Geschiedenis Ma Seri draagt bij aan identiteitsvorming

Uit De Ware Tijd van 23/10/2020 22:49 – Tascha Aveloo

SINABO – De Feydrasie fu Afrikan Srananman heeft vrijdag voor de dertiende keer stilgestaan bij de wrede dood van de tot slaaf gemaakte Ma Seri. Volgens districtscommissaris Mohammedsafiek Radjab van Commewijne zouden jongeren zich op deze memorabele dag meer dan ooit bewust moeten zijn van de Surinaamse geschiedenis en haar helden. “Als de minister van Onderwijs aanwezig was, zou ik haar vragen om deze gebeurtenis op te nemen in het huidige curriculum. We leren zoveel over de geschiedenis van andere landen. De jongeren moeten weten hoe hun voorouders hebben gestreden met bloed, zweet en tranen, zodat zij nu in vrijheid kunnen leven.”

De burgervader stelde zelfs dat “wie zijn geschiedenis niet kent, praktisch geen burger kan zijn van een land”. “Ik stel dit scherp, omdat ik geloof dat de jongeren blij moeten zijn met hun cultuur en afkomst. Ze moeten erover leren om die door te kunnen geven aan de volgende generaties. Alleen door elkaars cultuur te kennen, zullen we met meer waardering en respect voor elkaar het land kunnen opbouwen.”

Dat niet eenieder bekend is met deze geschiedenis is duidelijk. De bekende apintispeler Frans Malonti geeft aan dat hij helemaal niet bekend was met dit verhaal. “Mi no ben sabi. Ma mi taki den grantangi dat mi kan leri fu so wan bigi uma.Taki a ben libi en a gi en libi gi wi.” Het is ruim 277 jaar geleden dat Ma Seri weigerde te liegen over de doodsoorzaak van slaven op plantage Sinabo in Commewijne. Het was toen verboden om slaven zomaar te doden. Zij werd door haar slavenmeester, Benjamin Posset, gegeseld, doodgeschoten en onthoofd.

Foto: Tascha Aveloo

Iwan Wijngaarde, voorzitter van de Feydrasi fu Afrikan Srananman, stond ook stil bij de onthoofding van twee loweman, namelijk een andere Seri en Flora. Deze twee vrouwen hebben het leven moeten bekopen, omdat zij niet wilden vertellen waar de tot slaafgemaakten naartoe waren gevlucht. “Ze hebben Seri eerst de tong afgehakt en later hebben ze beide vrouwen onthoofd. Hun hoofden werden naar de stad gebracht om er wat geld voor te krijgen.”

Deze viering met veel minder mensen dan voorheen, vanwege de heersende coronacrisis werd luister bijgezet door het bezoek van vicepresident Ronnie Brunswijk. Hij stond in zijn speech stil bij de geschiedkundige feiten en wees er ook op dat vrouwen uit de geschiedenis meer waardering moeten krijgen, maar ook die in de huidige maatschappij. “Behalve dat ze ons hebben gebaard, zijn zij het die ervoor moeten zorgen dat iedereen eet en dat we er verzorgd bij lopen. Zij waren heldhaftige, moedige vrouwen. Laten we vrouwen daarom eren en hen de plaats geven, die ze waard zijn.”

Wijngaarde beschouwde het bezoek van de vicepresident als een goed voorteken voor een progressievere samenwerking om zodoende de doelen van de organisatie te behalen. “Ik heb in het verleden met meerdere regeringsleiders gesproken, maar ik heb vaak het gevoel gehad dat ze niet helemaal begrijpen hoe diep het probleem zit. Gedurende honderden jaren zijn onze identiteit en cultuur ons systematisch ontnomen. En daarom zeg ik ook niet dat het de schuld is van nazaten, omdat ze het ‘nog niet’ helemaal begrijpen”, stelde Wijngaarde die volgend jaar al 25 jaar aan de weg timmert. “Alles wat zich in het duister ontwikkelt, is vaak negatief. Er zijn heel wat negatieve elementen die zich binnen onze cultuur hebben ontwikkeld, waardoor we in feite nu pas aan het begin van het bewustwordingsproces zijn. Zo’n volk beseft niet dat ze wat mist. Het zijn leiders die moeten opstaan om hen de weg te wijzen en dat heb ik in het verleden gemist.”

Hij stelde dat Brunswijk wellicht als nakomeling van de marrons, de doelstellingen van de organisatie beter begrijpt. “Na zo lang geen eigen cultuur te hebben gekend, gaat men nu ook nog studeren in het buitenland. Ook onze leiders zijn nog zwaar gekoloniseerd en kennen de waarde niet van het hebben van een eigen culturele identiteit. Daarom is die ombuiging, die bewustwording een proces. Het gebeurt dus ook niet in deze korte tijd.”

In het verleden zijn er weleens ministers of directeuren van Onderwijs geweest, maar het bezoek van de vicepresident ervaart hij als een bekroning op het werk van de organisatie. Wijngaarde hoopt dat deze regering erkent dat er bewuster gewerkt moet worden aan het wegwerken van de achterstand, die deze groep heeft in de maatschappij vanwege het verleden. Na een plengoffer door Malonti, werd de kranslegging gedaan, waarbij de vicepresident ook een dankwoord deed aan de voorouders voor de strijd die zij hebben gevoerd.

HISTORICUS EUGÈNE GESSEL OVERLEDEN OP 101-JARIGE LEEFTIJD

EUGÈNE GESSEL

22 Yanuwari 1919 – 21 Oktowbru 2020

Historiya sabiman, lobiman fu en kondre, denkiman
Eugène Albert Gessel teki en papira na Graaf von Zinzendorf muloskoro na ini 1938 , dan a bigin wroko na EBGS onderwijs. Fu di a no ben man kruderi nanga sani di ben psa na ini en wroko, a saka go libi na Ptatakondre pe a teki en MO-Staatsinrichting (1950) nanga MO-Geschiedenis (1953) dan a stuka pisi fu Internationale Betrekkingen na Universiteit van Amsterdam.

Leki wan fu den opoman fu Wie Eegie Sanie, a kulturu òrga fu man di lobi den mamakondre, a bigin skrifi tori fu a politiki sey fu fa a e go na ini a kondre. Na ini 1960 a dray kon baka na Sranan dan ini a yari 1966 a bigin a skoro gi sma di wani tron pratileriman fu historiya sabi. Leki memre fu a Grondwetscommissie, makandra nanga wan tu trawan, a ben taki fu wan flexibele Raamwet na ini 1975.

Kondre ben sabi en fini fasi fu luku tori na radiyo nanga tv pe a ben abi fu du nanga a libimakandra fu Sranan nanga tra dorosey kondre. Na den koti tori disi, yu ben kan si wan man di lobi en kondre ma ben feni taki a kondre disi musu tiri wan moro demokrasiya fasi. Dri tron a kisi a Ere-orde van de Gele Ster: Leki Officier, Commandeur, nanga Drager Grootlint.
Na ini a yari 2011 a ben kisi grani leki tyaleriman fu Faculteit der Maatschappijwetenschappen fu Anton de Kom Universiteit van Suriname.

Historicus, democratisch nationalist, politiek analist
Eugène Albert Gessel slaagde in 1938 van de Graaf von Zinzendorfmulo en maakte daarna carrière bij het onderwijs van de Evangelische Broedergemeente Suriname. Na een verschil van mening met zijn werkgever, vertrok hij naar Nederland waar hij de MO-akte Staatsinrichting (1950), de MO-akte Geschiedenis (1953) behaalde en de module Internationale Betrekkingen volgde aan de Universiteit van Amsterdam.

Als medeoprichter van Wie Eegie Sanie, de cultureel-nationalistische vereniging, schreef hij zijn eerste politieke analyses. In 1960 keerde hij terug en zette in 1966 de lerarenopleiding voor geschiedenis op. Als Grondwetscommissielid pleitte hij in 1975 in een minderheidsrapport voor een flexibele Raamwet.
Jarenlang gaf hij in de media analyses over nationale en internationale politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, waarbij hij zich steeds manifesteerde als democratisch nationalist.
Hij kreeg driemaal de Ere-orde van de Gele Ster: Officier, Commandeur, Drager van het Grootlint.

In 2011 verleende de Faculteit der Maatschappijwetenschappen van de Anton de Kom Universiteit van Suriname hem een eredoctoraat.

 

Copyright@NAKS ICONENKALENDER 2019

10 Jaar voor Stichting NAKS Nederland

Odi odi alle vrienden, stonfutu’s en donateurs van Stichting NAKS Nederland,
Wij als Stichting NAKS Nederland willen langs deze weg stilstaan bij het 10 jarig bestaan van de stichting.
Vandaag is het precies 10 jaren geleden dat de stichting werd opgericht. Het initiatief voor het oprichten van de stichting kwam van Baarn-Kitaman Maritha; dit na het overlijden van Elfriede Baarn-Dijksteel die wilde dat haar NAKS werk voortgezet moest worden. Maritha was al jaren op kleine schaal bezig het NAKS werk in Nederland te promoten en werd hierin ondersteund door o.a. Chinthia Landbrug, , Radio Mart en Ons Suriname.
Stichting NAKS Nederland is opgericht op 10 oktober 2010 en heeft o.a. als doel het ondersteunen van de moederorganisatie Organisatie Naks in Suriname en daarnaast een bijdrage leveren aan de culturele bewustwording van de Afro-Surinaamse cultuur in Nederland.
Evenals de moederorganisatie NAKS te Suriname heeft stichting NAKS Nederland besloten om ook in afdelingen uiteen te gaan. Op dit moment is NAKS Kulturu Posu een van. NAKS Kulturu Posu is een zanggroep die hun naam te danken heeft aan guru en stonfutu oom Wilgo Baarn.
Door de jaren heen heeft de stichting diverse activiteiten op touw gezet. Dit alleen of met samenwerkingspartners. De samenwerkingspartners zijn:
  • Mart Radio die voor zendtijd zorgt
  • Het Ninsee – Koto in de Schijnwerpers
  • Vereniging Ons Suriname – 9 februari 2018 Boekpresentatie ‘Wilgo Baarn een ware alakondreman’
Enkele activiteiten die wij hebben verzorgd, mede hebben verzorgd of waar wij onze bijdrage hebben mogen leveren zijn:
  • Suriprofs 2011:
    Mamyo Fu Mi Afo i.s.m. met Stichting NAKS Nederland en collega’s Awidya, Ondrofeni e.a.
  • Loterij project 2011
  • Koto in de Schijwerpers 2016 en 2017
  • Gi abra/Gi Grani Wilgo Baarn 2017
  • Kotomisi Grand Gala 2017 en 2018
  • Boekpresentatie ‘Wilgo Baarn een ware alakondreman’
Toekomst:
We zijn nu bezig met het herstructureren van het bestuur zodat we kunnen gaan werken aan een planmatige aanpak van het NAKS werk. Uiteraard zullen er nieuwe projecten van de grond komen die ervoor zullen zorgen dat wij onze bijdrage kunnen blijven leveren aan de culturele bewustwording van de Afro Surinaamse cultuur in Nederland
Wij willen een ieder bedanken die Stichting NAKS Nederland de afgelopen 10 jaar heeft gesteund in welke vorm dan ook. Van donateurs, vrijwilligers, vrienden, familie tot aan samenwerkingspartners. En met name de moederorganisatie NAKS te Suriname.
TANGI!
Tangi dat w’e kraka un baka gi wi!
Naks Wan Rutu heeft speciaal ter ere van het 10 jarig bestaan een performance in elkaar gezet.
Dank aan Naks Wan Rutu 

Kansen en bedreigingen Paraplantages

20/09/2020 17:08 – Euritha Tjan A Way 

PARAMARIBO – Paraplantages waren tijdens de slavenperiode vaak houtplantages waar slaven een relatieve grote vrijheid hadden. Zo besloten vele families te bundelen en de plantages te kopen voor kindskinderen. ‘Wi bay, wi pay’ is daarom een trotse kreet binnen de families die recht hebben op grond in het district Para, dus ook in Overtoom. Maar wie is wel en wie is geen nazaat en wordt de traditie van onverdeelbaarheid werkelijk hoog gehouden?

Wie Overtoom intoetst bij Google vindt vooral beelden van Nederland. Niet vreemd, want plantage Overtoom is genoemd naar een plek in Nederland. Of dat gelijk affiliaties oproept met pijn en strijd in slavernij, omdat er slaven hebben gewerkt op deze plantages, is nou maar net de vraag. Het kan ook gevoelens van kracht oproepen en saamhorigheid. Zeker in het district Para hebben families gebundeld, keihard gewerkt, gespaard en plantages opgekocht. Voor hen een zekerheid dat hun kindskinderen nooit meer in de positie zouden komen om hun hand op te hoeven houden voor een toevallige meester. Immers, ze hadden grond; een kapitaalgoed.

Nu meer dan een eeuw verder, spelen in veel van de plantages conflicten die geenszins in het voordeel zijn van de nazaten, die het volgens de theorie van de voorouders nu dus goed zouden moeten hebben. In plantage Overtoom lijkt het zelfs uit te lopen op een ware strijd tussen het plantagebestuur van Plantage Overtoom met als voorzitter Henry Bel en stichting Lilaf met als voorzitter Jolanda Purperhart. Beide partijen beschuldigen elkaar van kwade bedoelingen binnen de plantage Overtoom. Zo heeft Bel na een vergadering met het plantagebestuur van Overtoom en namens de nazaten, Purperhart die ook nazaat is, verboden handelingen te plegen die in strijd zijn met de statuten en de grondbeginselen van de plantage Overtoom. Echter, Purperhart daarentegen bestrijdt de wetmatigheid van het plantagebestuur van Bel. “Met mijn stichting Lilaf en vereniging Sjulang Kondre ben ik bezig nazaten te bundelen om juist ontwikkeling te brengen in de plantage. We hebben nu zeker zeshonderd nazaten geregistreerd in Suriname en Nederland”, houdt ze de Ware Tijd voor.

Grondrechterlijk onderzoek

Purperhart geeft aan dat ze bezig is met een grondrechtelijk onderzoek en daarbij is gestuit op enkele opmerkelijke zaken plantage Overtoom aangaande. “Gedurende het onderzoek mag meneer Bel geen beheersdaden uitvoeren op de plantage. Ik wil hem die mededeling laten toekomen via de deurwaarder, maar de organisatie van hem heeft zelfs geen postadres”, schetst Purperhart de aard van de organisatie van Bel. De kern van het dispuut ligt erin dat de plantage Overtoom net als veel andere Paraplantages boedel is, dat volgens de nazaten niet verkocht mag worden, maar als collectief behouden moet blijven. Echter, de beheersstructuur – plantagebestuur – die wordt gehanteerd is vaak niet wettelijk vastgelegd maar gebeurt volgens gewoonte. Veel nazaten willen de boedelstatus niet wijzigen, omdat ze de wensen van de voorouders respecteren en omdat ze daardoor niet van de grond verwijderd kunnen worden.

Volgens Purperhart heeft het plantagebestuur van Bel geen recht van bestaan, omdat het eenmansbestuur onder leiding van Walter Herkul die in januari is overleden nooit heeft overgedragen. Bel beaamt dat, maar geeft aan dat zijn bestuur in 2012 al is opgericht omdat Herkul maar niet wilde wijken. “Het is niet wenselijk om twee plantagebesturen te hebben, maar de besturen onder leiding van Herkul en die andere onder leiding van mij gingen op cruciale momenten wel door een deur.” Naast voorzitter van het plantagebestuur is Bel ook oprichter van de Vereniging Plantage Overtoom (VPO) die hij ongeveer zeven jaar terug oprichtte met als doel ontwikkeling te brengen in de plantage. Bel geeft wel toe dat de officiële (koop) papieren van de plantage Overtoom bij de familie van Herkul zijn. “Ik ben in dialoog met de familie om de papieren te krijgen, maar het is nog niet zover.”

Geen nazaat

Purperhart bestrijdt trouwens dat Bel überhaupt een bestuur de plantage aangaande mag voorzitten. “Dat mogen alleen nazaten en de familietak Gron/Bel heeft het stuk dat aan hen toebehoort in 1947 verkocht aan andere nazaten, dat is gebleken uit mijn onderzoek”, geeft Purperhart aan. Bel zegt dat hij dat wel heeft vernomen van Purperhart, maar dat ze zoveel roept en hij het bewijs daarvan nog niet heeft gezien. Purperhart zegt dat ze vaker heeft geprobeerd Bel zover te krijgen om met haar aan tafel te zitten en dat ze zijn VPO ook heeft gevraagd met haar stichting Lilaf samen te werken zodat er werkelijk ontwikkeling komt in Overtoom. “Maar hij heeft het geweigerd. Nu maakt hij de nazaten bang door ze te zeggen dat ik hun grond wil afpakken. Mensen worden bedreigd om niet met mij te praten. Dit omdat meneer Bel onrechtmatig bezig is en het ook weet.”

Die onrechtmatigheid heeft volgens Purperhart te maken met het uitgeven en verkavelen van gronden van de plantage. De grond wordt geen eigendom van degene die het krijgen, maar ze betalen wel geld aan het bestuur en volgens Purperhart weet niemand wat met dat geld gebeurt. Bel: “We geven alleen grond uit aan mensen die kunnen bewijzen een nazaat van de plantage te zijn. Ze moeten daar inderdaad wat voor betalen. Hoeveel dat is wordt bepaald aan de hand van de bestemming die de grond zal hebben. Wie gaat wonen betaalt niet zoveel als wie bijvoorbeeld aan landbouw gaat doen”, legt Bel uit. Het geld dat het bestuur ontvangt wordt volgens hem gestopt in het onderhoud van de plantage, “maar het is nooit voldoende, er is zoveel te doen”.

Overtoom verkocht?

Volgens Bel willen hij en de nazaten niets te maken hebben met Purperhart omdat ze niet volgens de traditie wil werken. “Ze wil de boedel verdelen en dat willen we niet.” Purperhart zegt dat de traditie al heel lang te grabbel is gegooid want er hebben andere families – en ook die van Bel – al verkocht aan anderen.” Bovendien heeft zijn recent ontdekt dat NV Frema in 1987 ‘een vierentwintigste gedeelte onverdeeld in de houtgronden Overtoom en Vreeland met de bij deze gronden behorende grond Mon Gangna Pain’ heeft opgekocht bij een erfgenaam. In de koopovereenkomst staat tweeduizend tweehonderdvijftig hectare (2.250). De plantage Overtoom was volgens bronnen op internet 5.250 akkers groot in 1819 wat neerkomt op 2.257,5 hectare. “Ik wil dus weten wat er aan de hand is en of de plantage überhaupt nog bestaat door deze overeenkomst. Ik wil alle nazaten bundelen om deze koop ongedaan te maken.” Bel zegt wel op de hoogte te zijn van de koop, maar “na wan owru tori“.

Elviera Sandie, die voorzitter is van de Federatie van Paraplantages, zegt Purperhart opgeroepen te hebben het bestuur van Bel te erkennen en met hem samen te werken. “We hebben rust en eenheid nodig in de plantage en dat wordt nu te grabbel gegooid.” Ze zegt de koopovereenkomst waarnaar Purperhart verwijst te kennen. “Maar het is nietig, het is boedelgrond, dat kan je niet verkopen”, meent Sandie.

 

Groei en strijd

Zonder op deze specifieke zaak in te willen gaan zegt Helmut Gezius, die community development specialist is, dat groei en conflict in zowel urbane als traditionele gemeenschappen voorkomen. “In traditioneel of wel familiare gemeenschappen zoals plantages komen die conflicten of niet snel naar buiten of ze snijden diep als ze eenmaal naar buiten komen en dan kunnen dingen snel uit de hand lopen.” Gezius, die naast nazaat ook lid is van het wetenschappelijk bureau van de Federatie van Paraplantages, zegt dat juist omdat die organisatie weet dat groei en conflict altijd spelen zij na enkele officiële momenten enkele kernwaarden heeft bepaald voor binnen de plantages. “Wij hebben gekozen voor goed rentmeesterschap, onverdeelbaarheid en ook zorg voor kindskinderen. En verder dat de federatie alle gerechtvaardigde middelen zal gebruiken om de integriteit en de mogelijkheden van haar culturele erfgoed, waaronder ook de gronden, zal aanwenden om die te bewaren, beheren en te ontwikkelen.”

 

Model Waaldijk

Binnen dat proces hebben alle plantages die lid zijn van de Federatie van Paraplantages ook een handleiding gehad naar het format dat wijlen professor Ludwig Waaldijk had samengesteld om het besturen van de plantage op een democratische wijze en niet als alleenheerser ter hand te nemen met als belangrijk oogpunt economische ontwikkeling. Daarbij hoorde ook de ontwikkelingen en opzet van een stichting voor vermogensbeheer die een soort werkarm van de individuele plantagebesturen zou zijn. “En binnen die handleidingen zijn er voldoende handvatten om conflicten en groei aan te pakken. De federatie heeft in deze een sturende rol en is wel voorstander van goed bestuur met transparantie naar de nazaten toe.”

Chiquita Akkal-Ramautar, meester in de rechten en docent aan de Anton de Kom universiteit van Suriname, heeft onderzoek gedaan naar de boedelkwesties in Suriname. Zij zegt dat bij wet niemand verplicht is in een onverdeelde boedel te leven. “Indien een nazaat dat wil veranderen kan die een verzoek doen bij de rechter en de rechter zal zo een zaak meestal verwijzen naar een notaris die dat uit moet zoeken.” Akkal-Ramautar meldt dat in het geval van de Paraplantages het maken van stambomen waar alle informatie voorkomt van de nazaten van de plantages problematisch is. “Het Centraal Bureau voor Burgerzaken heeft de tools wel dat te doen, maar zal het alleen doen als de staat dat gebiedt.” Zij meldt wel dat met het openbaar en digitaal toegankelijk worden van vele archieven in de wereld het steeds makkelijk wordt om nazaten te traceren.

Purperhart zegt dat verdelen van de boedel niet iets is dat bij haar organisatie prioriteit geniet. “Het is een proces dat heel lang duurt en het moet een gezamenlijk besluit zijn. Het zou wel handig zijn om samen als iedereen dat wil wel de boedelstatus te veranderen en te gaan voor collectief erfrecht bijvoorbeeld. Dan kunnen we meer doen met de grond.” Echter, ze meldt dat ze niets zal doen zonder dat de nazaten dat zelf willen. “We willen iedereen betrekken bij de ontwikkeling van de plantage.”

Volgens Gezius is onverdeelbaarheid van de boedel geen issue en is communaal grondbezit niet iets dat alleen in Suriname gebeurt. “Ook Guyana heeft het. Wat je vaak ziet is dat niet de grond het probleem is, vaak is de familierelatie een probleem. Harten en neuzen wijzen niet in één richting, waardoor conflict ontstaat.” Gezius benadrukt dat de Paraplantages heel veel hebben geofferd voor de Surinaamse samenleving. “Kijk naar de plekken waar mensen gaan zwemmen, de wegen in Para, de recente highway, allemaal in Para.”

 

Standbeeld van Columbus weggehaald uit Mexico-Stad

Bron: Suriname Herald van 11 oktober 2020 

In de hoofdstad van Mexico is een prominent geplaatst standbeeld van ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus verwijderd door de lokale overheid. Activisten hadden gedreigd het beeld maandag tijdens een demonstratie van zijn sokkel te trekken.

Officieel is het monument weggehaald voor onderzoek en een mogelijke restauratie. Maar de burgemeester van Mexico-Stad suggereerde op een persconferentie dat het standbeeld mogelijk niet wordt teruggeplaatst in de hoofdstraat, waar het in 1877 is neergezet.

“Het is misschien de moeite waard samen na te denken over waar Columbus voor staat, vooral voor volgend jaar”, zei burgemeester Scheinbaum. In 2021 viert Mexico de 200ste verjaardag van de onafhankelijkheid. Het is dan ook 500 jaar geleden dat de Spanjaarden de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan verwoestten, waar uiteindelijk Mexico-Stad op is gebouwd.

Twee gezichten
Colombus staat in de geschiedenisboeken als ‘ontdekker’ van Amerika, maar hij wordt ook geassocieerd met wreedheden tegen de inheemse bevolking tijdens de Europese kolonisatie van het werelddeel. In de Verenigde Staten zijn om deze reden meerdere Columbusstandbeelden neergehaald of beschadigd bij de protesten en rellen tegen racisme en discriminatie eerder dit jaar.

Maandag is het precies 528 jaar geleden dat Columbus aankwam in Amerika. Activisten in Mexico-Stad hadden online opgeroepen tot een demonstratie met de slogan “we gaan het neerhalen”, verwijzend naar het standbeeld.

NOS

Memre den: Johan Zebeda : 3 Mey 1941 – 10 Oktowbru 1987

Tide 10 Oktowbru 2020 na a 35 yari sa wi brada Johan Zebeda no de na wi mindri moro.

Johan Zebeda : 3 Mey 1941 – 10 Oktowbru 1987

Dyadya kawnapokuman

Sensi a ben de wan yongu boy kawnapoku ben e freyri Johan Michel Zebeda kba. Dati meki taki a ben e teki waka na baka den kawnagrupu pe bigisma  ben e prey na ini. A ben de wan boy fu twarfu yari di a ben e prey dron, dan a e singi a piki. Sensi a ten dati a ben kon lobi a powpi kawna singiman Big Jones.

Fu 1970 te 1980 furu sma ben kon sabi Zebeda, bika a ben meki en eygi plât (LP). Tangi fu NAKS a tyari a plât kon na doro. Na moro bigi wroko di masra Zebeda du gi NAKS na taki a leri den yonguwan winti- nanga kawnapoku. Nanga a poku ‘Lena fu Maka – olo’ a teki a nomru wan presi na radiyo. A ben tyari a Sranan poku makandra nanga NAKS go na tra kondre na ini Erowpa, Spanyoro-Amerkan nanga a Kribisi kontren.

A yari 1980 a ben go wroko na Lanti na a Ministeriya fu Kulturu-afersi pe a wroko leki
edeman fu kraka a stuka fu Afro Sranan kulturu. Boyti dati, a ben e skoro den yonguwan di ben wani leri prey kawnapoku na son birti krosibey fu foto. Masra Zebeda ben sorgu taki a powpi pokugrupu Sukrusani ben opo. Na a yari 1983 a skoro fu kawna- nanga wintidron kon seti na ondro ffrey fu masra Zebeda. So srefi masra Zebeda ben waka na difrenti wintiprey fu sorgu taki wintipoku ben poti na tapu banti.

 

Vermaard kwawinazanger en -muzikant

Als kind al had Johan Michel Zebeda interesse voor kawinamuziek. Als twaalfjarige bespeelde hij  de drums, terwijl hij  zowel de  voorzang als de ‘piki’  deed bij  een lied.  Hij  zei geïnspireerd te zijn door de zangstijl van de populaire kawinazanger Big Jones.

Tussen 1970 en 1980 werd Zebeda populair na het uitbrengen van zijn langspeelplaat ‘Tantiri a no dong’, die met steun van NAKS werd gerealiseerd. Het veelbesproken nummer ‘Lena fu Maka Olo’ stond nummer 1 op de Surinaamse hitlijst. Samen met NAKS trad hij op in Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.

Zijn grote bijdrage aan NAKS was de overdracht van zijn kennis van kawina- en wintimuziek aan jongeren. In 1980 trad hij in dienst van het Ministerie van Cultuur, waar hij fungeerde als gids binnen de studieprojecten op het gebied van de Afro-Surinaamse cultuur. Daarnaast gaf hij kawinalessen aan jongeren in en rond Paramaribo. Zebeda stond aan de wieg van de populaire muziekformatie Sukru Sani. Hij organiseerde in 1983 een cursus kawina- en wintidrums en liep wintiprey af om de wintimuziek op een geluidsdrager vast te leggen.

Copyright@NAKS ICONENKALENDER 2018

 

‘Waar het om gaat is schoon schip te maken met het verleden’

Bron: ncr.nl van 07 oktober 2020 door Arjen Ribbens

Vier vragen aan Lilian Gonçalves-Ho Kang You was voorzitter van de adviescommissie teruggavebeleid van koloniaal roofgoed.

Juriste Lilian Gonçalves-Ho Kang You (1946) was de voorzitter van de adviescommissie die minister Van Engelshoven woensdag adviseerde over teruggavebeleid van koloniaal roofgoed. Vier vragen.

Waarom heeft het zo lang geduurd voordat een restitutiebeleid bespreekbaar werd?

„Geen idee, dat moet u de minister vragen. Ja, het verbaast me dat de tijd er nu pas rijp voor is. De koloniale tijd heeft vier eeuwen geduurd.”

Het voorgestelde teruggavebeleid voor rijksbezit kan volgens uw rapport richtinggevend zijn voor erfgoed in particulier bezit. Heeft u een advies voor handelaren en verzamelaars die zich ongemakkelijk beginnen te voelen met hun bezittingen?

„Daar ben ik erg voorzichtig in. Het rapport concentreert zich op rijksbezit. Als ik zelf objecten uit de koloniale tijd had, zou ik langzamerhand wel willen weten of deze al dan niet geroofd zijn. Je hoeft je overigens niet bij voorbaat schuldig te voelen als je zelf nooit op expeditie bent geweest. Waar het om gaat is schoon schip te maken met het verleden.”

Toen museum Nusantara in Delft de deuren sloot en 14.000 cultuurgoederen cadeau wilde doen, toonde geen enkel Indonesisch museum belangstelling. Het Nationaal Museum van Wereldculturen deed anderhalf jaar geleden een internationale oproep om goederen bij hen te claimen. Het resultaat: nul teruggaveverzoeken. Zijn we niet druk met het sussen van ons geweten?

„Misschien wel. Maar daar is niks tegen, er zijn ergere dingen dan het sussen van ons geweten. Als de minister dit beleidskader accepteert biedt het helderheid, voor alle betrokken partijen. De drempel om te claimen wordt dan lager.”

U bent in Suriname geboren. Is er een voorwerp in Nederlandse musea waarvan u zelf hoopt dat het snel naar Paramaribo verkast?

„Nee. Maar ik weet dat er in Suriname heel weinig is. En in de depots hier heb ik veel gezien wat kan helpen om de Surinamers kennis te laten nemen van hun eigen cultuur en de gedeelde geschiedenis.”

Romeo Kotzebue legt stukje muziekgeschiedenis vast

Uit De Ware Tijd van 27/09/2020 10:01 – Audry Wajwakana

Romeo Kotzebue met zijn opnameapparaat waarmee hij artiesten interviewt. Foto: Audry Wajwakana

PARAMARIBO – Vaak is Romeo Kotzebue (66) te zien met zijn gitaar op de rug. Overal waar hij komt en er wordt gezongen, zorgt hij met zijn gitaar of trompet, waar hij soms ook overal mee sjouwt, voor de muzikale omlijsting. Maar Kotzebue is meer dan een muzikant. Naast zijn passie voor muziek heeft de gitarist een eigen muzikaal archief opgebouwd, waarvan hij vindt dat de tijd nu rijp is om daar ruchtbaarheid aan te geven. Hiermee hoopt hij een bijdrage te leveren aan het vastleggen van een stukje muziekgeschiedenis.

Na de Algemene Middelbare School (AMS) wilde Kotzebue muziek studeren. “In die tijd vond men het raar als je muziek ging studeren, dus koos ik voor de studie rechten die ik na een jaar stopte.” Kotzebue is opgegroeid in een gezin dat altijd met muziek bezig was. Zijn vader Emile was lid van het Mannenkoor Maranatha, ook zijn moeder zong in koren.

Vanaf de jaren zeventig heeft hij Surinaamse artiesten op de audioband vastgelegd. Artiesten als Harold Schet, Big Jones, Boerie Gaddum, Wilgo Kembel die de huidige generatie mogelijk niet kent. De kennis van het interviewen deed hij op bij het Instituut van de Overheidsdienst (IVO), waar hij werkte. “Dat was een instituut dat de posities van ambtenaren moest beoordelen. Als medewerker van het IVO ging ik dan de ambtenaren interviewen over hun werkzaamheden.”

Naast zijn overheidsbaan heeft hij zich altijd ingezet voor kunst en cultuur. Zo raakte hij in 1984 vanwege zijn muzikale achtergrond betrokken bij de Theatergroep Eenheid Mofo, een militaire groep met onder anderen Ruben Silvin en Humphrey van Hetten, die aan toneel en muziek deed. Hij was tot en met 1994 hoofd van deze theatergroep, maar vertrok in datzelfde jaar vanwege familieomstandigheden naar Nederland. Ook in het voormalig moederland bleef hij betrokken in de kunst- en cultuurwereld en was hij vooral onder jongeren bezig. In 2017 remigreerde hij naar Suriname.

Samen met enkele personen is Kotzebue bezig de opnames te transcriberen en digitaal vast te leggen. “De interviews op de band moeten beter gemonteerd worden, want die kunnen altijd weer gebruikt worden. Behalve materiaal uit Suriname heb ik ook materiaal uit Nederland”, vertelt de artiest. Beeldmateriaal heeft hij niet, maar hij weet dat anderen dat wel hebben. “Als we alles bij elkaar zetten, wordt het een vloeiend geheel.”

Echter, de grote vraag waarmee hij worstelt is waar hij zijn archief kan onderbrengen. Het directoraat Cultuur voldoet op dit moment niet, vanwege mismanagement van het cultuurerfgoed de afgelopen jaren op het directoraat. “Ik ben niet van de afdeling Cultuurstudies, maar artiesten die we kennen zijn weggegaan met audiobandjes, die back-up zijn voor het archief.”

Hoewel Naks een documentatiecentrum heeft en die volgens Kotzebue een optie is, denkt hij dat er eerst een goed veld moet worden gecreëerd om die goudmijn van Surinaamse cultuur kenbaar te maken en te leren kennen. “Want het lijkt alsof we geen levensfilosofie hebben. We zijn vanaf 1975 onafhankelijk, hoe komt het dat er tot nu toe geen cultuurbeleid is? Ga op de website van het Nederlands Planbureau, dan zie je dat ze een cultuurbeleid hebben. En het is geen kunstbeleid, want kunst is onderdeel van cultuur. Wat hebben wij? Cultuur is de gedachte, waar gaan we naar toe, waar willen we zijn?” zegt Kotzebue stellig.

 

Afleggen gaat altijd gepaard met strenge regels van veiligheid

Uit De Ware Tijd van 27/09/2020 08:08 – Tascha Aveloo  

Granbrada Irwin Goedhart.

PARAMARIBO – De komst van het zeer besmettelijke coronavirus heeft veel veranderd in de wereld. Het heeft niet alleen effect op de manier hoe er wordt geleefd, maar ook op bijvoorbeeld culturele gebruiken.

In Suriname is het afleggen bij overlijden met tal van ceremonieën en vooral veel gezang omkleed. Maar volgens granbrada Irwin Goedhart is er toch wel degelijk een verandering te bespeuren. “De eerste is dat iemand die overlijdt aan Covid-19 niet door een reguliere afleggersvereniging mag worden behandeld. Efu dati ben de a sma en wens, als hij of zij bepaalde wensen kenbaar had gemaakt over de uitvaart, gaan die haast allemaal niet door. In sommige gevallen is zelfs afscheid nemen door familie en naasten niet mogelijk”, vertelt Goedhart aan de Ware Tijd.

Het afleggen van iemand die aan Covid-19 is overleden wordt gedaan door twee mensen van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Goedhart heeft er begrip voor dat men super voorzichtig wil zijn en besmetting tot een minimum wil beperken. “Maar voor ons gaat afleggen altijd al gepaard met strenge veiligheidsregels. A no ala sma san dede fu Covid, dede na atoso yere. Niemand weet of we iemand al hebben afgelegd die thuis aan corona is overleden. Je weet maar nooit.”

Goedhart heeft niet echt nagedacht over mentale of spirituele problemen die kunnen ontstaan als mensen niet goed afscheid hebben kunnen nemen van een overledene. “Kijk, als je het leven kent dan weet je dat ik je nu kan groeten en een paar uur later hoor je ‘a sma no de moro‘. Het gebeurt vaak. Men is dan geschokt. Daarom moet je ervan uit gaan dat wanneer je iemand groet, dat je onbewust ook afscheid neemt totdat je de persoon weer ziet of hoort.”

De granbrada stelt daarom dat het van essentieel belang is voor mensen om in vrede, harmonie en liefde met elkaar te leven. “Natuurlijk, trobi trobi, mandi mandi kan de, maar het moet het leven niet te lang ophouden. Vergeef elkaar en ga door in de liefde, zeker als het gaat om familie.”

Hij vindt zelfs dat er met gebruik van beschermingsmiddelen toch geprobeerd moet worden dat mensen afscheid kunnen nemen als het gaat om een Covid-19-dode. “Door de Covid-19-situatie kunnen nu al een halfjaar mensen niet uit het buitenland komen om hun geliefden te begraven en de anderen te troosten. Winsi yu yere na yu ma of pa, je kan niet komen.” Zij die geestelijk last ervaren van het geen afscheid kunnen nemen, moeten niet schromen om hulp te zoeken bij een geestelijke, een spiritueel heler of een psycholoog.

Goedhart, die ook ondervoorzitter is van de Federatie van Afleggersverenigingen in Suriname, vertelt dat er intern trainingen zijn verzorgd aan de afleggers. “Ik kwam lang vóór corona met een spuitfles in plaats van een kalebas met alcohol. Men keek me vreemd aan toen, maar kijk nu. Want normaliter dippen we allemaal onze handen in de kalebas en zetten een beetje achter onze nek. Dat is nu niet mogelijk.”

Hij vertelt dat niet eenieder zo gemakkelijk de extra maatregelen direct begreep. Vooral de wat ouderen die al tientallen jaren afleggen. “Yu sabi fa den de. Omen tin tin yari noiti mi no siki, zeggen ze. Maar we hebben hen moeten uitleggen dat het niet alleen om hun gaat maar ook om de nabestaanden. Dit virus is een klein ding dat je zo in die kist kan zetten.”

De ceremoniën zijn ook enigszins ingekort. Er wordt niet veel en lang gezongen. Nabestaanden mogen twee aan twee naar binnen om afscheid te nemen zodat er niet meer dan vijf personen tegelijk in de kamer zijn en dat het allemaal niet lang duurt. “En door die lockdown hebben we geen singi neti meer, maar singi bakana. Daarna snel naar huis meki skowtu no hori yu“, lacht Goedhart.

Bij de begrafenis van een Covid-19-dode gaat de kist ook niet meer open of er is in het deksel een glazen doorkijk. Maar het hele proces eromheen, de troostdienst en het zingen en bij elkaar zijn om elkaar te trootsen vallen weg wat de pijn en het verdriet wellicht kan verzwaren. “Wat zullen we doen? We moeten ons aanpassen en proberen het beste ervan te maken om de culturele elementen van ons beroep op de één of andere manier in stand te houden.” Hij vindt het jammer dat de geplande dinari dey dit jaar geen doorgang zal hebben. “Tra yari zullen we zien hoe het loopt, hopelijk zonder corona baya.”