GAAN BONUMAN WEL OF NIET OP RECES?

In Dagblad Suriname van 17 december 2013 verscheen een artikel waarin werd aangegeven dat  er bJacintha Liauw, Lucia Sandel-Baal, Nadia Rostam, FJ Rampersad, Samantha Arduin, Iris Nazir, Brigitte Nums liked this post innen de wintireligie de laatste twee weken van het jaar niet gewerkt wordt. De ‘werkers’ gaan op reces. Volgens sommigen heeft dit te maken met de Kerst en de geboorte van Jezus en dat alle aandacht daar naar toe zou moeten gaan, aldus het Dagblad.

Ramon Mac Nack: het klopt niet
Volgens Ramon Macknack, één van de geestelijke leiders binnen de winticultuur met een eigen centrum genaamd Kunje Akata, klopt dat niet. ‘Men moet het meer zien als een soort rustpauze, een vakantie waarbij het afgelopen jaar geanalyseerd en geëvalueerd wordt.” Hij geeft aan dat het er ook mee te maken heeft dat binnen de wintireligie geloofd wordt dat de winti’s of de bigisma (de voorouders) ook rust nodig hebben. “Daarnaast moeten zij, de winti’s of engelen, zelf ook verantwoording afleggen aan de Schepper. Zij trekken zich even terug.“ (Geciteerd uit Dagblad Suriname d.d. 17 december 2013).

Juliën Zaalman: verbaasd en ontsteld
De heer Juliën Zaalman van de organisatie Tata Kwasi ku Tata Tinsensi geeft een uitgebreidere reactie op deze stelling van het Dagblad Suriname. Omdat hij een brief gestuurd heeft naar de redactie van NAKS Tori hebben wij besloten de brief in zijn geheel op te nemen. Zaalman:
“Dit is het zoveelste bewijs dat velen niet weten wat Winti precies inhoudt. Zelfs degenen die het geloof uitdragen, begrijpen veelal de essentie van hetgeen ze uitdragen niet. Winti is een religieussysteem dat zich grotendeels heeft ontwikkeld in de slavenperiode en dat de basis toen was om de onderdrukten een geloofshouvast te bieden zich tegen het grote onrecht van hun inhumaniteit te verzetten. Dat is hun gelukt door vooral morele wapens in de strijd te gooien. Winti gaat er vanuit dat Anana de wereld geschapen heeft en daar te midden staat de mens als een deel van de schepping.

Bonuman gaat nooit met vakantie
De bonuman is de geestelijke leider die geroepen is om het geloof uit te dragen en geestelijk onderricht te geven aan degenen die volgens de wintiprincipes tot geloof willen komen in Anana. Deze roeping gaat namelijk nooit op vakantie, omdat het een gegeven is van Anana zelf welke alleen aan uitverkorenen is voorbehouden. De bonuman wordt geacht ervoor te zorgen dat waarden en normen en de daarbij behorende zedelijke waarborgen, als basis dienen bij de verkondiging. Winti kent geen ‘engelen’ en is ook geen bedrijf waar ‘werkers’ op reces gaan. Dat is zeer absurd en beledigend naar het geloof toe. Belijders die zoeken naar geestelijke voldoening en rust en hierdoor een houvast vinden om een liefdevol leven vol toewijding en opofferingsgezindheid tegemoet te gaan, hebben altijd toegang tot een bonuman die de verantwoordelijkheid van zijn roeping beseft, al waar hij zich ook mag bevinden. In Winti gaat het niet om het enge belang ‘de grootste beloning …, is als iemand in leven blijft!’  of ‘… zien als een soort EHBO waar mensen meer dood dan levend worden binnengedragen.’ (zie enkele passages in het bedoelde artikel van Dagblad Suriname).

Bonuman is er niet voor EHBO-achtige toestanden
In Winti gaat het erom de mens geestelijk te voeden, zijn contact met Anana, de Schepper van het heelal, niet te verliezen en op welke wijze de eigen waarde te beseffen door levenstaken op een juiste wijze uit te voeren.
Met het woord ‘winti’ wordt behalve het religieussysteem ook bedoeld de geestelijke invloeden die worden afgeleid van Ananas kracht. Via deze invloeden/winti zorgt Anana ervoor dat het leven bruist van activiteiten en energie. De mens is daar bewust van via zijn akara (zijn persoonlijke-ik/geestelijke identiteit) en ontvangt van de winti die zijn akara omgeven de benodigde energie om zijn levenstaken te kunnen vervullen. Zonder de winti zou dat een ‘lege’ invulling zijn. De belangrijkste taak van een bonuman is dus niet simpelweg zorgen dat iemand in leven blijft door EHBO-achtige toestanden, maar dat de mens zich op een juiste manier van zijn levenstaken kwijt, zodat het leven stand houdt door voortleving.

Verkeerde uitleg rechttrekken
Tata Kwasi ku Tata Tinsensi voelt zich daarom geroepen om verkeerde interpretaties van het geloof op een juiste wijze te verwoorden. Vroeger was het een gewoonte in de pranasi om op gezette tijden de kondre geestelijk te reinigen van alle denkbaar kwaad. De activiteiten waren de krin-kondre, kondre-wasi en de verschillende posu-presi werden van nieuwe pangi-krosi voorzien. Ter afsluiting werd een kondre-prey gegeven met als doel de saamhorigheid tussen het geestelijke milieu en de pranasi bewoners te bekrachtigen, teneinde te kunnen uitkijken naar een vruchtbare toekomst.

Het is begrijpelijk dat in deze periode de focus niet gericht is op individuele geestelijke samenkomsten, maar op het gemeenschappelijke bijeenkomsten die van hogere waarde zijn, waarbij ook de kondre-bonuman een ‘wasi’ neemt voor een ‘schone’ lei. Dat is de essentie van de sroto-wroko: een bonuman trekt zich terug om zich geestelijk te reinigen en te bezinnen om meer kracht te putten uit de Kracht van Anana. Dit proces wordt genoemd: ‘a e seti konfo-begi nanga en srefi.’  Dat maakt dat hij met vernieuwde kracht kan voldoen aan dat waartoe hij geroepen is. Het gaat om zelfreiniging en –onthouding in een afgebakende periode en in deze periode weet een bonuman wat wel of niet kan/mag. Maar dat betekent niet op ‘reces gaan’ of dat ‘winti moeten rusten’. Winti rusten nooit, omdat het onderdeel is van het leven: het is Anana’s kracht die maakt dat het leven invullingen kent. En leven gaat gewoon door.

Winti in 2014
2014 zal een jaar moeten worden met grote vooruitzichten en een juist streven, waarbij Winti (de religie) haar bijdrage hiertoe nooit en te nimmer zal verzaken. Winti kent haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en gaat die niet uit de weg. Het behouden van het geestelijke evenwicht tussen de verschillende bevolkingsgroepen en denominaties, zal altijd prioriteit blijven en maatschappelijke vraagstukken zoals huiselijk geweld, armoede, verbetering van de positie van de vrouw in de samenleving behoren tot het welzijnsvraagstuk waar voortvarend gewerkt wordt aan de verbetering ervan.

Paramaribo, 17 december 2013

Het bestuur van
Tata Kwasi ku Tata Tinsensi
Juliën Zaalman

MUZIEKSTUDIEKAMP & TOERNEE

15 en 16 MAART 2014 ALBINA, ST. LAURENT, EROWARTE
Van zaterdag 15 tot 16 maart 2014 participeerden ruim 10 jongeren en 5 begeleiders/leerkrachten van NAKS Muziekschool “Mi Agida” voor de 9e keer aan hun jaarlijkse muziek tournee en – studiekamp.

Workshops en optredens te St. Laurent
Op zaterdag 15 maart is er na een warme ontvangst en rondleiding bij de Muziekschool te St. Laurent, een educatief programma uitgevoerd bestaande uit een percussie muziekworkshop door een Franse docent voor alle jongeren van beide muziekscholen. Onze muziekschool, Mi Agida, wil de banden met collega muziekschool St. Laurent versterken door kennisuitwisselingen en gezamenlijke presentaties te houden. Later op de dag werd een optreden verzorgd op de markt van St. Laurent. Op gitaar, keyboard, dron, zang, percussie werd een muziekprogramma gebracht door de jongeren van de twee muziekscholen, eerst twee aparte presentaties en daarna een gezamenlijke percussie Jam.

Erowarte: leerlingen en leerkrachten deden mee
Zaterdagmiddag werd de oversteek gedaan naar Albina alwaar de korte reis naar Erowarte begon. Dertig leerlingen van de school van Erowarte hebben geparticipeerd aan twee workshops en presentaties. Zo ook 30 jongeren uit Albina die theater doen o.l.v. Annelies en Hugo de Boer. De workshops handelende over verschillende aspecten bij muziek en theater. ‘avonds werd een twee uur durende presentatie verzorgd.
Zondag 16 maart participeerden de jongeren van Mi Agida en Erowarte wederom aan een workshop die handelde over techniek, de noodzaak van speltechniek om de kwaliteit van je spel te verbeteren, het gebruik van instrumenten in de klas. In groepen kregen de kinderen opdrachten om hun bestaand liederen repertoire te verrijken met instrumenten (stokken, dron, seki seki en koebel). Ook presentatietechnieken stonden hierbij centraal.
’s Middags participeerden zes leerkrachten aan de workshop die handelde over het vergroten van kunstzinnigheid (toonkunst) tijdens de les in de klas. Dramatische werkvormen, het gebruik van spel bij lesinhouden, het gebruik van instrumenten bij zang, dans en poëzie. De leerkrachten is ook de gelegenheid geboden om per kwartaal contact op te nemen om deel te nemen aan bijscholingsprogramma’s.

Het programma van 2014 is wederom mogelijk gemaakt en ondersteund middels een bijdrage van de ouders, de ministeries van Regionale Ontwikkeling, Onderwijs& Volksontwikkeling, Defensie, Staatsolie, Vaco, Para Springs en  de Stichtingen Tolin Toli Masanga (Tolini Alexander) en Asi-Zebra (Annelies de Boer).

Inspireren jonge muzikanten in het binnenland; bijscholen leerkrachten binnenland
Het Muziekkamp vond plaats in het kader van een kunst- en cultuurprogramma dat 9 jaar geleden geïnitieerd werd door het kunst- en cultuurbureau Lisibeti Music Performing Arts (LMPA) en heeft tot doel om 1) jonge muzikanten in de binnenlanden (basisscholen) te inspireren tot instrumentaal muziekonderricht, maar ook zichzelf te verrijken met toonkunst. Dit deel wordt uitgevoerd met de jongeren van de NAKS Muziekschool.
2) bijscholingsprogramma’s voor leerkrachten te bieden ter ondersteuning bij het vak muziek in de klas. Daarbij wordt er instrumentarium aangeboden aan basisscholen om o.a. toonkunst en instrumentaal onderricht te stimuleren. Aan de leerkrachten worden drie keer per jaar mogelijkheden geboden om bijscholingsprogramma’s te volgen via het bureau LMPA.
De afgelopen 8 jaren zijn zowel Openbare, Rooms-katholieke, Zevende Dagadventisten, als EBGS basisschoolleerlingen bezocht te Loka Loka, Nason, Kayapati, Yaw Yaw, Pambooko, Bigiston, Wan Hatti, Galibi, Donderskamp, Cornelis kondre, Marijkekondre, Moengo en Ricanaumofo. Zo zijn er ruim duizenden jongeren, leerkrachten en ouderen bereikt met dit programma.
Middels deze activiteiten wordt bijgedragen aan verrijking van persoonlijkheids- en culturele ontwikkeling, het ontwikkelen van vaardigheden d.m.v. toonkunst/ muziek, het versterken van mensbeelden en zelfvertrouwen en het bieden van inspiratie en perspectieven voor verdere ontwikkeling.

Inez Renfurm (Mi Agida Logistiek) & Liesbeth Peroti (Mi Agida Artistiek)

ASPECTEN VAN RAS EN GENDER

Samir Barrett, freelance illustrator, heeft ter gelegenheid van Black History Month 2014 in de USA gedurende twee dagen presentaties gehouden over vraagstukken van ras en gender bij tekenfilms, de zgn. cartoons. Tekenfilms die invloed hebben op kinderen behoren zich op meer dan 1 type kind te richten. Dat is momenteel niet het geval in de filmindustrie. “Tekenfilms zijn over het algemeen gericht op jongens. Wanneer de filmkarakters mensen uitbeelden zijn deze over het algemeen blank en man”, aldus Samir, die zoon is van onze Aminata Cairo van de grote NAKS Famiri.

Bekijk je de tekenfilms vanuit een gender standpunt, dan blijkt dat vrouwen in deze films meestal rollen vervullen als vriendin, partner of moeder die een man ondersteunt, in plaats van meer onafhankelijke vrouwelijke karakters neer te zetten. Hij bestudeerde bijvoorbeeld de bekende komische cartoon “The Smurfs” . Volgens zijn bevindingen zijn de smurfs mannen met verschillende persoonlijkheden en 1 vrouwelijk karakter, het meisje. Het meisje moet in de serie ten behoeve van slechterikken de mannelijke smurfen verslaan. Om dat te bereiken moet ze stuk voor stuk de mannen verleiden en ze onderling tegen elkaar uitspelen. In die rol wordt ze dan neergezet als een leuke, lieve Smurfette.

Studies m.b.t. de ontwikkeling van kinderen geven aan dat blanke kinderen zich zekerder voelen dan niet-blanke kinderen omdat ze zich kunnen vereenzelvigen met enkele karakters in tekenfilms. Deze karakters worden in sterkere en meer gevarieerde rollen geplaatst dan de niet-blanke karakters. Samir vervolgt:” Wanneer je kinderen hebt die op deze karakters lijken krijgen zij de boodschap: ik kan zijn wat ik wil zijn. Niet-blanke karakters hebben vaak bijrolletjes of het zijn slechterikken. En hiermee wordt dan ook de grenzen van dat wat de niet-blanke kinderen kunnen bereiken, aangegeven.

Een voorbeeld: de Disney’s film “Frozen,” een komedie-avonturenfilm, gaat over een koninkrijk met alleen maar blanke figuren. Er wordt verzuimd om in de film aan te geven dat er meerdere etnische groepen bestaan. Hoewel Samir veel respect heeft voor Disney, denkt hij dat dit bedrijf wat dit aspect betreft de plank misslaat. Als het mogelijk is om van films te genieten met alleen blanke hoofdrolspelers moet het ook mogelijk zijn te genieten van films met alleen niet-blanke hoofdrolspelers. Als voorbeelden noemt hij: “Avatar, The Legend of Korra”.

Van de ruim 50 animatiefilms die de laatste vijf jaar in de USA zijn uitgebracht, zijn er maar 2 die Afrikaans-Amerikaanse of Aziatische karakters hebben gebruikt, te weten: “The Princess and the Frog”  en “Up”.

Samir geeft aan dat hoewel deze problemen bestaan, er toch ook wel projecten ontwikkeld worden om hierin positieve verandering te brengen. “Steven Universe,” gemaakt door Rebecca Sugar, is bijvoorbeeld tekenfilm, die  zowel blanke, Afro-Amerikaanse, Indiase en andere karakters laat zien. Samir zelf is in dit kader bezig met illustraties voor een stripverhaal dat binnenkort wordt uitgebracht door Future Dude Studios. Hij is ook eigenaar/oprichter van de Mind Wave Comics, een bedrijf dat van plan is bij te dragen aan verandering in de stripverhalenbenadering. Hij is samen met zijn partner begonnen met de productie van een komische stripverhalenserie van een superheld.

Dit soort initiatieven zou veel meer genomen moeten worden.

Indien u geinteresseerd bent in de volledige studies van Samir Barrett, kunt u een bezoek brengen aan: http://sketchmasterskillz.blogspot.com/p/animation.html

HAROLD KONING- OPRICHTER EERSTE NAKS KAWINAGROEP 60-ER JAREN

In 1963 kwam ik uit Nederland terug in Suriname, afgestudeerd in Sociaal Cultureel Werk, en trad in dienst van het Ministerie van Onderwijs, afdeling Volksontwikkeling en Volksvorming (V& V). Daar ontmoette ik Eugene Drenthe, voorzitter van NAKS. Het clubgebouw was toen op de hoek Gemenelandsweg en Zwartenhovenbrugstraat, een klein optrekje.
Drenthe met zijn overtuigingskracht en enthousiasme, haalde mij binnen in NAKS, toen nog Na Arbeid Komt Sport. Binnen de kortste tijd werd ik gekozen tot Ondervoorzitter. Intussen werkte ik aan het organiseren van Buurtwerk vanuit V&V.
Mijn voorliefde voor traditionele Surinaams Afrikaanse muziek bracht mij tot onderzoek over dit onderwerp. De enige Kawinagroep toen, met wat bekendheid, was die van “Big Jones”. Ik bezocht vele Kawina en Winti prey, maakte kennis met verschillende uitstekende zangers en drummers en mijn voorstel om een Kawinagroep op te richten in NAKS werd door het bestuur afgewezen.
Dwarsligger die ik ben ging ik toch door, kompleet tegen de draad, want toen werd Kawina met alle negatieve vooroordelen bestempeld als “vernegerd, negerachtig, minderwaardig”
Cultuur was toen alles wat te maken had met C.C.S. aan de Gravenstraat. In 1965 hadden wij een vaste groep en een van de “nette, goed uitziende mensen” uit de gemeenschap, Ir. Anton Rustwijk was zeer ondersteunend.
Het ging uitstekend en in 1966 kort na de oprichting van de Surinaamse T.V. hadden wij ons eerste T.V. optreden via mijn vriend Sally Blik. Na dat optreden kwam alle misverstand, verkeerde informatie, vooroordeel, negativiteit los. Sommige familieleden en vrienden spraken over de schande die ik de familie bracht. “Kun je nagaan, de zoon van Politie Inspecteur Koning, speelt Kawina op blote voeten met angisa op zijn hoofd, op de nationale televisie. Volledig begrip kreeg ik van mijn ouders, en mijn PNR vrienden, hoofdzakelijk Dobru, Bally Brashuys, en Eddie Hoost. In die tijd beleefden wij de periode van dekolonisatie.
Gedurende mijn studie in Nederland heb ik deelgenomen aan verschillende anti koloniale acties m.b.t. Algerije, Marokko, in Parijs, Brussel, en Amsterdam.
Hoe meer kritiek ik ontving hoe meer vastbesloten ik was, en toen kwam via de Stichting Culturele Samenwerking Suriname en Antillen (STICUSA), dank zij het doorzettingsvermogen van Eugene Drenthe, een uitnodiging voor optredens op Curacao en in Nederland. Vanaf dat moment was er constante vooruitgang te bespeuren: de bewustwording van onze eigen cultuur was niet tegen te houden.
Vandaag de dag woon ik in de USA en ben ik nog steeds actief in vernieuwingsprocessen op professioneel gebied, bijvoorbeeld Hypnose, Neuro Linguistic Programming, Mind-Body Medicine, Spirituele technieken (totaal alternatieve werkwijze) in Mental Health, Qigong (4000 jaar oude Chinese zelfgenezingssysyeem) voor vertraging van ouderdom en voorkomen van zogenaamde “ouderdomskwalen” en andere ziektes.

Benjamin Koningferander over de Arts en Crafts sector in Suriname

Benjamin Koningferander is manager van NAKS Makeda en van andere muziekbands. Maar hij is ook al 15 jaar actief in de Crafts sector. Enkele jaren geleden is hij ook begonnen met het vervaardigen van abstracte beelden.

Benjamin: “Na enige tijd ben ik over gestapt naar het vervaardigen moderne kalebas- en kokosnootproducten, zoals tassen, oorbellen, lampen, asbakken, armbanden en wanddecoraties, omdat deze sneller verkopen, dan abstracte beelden. Op een gegeven moment merkte ik dat ik -ondanks mijn inzet en betere verkoopcijfers- toch niet kon leven van de verkoop van handicrafts in Suriname. Ik ben toen naar Frans Guyana gegaan om marktonderzoek te doen. Daar kwam ik in contact met de stichting La Kas, die werkt met jongeren in muziek en kunst. Al gauw kon ik een samenwerking beginnen, waarbij ik heel veel handicrafts kon verkopen en ook achter kon laten in een bekende kunstwinkel aldaar. Hierdoor doe ik nu goede zaken en kan maandelijks spullen aanleveren en valuta (Euro’s) ophalen. Ik verzorg daar ook workshops en trainingen voor crafters en muzikanten.

Het grootste deel van de crafters, ongeveer 75% zegt dat ze handicraft als hobby beoefenen, terwijl ze ander werk moeten doen om te kunnen voorzien in hun levensbehoeften.  Een aanzienlijk kleiner deel van de crafters,  ongeveer 25% kan wel leven van deze vorm van kunst, omdat zij er een dagtaak van gemaakt hebben en continu produceren om hun producten af te zetten. Ik ben van mening dat deze situatie omgekeerd zal moeten worden door een goed overheidsbeleid en door bundeling van de handicrafters. Op die manier zal dan 75% van de crafters uit deze activiteiten voldoende verdienen om in hun levensbehoeften te voorzien.

Het is bekend dat het Directoraat Cultuur, dat een belangrijk onderdeel is  van het Ministerie van Onderwijs & volksontwikkeling,  vele pogingen heeft gedaan  om de craftsector tot ontwikkeling te brengen, door middel van workshops, trainingen, crafts markets en  crafts festivals. Het Directoraat heeft ook ertoe bijgedragen dat Surinaamse crafters  ons land konden vertegenwoordigen op buitenlandse crafts festivals. Maar er moet meer gebeuren.

Ik denk persoonlijk dat het ministerie van Onderwijs er goed aan zou doen om op bepaalde technische, middelbare en kweekscholen handicraftlessen te verzorgen, zodat jongeren al vroeg skills kunnen leren, zodat ze kunnen uitgroeien tot volwaardige kunstenaars.  Verder zal er  minstens een grote nationale kunstwinkel moeten komen in of dichtbij  het uitgaanscentrum, waar de meeste toeristen langslopen.
Verder is het belangrijk dat alle handicrafters zich bundelen in een sterke organisatie  om zodoende ‘power’ te krijgen om in groepsverband zaken te kunnen doen met de verschillende ministeries, het bedrijfsleven, banken, enz. Ook zullen crafters moeten netwerken om zodoende meer te weten te komen over andere handicrafters in andere districten en andere landen.
Op deze manier zal de crafts sector een ‘boost’ krijgen zodat de crafters die nu alleen maar parttime aan crafts doen, een volledige dagtaak ervan kunnen maken, de Surinaamse cultuur uit te dragen en voldoende inkomsten werven uit deze sector.

LEZING OVER “KUNU”

NAKS IN SAMENWERKING MET DE ISLAMITISCHE FEDERATIE SURINAM

De lezing werd op 15 februari gehouden in het centrum van Naks aan de Thompsonstraat. De organisatie van deze lezing lag in handen van NAKS in samenwerking met de Islamitische Federatie Suriname. Het was een druk bezochte lezing waarvan alle stoelen bezet waren. De heer Cecil Nijman, ondervoorzitter van NAKS was discussieleider.

Inleider en panelleden

  1. Dhr. Clemens Rudy, inleider en vertegenwoordiger van de Islamitische Federatie Suriname
  2. Dhr. Emanuels Salomon, cultureel antropoloog
  3. Dhr. Mac-Andrew Marciano, voorganger, spirituele begeleider (Imam) binnen de  Islamitische Federatie Suriname.

Heer Rudy Clemens: Kunu, eeuwigdurende vloek om kwaad te berokkenen
Volgens inleider Clemens is “kunu” een begrip dat zorgt voor grote angsten in onze samenleving. Namen die daarmee in verband gebracht kunnen worden zijn: fluku, temeku, sondu, mekunu, fyo fyo, koti mofo, ogri ay. Kunu is een eeuwigdurende vloek, uitgesproken of uitgevoerd wanneer de woede of haat van een geest of winti wordt opgewekt. Kunu is een soort vloek, met of zonder rituele handelingen, gezegden en verwensingen met de bedoeling voortdurend kwaad of leed te berokken. Kunu wordt uitgesproken of uitgevoerd door een mens ( v.b. moeder vloekt kind; iemand vloeken die gestolen heeft) wiens woede en haat is opgewekt. De vloek dan is bestemd voor een mens, een groep, het volk, een plaats of een object. De oorzaak van kunu kan ontstaan door het (on)bewust begaan van een ernstige zonde zoals: ondeugd, misstap, slechte daad, misdaad, misdraging, overtreding, moord, tegen een ander wezen.

Voorbeelden van Kunu

  • Iemand heeft in het geheim een andere vermoord. Na jaren raakt een familielid van de dader in trance en vertelt dat hij de geest van het slachtoffer is en doet het hele gebeuren uit de doeken, maar ook dat hij reeds de dader en anderen heeft gedood en uit is op voortdurende wraak.


Kunu kan niet uitgeroeid worden
Volgens heer Clemens kan kunu leiden tot dood, lichamelijke of geestelijke letsels en materiële schade. Men neemt kruidenbaden, doet aan dansrituelen, gebeden en offeranden om de behandeling/genezing tot stand te brengen (stoppen van de wraakgeest). Indien de behandeling aanslaat kan alleen de activiteit, soms voor langere perioden uitgesteld worden. Dit ziet men als een afkoeling van de kunu. Een werkelijke opheffing van kunu is helaas niet mogelijk. Kunu kan niet uitgeroeid worden. Dus is het beter om kunu te voorkomen, door het vermijden van handelingen die tot kunu kunnen leiden. Men moet gewoon anderen niet bewust onrecht aandoen.

Salomon Emanuels: Kunu is een instrument om rust en orde te scheppen
Kunu zegt iets over de opvattingen, ideeën, gedragingen, uitingen en handelingen van de ene wezen ten opzichte van een andere wezens. Als iemand loopt met het idee dat hij gedood zal worden als hij een misdaad begaat, zal dat idee zijn gedrag beïnvloeden. Als iemand gelooft dat een kunu gecreëerd zal worden wanneer die een slang doodt omdat er iets huisvest in die slang en hij doodt werkelijk de slang, dan kan er voor hem een kunu ontstaan.
Mensen doen elkaar kwaad middels woorden en daden. Dit kan dan leiden tot die eeuwige vloek, die een mens met zich meedraagt. Het nageslacht lijdt onder kunu omdat het een erfgoed is van de familie. De gepleegde zonde verdwijnt nooit meer. De pleger heeft dus gezorgd voor die kunu. Hierdoor zullen de overige familieleden deze pleger altijd verwijten.
Wetenschappelijk bekeken is kunu een soort instrument om rust en orde te handhaven onder mensen om conflicten op te lossen.

Imam Mac-Andrew: Misleidende dwaalgeesten
Kunu heeft volgens hem te maken met onrecht (misdaad). Een misdaad plegen gebeurt volgens hem niet altijd bewust. Bijvoorbeeld het per ongeluk doden van een tapijtslang tijdens het schoonmaken van het erf en verbranden van erfvuil. Deze handeling is dan onbewust en er is dan ook geen onrecht gepleegd. Volgens hem zijn het misleidende wraakgeesten (dwalende krachten) die er op uit zijn hun missie te bereiken. Om het geen kunu te laten worden moet men ervoor zorgen om gen slangen te dienen/aanbidden. Maar als men bewust een misdaad pleegt zal dat altijd gevolgen hebben. Een daarvan is een kunu.

JENNIFER BAARN HEEFT EEN MEMORIAL VAN NELSON MANDELA BIJGEWOOND IN KAAPSTAD

EEN OOGGETUIGENVERSLAG

NAKS Tori verslaat vol trots het ooggetuigenverslag van Jennifer Baarn van de NAKS Famiri, die in Tanzania woont en de Kaapstad Memorial van Nelson Mandela heeft kunnen bijwonen. Het verslag van Jennifer.


Ik ben toevallig in Kaapstad, Zuid Afrika, en heb het moment aangegrepen om de memorial van Nelson Mandela in het Kaapstad  World Cup stadion bij te wonen op woensdag 11 December 2013.
Yongu, wat een ervaring.
De Kaapstedelingen kwamen met meer dan vijftig duizend man opdagen in hun Mandela t-shirts en met duizenden vlaggen. Alle leeftijden, gezinnen, bejaarden, blank, zwart, aziaat en alles er tussenin. Zuid Afrika is een regenboog natie en Mandela was van iedereen.

Mandela is niet dood
Met de dood van Mandela had het evenement weinig te maken. Want zoals de verschillende sprekers zeiden; “Mandela is niet dood, hij leeft in ons verder”. Dus was dit een festival om Mandela zijn leven en nalatenschap te vieren. Het publiek was zo uitbundig dat ik vaak vergat wie beter zong en danste, de mensen op het podium, of die naast mij in het stadion. Groepen jongeren dansten door het stadion om het publiek op te jutten. Een ontroerend moment was toen een groep van 500 jongeren op het veld naar een vak van wel 2000 ANC vrouwen toedanste. De jongeren dansten en zongen strijdliederen die hun grootouders zongen tijdens de apartheid. De vrouwen zongen terug. Twee generaties in samenzang en op dezelfde golflengte. De rest van het stadion deed zeker een uur lang joelend mee.

Artiesten zoals Annie Lennox en Ladysmith Black Mambazo waren present en tal van bekende Zuid Afrikaanse artiesten, dichters, politici en sportsmensen. Oude hits van Miriam Makeba werden in een modern jasje gepresenteerd. Ik zat vlakbij een echtpaar uit Argentina en we konden als Zuid Amerikanen alle Makeba liedjes moeiteloos meezingen. Want de strijd van de Zuid Afrikanen toendertijd was van iedereen.

Wat me ook opviel was de massale opkomst van de Kaapse gay-community. In Zuid Afrika geldt gelijkheid voor iedereen, ongeacht ras, geloof en seksuele voorkeur. Het is ook een van de meest progressieve landen ter wereld mbt gay rights. Veel gay bars rondom het stadion hadden roze gekleurde Madiba (de clan naam van Mandela) posters opgehangen om hem te bedanken voor zijn onvoorwaardelijke steun aan gelijkheid, die ook voor hun een beter Zuid Afrika had gebracht.

Kaapstad:indrukwekkend eerbetoon
Kaapstad is de stad waar Mandela 27 jaar lang gevangen is gehouden, de eerste 18 jaar voor de kust op Robben eiland en daarna in Polssmoore Prison. Burgemeester  Patricia de Lille heeft haar stad opgeroepen om het goed te maken met Madiba. “Laat de geschiedenisboeken  Kaapstad vereenzelvigen met de droom van Mandela en niet met zijn gevangenschap” Haar onderdanen hebben hier op overweldigende wijze gehoor aan gegeven. In zoveel winkels hangen posters en staan condoleance registers, wolkenkrabbers hebben metershoge afbeeldingen van Mandela.  Het is een indrukwekkend eerbetoon aan een herdersjongen die zich ontwikkelde tot vrijheidsstrijder, president en wereldleider.

Bevrijdings- en ereliedjes
Tijdens de herdenkingsbijeenkomst bleef het zingen en dansen niet beperkt tot het stadion. Ook na afloop danste iedereen door de straten, de hele regenboognatie zong bevrijdings- en ereliedjes voor Mandela. Ik heb die avond het Zuid Afrikaanse volkslied wel 20 keer gezongen. Een groep gehoofdoekte moslimvrouwen van Aziatische afkomst zong en danste de kenmerkende traditionale hinkstapsprongen van de Zulu’s. Het waren de leerlingen van een Islamitsche middelbare school en hun moeders en docenten. Mandela is onze president, Mandela is onze Tata (vader) zongen ze in het Xhosa, de taal van Mandela zijn volk. Het was toch ook een moment van bezinning.

Na so mi wani dede
Ik kom ook uit een regenboognatie en ook wij hebben op onze eigen manier harmonie gevonden. Maar evenaren we dit? Kan je dit sowieso evenaren? Zuid Afrika heeft enorme problemen; hoge werkloosheid, explosieve HIV cijfers, stijgende criminaliteit, oneerlijk verdeelde welvaart, corruptie. De spanningen tussen blank en zwart EN arm en rijk zijn nog steeds evident. Zuma’s ANC krijgt steeds meer onvervalste kritiek voor hun wanbeleid, nepotisme en corruptie. Maar dat was iedereen in Kaapstad even vergeten, want op woensdag ging het om Madiba zijn long walk to freedom en de droom van een verenigd Zuid Afrika met gelijke kansen voor iedereen.

“Na so mi wani dede”,  dichtte Edgar Cairo eens…zo wil ik sterven, in al mijn grootsheid en Tata Madiba heeft dat zeker gedaan.

Een video verslag is te vinden op: http://www.youtube.com/watch?v=Mpk-DGEvdLc
De vide geeft een indruk van de uitbundigheid die de jongeren initieerden. Op 3:20 kan je me even in beeld zien met mijn rode vest, twee stoelen verwijderd van de meneer in het groen die geïnterviewd werd. Ik heb ook het condoleance register bij het Robben Eiland Museum getekend en zijn cel vol bloemen en kaarsen bezocht.

DRINK VEEL WATER

Bijna 60% van het menselijk lichaam bestaat uit water; de hersenen bestaan voor 70% uit water en de longen voor bijna 90%. Een mens moet per dag ongeveer 2,4 liter vocht vervangen, een gedeelte door te drinken en een gedeelte wordt door het lichaam uit het voedsel gehaald. We weten allemaal dat water goed is voor ons, maar de exacte redenen daarvoor zijn soms een beetje vaag. En zelfs als we al weten waarom we veel water zouden moeten drinken, is het in Suriname jammer genoeg bij veel mensen geen gewoonte.

Hier volgen 9 redenen waarom je water zou moeten drinken

1) Gewichtsverlies
Water is één van de beste manieren om gewicht te verliezen. Ten eerste omdat het vaak drankjes met een hoog caloriegehalte vervangt, maar ook omdat het heel goed helpt om het hongergevoel te onderdrukken. Drink dus veel water om je gewichtsverlies te stimuleren.

2) Een gezond hart
Het drinken van een behoorlijke hoeveelheid water kan je risico op een hartaanval verlagen. Diegenen die meer dan 5 glazen water per dag drinken, lopen 41% minder kans op een hartaanval dan degenen die minder dan 2 glazen water per dag drinken.

3) Energie
Als je uitgedroogd bent dan stroomt je energie weg en heb je een gevoel van moeheid. Als je dorst hebt dan ben je eigenlijk al uitgedroogd. En dit kan dan weer leiden tot moeheid, spierzwakte, duizeligheid en andere symptomen.

4) Middel tegen hoofdpijn
Nog een symptoom van uitdroging is hoofdpijn. Vaak als we hoofdpijn hebben is het simpelweg een zaak van niet genoeg drinken van water.

5) Een gezonde huid
Het drinken van water kan zorgen voor het reinigen van je huid. Mensen zeggen vaak dat ze een glanzende huid hebben door het drinken van genoeg water.

6) Spijsverteringsproblemen
Ons spijsverteringssysteem heeft een flinke hoeveelheid water nodig om het voedsel goed te kunnen verteren. Vaak helpt water bij het oplossen van maagzuurproblemen en water, gecombineerd met vezels, helpt ook bij problemen van hardlijvigheid.

7) Reinigen
Water wordt door het lichaam gebruikt om gifstoffen en afvalproducten uit ons lichaam te verwijderen.

8) Kanker risico
Gerelateerd aan het spijsverteringssysteem zoals hierboven genoemd, is het drinken van een gezonde hoeveelheid water een uitstekend middel om het risico op darmkanker met 45% te verminderen, blaaskanker met 50%. Ook het risico op borstkanker kan verminderen.

9) Betere lichaamsbeweging
Als je uitgedroogd bent dan zal dit ongetwijfeld je atletische ambities nadelig beïnvloeden. Het maakt je trager en dingen zoals het heffen van gewichten of hard lopen gaan veel moeilijker. Als je lichamelijke oefeningen doet, dan heb je extra water nodig, dus zorg dat je voor en na de oefeningen voldoende water drinkt.

Het drinken van water moet al op jonge leeftijd aangeleerd worden. Kom op Surinamers…. We kunnen het! Onze bevolking moet van jongs af aan gewend raken aan drinken van water. (Bron: De Ware Tijd Online, 16 april 2014).

Melvin Boerleider

DR. ANDRIES VELTHUIZEN UIT ZUID-AFRIKA OP BEZOEK IN SURINAME

Van 8 t/m 15 februari was Dr. Andreas (‘Dries’) Velthuizen van het Institute for Dispute Resolution in Africa (IDRA), Faculteit der Rechtswetenschappen van de Universiteit van Zuid Afrika, op bezoek in Suriname, om zijn kennis en ervaring te delen met NAKS, Saamaka Akademiya en overige Surinaamse belangengroepen. Als eerste stap voor het tot stand brengen van een samenwerkingsverband met de IDRA, hebben de organisaties Dr. Velthuizen via de Surinaamse Ambassade in Zuid-Afrika uitgenodigd een bezoek te brengen aan Paramaribo. Hiermee verwachtten de initiatiefnemers dat met dit bezoek niet alleen de internationale samenwerking zal worden vergemakkelijkt, maar dat dit ook zal bijdragen aan samenwerkingsonderzoeken tussen Zuid-Afrika en Suriname. Dit als onderdeel van de Afrikaanse Diaspora, waarbij deze uitwisseling van kennis en ervaring een zeer goede leerervaring zal zijn voor beide landen.

Het programma zal gericht zijn op de maatschappelijke betrokkenheid van kwetsbare gemeenschappen in het binnenland, waaronder historische aspecten die geleid hebben tot conflicten zoals slavernij, burgeroorlog en geschillen gerelateerd aan economische en sociaal-culturele ontwikkeling.

Gedurende zijn bezoek heeft Dr. Velthuizen de ervaringen die hij heeft opgedaan gedurende het participatief onderzoek onder de San gemeenschap van Platfontein, Zuid-Afrika.
Dr. Velthuizen heeft informatie gedeeld over de onderzoeksprotocollen en gebruikte methodes tijdens zijn onderzoek onder traditionele bevolkingsgroepen. Daarnaast heeft hij ook zijn ervaring gedeeld m.b.t. de manier waarop conflicten op een participatieve manier in kaart gebracht kunnen worden en hoe een kenniscentrum opgezet kan worden voor het oplossen van geschillen binnen leefgemeenschappen.
Dr. Velthuizen heeft interviews en focusgroep meetings gehouden met belangrijke personen en belangengroepen in Paramaribo en in het binnenland. Hierdoor heeft hij vergelijkingen kunnen maken tussen de methodieken die in Zuid-Afrika en Suriname gehanteerd worden.
Met een vertegenwoordiging van de Universiteit heeft hij besprekingen gevoerd om te praten over toekomstige samenwerking tussen de Surinaamse en Zuid-Afrikaanse universiteiten. Op … heeft hij in de University Guesthouse een Master Class Conflict Resolution verzorgd om zodoende kennis over te dragen aan universiteitsstudenten en docenten.
De activiteiten van Dr. Velthuizen werden ondersteund door het Ministerie van Regionale Ontwikkeling.

Op 14 februari 2014werd een workshop Conflict Resolution georganiseerd in de Congreshal. Daarbij werden er twee inleidingen verzorgd. De inleiding van Dr. Velthuizen had betrekking op  de ‘bottom-up’ oplossing van conflicten van leefgemeenschappen, waarbij de methoden die ontwikkeld zijn op basis van wetenschappelijk onderzoek onder de San gemeenschap in Zuid – Afrika, aan de orde kwamen.
Drs. S. Emanuels heeft een Surinaamse case van het dorp Nieuw Aurora aan het publiek gepresenteerd, waarbij diverse aspecten van conflict en conflicthantering aan de orde kwamen, evenals het spanningsveld tussen de nationale wetgeving en de lokale erkenning of niet-erkenning daarvan. Hij stond ook stil bij het spanningsveld tussen traditionele gebruiken en moderne ontwikkelingen binnen leefgemeenschappen in het binnenland van Suriname.

De panelleden Albert Aboikoni, Justina Eduards, Setty Leter hebben hun visie geven op het gepresenteerde en ook hun eigen accenten leggen op de traditioneel-culturele, juridische en politiek-bestuurlijke aspecten van conflicthantering binnen leefgemeenschappen in het binnenland. De workshop werd bijgewoond door vertegenwoordigers van NGO’s, het bedrijfsleven en de overheid.

SLAAN VAN KINDEREN

“Kom hier! Waarom heb je dat glas laten vallen? Kijk wat voor rommel je gemaakt hebt!”….pats..pats..pats.

Herkent u dat? Genieva (3 jaar) is weer ondeugend geweest. Moeder laat merken dat ze het niet leuk vindt door haar te klappen op haar billetje.
Mogen ouders hun kinderen slaan als onderdeel van de opvoeding? Mensen denken verschillend hierover. Sommigen gaan ervan uit dat ze zelf als kind vaak pakslaag gehad hebben en toch goed terecht zijn gekomen. Een andere opvatting is: ‘gelukkig dat mijn ouders me flink aangepakt (geslagen) hebben anders was ik niet wie ik vandaag ben, want ik was vreselijk lastig”.
“ Als er gevaar voor het kind dreigt (bijvoorbeeld als het kind de hand uitsteekt naar het hete gasfornuis) dan is het goed om het kind een tik te geven”, menen sommige ouders. Die klap is dan bedoeld om hem af te schrikken.
Maar er zijn ook mensen/ouders die absoluut tegen slaan zijn: “als je jouw kind opvoedt zonder te slaan, dan maak je geen sufferd van hem of haar, maar wel iemand met zelfrespect en respect voor anderen”.

Waarom gaan ouders ertoe over om hun kind te slaan?
Eerlijk is eerlijk onze lieverdjes kunnen je soms het bloed onder de nagels vandaan halen! Ze doen dingen die niet mogen, zitten aan onze kostbare spullen, dreinen om niets, dwingen, halen gevaarlijke stunts uit….U kent het allemaal wel. En ouders zijn ook maar mensen. We hebben, als het kind zich niet gedraagt zoals wij dat willen, soms moeite onszelf onder controle te houden.
Ouders kunnen ook gemakkelijk slaan als ze moe zijn. Na een lange werkdag verlang je naar rust en juist dan haalt je kind allerlei kattenkwaad uit! Energie om te waarschuwen en uit te leggen wat niet en wel mag is er niet meer, dus een klap is gauw gegeven.
Ook drukte, geldzorgen, persoonlijke problemen kunnen maken dat ouders zich uit hun tent laten lokken en gaan slaan. Als je als ouder zelf niet goed in je vel zit is de kans groter dat je jouw geduld verliest en boos wordt op je kind als hij of zij lastig is. En kinderen reageren intuïtief op je slechte bui door nog meer negatieve aandacht te vragen of stouter te zijn.
Er zijn ouders die denken dat je een kind moet slaan om hem/haar “te sterken”, anders wordt hij/zij een “bobo”. Anderzijds denken ouders ook dat als je slaat het voor het kind duidelijk is wie de baas is, m.a.w. dat je niet over je heen laat lopen.

Moeten ouders slaan?
Het blijkt dat kinderen tussen anderhalf en zeven jaar het meest geslagen worden. In deze leeftijdscategorie zijn kinderen de wereld om zich heen aan het verkennen. Ze zijn nieuwsgierig, ondernemend, onderzoekend. Ze willen weten wat er bijvoorbeeld overblijft als ze de aarde uit de plantenbak weg halen; wat gebeurt als ze die knoppen van je dure apparatuur indrukken. Kinderen hebben nog geen inzicht in de waarde van dingen. Ze beseffen niet hoeveel moeite en geld het u gekost heeft om die aan te schaffen. Kinderen zien ook nergens gevaar in. Zeker kleintjes zijn zich niet bewust van de consequenties van hun gedrag. Je kunt dan wel klappen uitdelen (en die komen op die kleine billen uiteraard behoorlijk hard aan, dus gevolg: gebrul), en Jamal zal er behoorlijk van schrikken, maar morgen of soms zelfs een paar uren later is de verleiding er weer en wat doe je dan? Nog meer klappen? Hardere? Of misschien zit de schrik er zodanig in dat Jamal in het bijzijn van jou het ongewenste gedrag niet meer vertoont, maar wel als je niet in de buurt bent.

Hoe ervaart een kind een pakslaag?
Een kind ervaart een pakslaag (maar ook een simpele tik) als een handeling van geweld. Als er vaker geslagen wordt, dan kan er een sfeer van angst en wantrouwen tegenover de ouders ontstaan.
In het algemeen voelt ieder kind zich veilig bij de ouders, maar als er wordt geslagen door die ouders, van wie het kind verwacht dat ze van hem houden, dan kan het zich behoorlijk onveilig voelen.
Grotere kinderen die geslagen worden weten dat ze niets tegen hun ouders kunnen doen, maar laten op de een andere manier merken dat ze het hier niet mee eens zijn, bijvoorbeeld ze maken hun huiswerk niet, lopen van huis weg, ze richten hun boosheid op anderen, bijvoorbeeld jongere broertjes of zusjes of vriendjes, enz.

Is slaan de manier om gehoorzaamheid af te dwingen?
Houdt het ongewenste gedrag daarmee op? In de praktijk blijkt dat dit slechts tijdelijk het geval is. Het kind zal schrikken en stoppen met het gedrag, maar zoals eerder gezegd, meestal doet het kind na een bepaalde tijd weer iets wat niet mag.
Bovendien geven ouders die slaan een bepaald voorbeeld, namelijk: als iets je niet bevalt, als je wilt dat iets ophoudt of als je wilt dat er gedaan wordt wat jij zegt dan kun je dat afdwingen door te klappen. Kinderen imiteren hun ouders. Ze zullen er niet toe overgaan hun ouders terug te slaan, maar wel anderen, die kwetsbaarder zijn dan zijzelf.

Wat moeten ouders dan wel doen?

  • Als het enigszins mogelijk is: houd je kostbaarheden buiten bereik van je kinderen. Ook dingen die een gevaar kunnen opleveren moeten niet in de buurt van kinderen blijven (bijvoorbeeld de fles chloor zet je het liefst in een kast waar je kleintje niet bij kan).
  • Wanneer het kind dingen wil doen die niet mogen, probeer hem dan af te leiden. Zeg niet steeds “niet doen”, dat maakt kinderen juist nieuwsgierig en willen ze juist wel
  • Leg het kind uit waarom je niet wil dat hij bijvoorbeeld aarde uit je plantenbak weg schept.
  • Laat je niet uitdagen/ uit je tent lokken! Handel niet als je boos bet. Tel tot tien om jezelf tot kalmte te dwingen en als dat niet helpt ga even uit de situatie.
  • Zorg goed voor jezelf, m.a.w. rust wanneer dat kan; als jij je fit voelt kan je meer hebben.
  • Probeer eraan te denken dat het kind in een bepaalde (ontwikkelings-)fase zit, m.a.w. verplaats je in hem/haar.

Heb je toch een keer een klap gegeven en je hebt er spijt van zeg dan “sorry, ik was erg boos, maar ik had je niet moeten slaan”.  Vermijd te zeggen dat het de schuld van het kind zelf is dat je geslagen hebt, omdat ze ongehoorzaam was!

Als de sfeer in huis prettig is, er een goede onderlinge communicatie en wederzijds respectis, dan zullen er zeker geen klappen vallen, ook al doet het kind weleens dingen die we niet prettig vinden.

Inez Sijlbing