KLASSIEKE COMPONISTEN VAN AFRIKAANSE AFKOMST

Beste lezer, in deze editie van ons NAKS blad besteed ik aandacht aan een drietal grote Klassieke componisten van Afrikaanse Afkomst uit de 18e, 19e en 20e eeuw. Heel interessant en verijkend is het deel over de ware identiteit van de beroemde Duitse componist (Ludwig van)Beethoven. De twee andere componisten zijn de Ghanees Kwabena Nketia en Surinamer Johannes Helstone.

Liesbeth Peroti

Alvorens te beginnen met Johannes Helstone, geef ik eerst een definitie van het woord ‘klassieke componisten’ in deze context. Klassiek is een muziekstijl gebaseerd op regels die door de eeuwen heen zijn vast gelegd door Europeanen zoals bijvoorbeeld Franse, Italiaanse, Duitse en Russische musici is zijn vastgelegd. Een componist is een persoon die aan de hand van specifieke vastgestelde ‘Westerse’ muziektheorie, muziek schrijft.

Nicodemes Johannes Helstone
Nicodemes Johannes Helstone, die zich later Johannes Nicolaas Helstone noemde, was componist, pianist en schrijver, geboren te Berg en Dal op 11 januari 1853. Hij studeerde in Leipzig in Duitsland waar hij op 1 juli 1894 cum laude promoveerde aan het Koninklijk Conservatorium. Ter gelegenheid van zijn 95e geboortedag is het monument op het Kerkplein onthuld.

Muziekwerken van Helstone. Hij schreef verschillende werken waaronder ook Europese volklie­deren zoals Mazurka’s. Zijn grootste roem kreeg hij met de opera ‘Het pand der Goden’ waarvan de Duitse versie in Berlijn bekend was. Belangrijk te weten is dat de compositie van Helstone gekozen door Henny de Ziel (1916 – 1975), schrijver van het Sranantongo couplet van het Surinaams Volkslied, in 1959 het nieuwe Surinaams volkslied moest worden, maar het werd afgewezen door de toenmalige Staten van Suriname. Uiteindelijk is de melodie gekozen van Johannes de Puy (1835 – 1924).

Boeken van Helstone. Helstone schreef ook het boek ‘ Wan spraakkunst vo taki en skrifi da tongo vo Sranan’, een grammatica van het Sranantongo. Hij schreef ook ‘Neger-Engelsche Spreek­woorden’ (1924) in vijf delen. Hij sprak vloeiend Sranantongo, Ne­derlands, Duits, Frans, Engels en Spaans. Manuscripten en vele an­dere composities gingen verloren bij een grote brand in 1899, alsook zijn hele inboedel, waaronder twee piano’s. Hij overleed in april 1927 op 74 jarige leeftijd.

Professor J. H Kwabena Nketia
Professor J. H Kwabena Nke­tia werd geboren in juni 1921 in Mampong in kleine plaats in de Ashanti regio. Hij was een student van Ephraim Amu. Hij is nu 82 jaar oud en woont in Accra. Hij studeerde Muziek aan de Universiteit in Londen en African Studies. Aan de Julliard School of Music in New York studeerde hij muziekwetenschappen en compositie. Hij schreef voor fluit, viool, percussie, piano en stemmen. ‘Volta Fantasy’ (1961) een ‘Contemplation’ zijn enkele van zijn werken. Nketia is een bekende West-Afrikaanse componist, die de interpretatie, compositorische technieken, ritmische elementen en esthetica van Afrikaanse volksmuziek op revolutionaire wijze tot ontwikkeling heeft gebracht. Het vele werk van deze componist is een standaard geworden voor wetenschappers, musici en instituten in de in de wereld.

Ludwig van Beethoven
Ludwig van Beethoven, componist en pianist, werd geboren in Bonn, Duitsland op 17 december 1770 en overleed in maar 1827, op 57 jarige leeftijd. Hij schreef heel veel muziek voor o.a. orkesten, piano, stijlorkesten en stemmen. Bekend zijn onder andere de 5e symfonie, maar ook een compositie die enkele jaren geleden verheven is tot het volkslied van de Europese Unie.

Beethoven is van origine zwart
Beethoven die al eeuwen wereldwijd bekend staat als een man met een blank getinte huidskleur is van origine zwart. Een wetenschapper die vele onderzoekingen naar dit fenomeen deed is Dr. Kwaku Person Lynn.

Beethoven die in deze wereld genoemd wordt als de grootste Europese klassieke componist allertijden, was een zwarte man. Zijn moeder was een Moor, een groep van Afrikaanse moslims, die delen van Europa hadden bezet en die in Spanje zo’n ruim 800 jaar als hoofdstad hadden. In enkele van Beethoven’ s hedendaagse biografieën werd het volgende over hem geschreven (vrij vertaald naar het Nederlands):

Frau Fischer, een goede vriend van Beethoven typeert zijn huidskleur als zwartbruin.

Frederick Hertz, een Duitse antropoloog, omschreef zijn negroïde trekken, donkere huid, platte en dikke neus.

Emil Ludwig schreef in zijn boek ‘Beethoven’ dat hij geen enkele trek had van een Duitser, hij was zo donker dat mensen hem
‘Spag­no’ (donkere huid) noemden.

Identiteit opzettelijk vervalst
In het boek ‘The changing image of Beethoven’ geschreven door Alessandra Comini, presen­teert ze een reeks van argumenten. Joseph Haydn, docent van Beet­hoven en een grote componist uit zijn tijd, geeft toen al aan dat we vaak om redenen gevoed worden met valse informatie. Kwaku Per­son Lynn benadrukt, dat het geen geheim is dat wetenschappers, schrijvers, critici, adverteerders en Hollywood de geschiedenis heb­ben vervalst. Heel belangrijk is ons ervan bewust te zijn, dat we heden ten dage vele deskundigen, activis­ten en wetenschappers hebben, die het voortzetten van vervalsing van geschiedenis kunnen verstoren en corrigeren. Geschiedenis die al eeuwen als standaard en canon in de academische wereld werd aangenomen.

“Een valse noot zingen is onbelangrijk, maar zingen zonder passie is onvergeeflijk.”
Ludwig van Beethoven

NAKS TORI no.12, 2013 editie

PLANTAGE LA PROSPERITE (BERSABA EN OMGEVING) 131 JAAR GEKOCHT DOOR 9 VOOROUDERS

Plantage Prosperité (Bersaba) bestaat al bijna 300 jaar, maar op zondag 19 mei herdenken de erfgenamen dat negen voorouders de plantage 131 jaar geleden hebben gekocht en hiermee een stevige basis hebben gelegd voor hun nazaten. Het huidig plantagebestuur, ingesteld op 13 januari 2013, onder leiding van Elviera Sandie, organiseerde op deze dag een famiri dey, waarbij alle nazaten van de kopers elkaar konden ontmoeten, de familiebanden aansterken en bovenal van gedachten wisse­len over de toekomst van hun geliefde plantage.

Elviera Sandie

Bij de honderdjarige herden­king van de plantage, is er een monument geplaatst om de negen kopers te herdenken, maar er is nadien nog weinig eer betoond. Wij willen de herden­kingsdag tot een jaarlijks evene­ment maken” aldus Sandie die stelt dat het best als voorbeeld mag dienen voor andere plantages waar het historisch zelfbewustzijn weer moet groeien.

Plantage La Prosperite 1De familiedag, mei 2013, begon met een kerkdienst tien uur in de kerk van Bersaba, waarbij mevr. Cornelia Pinas, secretaris is van het plantage bestuur voorging in de dienst. Ter ere van de planta­gekopers werd er op traditionele wijze een bloemenhulde gebracht bij het monument, waarna er ’s middags diverse sport- en spelac­tiviteiten werden georganiseerd. De dag werd afgesloten met een optreden van KWASIBA, de ka­wina band van La Prosperite.
De familiedag is een fundraising­activiteit met als doel om naast de saamhorigheid ook middelen tegenereren om het jaarplan uit te voeren. Door historische gege­vens over de plantage te vergaren en verbetering van de samen­werking met erfgenamen, wil het bestuur economische activiteiten ontplooien in o.m. de landbouw-, de visserij – en de houtsector, als­mede het toerisme.

Geschiedenis
LA PROSPERITE is een voorma­lige Houtplantage gelegen aan de Boven-Para met als bijbehorende 5 gronden: Maretraite, Meinder­schoop, Kweeklust, 240 hectaren aan de Saramaccarivier en na­tuurlijk ook Bersaba. De acte van eigendom werd op 19 mei 1882 getekend. (register c27, nr.337) en de plantage werd voor een totaal bedrag van FL.3.250,75 gekocht.
Het proces van koop en verkoop startte op 13 augustus 1880, waar­bij de 9 kopers de eerste van in totaal 4 aflossingen pleegden, om uiteindelijk op 28 juli 1882 de sal­do tegoeden te betalen. Kennelijk was het vertrouwen zo groot dat de verkoper reeds op 19 mei 1882 tot officiële verkoop overging, terwijl de aflossingen nog moesten plaatsvinden. De 2e aflossing was op 16 November 1881, de derde op 22 april 1882 en de vierde op 28 juli 1883.
De kopers breidden het gebied verder uit, door op 12 maart 1885 plantage Kweeklust te kopen voor een bedrag van FL.1.200,- . Dit gebied, gelegen langs de huidige Indira Ghandiweg vanaf km.35, werd vanaf toen ook deel van de boedel.

De rol van de Evangelische Broe­der Gemeente Suriname (EBGS)
Er zijn 3 perioden in de ontwikke­ling van de EBGS te onderschei­den.

De eerste periode, tussen 1735- 1825, kenmerkte zich door weinig steun van de planters/overheid aan de EBGS, terwijl er in de tweede periode tussen 1825-1863, een toename van overheidssteun plaatsvond, waardoor het aan­tal missionarissen groeide en de activiteiten zich uitbreidden naar de plantages. Tenslotte werd in de derde periode, tussen 1863-1900, een grotere invloed van de EBGS genoteerd, want naast de activitei­ten van de dominee werden ook activiteiten binnen het onderwijs en de gezondheidszorg ontplooid (Johannes Postma :Slavery, Reli­gion and abolition in Suriname, New West Indian Guide/Nieuwe West Indische Gids vol. 71 no. 3 & 4 (1997).

Vestiging van de plantage in 1858: ideaal voor de EBGS.
In La Prosperite heeft de EBGS zich in de 2e periode gevestigd op de plantage, want de toenmalige eigenaar, Tjark Jansen Sluyters schonk in maart 1858, via Broeder Clemens, een stuk grond, gele­gen aan de Coropina rivier aan de EBGS. De activiteiten startten meteen door de bouw van de kerk, die werd ingewijd op 27 juni 1858 door Br. Glocker die genoteerd staat als de eerste zendeling (uit: missionblatt 1858). De naam Bersaba werd toegekend aan het gebied en deze naam is afgeleid van Genesis 21:33,34. (Johannes Postma : Slavery, Religion and abolition in Suriname, New West Indian Guide/Nieuwe West Indische Gids vol. 71 no. 3 & 4 (1997) .
La Prosperite was ideaal voor de EBGS zending, omdat het slechts twee dagen varen was vanuit Paramaribo en omdat in dat gebied geen tropische ziekten zoals filaria, malaria en lepra voorkwamen. Bersaba werd al gauw het centrum van de EBGS in de Para. De bewoners werden door de EBGS gekarakteriseerd als trouw en hard werkend. In Bersaba heeft deze eigenschap erin geresulteerd dat de dorpelingen zelf (d.w.z. zonder steun van de EBGS) hun kleuterschool (fröbelschool) hebben gebouwd rond 1940.

EBGS en Winti godsdienst
De geschiedenis van La Prospe­rite markeert een gewelddadige ontmoeting tussen de EBGS en de Winti godsdienst, rond 1858. Om dorpelingen tot bekering te dwingen werden zij zodanig geïntimideerd dat velen hun persoonlijke wintigerelateerde goederen en bezittingen moesten verbranden. In sommige gevallen gingen de dominees zover dat enkele winti­oso’s werden verbrand. De Wintibelijders in de plantage verhuisden sommige winti’s naar bomen (uit: Elviera Sandie (1993): Bersaba).

Toch heeft dit er niet in geresul­teerd dat de Winti godsdienst verdween, want er ontstond een voortuin- en achtertuinreligie zoals door Dr.Jones King werd aangegeven (Jones, J.F. – Kwakoe en Christus,n.d.). In de voortuin bleven dorpelingen hun christelij­ke godsdienst trouw door zondags de kerkdiensten te bezoeken. In de achtertuin werden zaterdagavond wintirituelen gehouden diep in de bossen van de plantage.

Een tweede voorbeeld vormt het verbod dat werd ingesteld door Broeder Heidrich, voorganger en ressortleider van Para omstreeks 1935: “ Stampen en draven, zik-zak lopen, zingen van Sebi dei en Aiti dei liederen is niet bijbels, ongebruikelijk, heidens en onaanvaardbaar”. Verder gold dat bij Christelijke begrafenissen het afleggen met alcohol verbo­den was, maar formaline wel en het dragen van de lijkkist moest rustig en via de kortste weg naar de begraafplaats plaatsvinden(uit: EBGS archieven van Bersaba, EBGS archief).

Huidige bestuur gericht op grote ontwikkeling van de plantage
Het huidige bestuur bestaande uit: Elviera Sandie, voorzitter; Desmond Plet, ondervoorzitter; Cornelia Pinas, secretaris; Jennifer Warning, penningmeester; Monique Pireau, 2e ondervoorzitter; Roy Pocornie, 2e secretaris; Juanita Fabies, 2e penningmeester, Sieglien Hay­nes, commissaris en Edwardina Pengel, commissaris is van plan om de plantage tot grote ontwikkeling te brengen: “Het is onze uitdaging om te laten zien dat La Prosperité in 2013 vele malen meer het aankoopbedrag waard is en de nazaten hun eigen ontwikkeling op deze basis kunnen vooruit stuwen ”, aldus de nieuwe voorzitter van het plantagebestuur.

NAKS TORI no.12, 2013 editie

NAKS INSPIREERT STAMBOOMONDERZOEK

Dana Saxon

Twaalf Surinaamse jongeren verzamelden informatie over voorouders
Gedurende de laatste paar maanden hebben NAKS jongeren deelgenomen aan een project dat bedoeld was om historisch en stamboomonderzoek onder Afrosurinaamse jongeren te stimuleren. Begin januari 2013 startte de samenwerking tussen de NGO ‘Ancestors Unknown’ uit de Verenigde Staten van Amerika, samen met NAKS en het EBGS Archief middels een pilot project. Twaalf deelnemers, waaronder Darell Geldorp, Mera Molijn, Merrelyn Jakaoema, Richelle Renfurm en Jeanine Wilfrid van NAKS, hebben sinds toen elke twee weken met elkaar gewerkt aan het onderzoeken van hun stamboom, onder leiding van deskundigen. Er werden gastlezingen verzorgd door Eddy van der Hilst, Harold Jap-A-Joe en Marieke Visser, die presentaties hielden over onderwerpen die historisch relevant zijn, zoals taal, religie en beeldende kunst. Darell Geldorp van NAKS verzorgde een dansworkshop aan de groep. De jonge onderzoekers hebben met gebruikmaking van vraaggesprekken met familieleden, de nationale archieven van Suriname en de archieven van de EBGS duidelijke vorderingen gemaakt. Velen van hen hadden zodoende de gelegenheid om hun stamboom in te vullen en nieuwe informatie te ontdekken van onbekende voorouders. Hoewel het project in juni 2013 werd afgesloten is het de bedoeling dat de jongeren doorgaan met hun stamboomonderzoek.

Tentoonstelling Sabi Yu Rutu, 27 juni – 01 juli 2013
Ter afsluiting van het project hebben de drie samenwerkende organisaties gekoppeld met de internationale groep van deskundigen die bekend staat als Who. Am.I. Ze hebben samen gewerkt aan het voorbereiden en hosten van de tentoonstelling “Sabi Yu Rutu (Ken je Afkomst, je roots)”, die werd gesponsord door de Nationale Commissie Viering 140 Jaar Hindostaanse Immigratie, 150 Jaar Keti Koti en 160 Jaar Chinese Immigratie.

De opening was op 27 juni middels een minisymposium, dat werd geopend door Elviera San­die. Verder werd een presentatie gehouden door Ank de Vogel- Muntslag over haar achtjarige succesvolle stamboomonderzoek in Suriname en Nederland, die haar leidde naar West-Afrika. Marilva Eiflaar van het EBGS Archief presenteerde de onderzoekstrategieën en resultaten van het NAKS-EBGS en Ancestors UnKnown project.

Schilderij Ghanese kunstenaar, Jeremiah Quarshie
De Sabi Yu Rutu tentoonstelling duurde vijf dagen. Het schilderij van een Ghanese kunstenaar, Jere­miah Quarshie, die Ank de Vogel- Muntslag en het verhaal van haar intensief onderzochte stamboom vastlegde, kreeg veel aandacht tij­dens de tentoonstelling. Daarnaast waren er mooie kunststukken van hedendaagse Surinaamse kunstenaars, zoals Ken Doorzon, Handel Corton, Ramen Bijlhout, en Iran Zaalman. Enkele stambomen en foto’s van het project werden bij de tentoonstelling meegenomen om de bezoekers te stimuleren om ook hun eigen familiegeschiedenis en stamboom te onderzoeken.

Archiefmateriaal NAKS en EBGS
Voorts was er uniek archiefmateriaal van NAKS en de EBGS tentoongesteld, waarbij eer werd betoond aan belangrijke mensen en historische feiten van beide organisaties. Bij het NAKS gedeelte vielen op foto’s en beschrijvingen van de NAKS Tak’ Tangi, Mi Agida en wijlen voorzitter Elfriede Baarn-Dijksteel en hiervoor was er ruime belangstelling van de bezoekers.

De innovatieve partnerschappen die hebben geleid tot “Sabi Yu Rutu” zullen hopelijk steeds meer Surinamers, vooral jongeren stimuleren tot het onderzoeken van hun stamboom. Er is zoveel informatie beschikbaar in ons Nationaal Archief en het is jammer dat er niet veel meer gebruik gemaakt van dit materaal. Op naar meer Sabi Yu Rutu initiatieven in de toekomst!

NAKS TORI no.12, 2013 editie

CELESTINE RAALTE SCHITTERT IN FRI YEYE

Renate Galdeij

Celistine Raalte is een aardige en sterke vrouw, het is heel prettig om bij haar in de buurt te zijn. Ze ver­telde mij, hoe moeilijk het was om dit stuk te realiseren. Ze heeft het stuk al jaren geleden geschreven en bijgeschaafd en geschrapt. Zij is tijdens haar verblijf in Nederland bezig geweest om daar het stuk van de grond te kunnen krijgen maar dan wilde men heel veel moeten wegschrappen, wat volgens haar juist ver­teld moest worden. De Nederlanders willen de waarheid niet horen en willen vooral niet veel weten over de gevoelens en effecten van het slavernij verleden op ons, Afro-Surinamers.

Ondanks alle tegenslagen heeft ze het niet op gegeven en heeft ze bij de stichting Fiti Fu Wini geweest om haar verhaal te vertellen omtrent het stuk. “Wij vonden het een goed verhaal dat de moeite waard is om verteld te worden”, vertelt Sherron Rodgers van de stichting Fiti Fu Wini, “en wij hebben daarom alles er aan gedaan om dat te realiseren”.

Omdat de theatervoorstelling in het kader van 150 jaar Keti Koti werd gepresenteerd, hebben de organisatoren gekozen voor een inspirerend voorprogramma. Op de première dag waren er optredens van Hilly Arduin, spoken word van Renate Galdey begeleid door Paul Middellijn en Bongo Charlie met een inhoudelijke sterke tekst over de relatie van de zwarte en witte man.

“Voor mij was het een spirituele ervaring op artistiek niveau, dat ik met zulke creatieve en spirituele mensen heb mogen samen werken. Ik woon nu pas twee jaar hier en it all makes sense. Ik doe niets om er bij te horen. Ik doe de dingen omdat het nu de tijd er voor is. Want al die teksten heb ik geschreven toen ik nog een jonge dame van 18 jaar was. Pas hier in Suriname, na jaren, komt alles tot zijn recht”, zegt Celestine.

Het verhaal Fri Yeye was mooi en zeker de moeite waard om verteld te worden. Toch denk ik, als ik mijn dramaturgische oog erop laat vallen, dat er meer moest gebeu­ren op toneel, behalve alleen tekst. Toch was het acteerspel prachtig en het zingen van de dames ‘flaw­less’. En de manier waarop Celes­tine alleen al praat is zo warm en kleurrijk. Daarnaast petje af voor Tolin, de stiltes binnen het stuk gaf het geheel een dieper karakter.
Ik heb drie dagen in het voorpro­gramma gestaan 24, 25 mei en 1 juni. Wat mij toen vooral is bijge­bleven is de tweede voorstelling. Het publiek werd verzocht om een Surinaams Volkslied te zingen voordat het voorprogramma zou starten. Op een gegeven moment kregen wij allen die moesten op­treden tegelijkertijd kippenvel van de manier waarop het publiek Mi Kondre Tru zong: drie- stemmig alsof zij het zo geoefend hadden. Dat gaf een extra dimensie aan datgene waarmee wij bezig waren: namelijk bewustzijn kweken in het kader van 150 jaar Keti Koti.

NAKS TORI no.12, 2013 editie

“OUR HISTORY DID NOT BEGIN IN CHAINS AND IT WILL NOT END IN CHAINS”

Ramon Hooplot

Op maandag 25 juni 2013 verwelkomden we in Suriname Dr. Runoko Rashidi. Hij kwam op uit­nodiging van NAKS. Dr. Rashidi is een expert op het gebied van Global African Presence.

De volgende dag, of beter gezegd enkele uren later, brachten we hem naar Pikin Slee waar hij het Marron­museum bezocht. Hij heeft heel erg genoten van de trip. Zowel in Pikin Slee als in Paramaribo heeft hij gesprekken gevoerd met personen uit de Marrongemeen­schap. Hij is zeer geïnteresseerd in de strijdmethoden die de tot slaaf gemaakten hebben gehanteerd om te ontkomen aan de wreedheden van de slavernij en om anderen te bevrijden uit slavernij. In Pikin Slee besloot hij reeds dat hij zeker terug zou komen voor verder onderzoek. Wat Dr. Rashidi op zijn reis naar het binnenland en naar Nickerie heeft gezien en wat hij daar heeft ervaren in het binnenland en Coronie hebben helaas velen van ons nog niet mogen ervaren.

Hij heeft één lezing in Paramaribo gehouden en één in Nickerie. De commissie Lezingen die verant­woordelijk was voor de komst, het verblijf en de lezingen van Dr. Ra­shidi bestaat uit Sjachnaz Pengel, Danielle Veira, Clifton Braam en Ramon Hooplot. Wij danken ook de Nationale Commissie viering Jubileumjaren voor de financiële bijdrage aan dit project.
”Zwarten stammen af van een groot en machtig volk”
Op 27 juni hield hij de enige lezing getiteld “The Global Pres­ence of Africa” in Theater Unique. “Wereld wijd moeten zwarten weten dat ze afstammen van een groot en machtig volk, van wie de geschiedenis niet begon met slavernij. Our history did not begin in chains and it will not end in chains” is dan ook de stellige overtuiging van de Afrikaans- Amerikaanse historicus Runoko Rashidi.

Andere kant van het Afrika ver­haal

“Als ik mensen vraag wat in hen opkomt als ze ‘Afrika’ horen, zeggen ze meestal drie dingen: armoede, ziekte en conflict. Niet verwonderlijk, dat laat de main­stream media zien.” Rashidi is in Suriname op uitnodiging van de organisatie NAKS. “Wij hebben hem laten halen omdat wij vinden dat na 150 jaar afschaffing van de slavernij het tijd is om eens de andere kant van het verhaal te horen”, meende Cecil Nijman, ondervoorzitter van Naks, bij de opening van de lezing.

Euritha Tjan A Way maakte voor DWT het volgende verslag.

Grootse diaspora
Rashidi die naast historicus ook antropoloog is, liet met een foto-slideshow de aanwezigheid van Afrikaanse roots de wereld rond zien. Het bewijs van de grootse Afrikaanse diaspora is te vinden in de meer dan 103 landen van Australië tot India en van China tot de Papua New Guinea, die Rashidi allemaal heeft bezocht. Foto’s van groepen zwarten met natuurlijk blond kroeshaar en blauwe ogen passeerden meer dan eens de re­vue tijdens de bijeenkomst.

Bijdrage zwarten aan de wereldgeschiedenis
De presentatie geeft in grote lijnen aan dat er een zekere samenspanning heerst in de wereld tegen Afrika en de bijdrage van zwarten aan de wereldgeschiedenis. “Afrika is de bakermat van civilisatie, de eerste menselijke resten zijn daar gevonden. Alle andere volkeren zijn voortgekomen uit de eerste Afrikaan”, legt de historicus uit. Rashidi legt verder uit dat er grote en machtige dynastieën waren in Afrika en neemt als voorbeeld de piramides in Egypte. Hij verwijst sarcastisch naar de pogingen van de blanken om in de geschiedenisboeken en met de filmindustrie het beeld te scheppen, dat de Egypte naar meer blank dan zwart was en dat het land eigenlijk meer Europees dan Afrikaans is. “Ik ben 22 keer naar Egypte geweest en alle 22 keer was het in Afrika.”

Zwarte of witte Jezus
Ook met het beeld dat Jezus wit moest zijn geweest, rekent hij af met de eerste beeltenis van Jezus in een bepaald museum. “Het is het eerste beeld dat er bestaat van Jezus en zijn discipelen en kijk maar, ze zijn allemaal zwart. Alleen Jozef staat er niet op. Je mag geen foto’s schieten in die ruimte, maar dit moest ik met de wereld delen! En er zullen zeker mensen zijn die aangeven dat het niet uitmaakt welke huidskleur Jezus heeft gehad. Maar dan zou je denken dat hij zo af en toe in de films zwart had kunnen zijn toch?”, schertste de Afrika specialist met veel Amerikaanse humor.

Geschiedvervalsing
Volgens hem is de reden van het complot tegen Afrika te vinden in de rijkdom van het land. Dat liet hij ook zien met een land­kaart waarop de hoeveelheid grondstoffen die het land rijk is duizelingwekkend is. “Zolang er een conflict is, maken we het Europa heel gemakkelijk.” De aversie tegen het zwarte ras werd verwoord met India als voorbeeld. “In de Bollywood industrie zie je toch alleen lichtgekleurde Indi­ërs? Terwijl India het land is met de meeste zwarten, is de regering een campagne begonnen om de geschiedenis te herschrijven. Het doel daarbij is om aan te geven dat de ariërs die India binnen vielen en met de zwarten mengden, er altijd al waren. Ze willen de wereld doen geloven dat de originele In­diër lichtgekleurd is.” Rashidi ziet het als zijn levensmissie om in te gaan tegen zulke zaken. “Mensen met Afrikaanse roots moeten weer trots zijn op hun afkomst.”

NAKS TORI no.12, 2013 editie

KRIORO MAMA PRISIRI 12 MEI 2013 THEATER DE VAILLANT, Den Haag

Een bijdrage van NAKS Nederland

Krioro Mama Prisiri werd op 12 mei 2013 opgevoerd in Theater de Vaillant te Den Haag. Krioro Mama Prisiri is een Afro-Surinaamse traditioneel cultureel product, ontwikkeld door Naks Neder­land en Stichting Mosaic Den Haag.

Krioro mama prisiri 2Krioro Mama Prisiri was binnen enkele weken na bekendmaking al uitverkocht. De organisatie heeft een oplossing gezocht om toch een grote groep bezoekers alsnog deel te laten nemen aan de voorstelling. Dit door na de pauze de tribune in te klappen zodat meer bezoekers de grote theater zaal konden betreden. Naks Nederland en Stichting Mosaic hebben met het vooruitzicht op de vele vieringen rond 150 jaar Keti Koti getracht om op een eerdere datum dit feit te gedenken en te vieren. Krioro Mama Prisiri viel ook samen met Moederdag. Er werden diverse doelen behaald door het delen en zichtbaarder maken van de Afrosurinaamse cultuur, de herdenking van de 150 jarige afschaffing van de slavernij en de Moederdagviering.

Krioro mama prisiri 3Krioro Mama Prisiri
Het product werd zeer goed ontvangen en bestond uit twee delen: kennisdeling over de Krioro Mama lezing, verzorgd door drs. Laurens Olijfveld en een Afrosurinaamse manifestatie door het ten gehore brengen van Soko Psalmen door Naks Nederland en de Lobi Singi door Dino Burnett. Aan Moussi de vroegere Melkman Hans Sardjoe werd ook de gelegenheid gegeven hem weer op het podium te introduceren na een lange poos van afwezigheid door ziekte. Hans is nu geheel hersteld en zijn bijdrage aan dit theaterproduct was bijzonder. De Krioro Mama Prisiri werd voortgezet met dans en zangmanifestaties onder begeleiding van de muziekformatie Kankantri. De Krioro Mama Tafra, een van de traditionele Afro-Surinaamse sacrale rituelen, werd verzorgd door Naks Nederland.

Marjan
Markelo heeft op inspirerende wijze de bijeenkomst begeleid. Krioro Mama Prisiri werd geopend door de Surinaamse Haagse wethouder Rabin Baldewsingh die op enthousiaste wijze een plengoffer bracht voor Moeder Aarde. Tijdens het plengen vroeg hij Moeder Aarde ons te vergeven voor het vervuilen van de aarde en vaak verkeerd om te gaan met aardse bronnen. Zijn woorden werden door het publiek heel goed ontvangen.

NAKS Nederland heeft ervoor gezorgd dat alle mensen bij binnenkomst een corsage kregen. Verder was er die dag een loterij waar er aantrekkelijke Surinaamse koeken gewonnen konden worden. De samenwerking van Naks Nederland en Stichting Mosaic Den Haag was voortreffelijk. Wij danken alle medewerkers, vrijwilligers, het theater de Vaillant en de bezoekers voor hun bijdrage aan een onvergetelijke dag en leven voort in de voorspoed van Krioro Mama.

NAKS TORI no.12, 2013 editie

NAKS SOKO PSALM (ZANG)GROEP IN NEDERLAND

Een bijdrage van NAKS Nederland

NAKS SOKO PSALM 2Op maandag 3 juni heeft NAKS zanggroep o.l.v. Maritha Kitaman NAKS Nederland vertegenwoordigd door een bijdrage te leveren tijdens de opening van de tentoonstelling “Verbreek de ketenen! 150 jaar afschaffing slavernij”, in het Atrium Stadhuis, Haags Historisch Museum, Den Haag. De groep heeft enkele Soko Psalm en Banya nummers ten gehore gebracht. Dhr. Laurens Olijfveld heeft de vertolking gedaan waardoor het geheel goed te volgen was.

De presentatie viel in de smaak, de complimenten over de mooie kleding bleven niet uit en wij werden nu al gevraagd om volgend jaar weer beschikbaar te zijn. Wij hebben van de gelegenheid gebruikt gemaakt om flink te netwerken .

Reeds geruime tijd leeft bij Urmia Struiken en Maritha Kitaman de gedachte een zanggroep te beginnen met NAKS leden en/of personen die dicht bij de organisatie staan. Het optreden tijdens de Krioro Mama Prisiri was volgens de planning eenmalig. Maar nadat de vraag voor het optreden van 3 juni binnenkwam, zijn de dames serieus gaan nadenken over een format voor de groep. Ondanks de zang- en podiumervaring van de groepsleden,zien zij dit optreden als een try-out en zullen toch wel moeten oefenen om zich op de NAKS manier uit te dragen.
Onder de vleugels van de Stichting NAKS Nederland willen wij ook op deze manier een bijdrage leveren aan het NAKS werk.
Wij zijn nog op zoek naar een gepaste naam voor de groep, waarin ook NAKS verwerkt is.

NAKS TORI no.12, 2013 editie

MUZIEK, SPORT EN BEVRIJDING

Op donderdag 23 mei werd in de gehoorzaal van NAKS aan de Thomsonstraat een lezing gehouden onder de titel “ De muziek en sport als middel tot bevrijding”. De inleider, dr. Hans Breeveld gaf aan voor dit thema gekozen te hebben om aan te geven dat je op verschillende manier kan werken aan de bevrij­ding van jezelf of van de groep waar je uit voortkomt. Als voorbeeld noemde hij Paul Robeson, Jesse Owens en Harry Belafonte.

Hans Breeveld

Ze waren alle zwart en hebben in een Verenigde Staten van Amerika (VS) – waarin racisme welig tierde – hun roem gebruikt om te werken c.q. te strijden voor lotsverbetering van hun medemensen.

Paul Robeson
Allereerst werd Paul Robeson be­licht. Hij werd geboren op 9 april 1898. Hij kreeg een beurs en ging Rechten studeren. Tijdens zijn studie vielen zijn sporttalenten op. Hij schitterde op de onderde­len: football, basketkball, baseball en atletiek. Uiteindelijk werd hij zelfs opgenomen in the first team All-American selection. Dat is een team waarin de besten van de VS speelden.

Protesten tegen achterstelling van en racisme tegen zwarten
Maar Robeson maakte naam als zanger, toneelspeler en filmster. Ondanks zijn roem vergat Ro­beson niet de omstandigheden waarin veel zwarten in Amerika moesten leven en daarom bleef hij – wat de consequenties ook mochten zijn – tegen racisme en achterstellingen van zwarten protesteren. Dat deed hij ook in het buitenland.

Maatregelen van de regering tegen Robeson
In 1949 zou Robeson – ondanks zijn enorme populariteit – hiervoor een hoge prijs betalen. Na zijn terugkeer in de VS merkte hij dat:

* zijn beeltenis verwijderd was van de foto Van het All stars American footballteam;
* zijn naam geschrapt was uit het boek met recordhouders;
* hij werd verbannen uit alle theaters, concert gebouwen en filmstudio’s;
* het afspelen van zijn platen werd verboden;

De eens zo populaire Paul Robe­son werd persona non grata in de VS. Maar het ernstigste was dat het State Department (Ministerie van Buitenlandse Zaken) Robeson zijn paspoort ontnam: hij werd een gevangene in eigen land.

Miljoenen bewonderaars onder de zwarten
Na 10 jaar procederen won Ro­beson de strijd en kreeg hij zijn paspoort terug. Maar de strijd had hem afgemat. Hij ging nog een keer naar het buitenland, maar zijn zang was niet meer wat het geweest was. In de VS was hij zijn fans kwijt. Robeson stierf op 23 januari 1976. Hij was toen 77 jaar oud.

Hoewel Paul Robeson in relatieve eenzaamheid stierf is de rol die hij gespeeld heeft niet onbeantwoord gebleven. Hij had miljoenen be­wonderaars onder de zwarten in en buiten de VS. Een van deze bewonderaars was Harry Belafonte.

Jesse Owens
Vervolgens werd de loopbaan van Jesse Owens belicht. Jesse Owens werd op 12 september 1913 in Alabama geboren als zoon van katoenplukkers. Hij was de jongste in een gezin van 10 kinderen. Officieel heette hij James Cleveland Owens.

Tijdens zijn studie aan respectie­velijk de Technical High School (HTS) en de Ohio State Univer­sity bleek zijn atletiek talent. Hij specialiseerde zich in de nummers sprint en verspringen. Hoewel hij – op reis met zijn team – steeds moest eten in “Black only” restaurants en logeren in “Black only hotels” bleef hij zich optimaal inzetten.

Jesse Owens rekende sportief af met Hitler
Tijdens de Olympische spelen in Berlijn in 1936 zou zijn ster als nooit te voren schitteren.
Adolf Hitler wilde deze spelen gebruiken om de superioriteit van het Germaanse (Arische) ras aan te bewijzen. Hij vond dat de Verenigde Staten van Amerika door hun deelname met zwarte sporters het spel devalueerde. Maar Jesse Owens zou sportief met Hitler afrekenen. Owens was de enige zwarte van de 6 deelnemers Aan de finale van het nummer 100 meter sprint. Zoals bekend is dat het kroonnummer van de Olympische spelen. Met een tijd van 10.3 seconden kwam Owens als eerste aan en won zo zijn eerste gouden medaille op deze spelen. Op het nummer verspringen vestigde hij met een sprong van 8.06 m. een wereldrecord, dat 25 jaren zou stand houden. Zijn bijzondere prestatie was dat voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid de magische 8 meter grens doorbroken was. Op het nummer 200 meter sprint verbrak Owens met zijn 20.7 seconden het Olympisch record. Bij het nummer 4 x 100 meter estafette had de VS de finale bereikt. Owens – die oorspronkelijk niet tot het team van de VS behoorde – werd door de trainer geselecteerd als een van de 4 lopers. Met een tijd van 39.8 sec. wist het team van de VS een wereldrecord te vestigen, terwijl Owens daarmee zijn 4de gouden plak in ontvangst mag nemen.

Jesse Owens uitgegroeid tot rolmodel voor vele zwarte atleten
Hitler die beloofd had iedere winnaar van een gouden medaille persoonlijk de hand te schudden, kreeg plotseling bijzondere haast en vertrok toen het hardloopfenomeen Owens het ene na het andere succes boekte. Jesse Owens had het klaar gespeeld om Adolf Hitler uit zijn eigen stadion te laten vluchten.

Terug in de VS moest Owens net als alle zwarten in die periode, rassendiscriminatie ondergaan. Maar ook hij zou uiteindelijk uitgroeien tot een rolmodel voor vele zwarte atleten waaronder de legendarische Carl Lewis.

Harry Belafonte
Harry Belafonte werd op 1 maart 1927 in Harlem, New York gebo­ren, als zoon van Melvine – be­diende van Jamaicaanse afkomst en Harold George Bellanfanti, Sr., die uit Martinique afkomstig was en deel uitmaakte van de National Guard. Tussen 1932 – 1940 woon­de Harry Belafonte in Jamaica bij zijn grootmoeder. Als hij na 1940 terug was in de Verenigde Staten van Amerika bezocht hij de George Washington High School en diende vervolgens in het leger. Na zijn diensttijd werd hij hulp­conciërge op een school. Een bezoek aan een voorstelling van de American Negro Theater veran­derde de koers van zijn leven. Hij schreef zich in bij dit theater. Zijn acteer- en zangtalenten kon hij optimaal ontwikkelen en verder ontmoette hij daar een andere zwarte grootheid, Sidney Poitier.

Succes album “Calypso in 1956
Na veel successen op verschil­lende podia schrijft Belafonte in 1956 geschiedenis als zijn album Calypso de eerste LP in de VS wordt waarvan 1 miljoen kopieën binnen een jaar worden verkocht. Deze LP is ook het eerste album waarvan 1 miljoen exemplaren in Engeland worden verkocht. In dezelfde tijd worden er ook 1 miljoen exemplaren van de singel Day-O verkocht. Dit werd niet al­len door de zwarten in de USA als een sensatie ervaren. De mensen in het Caribische gebied zagen het als een extra erkenning van de liederen die door hen en hun voorouders werd gezongen.

Harry Belafonte en Martin Lu­ther King
Op 5 december 1956 zou het pre­cies een jaar zijn dat de busboycot in Montgomery Alabama gaande was. Deze was begonnen nadat een zwarte vrouw Rosa Parks – in strijd met de wet van die Staat – in de bus weigerde haar plaats af te staan aan een witte man. Hoewel de zwarten al eerder protest had­den laten horen tegen deze wet, was deze moedige daad van Parks een wake up call. Na een jaar bus­boycot door de zwarten kwam een concert waaraan o.a. grote sterren als Duke Ellington en Harry Bela­fonte deelnamen. Harry Belafonte werd – na een gesprek met Martin Luther King – een permanente ondersteuner van de strijd voor gelijke burgerrechten. Hij bracht niet alleen Martin Luther King in contact met John en Robert Ken­nedy, maar heeft de burgerrechten beweging ook financieel vaak bijgestaan.

Bijdrage Harry Belafonte aan de strijd in Afrika
Door zijn geëngageerdheid heeft hij zijn medewerking verleend aan de strijd in Afrika in het algemeen en in Zuid Afrika in het bijzonder. Hij leverde daarbij niet alleen een bijdrage aan de verzetsbeweging tegen het witte regiem, maar ook hielp hij Meriam Makeba met een internationale doorbraak. Een LP die Harry Belafonte samen met Meriam Makeba vol zong met strijdliederen won een Grammy Award, terwijl er geen enkel Engelstalig lied op stond. De plaat werd overigens in Zuid Afrika verboden.

Het is dan niet vreemd dat bij de vrijlating van Mandela – na 27 jaar gevangenschap – Harry Belafonte door de Amerikaanse regering werd gevraagd om de VS officieel te vertegenwoordigen.
Belafonte was ook een drijvende kracht achter de protesten van de Indianen in 1973 in Wounded Knee. De opname door vele beroemde artiesten – van het lied We are the World was een initiatief van Belafonte, naar aanleiding van hongersnood in Ethiopië.

Geleerde lessen
Tot slot stond de inleider stil bij wat geleerd kan worden van het levensverhaal van deze 3 persoonlijkheden. Niet alleen geleerden en politici zijn bevrijders, ook artiesten en sporters.

Decennia- zo niet eeuwenlang kon de zwarte bevolking van de VS vooral als artiest of sporter stijgen op de maatschappelijke ladder. De genoemde persoonlijkheden hebben – trouwens net als vele andere zwarte persoonlijkheden- deze gelegenheid optimaal aangegrepen om meer erkenning voor de zwarten af te dwingen. Ze werden zo voorbeeldfiguren voor miljoenen in en buiten de VS. De boodschap die ze afgeven is dat het niet slechts geleerden en invloedrijke politici of staatslieden zijn die bevrijders zijn.

De opdracht aan ons in Suriname is dat er meer waardering en erkenning moet komen voor de niet-cognitieve vakken. De internationale erkenning en beloning voor topvoetballers en artiesten spreekt voor zich.

Niet alleen als artiest en sporter topprestaties leveren. De stereotypen dat zwarten alleen op het gebied van muziek en sport kunnen scoren, kan gemakkelijk worden weerlegd door het niveau waarop deze activiteiten worden beoefend en het spin-off effect in andere sectoren.

De inleider sloot af met de waarschuwing van Mohammed Ali, dat niet allen geroepen zijn topprestaties te leveren op sportgebied. Zo zullen ook andere sectoren van belang blijven in het proces van bevrijding. Het geeft niet wat men doet als men maar er naar streeft steeds de beste te zijn.

Deze avond, die door de Commissie Lezingen NAKS was georganiseerd was goed bezocht en had een vlot verloop. Tot na 22.00 uur werd er nog aangenaam gediscussieerd met de inleider.

NAKS TORI no.12, 2013 editie

COMMERCIALISEREN VAN DE PANGI

Inez Sijlbing

Commercialiseren van de Pangi 2In 2011 is door de Nationale Vrouwen Beweging (NVB) een project uitgevoerd waarbij het doel
was om middels het vervaardigen en verkopen van pangi’s, de Marronvrouwen in het binnenland economisch te versterken. Marlin Declerq, toen nog studente aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam, heeft aan de wieg gestaan van dit “stempelproject”. Gedurende het project vroeg ze zich af wat de gevolgen zouden kunnen zijn van het commercieel maken van de pangi en of dat zou kunnen resulteren in het verlies van culturele waarden die verbonden zijn aan de pangi. Voor haar afstuderen heeft ze een enquêteonderzoek gedaan onder Marronvrouwen in het binnenland, in Paramaribo en in Nederland. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in haar scriptie met de titel “De overleving van de pangi”.

Marlin DeclerqOntstaan van de pangi in de slaventijd
In haar scriptie beschrijft Declerq het ontstaan van de pangi in de slaventijd, als kledingstuk voor zo­wel de mannelijke als vrouwelijke Marron. In eerste instantie was deze lap katoenen stof bedoeld om het lichaam te bedekken. Oorspronkelijk werd de kleding van de Marrons (busimaankosi) gemaakt uit ruw plantenmateriaal. Later werd de stof gekocht bij de blanken. Een lap die eigenlijk bestemd was voor één persoon werd onder meerdere personen verdeeld, omdat er onvoldoende middelen waren om voor meer te betalen. Enerzijds werd met de pangi de individualiteit benadrukt, terwijl het anderzijds het lidmaatschap van een van de zes Marronstammen aanduidde (Uit :“De bosneger klederdracht”, Siboga, 7, 1997 van Andre Pakosie en De kunst van de Marrons. Boston: Beacon Press. 1999, Price, S. P.) Meisjes kregen bij het bereiken van de puberteit een kwei, een klein doekje om de schaamdelen te bedekken. Wanneer ze volwas­sen werden verklaard werd de kwei vervangen door de pangi. Bij deze gebeurtenissen kreeg de vrouw veel cadeaus, waaronder pangi’s. De kwei wordt niet meer gedragen en het geven van de pan­gi als teken van zelfstandigheid, wat vroeger plaatsvond rond hun 16e jaar, gebeurt tegenwoordig op latere leeftijd, omdat Marronmeisjes het nu belangrijk vinden om te studeren. Vroeger werd de relatie tussen een vrouw en een man bekrachtigd door het geven van een pangi door de aanstaande man, zijn familie en vrienden. Tegenwoordig kopen vrouwen zelf hun stoffen en maken er een pangi van.

De naam “pangi” is vermoedelijk een verbastering van “paantje” of “pagne”, de naam van de wikkelrok van de slavinnen uit de 18e eeuw. Het woord paantje zou ook vanuit het Portugese “pano” afgeleid kunnen zijn en in het Nederlands vertaald tot “pa(a)ntje”

( zie http://www.surinaamsmuseum.net/ned.htm)

Functies van de pangi
Declerq beschrijft 4 manieren waarop de pangi gebruikt wordt:

Functioneel: als kledingstuk. Om praktische redenen dragen vrouwen soms meerdere pangi’s over elkaar. De extra pan­gi’s worden bijvoorbeeld gebruikt om baby’s in te dragen of om de oogst vanuit hun kostgrondje te vervoeren;

Religieus: de pangi wordt in dit geval gebruikt als communicatiemiddel. Verschillende boodschappen worden ermee uitgedrukt en verschillende winti­groepen aangeduid;

Ceremonieel: bij overlijden en rouw vervult de pangi ook een rol. Bijv. bij het overlijden is het eerste kledingstuk dat de vrouw aangetrokken krijgt een pangi. En tijdens de rouwperiode dragen de familieleden een rouw­pangi;

Cultureel: bij feesten, uitgaan, bij speciale aangelegenheden wordt steeds een nieuwe pangi ontworpen en aangetrokken (poolokosi).

Pangi is mode artikel geworden
Net als andere kledingstukken is ook de pangi aan veranderingen onderhevig. De pangi is langzaam maar zeker veranderd in een mode-artikel (modo). Binnen de Marrongemeenschap zijn er trendsetters, ontwerpers en artiesten die nieuwe ideeën, nieuwe motieven introduceren om de pangi steeds mooier en unieker te maken. De modo wordt mede bepaald door nieuwe stoffen die er in de winkels in Paramaribo te koop worden aangeboden. Doordat de Marronvrouwen de modetrends op de voet volgen is er in de ontwikkeling van de pangi een samensmelting waarneembaar van authentiek met modern. Nu bijvoorbeeld dragen jonge vrouwen-in navolging van westerse kleding- de pangi onder hun navel en de rok is meestal ook heel kort.
Marronvrouwen in Nederland dragen in de koude seizoenen onder hun pangi een ‘legging’. Behalve als kledingstuk wordt de pangi tegenwoordig ook gebruikt als decoratie, bij het aankleden van feestzalen. We zien ook anderen dan de Marrons de pangi dragen (vrouwen in de stad en districten, toeristen).

Declerq constateert dat de pangi steeds meer zichtbaar wordt in ons land. Met name bij nationale feestdagen zie je vrouwen met een pangi aan. Ook zie je op beurzen en braderieën vaker stands waar de pangi ten verkoop wordt aangeboden. En in het binnenland tonen toeristen belangstelling voor dit kledingstuk.

Commercieel maken van de pangi?
De pangistof is tamelijk goedkoop en gemakkelijk te verkrijgen. Het maken van een pangidoek tot kledingstuk is echter behoorlijk arbeidsintensief. Het wordt immers met de hand en/of op de naaimachine gemaakt. Er worden verschillende technieken gebruikt zoals borduren, applicatie, patchwork. Door de handenarbeid is de productie laag.

Wil men de pangi commercieel maken, dan zal men ook de productie moeten verhogen. Dit zal ten koste gaan van de tijd die de vrouwen in het binnenland besteden aan hun kostgrondje en daarmee ook het binnenhalen van voedsel voor eigen gebruik. Daarnaast kan de taakverdeling die er van oudsher binnen de familiestructuur bestaat ook verloren gaan. De leefstijl van de vrouwen en hun gezin in het binnenland kan daarmee veranderen.

Voordelen van commercialiseren
Een belangrijk voordeel van het commercieel maken van de pangi is inkomstenverhoging voor de Marronvrouw, met spin-off effect: meer mogelijkheden voor onderwijs, betere voeding en gezondheidszorg. Daarnaast ook grotere bekendheid voor de culturele waarden van de pangi en positieve concurrentie. Dit laatste kan een stimulans voor de vrouwen zijn om met steeds meer nieuwe ideeën en creaties te komen.
Wat als een voordeel genoemd wordt voor het commercialiseren van de pangi, nl. het verwerven van grotere bekendheid voor de waarden van de Marrons, kan ook als nadeel gezien worden wanneer andere gebruikers dan de Marrons zich niet bewust zijn van de waarden en rituelen die horen bij deze klederdracht en het dus uitsluitend zien als een lap stof, die tot kledingstuk vermaakt is.
Je zou kunnen denken dat dit ten koste gaat van de culturele waarden, en dus van de authenticiteit van de pangi.
Declerq zelf denkt dat juist door de verkoop van de pangi op grotere schaal de buitenwereld de pangi leert kennen en hiermee ook de cultuur van de Marrons en dat via de modetrend een stukje historie wordt overgedragen.

Wat de marronvrouwen zelf vinden
De Marronvrouwen uit het onder­zoek zijn het over het algemeen (87,5%) ermee eens dat het ver­vaardigen van de pangi op com­merciële basis moet geschieden. De geënquêteerde vrouwen zien er geen bezwaar in dat anderen dan de Marrons het kledingstuk dra­gen. Ze zijn juist van mening dat zoveel mogelijk mensen de pangi moeten dragen. Het kledingstuk mag wat hen betreft aan iedereen verkocht worden.

NAKS TORI no.12, 2013 editie

Y’E KOR’MI

Beste lezers
In de vorige NAKS Tori hebben wij per abuis het gedicht van Marlène Babel gehalveerd. We hebben intussen als redactie onze verontschuldigingen aangeboden aan Marlène en plaatsen nu het volledige gedicht.

Y’E KOR’MI

Di mamanten, mi nanga yu
s’don
N’a lanki fu na bedi
y’e ferter’mi fa yu o set’kon
na libi fu mi nang yu
net’yuru yu kon na oso,
dan yu gi mi wan steyf ’
fonfon

Luku mi skin
A e hat’lek prin
e sutu mi ala sey
dat’disi no e go psa moro
no wan dey
Na wan bigi ley

Mi sidon prakser’fa a e
wroko
na ini na tonton fu yu
a e gi mi fu mi lon gwe
komopo
na ini na oso
m’e frede tak’ wan dey
y’o kir’mi
lek wan fowru
Fu soso

tide mi de bar’yu adjosi
bika mi e tak bori bori
y’e tak ‘losi losi
mi sref ab’wan yeye d’e
tyar’mi tu
dat’mek’tide m’e lusu yu fu
tru

NAKS TORI no.11, 2013 editie