NAKS KWANZAA BRENGT LAATSTE GROET AAN ‘MISI URMIA’

Bron: De Ware Tijd 21/08/2020 23:39 – Audry Wajwakana

Met haar sopraanstem en lichte huidskleur viel Urmia Darcheville-Berkleef vaak op bij sokopsalm-, kawina- en wintipokuoptredens.

Met haar sopraanstem en lichte huidskleur viel Urmia Darcheville-Berkleef vaak op bij sokopsalm-, kawina- en wintipokuoptredens. Foto: Sabrina Esajas

 

PARAMARIBO – ‘Misi Urmia’, ‘Urtje’, ‘rode Urmia’ werd het rustigste en hulpvaardige lid van Naks Kwanzaa vaak liefkozend geroepen. Met haar sopraanstem en lichte huidskleur viel Urmia Darcheville-Berkleef (52) vaak op bij sokopsalm-, kawina- en wintipokuoptredens. De zangeres overleed op 14 augustus. In het centrum van Naks nam Naks Kwanzaa donderdagmiddag met sokopsalmliederen afscheid van haar collega.

Bij het zingen van de sokopsalmliederen lieten enkele Kwanzaa-leden hun tranen de vrije loop. “Na arbeid komt sport was vaak haar statement en bij Kwanzaa voelde ze zich helemaal thuis. We hadden niet alleen het stukje optredens bij activiteiten, maar ook dat stukje waar we met elkaar konden socialiseren”, zegt Marjorie Peer, voorzitter van Kwanzaa tegen de Ware Tijd. Daarin blonk Darcheville-Berkleef uit. Voor de groep van 23 leden, onder wie negen mannen, is het overlijden van haar lid een groot verlies. “Omdat ze ziek was, was ze niet zo erg actief op de app, maar de laatste keer toen ze er weer was zei ze dat we haar heel gauw zouden zien. We waren blij met een teken van leven, maar jammer genoeg God heeft anders beslist”, zegt Peer. Darcheville-Berkleef is vrijdag in de RK-begraafplaats begraven.

De 52-jarige was een cultuurmens en het was logisch dat ze haar weg in 1997 vond naar de Organisatie voor Gemeenschapswerk Naks. In de eerste jaren als Nakser was ze actief in de afdeling Kawina en Dron, die erop is gericht om de Afro-Surinaamse traditionele muziek hoog te houden en de kennis over te dragen aan jongeren. Haar zangstem was sopraan. Samen met Ingrid Madari en Jacintha Wolf-Liauw A Joe heeft ze het lied ‘Nyan Faro Maisa’ gezongen die op de eerste cd van Naks Kawaina en Dron getiteld ‘Grantangi mi bigi sma’ is opgenomen. Samen met deze groep heeft ze diverse optredens in stad, districten en het Caribisch Gebied gehad. Terwijl zij in de Kawina en Dron-groep zat, werd ze vanwege haar sopraanstem vaak door de toenmalige leider van de Naks zang- en dansafdeling, ma Es – Esselien Fabies – gevraagd om te ondersteunen bij optredens. Hierdoor kon ze na enkele jaren zich makkelijk aansluiten bij deze afdeling, die meer bestond uit oudere vrouwen en mannen.

De zang- en dansafdeling is op het gebied van theater en folklore de oudste binnen Naks, die als doel heeft om de Afro-Surinaamse cultuur te behouden en over te dragen. De afdeling onderging een naamsverandering, tegenwoordig Naks Kwanzaa, en wordt veel gevraagd voor sokopsalm, kawina en winti poku. Van beroep was Darcheville-Berkleef gecertificeerde busbegeleider bij het transporteren van kinderen en volwassenen met een beperking. Behalve zang en dans was mode ook haar hobby. Vandaar dat ze de verschillende modecursussen van Naks zoals draperen, modeaccessoires en sabi tay yu-angisa heeft gevolgd. Ze was degene die ook met het idee kwam om de eerste kimonaparty van Naks te laten organiseren.

 

OUR STORY: ANNA M. MANGIN (13 years): INVENTED THE PASTRY FORK IN 1891

 
For all those who love baking, but want the tasks to be made as easy as possible, you have Anna M. Mangin to thank for her ability to foresee your needs. The young African American woman invented the pastry fork in 1891.
The utensil was used to mix dough for pie crusts, cookies, butter and flour pastries without needing to physically manipulate the ingredients with one’s hands. However, the fork was also used to beat eggs, mashed potatoes, and prepare salad dressings. Anna M. Mangin was awarded a patent on March 1, 1892, for the pastry fork for mixing pastry dough.

Met een studiebeurs naar het buitenland?

Je wilt verder #studeren, maar het liefst in het #buitenland. Dan komt er heel veel bijkijken. Denk aan het vinden van een goede #opleiding of #universiteit, een passende #studiebeurs en daartussen heb je het vele #papierwerk en misschien nog aanvullende #testen om te kunnen voldoen aan alle #voorwaarden. Wel, wij hebben de deskundigheid in huis. Connect with us for #IMPCAT!

 

 

De Kom na 86 jaar op bestsellerlijst

De Kom na 86 jaar op bestsellerlijst

Antikoloniale roman Met dank aan de Canon van Nederland en het debat over racisme wordt de roman Wij slaven van Suriname goed verkocht.

Toef Jaeger, NRC, 16 juli 2020

Bron: www.nrc.nl/nieuws

Anton de Koms Wij slaven van Suriname staat, 86 jaar na verschijning, op de bestsellerslijst. Wekelijks geeft de CPNB aan welke zestig boeken de afgelopen week het vaakst werden verkocht. Over het algemeen zijn dat thrillers, voetbalbiografieën, levensverbeterboeken en Lucinda Riley. Woensdag werd bekend dat Wij slaven van Suriname, dat oorspronkelijk in 1934 verscheen, de lijst ‘binnenstormde’ op plek dertig.

Lees ook:Plaats voor Anton de Kom in Nederlandse canon is ‘stap naar eerherstel’, zegt zijn zoon

De aanleiding dat het boek nu in de belangstelling staat, is De Koms recente opname in de herziene Canon van Nederland eind juni en het nationale racismedebat. De uitgever die de roman ook in 1934 uitgaf, kwam met een recente heruitgave, aangevuld met inleidingen van schrijfster Tessa Leuwsha, universitair docent Amerikaanse literatuur Duco van Oostrum en Mitchell Esajas, medeoprichter van The Black Archives.

De roman van de antikoloniale strijder, auteur en verzetsheld Anton de Kom (1898-1945) is een aanklacht tegen het koloniale systeem, wat je het ‘grote geld’ zou noemen, en machtsstructuren. Eigen ervaringen worden afgewisseld met geschiedenis en verhalen, een beetje zoals Multatuli deed in de Max Havelaar (1860) en Edgar du Perron in zijn roman Het land van herkomst (1935). Met het verschil dat Multatuli en Du Perron wel meteen in de literaire canon belandden en De Kom niet.

De Kom herschreef de geschiedenis van zijn vaderland „door de geschiedenis te herinterpreteren en te fictionaliseren vanuit het perspectief van de zwarte slaafgemaakten”, schrijft Van Oostrum.

„Geen volk kan tot volle wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft”, zijn bekende regels uit Wij slaven van Suriname.

Wat hij te zeggen heeft in zijn roman gaat nog steeds op, laat Leuwsha in haar inleiding zien. „Het werk van De Kom is een tirade tegen de nuchtere handelsgeest, de gruttersmentaliteit, waarmee een land en volk werden uitgeknepen. Het is geen mooi verhaal, maar het is wel ons gezamenlijke verhaal.” Ze trekt daarop een parallel met het heden: „de opmars van rechtse leiders in de wereld is voor een belangrijk deel op dat wij-zij denken gebaseerd”.

Esajas’ inleiding sluit daarbij aan: „Er zijn nog witte mensen die, wellicht onbewust, gevoelens van superioriteit met zich meedragen. Dit uit zich onder meer in de felheid en de agressie waarmee de sinterklaastraditie wordt verdedigd, symbolen van de koloniale verhoudingen waar De Kom tegen streed. Maar ook in het institutionele racisme waar vele zwarte mensen en mensen van kleur mee te kampen hebben.”

Een voorloper van deze krant komt er overigens niet goed van af wanneer De Kom uitlegt hoe de Nederlandse overheid in 1933 geen ‘verlies’ wil maken op Suriname: „Dat een Surinamer omkomt, daarvan zal het Handelsblad zich niet veel aantrekken, als hij maar bereid is op een koopje om te komen. Deze bereidheid echter […] begint in Suriname te verdwijnen. Sranang mijn vaderland.” Hij hoopte zijn land weer te zien „op de dag waarop alle ellende” weggewist zou zijn. Zover kwam het niet: De Kom werd in 1945 in concentratiekamp Neuengamme vermoord.

Anton de Kom: Wij slaven van Suriname. Atlas Contact, € 20,00

 

NAKS Iconenkalender 2020 Online bestellen

WILT U EEN ICONENKALENDER 2021 BESTELLEN?

De Covid-19-pandemie en de economische crisis hebben de activiteiten van NAKS grotendeels stil gezet. Maar achter de schermen wordt hard gewerkt aan een van de meest succesvolle projecten van de afgelopen jaren: de NAKS Iconenkalender. 

De afgelopen drie jaar werden 36 bijzondere Surinamers uit heden en verleden geportretteerd en met een videoproductie en tentoonstelling onder de aandacht gebracht van een breed publiek. Een cultuur-educatief project dat vooral aanslaat bij de jongere generatie die op deze manier nieuwe rolmodellen ontdekt.

De Iconenkalender is in korte tijd zo populair geworden dat de status van ‘collectors-item’ is bereikt. Omdat de interesse met het jaar groeit, stelt NAKS belangstellenden in de gelegenheid in te tekenen op de Iconenkalender 2021 en een of meer exemplaren te reserveren. 

Twaalf nieuwe Iconen op de NAKS-kalender 2021

  • Sisa Agi, populaire Aukaanse zangeres             
  • Mildred Caprino, historicus en docent 
  • Elfriede Cederboom, voorvechter tegen huiselijk geweld
  • Trudi Guda, cultureel antropoloog en dichter
  • Emma Mais, hogepriesteres van Maisa-liederen
  • Letitia Vriesde, topatleet en sportpromotor
  • Otmar Buyne, transcultureel psychiater en culinair ontwerper
  • Johannes N. Helstone, componist en musicus
  • Papa Koenders, onderwijzer en cultuuractivist Sranantongo
  • Edwin Schal, nationaal topvoetballer en sportcommentator
  • Dorus Vrede, dichter en verteller
  • Carlho Wijdh, oprichter Godo Spaar- en kredietcoöperatie

Klik op de link om te registreren en voor verdere informatie:
Registratie NAKS Iconenkalender 2020

 

Our Community: Aan de poort bij Georgine Breeveld

Een productie van STVS, waarbij we mogen aanschouwen hoe Koto-kenner mw Breeveld, de presentatrice Gail Eijck aankleed.

NAKS KUKRU WEER OPEN!

Beste Naks Famiri

u kunt vanaf nu weer terecht

voor het afhalen van uw lekker eten.

Een Creoolse vrouw met een Chinees en een Hindostaans kind in Suriname, tussen 1880 en 1900.

Interview ‘Daderschap was niet voorbehouden aan witte mensen’

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/07/23/daderschap-was-niet-voorbehouden-aan-witte-mensen-a4006833

Tessa Leuwsha | Surinaams-Nederlandse schrijver

Nederland heeft een vertekend beeld van de landen waar slavernij en kolonialisme plaatsvonden, zegt schrijver Tessa Leuwsha.

Nina Jurna, 23 juli 2020

De Surinaams-Nederlandse schrijver Tessa Leuwsha (52) juicht het toe dat het slavernijverleden eindelijk op de agenda staat. Maar, zegt de schrijfster die al 25 jaar in Suriname woont, de discussie in Nederland dreigt te verzanden in een narratief van ‘slachtoffer en dader’, met de nadruk op het leed dat is aangedaan.

In haar nieuwste roman Plantage Wildlust schrijft Leuwsha dat de koloniale geschiedenis in Suriname niet alleen zwart-wit is, maar juist ook vele grijstinten kent. „Ik wilde laten zien dat binnen het koloniale systeem van onderdrukking, zoiets als daderschap en macht, niet slechts was voorbehouden aan witte mensen. Er bestond namelijk niet één werkelijkheid.”

Foto by Sirano Zalman

 

CV TESSA LEUWSHA

Tessa Leuwsha (Amsterdam, 1967) is schrijver en documentairemaker. Ook werkt ze bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo als cultureel attaché. Haar debuutroman de Parbo-blues (2005) is een gefictionaliseerde biografie van haar Surinaamse vader die als immigrant naar Nederland kwam.

Ze woont en werkt sinds 1995 in Suriname, is getrouwd en heeft twee kinderen.

Leuwsha spreekt via Zoom in een voor Suriname historische week. Een nazaat van Indiase contractarbeiders, Chan Santokhi, en een nazaat van gevluchte plantageslaven, Ronnie Brunswijk, zijn tot president en vicepresident benoemd. De nieuwste roman van Tessa Leuwsha speelt zich af in de tijd van contractarbeid, toen de voorouders van Santokhi, geronselde Indiase contractarbeiders, na de slavernij op de plantages terechtkwamen. „Die groep werd ook uitgebuit en mishandeld op de plantages. Ze moesten werken voor een hongerloon. En de marrons [nakomelingen van gevluchte slaven], de groep waartoe Brunswijk behoort, was lange tijd een van de meest gediscrimineerde en achtergestelde groepen in Suriname, terwijl ze eigenlijk de helden van de geschiedenis zijn omdat ze de plantages ontvluchtten”, vertelt Leuwsha.

Opo yu kloru is voorbij

Ze ging in 1995 in Suriname wonen en zag hoe het land de afgelopen jaren veranderde. „Toen ik er net woonde, gold nog de slogan opo yu kloru: verhoog je kleur. Oftewel, hoe lichter je was, hoe beter, én hoe meer kansen je had. Maar het land heeft grote sprongen in zelfbewustzijn gemaakt. Dat er nu een coalitie is gevormd uit nazaten van slaven, marrons en contractarbeiders, met als doel Suriname vooruit te brengen, is uniek. Dit was in de tijd rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 ondenkbaar.”

In Plantage Wildlust vertrekt begin twintigste eeuw een jong Nederlands echtpaar uit Zeeland naar Suriname om het beheer over een plantage over te nemen. De slavernij is voorbij, maar de naweeën zijn nog voelbaar. De zwarte, op macht beluste plantageopzichter Creebsburg is een nazaat van tot slaaf gemaakten. Hij onderdrukt de Indiase contractarbeiders die nu in de slavenbarakken wonen en werken op de plantage. Het Nederlandse stel raakt verstrikt in een moeras van strikte machtsverhoudingen, waaraan ze uiteindelijk zelf ten onder gaan. Gelijkwaardige vriendschappen, zoals de Nederlandse directeursvrouw Janna die probeert aan te knopen met haar dienstmeisje Alma, zijn onmogelijk.

„Ik wilde laten zien dat zowel wit, zwart en alles wat ertussenin zat, slachtoffer kon worden van zo’n systeem. En wie dader en wie slachtoffer was, niet zo eenduidig is als vaak gedacht wordt.” Het boek is gebaseerd op een archief van de Nederlandse familie Janssen, die meerdere generaties het beheer voerde over plantage Peperpot.

Compleet gemengde samenleving

Suriname heeft zich na drie eeuwen van slavernij en kolonialisme geëvolueerd wat het thema van slavernij betreft, vertelt de schrijfster. Dat in tegenstelling tot Nederland, zegt ze, waar slavernij tot voor kort verdoezeld werd en nauwelijks in het onderwijs behandeld wordt. „Ik merk dat de blik in Suriname veel meer vooruit gericht is, waarbij de nadruk ook ligt op het zoeken naar verbinding met elkaar. We hebben hier geen debatten over kleur of identiteit. De tegenstellingen in Suriname bestaan nauwelijks meer, dit is een multi-etnisch en multireligieus land.”

Verschillende bevolkingsgroepen knopen al lang relaties aan met elkaar. „Deze samenleving is compleet gemengd. De zoektocht naar het eigene van Surinamers heeft al lang plaatsgevonden, met name voorafgaand en rondom de onafhankelijkheid.”

Daar komt bij, zegt ze, dat in Suriname veel andere – urgente – problemen aandacht vragen, zoals de gezondheidszorg en de economische crisis.

Speelt in Suriname de discussie over racisme of de Black Lives Matter-protesten dan helemaal niet?

„Kijk, Suriname is geen witte dominante samenleving zoals de Nederlandse, waar institutioneel racisme bestaat. Ik woon in een land waar vrijwel iedereen zwart of gekleurd is. Natuurlijk zijn hier ook vormen van uitsluiting. Iedere samenleving voert uiteindelijk een eigen klassenstrijd. Maar in Nederland wordt vaak teruggekeken naar de slavernijgeschiedenis waarbij je een witte en zwarte kant hebt, die in hun eigen loopgraven vastzitten. Terwijl de werkelijkheid is dat iedereen in dat onderdrukkende systeem ook probeerde een eigen voordeel te halen.

„Ik wil niet ontkennen dat de grote pijnlijke waarheid tussen wit en zwart bestaat, maar ik wil de aandacht vestigen op de waarheden die er ook zijn. In Suriname waren plantages die opgekocht werden door nazaten van slaven.

Er waren zwarte slavenhouders zoals Elisabeth Samson, en zwarte vrijheidsstrijders die in verzet kwamen tegen de slavernij zoals Boni. Witte planters verwekten kinderen bij slavinnen, er waren heel veel kleurlingen. Je kunt elkaar moeilijk dingen blijven verwijten als je grotendeels zelf het bloed hebt van degene die je iets kwalijk neemt.”

Tessa Leuwsha schrijft al vijftien jaar romans over thema’s als slavernij, kolonialisme, identiteit en zwart-witverhoudingen. In 2005 debuteerde ze met de Parbo-Blues, een roman gebaseerd op het verhaal van haar Surinaamse vader. In het boek Fansi’s stilte onderzocht ze de geschiedenis van haar Surinaamse oma en haar roots. „Ik ben al heel lang met dit thema bezig en denk dat ik daardoor ook een stuk verder ben in het analyseren en nadenken hierover. Ik ben nu veel meer geïnteresseerd in de krachtige zwarte personages, want verzet en veerkracht zijn er altijd geweest.”

Dat ziet ze ook terug bij mensen in Suriname, zegt Leuwsha. „Ik herken hen vaak niet in het beeld dat in Nederland wordt geschetst van Surinamers als pure slachtoffers van slavernij en kolonialisme. Ondanks de heftige geschiedenis en de vele economische en politieke crises waar Suriname doorheen is gegaan, is het geen terneergeslagen land of volk.”

Er heerst een vertekend beeld in Nederland?

„Ik denk dat meer gekeken moet worden naar de herkomstlanden, waar de slavernij en kolonialisme daadwerkelijk plaatsvonden. Hoe gaan die landen nu om met hun geschiedenis? Kijk naar Indonesië. Ik was daar in 2015. Er is nog weinig dat aan Nederland doet denken, het land bestond al voordat de Nederlanders kwamen en heeft zich geëvolueerd in een nieuwe identiteit, los van het leed. Dat koning Willem-Alexander dan komt om excuses te maken, is mooi, maar dat is niet waar de meeste Indonesiërs op zitten te wachten: ze zijn met hun toekomst bezig.

Zelf kijkt ze ook vooruit. Producent Emjay Rechsteiner van Staccato Films kocht de filmrechten van Plantage Wildlust. „Ik vind dat een kroon op mijn werk. Maar ook extra bijzonder, omdat Emjay afstamt van Nederlandse plantagehouders die hier in Suriname plantages en slaven hadden, en ik een nazaat ben van tot slaaf gemaakten. We maken gezamenlijk een verbinding van dit verhaal. Ik hoop dat Nederland uiteindelijk ook de sprong vooruit maakt. Nu is vastgesteld dat er slavernij was en er niets meer te verdoezelen is, kan een heldere blik op de herkomstlanden misschien helpen bij het verruimen van het beeld dat in Nederland heerst.”