Verslag van de activiteit ‘De Koto in de Schijnwerpers’

Op zondag 30 oktober 2016 organiseerde NAKS Nederland in het kader van Black Achievement Month 2016, de activiteit ‘De koto in de schijnwerpers’.

NAKS Nederland vond het belangrijk om deze lezing en presentatie te organiseren, omdat wij van mening zijn dat het Afro-Surinaamse erfgoed niet verloren moet gaan. Uit inventarisatie is gebleken dat de koto een klederdracht is die de status van “bedreigd” heeft. Dit houdt in dat indien er geen juiste stappen worden ondernomen deze klederdracht zou kunnen verdwijnen.

NAKS Suriname staat voor de uitdaging, de koto dracht op de wereld erfgoedlijst van de Unesco te plaatsen. NAKS Nederland levert met deze activiteit een bijdrage om voornoemde uitdaging aan te gaan door de koto in Nederland in de schijnwerpers te plaatsen. De mensen van Surinaamse origine in Nederland kunnen doordat ze meer informatie krijgen over de geschiedenis van de koto, hopelijk veel meer waardering opbrengen voor deze klederdracht. Wij hadden de eer om deze lezing door niemand minder dan mw. Christine van Russel-Henar, directeur van het Kotomuseum in Suriname te laten verzorgen.

De lezing werd op traditionele wijze geopend door dhr. Nel Sedoc. De toelichting over waarom het belangrijk is om de koto door Suriname op de werelderfgoedlijst cultureel erfgoed te plaatsen, werd gegeven door Voorzitter NAKS Suriname Mw. S. Staphorst.

Tijdens de lezing gaf mw. Henar door middel van aanschouwelijk materiaal meer informatie over het ontstaan van de koto, de diepere betekenis van de verschillende draagwijzen, de manier van vouwen, de kleuren, de geheimtaal van hoofddoeken en de angisa odo. Om het geheel tot een perfect plaatje te maken hebben onze dames en heren van NAKS Kulturu Posu een presentatie gegeven over de verschillende draagwijzen.

Aan het eind van de presentatie kon het publiek even de voetjes losgooien op de tonen van Master Kaseko.

Conferencier en NAKS bestuurslid Jerryl Gemin met mevrouw van Russel-Henar.

Mw. Van Russel-Henar in actie.

foto-3

foto-4

foto-5

foto-6

foto-7

foto-8

foto-9

foto-10

foto-11

 

Dichtbundel over Onafhankelijkheid Suriname

Dichters hebben een belangrijke rol gespeeld in het proces van onafhankelijk worden van Suriname. Met dit gegeven in het achterhoofd ging de schrijver Romeo Grot opzoek naar dichtbundels door dichters uitgegeven in de periode 1900 -1980 in Suriname. Het resultaat is een bloemlezing geworden van gedichten die we soms nooit eerder onder ogen gezien hebben en dichters waar we lange tijd niets meer over gehoord hebben.

De gedichten zijn ondergebracht in vijf categorieën: Lobi gi a kondre; Lobi gi a pipel fu Sranan; Natiecreatie; protestgedichten en het speciaal geluid van dichters buiten Suriname.

Gisteren, maandag 5 december werd de bloemlezing feestelijk gepresenteerd in de bibliotheek van het CCS. Aan het programma hebben verschillende dichters hun medewerking aan verleend.

Ewald Romeo Cornelis Grot (Paramaribo, 13 juni 1955) is een Surinaams dichter en schrijver. Grot ging in 1972 naar Nederland, waar hij als sociaal werker actief was. Hij was tot 1985 woonachtig in Nederland en debuteerde er met ‘Ik’ (1973). Die eerste poëziebundel werd alleen gevolgd door verspreid verschenen werk in het Sranan en het Nederlands, gedichten die vaak op maat van voordracht gesneden zijn.

Zijn novelle ‘Georgette mi lobi’ (Georgette mijn lief, 1987) is een aaneenschakeling van gebeurtenissen die een jong stel meemaakt op vakantie in de buurt van Albina tegen de achtergrond van de eerste jaren na de coup van 1980, maar is een opmerkelijk gebeuren als eerste zelfstandige uitgave van proza in het Sranan sinds Edgar Cairo’s Temekoe uit 1969.

Grot stelde poëzieagenda’s samen en bracht in 1999 de cd Singi fu fri (Vrijheidsliederen) uit. Grot is tevens leraar maatschappijleer.

uitnodiging-boekpresentatie-romeo-grot-fu-a-lobi-gi-sranan