Our History: Emma Lashley, apotheker te Paramaribo (1909-1993).

Bron: https://bukubooks.wordpress.com/2020/07/14/lashley/

Gegevens, betreffende de Geschiedenis der Pharmacie in Suriname. Emma A.C. Lashley, apotheker te Paramaribo (1940).

De Surinaamse geschiedenis zit boordevol met interessante verhalen. Een groot deel van die verhalen blijven niet bewaard voor het nageslacht, simpelweg omdat ze nooit zijn opgeschreven. Vooral als het gaat om de rol van Surinaamse vrouwen in de geschiedenis is er sprake van een grote blinde vlek. Goed om eens één van die belangrijke maar onzichtbare Surinaamse vrouwen aan de vergetelheid te onttrekken.

Apotheker Emma Lashley (midden), tweede van rechts: Irene Nurmohamed gehuwd Slamat, de namen van de andere dames zijn mij helaas onbekend.

Emma Amy Clementina Lashley werd geboren op 12 september 1909 in het district Nickerie in Suriname, als dochter van Gerredina Johanna Cornelia Samuel (1876-1933) en Francis O’Neil Lashley (1872-1940). Zij was de achtste van in totaal elf kinderen. Haar vader werd kort na het afschaffen van de slavernij geboren en heeft  totdat hij volwassen was op de plantage Paradise gewoond. Deze was eigendom van Anthony Dessé. Hij heette Francis Leetz, maar heeft later de naam Lashley, de naam van zijn vader, aangenomen. Die kwam uit Barbados. Daarna is hij als Francis Oneil Lashley door het leven gegaan. Hij is in de balatahandel terechtgekomen en vergaarde daarmee zijn fortuin. Door onvoorziene omstandigheden raakte hij helaas het geld ook weer kwijt.

Emma Lashley heeft op de Emmaschool gezeten (lagere school) en heeft daarna de Hendrikschool doorlopen. Ze was een uitermate begaafde leerlinge, we zouden nu zeggen hoogbegaafd. Op de Hendrikschool bleek ze te goed voor de eerste klas en mocht ze het in de tweede proberen. Na het examen  heeft ze werk gevonden in een apotheek en is toen de apothekersassistenten opleiding gaan volgen. Daarna werd ze toegelaten tot de apothekersopleiding. Het begin van deze opleiding liep gelijk met de artsenopleiding. Hierdoor kende zij veel latere artsen goed. Ze waren tenslotte studiegenoten.

Emmaschool Paramaribo, ca. 1915

Emma Lashley wilde graag toxicoloog worden en in het buitenland gaan studeren net zoals haar oudere broers en zus, maar tegen de tijd dat zij aan de beurt was, was er niet genoeg geld daarvoor. De jongere kinderen zijn gaan werken om de studie van de toen nog studerende oudere kinderen, te betalen.

Ze begon te werken bij Apotheek Drachten aan de Steenbakkerijstraat tegenover de Grote Kerk. Als apotheker-assistente  werkte ze bij Apotheek La Fuenta. Bij apotheek Samson in de Herenstraat liep ze stage. Ook werkte ze bij Apotheek Engelbrecht onder apotheker Essed in de Steenbakkerijstraat, tegenover Kersten. Ze heeft als provisor in een apotheek gewerkt, totdat de erven besloten die te verkopen. Dat werd de eerste apotheek van Emma Lashley, in de Noorderkerkstraat. De apotheek aan de Watermolenstraat is in  1940 geopend.

Behalve haar werk als apotheker heeft Lashley ook les gegeven op de Hendrikschool in de vakken Natuurkunde en Scheikunde, daarnaast gaf ze onderwijs aan apothekers-assistenten in opleiding. Ze was een wetenschapper met speciale belangstelling voor inheemse planten en kruiden (en natuurlijk hun medicinale werking). In haar vrije tijd was ze ook vaak in de tuin te vinden, een grote hobby van haar.

Haar bevlogenheid bleek ook in het maatschappelijk werk dat Lashley verrichtte. Zo was ze voorzitter van de Vereniging van Apothekers. Ook was ze een tijdje adviseur van de Staten van Suriname op het gebied van de farmacie. Met regelmaat stuurde ze ingezonden stukken naar kranten en tijdschriften in binnen- en buitenland om haar mening te ventileren. Ze zette zich ook in voor SOS Kinderdorpen en anderen die het op de één of andere manier minder hadden. Ze bezocht vaak ouderen op Lantigron en later in bejaardentehuizen. Dat Lashley zeer sociaal bewogen was wordt ook bevestigd door mijn eigen tante, Friede Blom (1941), die als vrijwilliger bij haar in de apotheek werkte: “Zij gaf me altijd 25 gulden. Als er iets niet goed ging dan schreef ze dat op een briefje. Ze had altijd iets liefs of iets leuks. En je kreeg altijd een glas stroop. Ze had ook een dochter, Sila.”

In 1975 sloeg het noodlot toe. Door een grote brand gingen Hotel Lashley, de daaronder gevestigde tandartsenpraktijk van tandarts Lashley én de apotheek Lashley in vlammen op. Emma Lashley was toen 65 jaar oud. Ze ging toen als apotheker werken in het St. Vincentiusziekenhuis. Ook nam zij zitting in het bestuur van het ziekenhuis.

Emma Lashley

Maar op deze plek proberen we Emma Lashley ook dankzij haar bijzonder interessante publicatie, over de geschiedenis van de farmacie in Suriname, een plekje in de geschiedschrijving te geven.

De eerste apothekers in Suriname, zo schrijft Lashley, kwamen in 1678 mee met Johannes Heinsius die tot gouverneur van Suriname was benoemd. Zij moeten werkzaam zijn geweest in het gasthuis van Paramaribo. Suriname was nog maar net onder Nederlands bestuur gekomen en bestond toen uit 27 of 28 huizen, vooral herbergen en ´smokkelaarskroegen´, afgezien dan van de twee of drie huizen van officieren. Er waren geen wettelijke bepalingen waaraan artsen en apothekers moest voldoen. Dat resulteerde in veel misstanden. Pas in 1767 bepaalde gouverneur Wigbold Crommelin in 1767 dat niemand als heelmeester in Suriname werkzaam mocht zijn zonder examen te hebben afgelegd.

In 1782 werd het Collegium Medicum opgericht onder het bewind van gouverneur Texier. Alle praktiserende artsen, chirurgijns, apothekers en vroedvrouwen moesten aan dit college hun diploma’s, getuigschriften of ‘leerbrieven’ overleggen en er ingeschreven worden. Dit Collegium Medicum bepaalde ook hoe de apotheken ingericht moesten worden. Samengestelde geneesmiddelen moesten steeds op voorraad gehouden worden. Recepten waarop vergif voorkwam mochten alleen door apothekers bereid worden en moesten in een afgesloten kast bewaard worden zodat de slaven er niet bij konden komen.

Niet alleen in de stad maar ook op de plantages waren apothekers gevestigd. Maar omdat veel medicijnen ondoelmatig werden bewaard en in papieren zakken verpakt, waren ze in veel gevallen binnen korte tijd onbruikbaar geworden. De behandeling en bereiding van medicijnen werd op de plantages meestal door ongekwalificeerde personen uitgevoerd dat er vaak vergiftigingen plaatsvonden.

Lashley schrijft ook over Bernard Peters, afkomstig uit het Duitse Bremen. Hij werd in 1793 in Amsterdam als apotheker aangenomen en naar Suriname gestuurd. Peters kreeg vier dukaten als handgeld. Hij moest voor een dienstverband van zes jaar tekenen en kreeg iedere twee maanden 24 gulden. Dat Peters beslist niet de enige Duitse apotheker die in Suriname werkzaam was mag blijken uit de lijst van apothekers die in 1793 aan de Garnizoensapotheek verbonden waren: Schaubach, Liebetag, Krunitz, Baufe en Blomke.

Voor de zorg voor de armen in Paramaribo werd de stad in 1911 in vier afdelingen opgedeeld. Voor iedere afdeling werden particuliere apothekers aangewezen. Dienstdoende apothekers waren A.M. Jesserun, A.Ph. Samson, G.T. May, A.J. Bueno de Mesquita, C.A. van Spall, M.J. de la Parra, A.L. Wesenhagen, W.P. Hering en mevr. Juda-Stolting.

Dat het vak van apotheker vooral een mannen-aangelegenheid was moge duidelijk zijn. Toen Emma Lashley in het huwelijk trad kreeg ze van haar bank, de HBU, te horen dat voortaan haar man moest tekenen voor alle zakelijke opdrachten. Zij was toen 43 jaar oud en had altijd zelf de beslissingen genomen en de bank opdrachten verstrekt. Dit .liet ze niet op zich zitten en ze verhuisde haar bankrekeningen naar de Surinaamse Bank waar ze wel voor vol werd aangezien

De eerste Surinaamse vrouw die als apotheker in Suriname werd toegelaten was H.A. Gans (1883). De omstandigheden waarin Emma Lashley, gehuwd met Groeiliker, zich rond 1935 als apotheker vestigde zullen ook niet gemakkelijk zijn geweest. Lashley geeft in haar publicatie in het Pharmaceutisch Weekblad (no. 46 + 47, 1940) veel informatie die voor een bredere groep dan alleen apothekers interessant is.

Op 25 september 1993 overleed Emma Amy Clementina Groeiliker-Lashley op 84-jarige leeftijd in Paramaribo, apotheker én geschiedschrijver.

Carl Haarnack

Dit stuk had niet tot stand kunnen komen zonder de medewerking van Sila Groeiliker, dochter van Emma Lashley. Waarvoor hartelijk dank!

Bron: https://bukubooks.wordpress.com/2020/07/14/lashley/

 

NAKS AKUBA CURSUSSEN ONDANKS CORONA

Ondanks de Corona crisis heeft NAKS AKUBA enkele cursussen kunnen organiseren.  Er is rekening gehouden met de regels van het Nationale Covid-19 Team waardoor de groepen klein waren. Maar belangrijk voor AKUBA was de voortgang van de activiteiten.

Vanaf januari 2021 worden de volgende cursussen gehouden:

  • Tay angisa beginners cursus (3 weken)
  • Het maken van Koto (6 weken)
  • Het maken van Koto Accessoires: paraplu’s, manden, versieren Koprobeki (6 weken)
  • Het maken van de Kimona Dress (6 weken)
  • Het maken van Inheemse Klederdrachten ( 6 weken)

Voor inschrijvingen kan men nu reeds terecht bij het NAKS kantoor, Thomsonstraat 8, telefoon 499033.

Thelma Ment

Thelma Ment

24 Yuli 1951 – 2 Apreri 2018

Singi-uma, kulturu-uma

Thelma Johanna Ment kon na grontapu na  Paramaribo. Baka di a teki en skoropapira fu MULO a tron at’osozuster. Boyti  a  wroko disi a ben de singi-uma. A ben e singi pop, jazz nanga poku fu Meriam Makeba.  Na a kondresingiwega ini 1971 a tron Best Singing Lady.

Na  ini a yari 1977 Thelma  lusu go na  Ptatakondre pe a go wroko leki at’osozuster spesrutu gi sma di e siki na den niri. Na den ten dati a bigin meki nen leki singi-uma Thelasinga; en masra Hesdy Macknack ben kraka en srefsrefi. A ben e frey doronomo go na Sranan fu gi syow, ma sotu fu du en wroko  leki  sostru. A ben tyari a Blakamankulturu go na hey, ma sotu a ben suku fasi fu wroko nanga den difrenti  kulturu fu Sranan.

Na ini a yari 1990 a poku  Busi Lobi kon na doro, san a ben  singimakandra nanga Hedwig  Levant. A poku disi, wan wroko fu Roy Ritfeld  tron a moro powpi poku fu en. Di a tapu 40 yari ne wanten so a tapu fu  singi gi pipri, fu di en skin no ben man tyari en moro. Ete na ini a yari 2008 a kon baka nanga wan syow na Sranan, di kisi a nen Trangayesi.

Thelma Ment kon dede na en tanpresi Porfoto. Baka en dede en manpikin Irwin Ment  tyari den cd Thelasinga  De  Parel  van Suriname nanga Thelasinga & Friends – The Live Show – nanga a poku  Gremoe.

Zangeres, cultuurdraagster

 Thelma Johanna Ment werd geboren in Paramaribo. Nadat ze haar mulodiploma had behaald, werd ze verpleegkundige en trad daarnaast op als zangeres. Ze zong pop, jazz en nummers van  Miriam Makeba. In 1971 werd ze op het Nationale Songfestival uitgeroepen tot Best Singing Lady.

In 1977 vertrok Ment naar Nederland en werd dialyseverpleegkundige. Gesteund door haar echtgenoot Hesdy Lothar Macnack, ging ze optreden onder de artiestennaam Thelasinga. Ze reisde heen en weer tussen Nederland en Suriname voor optredens, maar ook om haar beroep uit te oefenen. Ze plaatste de Afro-Surinaamse cultuur in de schijnwerpers, maar zocht ook verbindingen met andere culturen.

In 1990 kwam Busi Lobi uit, een duet met Hedwig Levant. Dit nummer, een compositie van Roy Ritfeld, werd haar grootste hit. Op haar veertigste stopte ze met haar zangcarrière wegens gezondheidsproblemen. In 2008 had ze in Suriname een terugkeershow getiteld Trangayesi (Hardleers).

Ze overleed in Rotterdam. Kort daarna bracht haar zoon Irwin Ment de cd’s Thelasinga De Parel van Suriname en Thelasinga & Friends – The Live Show met Gremoe opnieuw uit.

 

Copyright@NAKS ICONENKALENDER 2019

COLUMN: Howpu

Uit: De Ware Tijd 23/07/2020 14:00 – Pokay Tongo

Sensi presidenti Chan Santokhi nanga en kompe Ronnie Brunswijk teki abra, wan wortu p’sa omeni hondro leysi: Howpu! Na wan prakseri san e gi wi a bribi taki un d’a libi ete, dati w’e bro. Bro gi na kondre san wi lobi so nanga un heri ati. Sowan wan gi den libi srefi fu sori grontapu o bigi den lobi de gi Sranan. Mi n’e go so fara bika mi wani syi san wi meki fu na kondre. Ma a no a fosi leysi di w’e yere a prakseri fu howpu. Fu den fotentinafeyfi yari nanga den neygi presidenti un syi bun nanga ogri, ma howpu ben de tu. 1975, 1980, 1987, 1991, 1996, 2000, 2005, 2010. Soso ini 2015 un lasi bribi.

A wiki di p’sa mi ben gi Ronnie Brunswijk grani fu di a ben taki en eygi mamatongo. Poti, mi du dati ini Ptatatongo. Wan sma aksi ensrefi fu san ede mi no kebroyki a Sranantongo. We dan, mi kan taygi en, a no a fosi leysi mi e skrifi ini wi eygi tongo. Sonwan feni dati a skrifi a no wan makriki tori fu leysi noso grabu a boskopu. Dan mi e krasi mi baka-ede, aksi mi srefi fa dati kan. W’e taki a tongo, a winsi na af’afu, fa leysi e meki un beti un tongo? M’a bun. Te yu wani leri, yu abi fu skoro yu srefi. Bigin bay wan wortubuku.

Presidenti Santokhi diki kon miti wan tu soro di Bouta libi gi en na baka. So wan fu den no sa betre so esi ini den feyfi yari d’e kon. Fu dati ede feyfi yari syatu. Ibri nyun fesiman di teki kondremakti abra, no e denki p’sa den feyfi yari disi. Ma den mofo e taki trafasi. “Na gi den pikin nanga granpikin di d’a pasi e kon”, den e taki. Ma na ley den e ley bika den e denki fu den srefi fosi. Den e luku san den kan meki fu den srefi ini na syatu pis’ten dati d’e frigiti san den ben pramisi wi di den ben begi wi fu unu sten.

Efu yu no luku bun, so wan fu den soro de so dipi, na koti w’wan Santokhi o abi fu koti den, fu a skin kon betre. Ma a no sa malengri wi. Nofo fu den soro san kweki kon, no ben de fanowdu. Teki a bigi pasi fu eksempre. Bouta ben kan gi tra prenspari wroko a moni so dati un ben kan abi wan moro steyfi gron na ondro un futu. Skoro fu eksempre. A moro bunkopu fasi fu yepi potiwan fu yepi densrefi. No gi den fisi, leri den fu uku.

Ma kon mi taygi unu dati a no moni nanga wan tru ekonomiya w’wan un mankeri. Te un luku fa un tyari un srefi te nanga now, dan w’e syi bigi ay, dyarusu. Bun nanga ogri meki mati tron feyanti. Na a k’ba fu a rigeri di Bouta k’ba rigeri wi syi fa den man seti den srefi. Dyari, gron nanga oso prati, oto seri bunkopu, kompyuter no de fu feni, sturu no de (na tapu gron den ben sidon?), grofu pay e p’sa te mun tapu. Fa wan man di ala den tin yari taki fa a lobi unu (a winsi un no ben lob’en), kan hori un yeye so na spotu? A ben taki leki sma ben tay wis’man n’a t’tey. Dati na wan leri san un no musu fu frigiti. Mi b’o fen’en dyadya fu en efu den payman disi nanga den kado ben kemopo na ini en eygi saka.

Wan tu sani musu de krin. A ten d’e kon un wani sabi san Chan Santokhi wani nanga a kondre. San a wani nanga Ptata. A no san Ptata wani nanga Sranan. A sa musu kapu wan pasi opo, koti wan lin san wi leki libimakandra sa musu waka. Te na ten wi sa syi efu a lin e waka nanga reti. Wi abi fu har’en na en yesi efu a wani teki wan boropasi. Wi abi fu skreki en wiki efu a de fu fadon na sribi. Bari fu howpu nomo no sari. Den fotentinafeyfi yari di de na un baka sori dati mati nanga kompe fu politiki tyari unu go na ini wan swampu nanga bun furu birbiri. A famiriman wisi fu Paul Somohardjo nanga en manpikin Bronto na wan tori san kan sungu unu. Bronto no abi no wan enkri frantwortu noso ondrofeni fu tyari wan boto. Dan fa y’o lon wan her’ ministeriya?

Efu yu no man swen, kayman o nyan yu ondropasi noso a faya son o kiri yu. Wan moro betre skoro Bouta no gi wi fa kondre no e seti. Ini takru ten y’e kisi nyun ideya. Ma wan sani un no musu frigiti, na dati Sranan n’e keba abra feyfi yari. Abra feyfi yari na wan tra bigin fu wan moro betre ten. A no howpu wawan e tyari kenki. Teki yu tyapu, srapu yu owru noso yu ede fu walamala kan nyan wan moro betre tamara. A bigin na tide.

taknangami@live.nl

‘Plantage Wildlust’ wordt verfilmd

PARAMARIBO – De filmrechten van het boek ‘Plantage Wildlust’ van schrijfster Tessa Leuwsha zijn opgekocht door het Nederlands filmproductiebedrijf Staccato Films. Het boek, dat op 5 juni uitkwam, maakte een dusdanige indruk op filmproducent Emjay Rechsteiner, dat hij er een speelfilm van wil maken. 

Voor Leuwsha is het een ware bekroning, dat een filmproducent belangstelling heeft om het verhaal te verfilmen, zo kort na het uitgeven van haar boek. “Een bloedmooi verhaal dat alle dramatische elementen bevat. Het verhaal behandelt een periode; van de contractarbeid na de afschaffing van de slavernij, die nog niet of nauwelijks op film is vastgelegd”, deelt Rechsteiner de Ware Tijd mee.

De filmproducent leerde de auteur kennen tijdens het maken van haar korte documentaire ‘Frits de Gids’ tijdens een filmworkshop van The Backlot. Door The Backlot werd hij als uitvoerend producent aangetrokken om de verschillende documentaires te begeleiden. De auteur en de filmproducent leerden elkaar beter kennen en zij merkte zijn passie voor Suriname op. “Hij vertelde, dat hij een nazaat is van plantagehouders in Suriname”, zegt Leuwsha.

Zijn familie kwam uit Veenland, die onder meer aandelen had in plantage Timotibo, waar de bekende achttiende-eeuwse kruidenkenner en natuurgenezer Kwasi, een zoutwaterslaaf, vandaan kwam. “De voormoeder van Emjay woonde op Timotibo in dezelfde tijd toen Kwasie daar nog een slaaf was”, vervolgt Leuwsha.

Rechsteiner is naast filmproducent historicus en het is meer om zijn laatste functie dat Leuwsha hem in de laatste fase van haar boek benaderde, om met “zijn frisse blik” de tekst te lezen.”Hij raakte meteen geboeid door het verhaal, want toen het boek uitkwam, schafte hij er direct één aan. Vervolgens stuurde hij mij een mail, waarin hij aangaf, dat hij wil proberen om de verhaallijn te verfilmen. Het feit dat een ervaren producent ermee aan de slag gaat, is fantastisch”, zegt de enthousiaste auteur.

Het boek gaat over een stel, met grote dromen en idealen, dat naar Suriname afreist. Oscar wil graag een leidinggevende positie op een plantage en zijn vrouw wil een school beginnen voor de kinderen van de contractarbeiders. Leuwsha: “Mijn boek gaat over het feit dat je niet altijd krijgt wat je wil en dat je met die realiteit zal moeten leren omgaan.”

Oscar is een zachtaardige directeur, maar door het koloniale systeem moeten zij hun weg zien te vinden. Het blijkt al gauw dat ze toch niet zo nobel zijn. “Met inlevingsgevoel wilde ik schetsen dat mensen niet altijd met wrede gedachten in zo’n systeem terechtkomen, maar dat ze meegesleurd worden”, zegt de auteur.

Ze volgt verschillende personages voor het verhaal in het boek, zoals de huishoudster en de zwarte opzichter. Leuwsha zal niet de scenarioschrijver zijn voor de film. “Ik heb het zelf al druk met andere projecten en vind het beter dat iemand, die een frisse kijk op zaken heeft het verhaal voor de film schrijft”, zegt ze.

Rechsteiner is vaker naar Suriname gekomen voor onder meer de lancering van de gerestaureerde versie van de film ‘Wan Pipel’ en is internationaal bekend. Hij produceerde of coproduceerde zestien bekroonde speelfilms, acht bioscoopdocumentaires, twee prijswinnende educatieve films, talloze commercials en een recordalbum. Eén van de bekendste films is ‘The Devil’s Double’,waaraan hij samen met ‘James Bond’-regisseur Lee Tamahori, heeft gewerkt. Daarvoor was er een budget van zestien miljoen euro, het internationaal verkooprecord voor een Benelux-productie, beschikbaar gesteld.

De filmmaker prijst Leuwsha om haar empathisch vermogen. “Ze leeft mee met haar karakters; zowel in een documentaire als in fictie, die op feiten gebaseerd is”, zegt hij. Met het opkopen van de filmrechten gaat de filmproducent op zoek naar financiën om de film te kunnen maken.

Uit : De Ware Tijd, 19 juli 2020

Johanna Schouten-Elsenhout

Johanna Schouten-Elsenhout

19 Yuli 1910 – 23 Yuli 1992

 Puwemaman di ben feti gi Sranantongo

 

Johanna Isidora Eugenia Schouten-Elsenhout, na a aladey libi den ben e kari en ‘Tante Jo’, bigin skrifi puwema yóngu yongu kba. Di a ben abi 48 yari, ne fosi kondre kon sabi taki a e skrifi puwema. A ben e skrifi na Sranantongo nomo, san sma no ben gwenti a ten dati. A skrifi difrenti puwemabuku nanga wan Sranan odobuku. Ini a yari 1974 a wini a Sticusa literatuurprijs nanga a puwema ‘Sososkin’.

A no na Sranan wwan, na dorosey kondre a meki nen so srefi tu. Wan tu puwema fu en poti abra na Doysritongo, Ingrisitongo nanga Rusyatongo. Na a yari 1987 Presidenti fu Sranan gi en grani leki “Ridder in de Ere-orde van de Gele Ster”, dan di a tapu 80 yari Sranan Akademiya nanga Nationale Vrouwen Beweging gi en grani.

16 Yuni 1992 den bigin a “Johanna Schouten-Elsenhout Vrouwendocumentatiecentrum”, san de noya na ini a buku-oso fu CCS.

Na a yari 1999 di misi Hillary Clinton, leki wefi fu a Amerkan presidenti, go na a konmakandra fu orga di no abi fu du nanga Lanti na Den Haag, a bigin a taki fu en nanga a puwema ‘Uma’ fu tante Jo.

19 Yuli 2010 Tante Jo ben o tapu 100 yari efu a ben de na libi ete. Dan fu gi en wan bigi grani Nationale Vrouwen Beweging meki wan stonpopki fu en ede, poti dati na stratisey fu a prasi fu CCS buku-oso.

Dichteres en voorvechtster voor het Sranantongo

 

Johanna Isidora Eugenia Schouten-Elsenhout, ook wel ‘Tante Jo’ genoemd, begon op    jonge leeftijd geheel uit zichzelf met het schrijven van gedichten. Zij schreef uitsluitend in het Sranantongo. Pas op haar 48e werd ze ontdekt als dichteres. Ze schreef diverse gedichtenbundels en een Sranan Odo boek. Met het gedicht ‘Soso Skin’ won ze in 1974 de Sticusa literatuurprijs. In 1987 werd ze gedecoreerd tot Ridder in de Ere-orde van de Gele Ster en op haar 80e verjaardag huldigden de Sranan Akademiya en de Nationale Vrouwen Beweging haar.

Ook in het buitenland droeg ze haar gedichten voor. Een aantal van haar gedichten werd vertaald in het Duits, Engels en het Russisch. In 1999 begon Hillary Clinton, als First Lady van de Verenigde Staten haar toespraak op de bevolkingsconferentie van niet-gouvernementele organisaties in Den Haag met het gedicht ‘Uma’ van Tante Jo. Op 16 juni 1992 is het naar haar genoemde Johanna Schouten-Elsenhout
Vrouwendocumentatiecentrum opgericht, nu gevestigd in de bibliotheek van het Cultureel Centrum Suriname.

Op 19 juli 2010 werd door de Nationale Vrouwen Beweging op het bibliotheekterrein een borstbeeld van haar onthuld.

 

Copyright@NAKS ICONENKALENDER 2018

Sweet Sunday music op de Palmentuin Wakapasi Craft & More

Sweet Sunday music op de Palmentuin Wakapasi Craft & More
Morgen om 18:00 bij de Wakapasi, Okobua o.l.v. Ernie Wolf. Neem je instrument mee, gezelligheid en ritme. Sunday Poku bij de sluis…
♥️🇸🇷🎶🥁🎼🍻🇸🇷♥️

 

Our History: Sarah Boone, inventor of the the ironing board

Sarah Boone (1832–1904)

Who Was Sarah Boone?

Born in 1832 in Craven County, North Carolina, Sarah Boone made her name by inventing the ironing board. Boone was a rarity during her time, a female African-American inventor. In her patent application, she wrote that the purpose of her invention was “to produce a cheap, simple, convenient and highly effective device, particularly adapted to be used in ironing the sleeves and bodies of ladies’ garments.” Prior to that time, most people ironed using a board of wood rested across a pair of chairs or tables. She was living in New Haven, Connecticut, when her patent was granted in 1892. She died in 1904.

Source: https://www.biography.com/inventor/sarah-boone