent aan de Anton de Kom universiteit van Suriname, heeft onderzoek gedaan naar de boedelkwesties in Suriname. Zij zegt dat bij wet niemand verplicht is in een onverdeelde boedel te leven. “Indien een nazaat dat wil veranderen kan die een verzoek doen bij de rechter en de rechter zal zo een zaak meestal verwijzen naar een notaris die dat uit moet zoeken.” Akkal-Ramautar meldt dat in het geval van de Paraplantages het maken van stambomen waar alle informatie voorkomt van de nazaten van de plantages problematisch is. “Het Centraal Bureau voor Burgerzaken heeft de tools wel dat te doen, maar zal het alleen doen als de staat dat gebiedt.” Zij meldt wel dat met het openbaar en digitaal toegankelijk worden van vele archieven in de wereld het steeds makkelijk wordt om nazaten te traceren.

Purperhart zegt dat verdelen van de boedel niet iets is dat bij haar organisatie prioriteit geniet. “Het is een proces dat heel lang duurt en het moet een gezamenlijk besluit zijn. Het zou wel handig zijn om samen als iedereen dat wil wel de boedelstatus te veranderen en te gaan voor collectief erfrecht bijvoorbeeld. Dan kunnen we meer doen met de grond.” Echter, ze meldt dat ze niets zal doen zonder dat de nazaten dat zelf willen. “We willen iedereen betrekken bij de ontwikkeling van de plantage.”

Volgens Gezius is onverdeelbaarheid van de boedel geen issue en is communaal grondbezit niet iets dat alleen in Suriname gebeurt. “Ook Guyana heeft het. Wat je vaak ziet is dat niet de grond het probleem is, vaak is de familierelatie een probleem. Harten en neuzen wijzen niet in één richting, waardoor conflict ontstaat.” Gezius benadrukt dat de Paraplantages heel veel hebben geofferd voor de Surinaamse samenleving. “Kijk naar de plekken waar mensen gaan zwemmen, de wegen in Para, de recente highway, allemaal in Para.”

 

Standbeeld van Columbus weggehaald uit Mexico-Stad

Bron: Suriname Herald van 11 oktober 2020 

In de hoofdstad van Mexico is een prominent geplaatst standbeeld van ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus verwijderd door de lokale overheid. Activisten hadden gedreigd het beeld maandag tijdens een demonstratie van zijn sokkel te trekken.

Officieel is het monument weggehaald voor onderzoek en een mogelijke restauratie. Maar de burgemeester van Mexico-Stad suggereerde op een persconferentie dat het standbeeld mogelijk niet wordt teruggeplaatst in de hoofdstraat, waar het in 1877 is neergezet.

“Het is misschien de moeite waard samen na te denken over waar Columbus voor staat, vooral voor volgend jaar”, zei burgemeester Scheinbaum. In 2021 viert Mexico de 200ste verjaardag van de onafhankelijkheid. Het is dan ook 500 jaar geleden dat de Spanjaarden de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan verwoestten, waar uiteindelijk Mexico-Stad op is gebouwd.

Twee gezichten
Colombus staat in de geschiedenisboeken als ‘ontdekker’ van Amerika, maar hij wordt ook geassocieerd met wreedheden tegen de inheemse bevolking tijdens de Europese kolonisatie van het werelddeel. In de Verenigde Staten zijn om deze reden meerdere Columbusstandbeelden neergehaald of beschadigd bij de protesten en rellen tegen racisme en discriminatie eerder dit jaar.

Maandag is het precies 528 jaar geleden dat Columbus aankwam in Amerika. Activisten in Mexico-Stad hadden online opgeroepen tot een demonstratie met de slogan “we gaan het neerhalen”, verwijzend naar het standbeeld.

NOS