De Brooskampers

Een stukje historie van Suriname: strijd en bevrijding
De Feydrasi fu Afrikan Srananman heeft zich mede tot doel gesteld om delen van de Surinaamse historie te ontsluieren en daar bekendheid aan te geven om het bewustwordingsproces van de Afro Srananman te bevorderen, te prikkelen en te stimuleren.

Dank aan de Voorzitter van de Feydrasi die het organisatorisch werk op zich heeft genomen om u vandaag hier uit te nodigen om de strijd en bevrijding van deze groep Surinamers te bespreken.

Een stukje geschiedenis van de Brooskampers
Toen in 1863 de slavernij werd afgeschaft bestond er in het zwampgebied tussen de Surinamerivier en de Commewijnerivier een groep van ongeveer 200 Marrons, onder leiding van de gebroeders Broos en Kaliko. Na de afschaffing van de slavernij ging de groep in het plaatsje Rorac wonen aan de Surinamerivier. Het gebied bleek laten rijk te zijn aan bauxiet. Deze geschiedenis met de Suralco en de grondrechten van de bewoners moet nog nader onderzocht en beschreven worden.

De bewoners waren Marrons, dat wil zeggen slaafgemaakten die de plantage waren ontvlucht op zoek naar een beter leven, een beter bestaan: vrijheid. Het gehele proces van marronage is nog niet zo helder beschreven. Velen denken dat de slaafgemaakten gewoon het bos in renden, weg van de plantage en dan marrons werden. Zo eenvoudig liggen de zaken evenwel niet. Het geheel proces van marronage is een langdurig en moeilijk proces dat vaak in etappes verliep, met stappen voorwaarts en stappen terug naar de – hoe dan ook vertrouwde plantage. Eerst de stap: mi musu gowe: niet zo gemakkelijk, het betekent achterlaten van familie, soms geliefden, vrouw en kinderen, een vertrouwde omgeving. Vervolgens de volgende stap: wie moeten hiervan weten? wie is te vertrouwen? In dit proces speelde de basja van de plantage een belangrijke rol. Hij moet de afwezigheid van de slaafgemaakte(n) kunnen rechtvaardigen: ziekte, gebrek, problemen etc. In sommige gevallen was het de basja zelf die de “wegloopactiviteiten” organiseerde. De slaafgemaakte hield zich enige dagen schuil achter de plantage in de bir-biri waar hij ’s nachts voedsel kreeg en drinkwater. Soms ook gereedschappen en kledingstukken. Dan kon besloten worden om verder te trekken of terug te keren als het avontuur toch te groot bleek te zijn. Als men verder trok probeerde men zich te verenigen in groepen, om een aantal risico’s te verminderen. Verder trekkend ( jagend, stelend) probeerde men een verzamelpunt van marrons te vinden. Vandaar trok men verder het bos in. Er waren natuurlijk veel risico’s verbonden aan marronage: onderschept worden door troepen militairen, slaveneigenaars en hun manschappen, dieren in het bos, honger, ziekte, ongeluk etc. Als ze een bestaande groep hadden gevonden moeste ze nog een proces van ballotage ondergaan: zaten er geen spionnen/verraders bij?

De marrons hadden hun kampen zo strategisch mogelijk gebouwd: in/op moeilijk bereikbaar terrein: zwampgebieden met verborgen ingangen uitvalswegen.

De tactiek van de militaire troepen was die van de verschroeide aarde: kostgronden en huizen /hutten in brand steken. Voedselvoorraden vernietigen, gereedschappen onklaar maken met als gevolg: hongersnoden, ziekten en ontberingen van de marrons.

Een korte intermezzo
Wat is geschiedenis? Vroeger dacht men dat geschiedenis niets anders is dan het beschrijven hoe het vroeger was. Nu weten de historici beter: we kunnen nooit precies weten hoe het vroeger was. We kunnen gebeurtenissen van vroeger proberen te reconstrueren, te ordenen en te herordenen en te interpreteren: feiten blijken geen feiten te zijn, waarheden blijken mythen te zijn. Maar dit alles heeft een functie: men schrijft of vertelt verhalen niet zomaar. Ze passen in een bepaald beeld, een bepaalde periode, ze geven uitdrukking aan bepaalde behoeften en wensen.

Historici willen zich graag beroepen op archieven: geschreven stukken, die ze kunnen citeren. Maar die stukken zijn geschreven door een bepaalde partij, ( meestal de overheersers) met een bepaalde intentie, met bepaalde bedoelingen. De andere partij wordt niet gehoord. Die heeft geen archiefstukken geproduceerd. Er zijn wel verhalen: die verhalen worden orale bronnen genoemd. Vooral de hedendaagse historici hebben veel belangstelling voor orale bronnen, omdat die een ander perspectief kunnen geven op de geschiedenis. Dit wordt ook wel de ‘mixed-method’ procedure van geschiedschrijving genoemd.

De Broosmarrons woonden al vanaf 1740 in het zwampgebied rond de Surnaukreek, ook genoemd Kaaimangrasi. Een deel van deze groep verenigde zich met de Boni-negers in 1772. Het zwamp Kaaimangrasi was verraderlijk. Het zag eruit als je er gewoon op kon lopen, maar je zakte er direct doorheen. De eerst gevluchte slaafgemaakten werden door een grote kaaiman gedragen naar de overkant van het de zwamp, vandaar de naam Kaimangrasi. Dit is een stukje orale geschiedenis, die wil aangegeven hoe gunstig de natuur de marrons was om hun te beschermen om hun bestemming ] en doelen te bereiken.

De laatste bospatrouille tegen de Boomkampers
Op 22 mei 182, dus toen de afschaffing van de slavernij reeds in zicht was en de besprekingen hierover gaande of reeds beëindigd, stuurde gouverneur Reinhart van Lansberghe ( gouverneur van Suriname van 1859-1867) een brief naar de Nederlandse Minister van Koloniën. Hij was bevreesd voor wanordelijkheden tijdens en na de afschaffing van de slavernij. De slavernijperiode werd gevolgd door de periode van het staatstoezicht: verplichte arbeid op de plantages voor de periode va 10 jaar. De gouverneur wilde het weglopen ( marronage), vooral in het gebied van Kaaimangrasi indammen door een grote weg aan te leggen tussen de Surinamerivier en de Commewijne zodat er gemakkelijk gepatrouilleerd kon worden door de soldaten. De gouverneur schreef ook, dat de marrons die vrijwillig terugkeerden naar de plantage amnestie zou moeten worden verleend. Deze amnestie had tot doel om de slaveneigenaren in aanmerking te doen komen voor de vergoeding voor elke slaaf die ze hadden. Dit was dus in het voordeel van de slaveneigenaren.

Na veel heen en weer gepraat in Nederland tussen de Minister, de Raad van State en de Koning kreeg de gouverneur toestemming om een amnestie af te kondigen en kreeg hij de beschikking over geld om te weg aan te leggen.

De expeditie/patrouille van militairen en ondersteunende troepen die onder leiding van kapitein Steenberghe bestond uit 70 militairen, 40 lastdragers en 40 kappers. Kapitein Steenberghe moest vanuit Rac a Rac vertrekken in de richting van het kamp van de Marrons aan de Suraukreek. Het doel was om de kampen van Broos en Kaliko te vernietigen. De gouverneur had wel de opdracht aan Steenberghe gegeven om zoveel mogelijk bloedvergieten te voorkomen. Hij had nog steeds de amnestieregeling in zijn hoofd, om te proberen zoveel mogelijk Marrons vrijwillig te doen terugkeren naar de plantages. De tegenstijdige orders aan kapitein Steenberghe maakte het moeilijk die uit te voeren. Hij gaf zijn manschappen daarom ongeladen geweren. De Boomkampers waren echter hiervan niet op de hoogte en voerden een gewone oorlog uit. Ze schoten met scherp op de troepen en er vielen enkele doden. De patrouille-leden raakten in paniek en de hulptroepen weigerden verder te trekken en vluchtten naar Rac a Rac. Nadat er versterking was gevraagd en ook was gekomen besloot kapitein Steenberghe de wapens te voorzien van kogels. Hij gaf het bevel op met scherp op de marrons te schieten en de kanonnen in stelling te brengen.

Na vele uren moeizaam zwoegen in het bos kwamen ze aan bij het moeras, Kaaimangrasi. Met geen moeite lukte het de mannen dit moeras over te steken.

De expeditie werd hier afgebroken. De patrouille keerde huiswaarts, gedesillusioneerd en vernederd. Hiermee, met deze laatste slag, eindigde in feite de gewapende strijd tegen te marrons. De laatste poging van de overheid om de marrons door geweld te dwingen om terug te keren naar de plantages.

Voor de Brooskapers hebben zij deze strijd gewonnen door de hulp van hun Goden en de middelen die ze ter beschikking gesteld kregen van de natuur. De buien die ze om hun armen droegen en die de kogels kon weerhouden. Ze konden zich onzichtbaar maken voor de vijand.

Uit het doopregister van de R.K kerk en andere bronnen blijkt dat in de periode 1897-1914 de volgende families stonden ingeschreven:

  • Babel
  • Landveld
  • Letterboom
  • Melands
  • Kallendorf
  • Grootfaam
  • Maarburg
  • Pleet
  • Duiker
  • Plens
  • Akkerland

Wat is de betekenis van deze strijd van deze (laatste groep) marrons voor ons, nu heden ten dage:

  • Op de eerste plaats respect en bewondering voor hun strijd voor vrijheid en hun eigen ontwikkeling als leefgemeenschap
  • De onderlinge solidariteit en samenhorigheid om gemeenschappelijke doelen te kunnen bereiken
  • Het gebruik kunnen en mogen maken van de middelen en mogelijkheden die de natuur hen bood.
  • Eerbied en respect voor de natuur om ons te behouden te voeden en te versterken.

Lezing van 2 september 2017 van de Feydrasi fu Afrikan Srananman

Door: dr. mr. Edwin Marshall, M.A

Zwarte uitvinders

Interessante informatie over zwarte uitvinders. Met dank aan Lydia Burleson. Het wordt opgeslagen in het Documentatiecentrum EUFRIE.

Bezoek de website van Clifton Braam

In oktober staat onze eigen Clifton Braam weer in de theaters in Nederland met een nieuwe show: Twee landen, één liefde.

In de voorstelling legt Clifton Braam op cabareteske wijze de verschillen bloot tussen de Surinamers en Nederlanders zoals hij die door de jaren heen heeft ervaren. Maar… tegelijkertijd zijn er ook duidelijke overeenkomsten. Wat is het verschil in denken…in leven…genieten en…praten. Wat gebeurt er als de “Nederlander” zich als “Surinamer” gaat gedragen en omgekeerd?

Als je al deze elementen op humoristische wijze de revue laat passeren kom je wellicht tot de slotsom dat er mogelijk meer overeenkomsten zijn dan verschillen. Een programma vol hilarische maar toch ook serieuze ontdekkingen…. Maar bovenal en vooral verrassend herkenbaar voor iedereen.

Clifton Braam is podiumkunstenaar, mediaman, community- en cultuurondernemer. Hij werd geboren op 26 januari 1968 te Paramaribo. Clifton is de zoon van Harold Braam, een van de bekendste moppentappers die Suriname ooit heeft gekend, die op 12 mei 2008 op 71-jarige leeftijd plotseling overleed.Clifton is werkzaam geweest bij ‘Radio SRS Suriname’ als Communicatie Manager. Hij heeft lange tijd bij de radio gewerkt. Hij begon bij ‘radio KBC’ en vervolgde bij ‘Mart radio Amsterdam’ en toen bij ‘radio SRS’. Verder is Clifton ook toneelspeler en acteur, bij ‘MIX MAX’ en ‘de Acteurs van Suriname’ en cabaretier/acteur bij ‘Cabaretgroep 1 en 1 is 3’. Hij is verder Hoofd PR van de Organisatie NAKS en ook ondervoorzitter van het theaterbestuur van NAKS.

Bezoek de website van Clifton Braam, en bekijk de speellijst.

Call for Papers Conferentie 2018

De Universiteit organiseer in juni 2018 de conferentie “Legacy of Slavery and Indentured Labour”. Gegadigden worden opgeroepen om papers in te leveren.

Meer informatie: Call for Papers Conf Legacy of Slavery and Migration

Clifton Braam – Twee landen, één liefde

Onze eigen stand-up comedian Clifton Braam, ook bekend van het cabarettrio 1 + 1 = 3, bespreekt in deze show de verschillen en overeenkomsten tussen Surinamers en Nederlands. Hij bekijkt dit vanuit verschillende invalshoeken. Hilarisch, maar soms ook serieus.

Is er echt zo’n verschil in leven, genieten, praten, denken en doen? En hoe zou het zijn als de Nederlanders zich als Surinamers gaan gedragen, en omgekeerd? Clifton laat het u zien en komt tot dolkomische en verrassend herkenbare vondsten.

In Suriname staat Clifton Braam steevast voor uitverkochte zalen, en gaat nu weer voor een korte solotour naar Nederland. Mis dit niet! En wij garanderen u dat u zeker zult lachen.