Owpa Paulus, Wan tori fu wan skrifiman

21 februwari Dey fu Mamatongo

Naks e presteri

Owpa Paulus

Wan tori fu a skrifiman

Anė Doorson

(7 Apreri 1927 -4 Yuni 1979)

Maart 2021 – Carlho Wijdh

Carlho Wijdh

12 marti 1939, Lelydorp

Dyadyaman fu a kibrilenimoni coöperatie, stonfutu fu Godobank

Carlho Albert Wijdh ben go na Rechtsschool, dan baka dati ini a yari 1960 a go wroko gi a ferseykeringmaatschappij De Nationale (waka-fesi fu Assuriagrupu). A ben de monibasi fu a bontu fu assurantiewrokoman, sofasi a ben e broko en ede gi wrokoman di ben e ferdini so pkinso taki den no ben kan leni moni na bangi.

10 desembri 1971 makandra nanga wrokomati, Wijdh opo a Assurantie Krediet Coöperatie gi wan spesruttu grupu. A lenipresi disi ben dray bun sref’srefi someki ini 1974 iniwansma ben kan naki den doro; a ten dati den kenki den nen kon tron Spaar- en Kredietcoöperatie Godo. Godo (waswasitanpe) no abi eyginari ma memre di e seti fa a wrokope musu dray nanga a gronprakseri “Libisma e yepi Libisma”. Ini a yari 1983 Wijdh bow wan tumsi nyunten kantoro gi Godo. Ini a kantoro disi a ben òrga leri-
konmakandra gi kibrilenimoni coöperatie dan ala yari den ben e orga a Internationale Dag van de Kredietcoöperatie. 9 mèy 1997 ne Wijdh en dren kon tru: Godo kisi a nen fu bangi, dan a nen kenki kon tron Coöperatieve Spaar- en Kredietbank Godo. 1 Juni 2010 ne Godo trutru kon tron wan bangi gi iniwansma.

Ini 2005 Wijdh kisi den pranpran fu Officier in de Ereorde van de Palm. Mofodoro fu Godobangi wan stonede fu Wijdh de di a mekiman fu sekedrey, Erwin de Vries, ben meki.

 

Pionier van de kredietcoöperatie, oprichter Godobank

 Carlho Albert Wijdh kwam na de Rechtsschool, in 1960 in dienst bij de verzekeringsmaatschappij De Nationale (voorloper van de Assuria-groep). Als penningmeester van de vakbond voor assurantiemedewerkers bekommerde hij zich om werknemers met kleine inkomens die geen leningen kregen van banken. Op 10 december 1971 richtte Wijdh met collega’s de besloten Assurantie Krediet Koöperatie op. Deze succesvolle coöperatie werd in 1974 opengesteld voor iedereen en hernoemd tot Spaar- en Kredietcoöperatie Godo. Godo (bijenkorf) heeft geen aandeelhouders, maar leden die het beleid bepalen onder het motto: ‘Mensen helpen Mensen’.

Wijdh realiseerde in 1983 een hypermodern kantoor voor Godo. Hier organiseerde hij trainingen voor het coöperatiewezen en jaarlijks werd de Internationale Dag van de Kredietcoöperatie gevierd. Op 9 mei 1997 werd Wijdhs droom werkelijkheid: Godo verkreeg de bankstatus en werd de Coöperatieve Spaar- en Kredietbank Godo. Vervolgens kreeg Godo op 1 juni 2010 officieel de status van algemene bank.

Wijdh werd in 2005 gedecoreerd tot Officier in de Ereorde van de Palm. Voor het Godogebouw staat een kop van Wijdh, gemaakt door de kunstenaar Erwin de Vries.

 

 

 

Copyright@NAKS ICONENKALENDER 2021

Actrice Cicely Tyson (96) overleden, geroemd als krachtige, zwarte vrouw

De Amerikaanse actrice Cicely Tyson is op 96-jarige leeftijd overleden. In haar carrière die 60 jaar duurde, onderscheidde ze zich in films, tv-series en toneelstukken met rollen van krachtige zwarte vrouwen, die worstelden met problemen als achterstand en discriminatie.

Watch: “Actrice Cicely Tyson (96) overleden, geroemd als krachtige, zwarte vrouw” – https://nos.nl/l/2366440

Watch: “Hollywood legend Cicely Tyson recounts life, career in new memoir” on YouTube: https://youtu.be/f6US9geaSmA

Watch “Cicely Tyson’s Last Interview” on YouTube: https://youtu.be/WI_EehTLynU

Watch: “Cicely Tyson Death, Age, Children, Husband, Movies and Net Worth” on YouTube: https://youtu.be/SbUyV4PlAgk

Watch: “2020 Hall of Fame: Cicely Tyson” on YouTube: https://youtu.be/BEd1Wnssmbo

Watch “Cicely Tyson Emotional Speech That Left Everyone Crying” on YouTube: https://youtu.be/H1QuAcM_q_0

Watch “RIP Tyler Perry Shares Heartbreaking Final Goodbye To  Cicely Tyson Passing.” : https://youtu.be/0jwfwzchBMY

Watch “Cicely Tyson Remembered by Gayle King, Debbie Allen and More (Exclusive)”: https://youtu.be/0j-9bMYSXwo

Watch “Celebrating the life of Hollywood icon Cicely Tyson l GMA” on YouTube: https://youtu.be/cNGmiGvbtDI

Relegie of Spiritualiteit webinar

NAKS KASEKO LOKO TIJDENS PHAGWA VIERING 2020

 Verleden jaar tijdens de Phagwa-viering hebben wij, van#SuriVision (www.surivision.com),  video-opnamen gemaakt waar m.n. NAKS Kaseko Loko optrad. Wij dachten dat jullie het wellicht leuk zullen vinden op deze beelden terug te zien.

Hieronder de betreffende YouTube-linkjes.

Veel kijk plezier!

Met vriendelijke groeten,
Het SuriVision Team

PHAGWA 2020 SURINAME #2 : https://youtu.be/6s70D7eCKs8

PHAGWA 2020 SURINAME #3 : https://youtu.be/rDGZKKLkFOc

PHAGWA 2020 SURINAME #4 : https://youtu.be/mGrkILmAUbY

PHAGWA 2020 SURINAME #5 : https://youtu.be/k1L5oBnl39o

PHAGWA 2020 SURINAME #6 : https://youtu.be/RbpRNXJwbpk

PHAGWA 2020 SURINAME #7 : https://youtu.be/PZPmtvhIG94

PHAGWA 2020 SURINAME #8 : https://youtu.be/EomWl91fHnk

PHAGWA 2020 SURINAME #9 : https://youtu.be/k9H-jaIjz7M

Onderschatting van alles waar een marron aan begint (I)

UIT: DWT 30/01/2021 14:07

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader worden toegelicht.

Tekst: André Mosis

Rond 1650 is de slavernij in Suriname begonnen, waarbij gedeporteerde tot slaafgemaakte West-Afrikanen, slavenarbeid verrichtten op de diverse plantages onder onmenselijke omstandigheden. Enkelen van deze Afrikanen ontvluchtten de slavernij en organiseerden zich op veilige afstanden in het bos langs grote rivieren en kreken, van waaruit zij offensieven voorbereidden tegen de plantage-eigenaren.

De omstandigheden dwongen hen te kiezen voor vechten voor vrijheid, boven het leven in gevangenschap voor het verrichten van levenslange dwangarbeid. Regelmatig overvielen zij de plantages, bevrijdden slaven en voerden gezamenlijk een guerrillaoorlog tegen de plantage-eigenaren. Deze actie werd door de plantage-eigenaren betiteld als marronage, terwijl de vrijheidsstrijders zelf de naam marrons kregen. Het aantal marrons groeide enorm en vormde op den duur een ernstige bedreiging voor de plantage-economie, de zogenaamde plantocratie.

De marrons hebben na ruim een eeuw met succes hun vrijheid bevochten. De koloniale overheid, die hen zonder het gewenste succes bestreed met militaire patrouilles, was genoodzaakt vrede te sluiten met de meest opstandige groepen: met de Okanisi op 10 oktober 1760, op 19 september 1762 met de Saamaka en in 1767 met de Matawai. Sommige groepen marrons waren officieel al 103 jaar vóór de afschaffing van de slavernij tot vrije mensen verklaard. Uiteindelijk zijn er zes marronsamenlevingen ontstaan met een eigen bestuurssysteem in het Surinaamse binnenland.

Vrijheid en gebondenheid

Na analyse van de vrijheidsstrijd van de marrons en de ontwikkeling van hun traditionele samenlevingen wordt geconcludeerd dat er sprake is van vrijheid en gebondenheid. Vanaf het ontstaan van de marrongemeenschappen in het binnenland van Suriname heeft nooit een situatie van volledige autarkie zich voorgedaan.

Voor bepaalde goederen zoals, geweren, munitie, kapmessen en kleding zijn de marrons steeds afhankelijk geweest van de kustsamenleving. Voor de voortplanting en ontwikkeling van een oorlogseconomie en een strijdmacht hadden de marrons, die voornamelijk uit mannen bestonden, regelmatig vrouwen gehaald uit de plantages. Tijdens de marronage verkregen zij de benodigde goederen via overvallen op de plantages en vanaf de vredesverdragen werd deze afhankelijkheid geïnstitutionaliseerd in geregelde goederenzending. De marrons ontlenen hun aparte status aan de eerder aangehaalde vredesverdragen. Het bestaan van deze ‘autonome’ marrongemeenschappen in Suriname wordt door sommigen getypeerd als een staat binnen een staat.

Marronage

Ondanks dat deze mensen zelf een eigen verzamelnaam gekozen hebben, kregen zij in de loop der jaren verschillende namen van onder meer plantage-eigenaren, de koloniale overheid, de kerk, de centrale overheid en politici. De collectieve naam marrons is de identiteit van alle vrijheidsstrijders die vanuit marronage succesvol hebben gevochten voor de vrijheid. Marronage is een ingreep uit de slavernijgeschiedenis, die gezien wordt als het meest succesvol verzet tegen onderdrukking en dehumanisering.

Marronage is de enige effectieve revolutionaire actie van de tot slaafgemaakte Afrikanen tegen de witte suprematie. Marronnage heeft geleid tot het vormen van eenheid, broederschap, verbondenheid, betrokkenheid en de uiteindelijke vrijheid van de tot slaafgemaakte Afrikanen in Suriname.

De betekenis die het begrip marronage verdient, is “moedwillig vluchten van een slavenplantage en de plantage-eigenaar de oorlog verklaren”. Het begrip of de verzamelnaam marrons is afgeleid van cimarron en betekent onder meer loslopend vee, voortvluchtige Indiaan, gevluchte slaaf, bergbewoner, ontsnap en verwilderd huisdier, bosneger, et cetera.

Bezwaren

Behalve de inheemsen, wonen in het binnenland van Suriname zes marrongroepen, die zichzelf noemen: Saamaka, Matawai, Kwinti, Okanisi (Ndyuka), Pamaka en Aluku. Aan alle termen die anderen als verzamelnaam hebben of zullen gebruiken voor deze zes sociale groepen Afro-Surinamers, kleven bezwaren. Sommige van de verzamelnamen zijn mensonterend, anderen wekken associaties met racisme en weer anderen die een politieke lading hebben.

• Gespuis, hydra, weggelopen slaven: is mensonterend

• Bosnegers: wekt associaties met racisme

• Boscreolen, Businengee, Fiiman Paansu, Loweman Paansu: is niet voldoende bekend

• Boslandcreolen: heeft een politieke lading

• Afro-Surinamers: is niet specifiek genoeg

• Bush-, Afro-Americans: is een internationale, politiek correcte term, maar wel erg lang en onvoldoende bekend.

• De term marrons is eigenlijk out-dated aangezien men sedert de afschaffing van de slavernij niet meer kan spreken van ‘weggelopen (menselijk) vee’. Desondanks is deze aanduiding internationaal bekend omdat marronage inherent was aan de slavernij in Noord- en Zuid-Amerika en in het Caribisch Gebied.

‘Marrons’ (‘Maroons’ in het Engels) is een geuzennaam die uitdrukking geeft aan besef van de historische betekenis van de vrijheidsstrijd van de tot slaafgemaakte Afrikanen. De geuzennaam ‘Marrons’ is een benadering van uit het begrip marronage. In die context is marrons de identiteit van de overwinnaars van de vrijheidsstrijd. Wereldwijd zijn het overwinnaars die geschiedenis schrijven. De Surinaamse marrons verdienen het om zelf geschiedenis te schrijven voor wat betreft de vrijheidsstrijd van de tot slaafgemaakte Afrikaanse voorouders. Of de geuzennaam marrons slecht is of niet “wij moeten een betekenis aan verbinden die voor de groep aanvaardbaar is namelijk, de identiteit van de vrijheidsstrijders die succesvol gestreden hebben”.

We moeten ons realiseren dat de familienamen van de meeste Afro-Surinamers gelinkt zijn aan de achternamen van de vroegere slavenmeesters of diens plaats van afkomst. Niemand haast zich om die collectieve Hollandse, Engelse, Franse, Portugese of Joodse achternamen te wijzigen. Sterker nog, marrons die erbij wilde horen, moesten bewust of onbewust hun Afrikaanse namen vervangen door Hollandse namen.

Marronkinderen die Afrikaanse namen hadden, werden gedwongen door sommige schooldirecties om westerse namen aan te nemen alvorens zij zich konden inschrijven op een school. Kinderen die gedoopt werden, kregen Bijbelse namen. Feit is dat onze naamgeving nog steeds behoort tot de nalatenschap van het kolonialisme. De gedwongen achternamen van vele Afro-Surinamers voldoen nog steeds aan de wensen van de kolonisator.

De vraag dringt zich op waarom een beduidend aantal marrons zonder zich te bedenken dingen van andere culturen overneemt. Met alle gevolgen van dien slagen sommigen in hun missie en weer anderen stranden in hun zoektocht naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. Gelukkig is er nog een grote groep marrons die zich bezighoudt met het ontwikkelen van het eigene binnen hun eigen traditionele samenleving.

Sinds de grote trek van de marrons uit het binnenland naar het kustgebied in de jaren zestig van de vorige eeuw als gevolg van politieke beloftes en het aanbod van loonarbeid bij de overheid, begonnen enkelen ook met kleine ondernemingen in de vorm van eenmanszaken op het gebied van landbouw, houtkap, kunstnijverheid, transport, visserij en spiritualiteit. Geïnspireerd door het kleine succes van deze pioniers zijn meerdere marrons gestart met ondernemingen in andere sectoren zoals, horeca, houtbewerking, toerisme, goud, gevechtssport, muziek, politiek, industriële ontwikkeling, schoonmaak, kleding, accessoires, lichamelijke verzorging, woningbouw, media en het ontwikkelen van moderne kunst.

Middels deze zichtbaar maatschappelijke participatie, geven de marrons een duidelijk signaal, dat zij die in Paramaribo wonen en werken, nooit meer massaal zullen remigreren naar het binnenland. Dat signaal van permanente aanwezigheid in Paramaribo wordt dagelijks zichtbaar gemaakt via informatieve en educatieve radio- en tv-programma’s bij Koyeba Radio en TelevisieAsosye Radio en Televisie en TV Binnenland, waar marrons zelf de scepter zwaaien. Trouwens, als op één na grootste bevolkingsgroep van Suriname, zijn de marrons niet alleen zichtbaar in het straatbeeld maar ook goed vertegenwoordigd op bijna alle niveaus op de maatschappelijke ladder in Paramaribo. Helaas behoren geweldpleging en criminaliteit ook tot de bezigheden van een aanzienlijk aantal marrons.

Maatschappelijke participatie

Het is opvallend dat er veel meer negatieve berichten over de marrons de media schijnen te bereiken in vergelijking met positief nieuws met betrekking tot de bijdragen die zij leveren aan de ontwikkeling van Suriname. Wanneer een marron met een onderneming begint, lijkt het alsof dat amper serieus wordt genomen en er niet wordt gekeken naar de motivatie en doelgerichtheid van de ondernemende marrons. Slechts een klein deel van de stadsbevolking schijnt eventueel rekening te houden met de behoefte en levensvatbaarheid van een onderneming waar een marron aan begint.

Overigens dacht en denkt men nog steeds dat zaken waar een marron aan begint, gedoemd zijn te mislukken. Wat de praktijk ons doet geloven, is dat stedelingen nog steeds denken, dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. Dat beeld is ooit gecreëerd door de vroegere stadsbewoners en is jammer genoeg in stand gehouden door de generaties die volgden!

Dat die gedachtegang verkeerd is en niet langer in deze tijd thuishoort, vereist een nadere toelichting over de marrons in historisch perspectief. Belangrijke factoren die de volledige maatschappelijke participatie van de marrons hebben belemmerd, zijn het onderwijs en het gebrek aan knowhow op het gebied van partijpolitieke ontwikkeling. Constructieve samenwerking zou daarbij een oplossing kunnen zijn, maar wantrouw en rivaliteit zorgden herhaaldelijk voor versplintering.

Achterstandspositie

De achterstandspositie van de marrons is te wijten aan het jarenlange isolement in het binnenland van Suriname. Ook deze achterstand is bewust gecreëerd en in stand gehouden door de centrale overheid in Paramaribo. Een nogal grote groep marrons is gestaag bezig met inhalen van de achterstandspositie ten opzichte van de andere grote bevolkingsgroepen.

Ondanks een sterk besef van de eigen cultuur, dat zich soms uit in een vorm van chauvinisme, zijn de marrons in toenemende mate de kustsamenleving als een referentiemaatschappij gaan zien. Men voelde zich ten achtergesteld in het binnenland, maar het frequente contact met het kustgebied, het onderwijs, de kerstening en het toerisme, hebben het leven van de marrons sterk beïnvloed. Dit heeft mede geleid tot permanente vestiging van velen in de stad waardoor er een proces van creolisering is opgetreden. Daarnaast is hun culturele identiteit onder sterke druk komen te staan.

De eerdergenoemde grote trek van de marrons naar de stad, bracht hen in nauwer contact met het stadsleven, waar zij met vallen en opstaan aan moesten wennen. Vooral discriminerende, beledigende en racistische opmerkingen van stadsbewoners maakten dat er een onnodig, zeer lange periode voorafging aan de moeizame integratie van de marrons in Paramaribo.

Het toentertijd ontbreken van rolmodellen binnen de eigencommunityin Paramaribo speelde een belangrijke rol bij de integratie. De huidige marronorganisaties en voorbeeldfiguren dienen de jongeren goed te informeren over de identiteitsvormingsprocessen van de marrons en de bijdragen die zij leveren aan de maatschappelijke ontwikkeling ter voorkoming van etnische stereotypering.

Voornamelijk de jongeren onder de marrons die de interne geschiedenis en culturele achtergrond niet voldoende kennen, moeten zich onderwerpen aan gedegen voorlichtingsprogramma’s. Deze jonge generatie marrons is beduidend trots op hun afkomst, maar ze moeten nog worden klaargestoomd voor de volgende fase en daarbij dienen zij het hele verhaal goed te kennen: van vluchten, vechten en collectief strijden voor de algehele vrijheid.

In de volgende artikelen zal ik ingaan op de politieke invloed van de centrale overheid op de marronsamenleving en de attitude van superioriteit van de stedelingen, met name de stadscreolen ten opzichte van de marrons na de afschaffing van de slavernij.

Toen de slavernij op 1 juli 1863 is afgeschaft, werden zoals verwacht nieuwe ontwikkelingen in gang gezet. Daar zijn de marrons niet massaal bij betrokken. Suriname was nog steeds een kolonie van Nederland, dat in de zeventiende en achttiende eeuw zelf een republiek was. Begin negentiende eeuw werd Nederland een koninkrijk. Namens de koloniale mogendheid was het bestuur in Suriname in handen van een gouverneur. Pas met de invoering van het algemeen kiesrecht in 1948 zou hier verandering in komen.

In de loop der eeuwen zijn er enige wijzigingen opgetreden in de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn geweest voor het contact met de marrons. Tot halverwege de twintigste eeuw was de gouvernementssecretaris hiermee belast. De posthouders en bijleggers onderhielden namens de gouvernementssecretaris het directe contact met de marrons.

Toen deze functies in 1863 werden opgeheven, nam een officier van het Korps Gewapende Burgerwacht deze positie over. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de districtscommissaris verantwoordelijk voor het contact met de marrons. Voor het veldwerk kreeg hij ondersteuning van bestuursopzichters.

De taak van de voormalige gouvernementssecretaris is in 1954 overgenomen door de directeur van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Eind 1969 tijdens het kabinet van Jules Sedney werd een nieuw ministerie van Districtsbestuur en Decentralisatie in het leven geroepen. Het districtsbestuur heeft sindsdien onder uiteenlopende ministeries geressorteerd en valt sinds 1988 onder het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO; thans ministerie van Regionale Ontwikkeling en Sport).

Nederland kondigde tijdens de Tweede Wereldoorlog een wijziging aan in de verhouding tot zijn overzeese gebiedsdelen. De eerste belangrijke politieke invulling hiervan voor Suriname vormde de introductie van het algemeen kiesrecht in 1948.

De tweede stap bestond uit de oprichting van het Statuut in 1954, dat Suriname interne autonomie verschafte. Vanaf dat moment was Suriname dus zelf verantwoordelijk voor de invulling van zijn binnenlandse politiek en dus ook voor het beleid ten opzichte van de marrons.

Duidelijker dan voorheen kreeg de overheid sindsdien een partijpolitieke kleur. De eerste politieke partijen werden rond 1946 langs etnische lijnen opgericht en vertegenwoordigden elk een bevolkingsgroep. In 1949 werden de eerste algemene verkiezingen gehouden. De grootste partijen waren de NPS (partij van de creolen), de VHP (partij van de Hindostanen) en de KTPI (partij van de Javanen). De zetelverdeling in de Staten van Suriname was: dertien zetels voor de NPS, zes voor de VHP en twee voor de KTPI.

Alhoewel in theorie toen elke volwassen Surinamer die kiesgerechtigd was, kon stemmen, viel de praktijk anders uit. Om te kunnen stemmen moest men uiteraard zijn geregistreerd. Aangezien het overgrote deel van de bevolking van het binnenland niet stond geregistreerd, was zij uitgesloten van deelname aan de verkiezingen. Individuele binnenlandsbewoners die wel stonden geregistreerd, konden natuurlijk wel stemmen. Door desinteresse en nalatigheid van de overheid zou het tot 1963 duren voordat de marrons als stemvee konden deelnemen aan de verkiezingen. Overigens, de registratie is tot op heden niet perfect geregeld.

Deelname van de marrons aan algemene politieke verkiezingen met een eigen marron politieke partij, de PBP (Progressieve Bosnegerspartij) duurde tot 24 oktober 1969. De PBP behaalde één zetel. Twintig jaar partijpolitieke achterstand moest dus worden ingehaald.

Uiteenlopende ontwikkelingen gaven aanleiding tot deze situatie. Het Kiesstelsel zoals dat in 1948 werd ingevoerd, had een sterk discriminerend karakter. De partijpolitieke ontwikkeling in Suriname heeft om historisch verklaarbare redenen plaatsgevonden op etnisch-religieuze basis. Ideologische uitgangspunten speelden vrijwel geen rol binnen het ontworpen kiesstelsel. De positie van de stad was zwaar oververtegenwoordigd en de creoolse partijen profiteerden hier flink van.

In de jaren vijftig nam de kritiek op dit stelsel toe en ingaande de verkiezingen van 1963 werd er een gecombineerd systeem van personen meerderheidsstelsel in de kieskringen en landelijke evenredige vertegenwoordiging ingevoerd, waarbij tevens het aantal Statenzetels werd uitgebreid. Het ledental werd opgevoerd naar 36 waarvan 24 gekozen volgens het personenmeerderheidsstelsel en twaalf gekozen volgens het stelsel van evenredige landelijke vertegenwoordiging. Bij landsverordening van 28 december 1966 werd het aantal leden uitgebreid tot 39.

NPS dominantie in binnenland

De NPS stond uitermate gereserveerd tegenover het systeem van evenredige vertegenwoordiging en de partij ging slechts akkoord onder voorwaarde dat er enkele speciale kieskringen in het binnenland kwamen. Hiertoe werd de bestaande kieskring Marowijne gesplitst in Boven- en Beneden- Marowijne en werd als nieuwe kieskring Brokopondo ingesteld.

Naast mogelijke idealistische overwegingen moet het besluit tot het instellen van deze speciale kieskringen voor het binnenland ook gezien worden in het licht van de etnisch gebonden politiek, waarbij de grootste bevolkingsgroep ook de grootste politieke partij voortbrengt. Statistische bevolkingsgegevens uit die periode tonen aan dat er zich kwantitatieve verschuivingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen voltrokken. Het zag er naar uit dat de Hindostanen de creolen zouden kunnen inhalen qua aantallen.

De NPS onder leiding Johan Adolf Pengel was hiervoor gevoelig en verwachtte dit proces te kunnen remmen door de etnisch verwante marrons in het binnenland te betrekken in de politiek. Teneinde deze verwantschap te benadrukken werden de marrons ook wel Bosnegers genoemd, terminologisch ‘opgewaardeerd’ tot Boslandcreolen, een begrip dat in de jaren vijftig administratief werd geïntroduceerd en dat sindsdien in met name het kustgebied sterke opgang heeft gemaakt.

Binnen de NPS werd ook geopperd dat het begrip creool ook moest worden opgewaardeerd wat geleid heeft tot het nieuwe begrip stadscreool. Overigens, het begrip boscreool dateert al uit de achttiende eeuw en stond voor in vrijheid geboren marrons, zoals bijvoorbeeld Boni. Rondom de term boslandcreool zou zich een hele discussie ontspinnen. Zij bleven zich intussen gewoon ‘busi nengee’ noemen.

Een andere factor die bijdroeg tot de realisatie van het kiesrecht voor de marrons was de Brokopondo Overeenkomst. De transmigratie zorgde namelijk voor een versnelde registratie van de betrokken marrons en er werd een apart district – Brokopondo – ingesteld. De vrees van de NPS voor het systeem van evenredige vertegenwoordiging bleek vooralsnog ongegrond en de partij behaalde een daverende overwinning tijdens de op 25 maart 1963 gehouden verkiezingen. De NPS haalde tevens de zetels binnen van de zogenaamde binnenlandse kieskringen.

Als eerste marron deed de EBG-onderwijzer en -voorganger Wilfred Liefde (1920- 1965) uit Ganze namens de NPS voor het district Brokopondo zijn intrede in de Staten van Suriname. Overigens, de opkomst van de marrons bij deze verkiezingen was gering en de registratie liet nog erg veel te wensen over.

Aan deze verkiezingen van 1963 hield Diitabiki als eerste marrondorp in het binnenland een lichtmotor over. Sindsdien zouden, vooral rond verkiezingstijd, vele dorpen worden beloond met dergelijke nutsvoorzieningen. Tijdens de campagnes werden allerlei beloften gedaan die over het algemeen zelden werden nagekomen.

Sinds deze verkiezingen wist de NPS met succes haar dominante positie in het binnenland te behouden. Zo werd bijvoorbeeld Sam Vreede, schoolhoofd te Klaaskreek, vier achtereenvolgende keren voor het district Brokopondo verkozen tot Statenlid. Het succes van de NPS in het binnenland kan mede worden verklaard uit haar positie als regeringspartij, de structurele zwakte van de toenmalige opkomende marron-politieke partijen en de raciale factor. Als regeringspartij beschikte de NPS over ruimere middelen, waardoor zij meer kon bieden en bovendien kon zij gebruik maken van allerlei overheidsfaciliteiten zoals, bijvoorbeeld transport. Verder waren veel ambtenaren van de bestuursdienst partijmensen.

Een belangrijk kenmerk van de Surinaamse politiek is het zogenaamde clientèle systeem. In ruil voor stemmen worden tegenprestaties verwacht. De marrondignitarissen sloten een zo voordelig mogelijke overeenkomst met de meest biedende partij en dat was in de meeste gevallen de NPS. Zij werden ook geconsulteerd door de kabinetsformateurs.

Het van oudsher bekende systeem van goederenzendingen ten tijde van de vredesverdragen (1760-1762-1767) werd tijdens de verkiezingscampagnes in ere hersteld en in korte tijd bouwde de NPS een politieknetwerk van vertrouwensmannen op in het binnenland. Politieke benoemingen en bevorderingen van dignitarissen werden hierbij niet geschuwd.

Gezien het raciale karakter van de politiek waren de marrons eerder geneigd om op de NPS te stemmen dan op bijvoorbeeld de VHP. De politieke machtspositie van de NPS in het binnenland werd systematisch afgezwakt door slimme politiekvoering van de VHP, het ontstaan van meerdere creoolse politieke partijen, de politieke bewustwording en de snelle ontwikkeling van de marrons op het gebied van onderwijs.

Bronnen:

• Archief De Nationale Assemblee

• Archief de Ware Tijd

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer ‘Koffiekampers in de politiek’, ‘Het binnenland en de politiek’, ‘Het woord marron in Surinaams historisch perspectief’ et cetera)

• Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg)

• Bosnegers en Overheid Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988 (André Mosis en Ben Scholtens)

• OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

inaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

Februari 2021 – Dorus Vrede

Dorus Vrede

16 februwari 1949, Lombë – 29 marti 2020, Paramaribo

Skrifiman – puwemaman fu a dwengi froysi fu den Maron

Dorus Monseigneur Vrede si krin fu dey tapu a dey di fiskari Stephanus Kuijpers doro na a kondre Lombë. Datmeki Vrede kisi a nen tu fu Monseigneur.

Na ini 1964, a transmigratie ben teki presi, sobun, a Afobakadam ben skotu fu a Van Blommenstein Stuwmeer dan lanti ben froysi den  Maron fu 28 dorpu fu ben sungu den dorpu disi fu têgo.

Vrede go tan na a froysi dorpu Nyun-Lombë. Bakaten a go libi na Paramaribo pe a teki en papira leki yepi-skoromeystri na ini a yari 1971. A ben prati leri na Paramaribo, dan fu 1980 te a yari 1985 a ben de ede skoromeystri fu a dorpu Yaw Yaw.

Vrede meki en nen leki skrifiman-puwemaman di leki Sramaka Maron skrifi fini fini fu den ati sôro di den sma disi firi fu di a stuwmeer ben bow. A poti den tori fu en na ini den buku: Als ik zwijg bloedt mijn hart (1977) nanga Rond het sterfbed van mijn dorp (1986). A buku Otobanda, De andere oever (1992) abi puwema na ini Sranantongo, Sramaka, Awkansi nanga Kromanti.

Vrede ben teki bigi prati na ini den kino Brokopondo, verhalen van een verdronken land (1992) nanga Stenen hebben wetten (2018) fu den fositen tori fu loweman pransun di den granwan abra gi yonguwan.

Schrijver-dichter over de transmigratie van de Marrons

Dorus Monseigneur Vrede werd geboren op de dag dat vicaris Stephanus Kuijpers in het dorp Lombë aankwam. Vrede kreeg daarom ook de naam Monseigneur mee. In 1964 begon de transmigratie van de Saramakaners toen de Afobakadam van het Van Blommesteinstuwmeer werd gesloten en 28 dorpen voorgoed onder water verdwenen. Vrede vertrok naar het transmigratiedorp Nyun-Lombë en later naar Paramaribo waar hij in 1971 hulponderwijzer werd. Hij gaf les in Paramaribo en was van 1980 tot 1985 schoolhoofd in het dorp Yaw Yaw.

Vrede vestigde zijn naam als de schrijver-dichter die vanuit het perspectief van de marronstam der Saramaccaners het leed beschreef dat zij hebben ervaren door de aanleg van het stuwmeer. Zijn verhalen zijn gebundeld in Als ik zwijg bloedt mijn hart (1977) en Rond het sterfbed van mijn dorp (1986). Zijn bundel Otobanda, De andere oever (1992) bevat gedichten in het Sranantongo, Saramakaans, Aukaans en
Kromanti.

Vrede speelde een hoofdrol in de documentaires Brokopondo, verhalen van een verdronken land (1994) en Stenen hebben Wetten (2018) over de orale geschiedenis van de Marrons.

Copyright@NAKS ICONENKALENDER 2021